Koninklijke Lierse Sportkring, of kortweg Lierse, was een Belgische voetbalclub uit Lier. De club werd opgericht op 6 maart 1906, was bij de KBVB aangesloten met stamnummer 30 en had geel-zwart als clubkleuren. Op het palmares van de club staan vier landstitels en twee Belgische Bekers.De zoektocht naar de laagste stamnummers: 30. Lierke Plezierke en de (te?) steile ambities Voetbalkrant.com, Aernout Van Lindt, 12 februari 2020. Gearchiveerd op 23 april 2023.

Lierse steunde vooral op zijn gerenommeerd jeugdbeleid. Zo kwamen bijvoorbeeld Bernard Voorhoof, Jules Van Craen, Alfons Dresen, Fons Van Brandt, Jan Ceulemans, Jurgen Cavens, David Brocken, Bob Peeters, Carl Hoefkens en Stein Huysegems uit de Lierse jeugdwerking.

Lierse speelde zijn thuiswedstrijden in het Herman Vanderpoortenstadion, vernoemd naar de oud-burgemeester van Lier. In de volksmond is het stadion beter bekend als t Lisp, naar de wijk waar het stadion gelegen is.

Op 9 mei 2018 vroeg de club het faillissement aan.Lierse is failliet, stamnummer 30 verdwijnt: "Game over", Sporza, 9 mei 2018

Geschiedenis thumb|left|200px|Lierse SK in 1906: Stichters en eerste spelers

Ontstaan In 1904 raakte Lierenaar Gust Van den Roye gefascineerd door het voetbalspel, overgewaaid uit Engeland. Een authentieke voetbal werd aangekocht en op een braakliggend stuk grond in Kloosterheide, vandaag de dag een buitenwijk van Lier, speelde men de eerste voetbalwedstrijden. In deze buurt werden meer sportwedstrijden georganiseerd, meestal loopwedstrijden of wielerkoersen. Maar door de introductie van dit nieuwe voetbalspel kregen vele jongeren de voetbalmicrobe te pakken en het idee om een echte voetbalclub op te richten begon te rijpen.

De lokale landbouwers, pachters van de Graaf de Marnix de Sainte Aldegonde, waren niet opgezet met dit ruwe balspel, en wezen de Graaf erop dat zijn grond gebruikt werd voor deze praktijken. De politie kwam er aan te pas en de spelers kregen een verbod het terrein nog te gebruiken. Maar door deze heisa was de nieuwsgierigheid van de Graaf gewekt en hij ontbood Van de Roye naar zijn kasteel. Van de Roye kon de Graaf ervan overtuigen om het speelveld terug te mogen gebruiken. Meer zelfs: toen hij zijn plan om een voetbalclub te stichten kenbaar maakte en hierbij wees op de moeilijkheden die zijn opzet nog dwarsboomden, beloofde de Graaf hem een speelveld en de nodige installaties. miniatuur|Pet van de Lierse Rode Duivel Jacques Van de Velde ((1895-1983) in het Stadsmuseum Lier Inmiddels waren er twee jaar verstreken. In het voorjaar van 1906 werd er een vergadering belegd in het lokaal van de Liersche Turnkring. De vergadering liep met een sisser af: het plan om de voetbalclub op te richten als een onderafdeling van de turnkring vond te weinig voorstanders. Op een nieuwe bijeenkomst in café "Roskam", op 6 maart 1906, werd de knoop definitief doorgehakt: een autonome voetbalclub, de Liersche Sportkring, werd er boven de doopvont gehouden. Een voorzitter (Gerard Quaeyhaegens), secretaris (Gust Van den Roye) en schatbewaarder (Jos Peeters) werden verkozen. De Graaf de Marnix de Sainte Aldegonde werd erevoorzitter.

Jaren 1910-1920: opgang naar eerste klasse miniatuur|Kampioenentrui van Nico Van Kerckhoven in het Stadsmuseum Lier Twee jaar na de stichtingsdatum, in september 1908 sloot de club zich aan bij de UBSSA, voorloper van de KBVB. Lierse besloot te spelen met een juniorenelftal tot aan het nieuwe seizoen. De eerste officiële wedstrijd van deze ploeg was op 4 oktober 1908 tegen Rupel F.C., de uitslag is echter onbekend. In die tijd was er voor de junioren geen leeftijdsgrens bepaald zodat ze het volgende seizoen (1909-1910) met dezelfde groep konden starten in de Derde Gewestelijke Afdeling. Lierse speelde er meteen goed mee en het volgende seizoen steeg men al naar de tweede gewestelijke afdeling.

In 1913 liet de club een eerste keer van zich horen op nationaal vlak, toen Lierse in de kwartfinale van de Beker van België 1912-13 tegen toenmalig landskampioen Daring Club de Bruxelles uitkwam. Ook in de tweede gewestelijke afdeling was Lierse moeilijk af te stoppen maar promotie zou, mede door de Eerste Wereldoorlog pas volgen in 1920. Toen bereikte men via de nationale eindronde 'Bevordering', de op een na hoogste afdeling. De club bleek opvallend snel te groeien want het debuutseizoen in deze reeks werd op de vierde plaats afgesloten. Vijf jaar later, in het seizoen 1926-27, lukte het de promotie naar de Ere-Afdeling, de hoogste afdeling af te dwingen. Met twee punten voorsprong op SC Anderlechtois speelde men kampioen. De eerste periode in de hoogste afdeling zou meteen een van de meest glorieuze in de geschiedenis van de club worden.

Jaren 1930-1940: topclub in België

Het debuut in de Ere-Afdeling ging niet onopgemerkt voorbij. De eerste match was tegen het gereputeerde Standard en werd meteen gewonnen met 1-0. Lierse speelde gedurende het hele seizoen zonder complexen en eindigde op een vijfde plaats. Nadien volgden enkele seizoenen in de lage middenmoot maar in het seizoen 1931-32 kon de club voor een verrassing van formaat zorgen: een allereerste landstitel werd binnengehaald. De ploeg had vooral offensief veel kwaliteit in huis en scoorde 86 goals in 26 matchen. Dat had het vooral te danken aan Bernard Delmez (die dat jaar topschutter werd) en Bernard Voorhoof, die zou uitgroeien tot een monument bij de club en de nationale ploeg.Het einde van Lierse: de pieken en dalen van een traditieclub Sporza.be, 7 mei 2018. Gearchiveerd op 4 juni 2023.

Op dat moment waren de Antwerpse clubs Beerschot AC en Antwerp FC toonaangevend in het Belgische voetbal. Ook Lierse zou in die jaren uitgroeien tot een van de topclubs. Na de titel in 1932 zou men de volgende twaalf jaar slechts één keer buiten de top-5 eindigen. Toch was het tien jaar wachten op de tweede landstitel. In 1941-42 speelde Lierse kampioen voor Beerschot en Antwerp. Ook nu had Bernard Voorhoof een groot aandeel in de titel. Evenals de halflijn van de club, in Lier bekend als de Drie Charels: Karel Kiebooms, Karel Willems en Karel Klockaerts. Er waren allicht meer titels te behalen maar de Tweede Wereldoorlog had zijn impact. In 1939-40 werd de competitie niet afgewerkt. Lierse stond op dat moment aan de leiding, voor Antwerp. In het seizoen 1940-41 werd er wel een volledige competitie afgewerkt. Lierse won deze competitie, door in de finale van de Play-Off White Star te verslaan.

Enkele jaren na de oorlog ging het niveau achteruit. De oorzaken waren velerlei. Nadat Lierse in het seizoen 1943-44 nog een verdienstelijke 4e plaats had behaald in de competitie, deed men gezien de continue bombardementen met V1 en V2-bommen op de Haven van Antwerpen niet mee aan de oorlogscompetitie 1944-45, net zoals de andere Antwerpse ploegen Beerschot AC, Antwerp FC en Berchem Sport. Het plotse overlijden van topscorer Jules Van Craen en het overlijden van doelman Frans Christiaens en Frans Vervoort bij het Bombardement op Mortsel, in combinatie met een jaar zonder competitie en het afhaken van enkele oudere sterkhouders, verzwakte de ploeg zodanig dat Lierse in 1947-48 als allerlaatste eindigde en degradeerde naar Eerste Afdeling, de eerste degradatie in de clubgeschiedenis.

Jaren 1950: overgangsperiode en begin van de jeugdpolitiek Het verblijf in Eerste Afdeling was van relatief korte duur. Door een goede jeugdpolitiek met scouts die in alle omliggende gemeentes op zoek gingen naar jong talent, kon in een minimum van tijd terug een behoorlijk elftal op de been gebracht worden, gebouwd rond sterkhouder Fons Van Brandt. In 1953 keerde de club als vicekampioen uit Tweede klasse terug naar de hoogste afdeling, samen met kampioen én stadsgenoot Lyra.

Het komende decennium zou Geel-Zwart zich nestelen in de middenmoot, zonder uitschieters. Hoewel Lierse een spelerspotentieel had om zich rustig te handhaven in de hoogste afdeling, bleef men in de wijde omgeving speuren naar jeugdig talent. Men wilde niet meer zoals in de late jaren 30 en de eerste helft van de jaren 40 het risico lopen om één generatie met hetzelfde elftal te spelen. Uit de eigen jeugdopleiding haalde men Maurice Baeten, Walter Bogaerts en Roberts Willems, zoon van Karel Willems. Uit Kapellen kwam Frans Valckenborg, en uit de Kempen haalde men Frans Van Dessel, Frans Van Roosbroeck, Wim Mertens en Wies Goossens. Het gevolg was dat men niet alleen talent binnenhaalde, maar ook vele supporters bijwon uit het Kempische achterland die in massa naar de wedstrijden afzakten. Het grootste talent dat men in deze periode binnenhaalde was ongetwijfeld Lucien Olieslagers die in 1958 bij OG Vorselaar werd weggeplukt.

Jaren 1960: derde titel, bekerwinst en eerste campagnes in Europa In het seizoen 1959-60 werd, opnieuw onverwacht, een landstitel behaald. Door zware blessures van belangrijke spelers zoals Fons Van Brandt voor aanvang van het seizoen, werd de club bij de seizoensstart een bijrol toegedicht. Maar de jonge ploeg die de vorige seizoenen al wat ervaring had kunnen opdoen, begon onder impuls van vooral Lucien Olieslagers en Robert Willems opvallend goed te spelen. Na verlies op de openingsspeeldag, stond men na 9 speeldagen en 8 opeenvolgende overwinningen plots op de eerste plaats van de rangschikking. Ondanks een zware crisisperiode waarin trainer Bert D'Hollander met een beperkte kern nieuwe kwetsuren van enkele basisspelers moest zien op te vangen, werd de eerste plaats niet meer afgestaan. Op de voorlaatste speeldag won Lierse met 3-0 van RFC Liégeois. Het had met nog 1 speeldag te gaan drie punten voorsprong op uittredend landskampioen RSC Anderlechtois.

Door deze derde landstitel werd voor het eerst deelgenomen aan de Europese competities. Lierse was hiermee de eerste Belgische ploeg uit een provinciestad die uitkwam in een Europacup. Maar in de Beker voor Landskampioenen werd men reeds in de eerste ronde uitgeschakeld, na twee nederlagen tegen grootmacht FC Barcelona. De thuiswedstrijd tegen Barcelona werd op het veld van Anderlecht afgewerkt, omdat het toenmalige Lisperstadion niet voldeed. Dit was de aanzet om een lichtinstallatie en twee nieuwe tribunes te bouwen: de huidige hoofdtribune en "Den Berg", die in de loop van de jaren zestig voltooid werden.

Lierse kon in de nationale competitie niet bevestigen, en werd de volgende seizoenen opnieuw een middenmoter. In 1969 ging wel de Beker van België voor de eerste keer naar Lierse. In het Heizelstadion werd voor 26.000 toeschouwers Racing White met 2-0 verslagen na doelpunten van Neel De Ceulaer en André Denul. Hierdoor kwam de club het volgende seizoen uit in de Beker voor Bekerwinnaars, waarin het in de tweede ronde uitgeschakeld werd door Manchester City FC.

Jaren 1970: tweede bekerfinale en Lierse verbaast Europa Het volgende decennium werden geen nationale successen geoogst, buiten het bereiken van de bekerfinale in 1976. Maar door enkele ereplaatsen speelde de club wel af en toe Europees.