MC5 (Motor City 5) was een Amerikaanse protopunkband uit Detroit, die in de succesvolle bezetting bestond van 1965 tot en met 1972. De band viel korte tijd op door zijn explosieve, energieke muziek en optredens, gecombineerd met het militante politiek activisme van de Amerikaanse counterculture. De band wordt tot de belangrijkste Amerikaanse hardrockgroepen van zijn tijd gerekend. VH1: '100 Greatest Hard Rock Artists': 1-50, Rock On The Net. Gearchiveerd op 7 juni 2023.
Belangrijk invloeden op de bandleden kwamen onder meer uit de rhythm & blues, free jazz, The Rolling Stones, de beatnik beweging en protestliederen zoals die van Bob Dylan. De band experimenteerde met al deze elementen in hun explosieve rock. De MC5 was zelf van invloed op onder andere de hardrock, garagerock en punk.
Geschiedenis De geschiedenis van de MC5 begon op Lincoln Park Highschool, Michigan. Gitaristen Wayne Kramer en Fred "Sonic" Smith besloten in 1963 om hun bands (respectievelijk The Bounty Hunters en The Vibratones) samen te voegen. In 1964 werd Rob Tyner aan de band toegevoegd – eerst nog in een poging om van hem bassist te maken, maar vanaf 1965 was hij zanger. Tyner was ook de bedenker van de naam MC5. Patt Burrows speelde bas; Bob Gaspar drums. In 1965 moest Burrows plaats maken voor bassist Michael Davis en later dat jaar werd Gaspar vervangen door Dennis Thompson. Vanaf dat moment was de line-up van de MC5 definitief.http://makemyday.free.fr/mc5timeline.htm. Gearchiveerd op 5 juni 2023.
De band stond in de eerste jaren niet bekend om zijn discipline. Regelmatig kwamen de bandleden niet opdagen bij een geboekt optreden of speelden ze korter dan beloofd. Daar kwam verandering in toen ze een manager kregen, in de loop van 1967: John Sinclair.The Rise And Fall Of The MC5. Rock Music And Counterculture Politics in the Sixties. Michael DeWitt Cary, 1985. Proefschrift Lehigh University, USA, pp. 61 - 63.
Sinclair was de belangrijkste persoon in The Artists Workshop. Deze commune in Detroit was een vrijplaats voor kunstenaars, dichters, artiesten, hippies en beatniks. Er was een crew voor lichtshows, poster-artiesten én een podium, genaamd de Grande Ballroom. Niet in de laatste plaats trok de commune jongeren aan vanwege zijn vrije gebruik van marihuana. De Workshop werd daarom vanaf de oprichting (in november 1964) scherp in de gaten gehouden door de autoriteiten in Detroit. Sinclair werd in de beginjaren bijvoorbeeld tweemaal veroordeeld voor het bezit of het verstrekken van marihuana, onder anderen aan een undercoveragent. Eind januari 1967 voerde de politie een forse charge uit waardoor de Workshop deels uiteen viel. In de zomer van 1967 wist Sinclair de boel opnieuw te organiseren, dit keer onder de naam Trans Love Energies. Men verklaarde zich onder meer solidair met de protesten in Detroit in 1967, die samengingen met de hevigste en meest bloedige rellen in de Amerikaanse moderne geschiedenis tot nu toe.
Onder leiding van Sinclair smolten Trans Love Energies en de MC5 samen en kon de band beschikken over onderdak, een oefenruimte, een geleende bus en een lening voor nieuwe apparatuur. Van een klein budget nam de band begin 1968 zijn tweede single op: Looking at You/Borderline. Het werd geen commercieel succes maar het plaatje bezorgde hen wel nieuwe optredens. De mix van Trans Love’s activisme en het radicale geluid en gedrag van de MC5 leverde de band een reputatie op. De sfeer tijdens concerten was vaak gespannen. Werden shows niet onderbroken omdat bandleden waren betrapt op het roken van marihuana, dan trok een schuldeiser of ontevreden club-eigenaar wel de stekker uit de installatie tijdens een optreden. Even zo vaak werd de show echter hervat, onder druk van het publiek, wat de MC5 verder sterkte in zijn tegencultuur-attitude. Verontruste ouders en burgers deden aangifte van 'obsceniteiten', onder meer omdat Tyner op het podium een Amerikaanse vlag in stukken trok om vervolgens de freek flag te hijsen met daarop een groot marihuanablad, omdat een naakt lid van de crew het publiek voorging in meditatie (Ohm…), en bovenal omdat Tyner het woord “Motherfuckers” de zaal in schreeuwde.DeWitt Cary, pp.68 - 69 De massale aanwezigheid van de politie tijdens optredens en de gespannen sfeer droegen alleen maar verder bij aan de lokale cultstatus van de band.
De band werd al snel zo geliefd en succesvol dat ze de vaste openingsact werd voor grote namen in de Grande Ballroom, waaronder Cream, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Blood Sweat and Tears en Big Brother and the Holding Company. Sommige acts raakten geïntimideerd door dat succes en weigerden te spelen nadat de MC5 een uitzinnige en kolkende massa in de Ballroom had achtergelaten.MC5 * A True Testimonial, Documentaire van David C. Thomas en Laurel Legler, 2002
Trans Love Energies was inmiddels verder uitgegroeid tot een centrum voor een alternatieve cultuur, gevoed door verontwaardiging over onder meer rassenongelijkheid in de VS, Vietnamoorlog, en de algehele agressieve houding van de autoriteiten. Er volgden van tijd tot tijd verdere arrestaties en intimidaties van de politie. Als reactie werd in maart 1968 het manifest 'Total Assault on the Culture' gepubliceerd in het eigen ondergrondse blad (Sun), waardoor de verhoudingen nóg verder op scherp werden gezet, ook met verontwaardigde burgers in Detroit. Trans Love Energies inclusief de MC5 verhuisde daarop naar een aantal panden in de relatief rustige studentenplaats Ann Arbor, nabij Detroit.
Het succes van de MC5 ontging ook de platenmaatschappijen niet. In de zomer van 1968 kreeg de band een contract bij Elektra. En in het verlengde kregen meteen ook The Stooges, als zusterband van de MC5 uit Ann Arbor, een contract bij die maatschappij. Sinclair werd zich ondertussen meer en meer bewust van de politieke macht die de MC5 kreeg:
Eind augustus 1968 speelde de MC5 op het alternatieve Festival of Life in Chicago, georganiseerd als tegenhanger voor de Democratic National Convention in die week. Het harde optreden van de politie tegen honderden betogers liet andermaal zien dat de counterculture in hun eigen ogen een beweging was geworden waarmee de autoriteiten rekening moesten houden.
Kick out the Jams (Motherfuckers!) Het eerste wapenfeit bij Elektra was het opnemen van een live-album. Ofschoon het in de industrie ongebruikelijk was dat een band als debuut een live-plaat uitbracht, zag ook Elektra-baas Jac Holzman in dat het geluid en de energie van de MC5 het beste live tot hun recht zouden komen. De opnamen voor Kick out the Jams vonden plaats op 30 en 31 oktober 1968, in de Grande Ballroom. De titel verwijst naar een zegswijze van de band die normaliter niet onder de indruk was van de acts in de Grande Ballroom. Vooral de optredens van Britse bands die in die tijd Amerika overspoelden werden door de leden van de MC5 weggezet als slappe jamsessies. 'Kick out the Jams' wil daarom zoveel zeggen als 'ophoepelen met dat gepiel'. Aan deze kreet voegde Tyner steevast 'Motherfuckers!' toe, zo ook tijdens de opnamen.
Direct na de opnamen richtte Sinclair in november 1968 de White Panther Party op, in een poging om meer gewicht en vorm te geven aan het politiek-revolutionaire karakter van de counterculture. Sinclair's beweging was bedoeld als het blanke verlengstuk van de Black Panther Party en de White Panthers verklaarden zich dan ook als eerste eens met het programma van de zwarte zusterorganisatie. De eerste twee statements uit het 10-punten programma van de White Panthers luidden als volgt:
Full endorsement and support of the Black Panther Party's 10-point program and platform. Total assault on the culture by any means necessary, including rock and roll, dope, and fucking in the streets.The White Panther State/Meant. Herdrukt in Guitar Army. Rock and Revolution with The MC5 and the White Panther Party, John Sinclair, 1972/2007, Process Media, Los Angeles (CA), pp. 90 - 91.
De White Panthers waren, net als de Black Panthers, bedoeld als een militante club die een guerrilla predikte om de culturele revolutie tot stand te brengen. Rockmuziek was een van de belangrijkste wapens in de strijd. De leden van de MC5 bezetten prominente plekken in de organisatie. Tyner was Minister van Cultuur, de overige bandleden waren alle Minister van Oorlog. Sinclair zelf was Minister van Informatie. De band liet zich portretteren met geweren, gitaren, en White Panther-symbolen waardoor ze definitief verbonden raakte met (gewelddadig) politiek activisme. Niet alle bandleden realiseerden zich ten volle wat dit imago betekende voor de buitenwereld; zij wilden vooral goede rockmuziek maken en politiek leek voor hen een bijzaak.Zie het interview met Dennis Thompson in de documentaire MC5 * A True Testimonial.
Toen Kick out the Jams uitgebracht moest worden, schreef Sinclair uitgebreide liner notes voor de binnenkant van de hoes. Hij herhaalde hierin de retoriek van de culturele revolutie, rockmuziek, drugs en "fucking in the streets". Ofschoon er grote twijfels waren over het effect van zoveel activisme op en rond het album, stemde Holzman van Elektra er in eerste instantie mee in dat de plaat helemaal werd geproduceerd zoals de band het wilde. Enkele distributeurs en verkopers vonden het album echter vulgair en obsceen en ze weigerden het te verkopen, al helemaal aan minderjarigen. Ook Hudson's, het grootste warenhuis van Detroit, weerde Kick out the Jams uit zijn schappen. In een geïrriteerde reactie plaatste de band samen met Sinclair een advertentie in de Ann Arbor Argus (maart 1969) met de tekst:
Ook zetten Sinclair en de MC5 er, zonder permissie, het logo van Elektra bij. Holzman was furieus. Uiteindelijk deed de ophef rond het in de ogen van velen, obscene album Elektra besluiten om een gecensureerde versie uit te brengen, om toch nog iets te kunnen verdienen aan de LP. Het gewraakte 'Motherfuckers!' werd vervangen door 'Brothers and Sisters', door Tyner ingesproken tijdens de live-opnamen, in de veronderstelling dat het om een reclameslogan ging. Dit keer werd de band niet om toestemming gevraagd. Na een korte strijd in de pers werd het contract met Elektra ontbonden in april 1969.
Ook al voor het Hudson's-incident was de band klem komen te zitten tussen de commercie van Elektra en de eigen achterban. In december 1968 deed de MC5 een kleine toer aan de oostkust van de VS. Een anarchistische beweging uit in New York, The Motherfuckers, had daar bedongen dat de populaire Fillmore East elke donderdagavond gratis toegankelijk zou zijn. Uitgerekend op een donderdagavond (26 december 1968) wilde de MC5 het album promoten in de Fillmore, maar directeur Bill Graham was niet van plan om de Motherfuckers nog langer onbetaald toegang te geven. Als compromis kocht Elektra 500 tickets op, om ze gratis door te spelen aan de anarchisten – immers geestverwanten in de counterculture. Graham bleef echter geïrriteerd, verscheurde de kaartjes en posteerde zichzelf bij de deur om geen ongewenste gasten toe te laten. Terwijl de spanning tussen de gefrustreerde Motherfuckers en ‘de industrie’, d.w.z. Graham en Elektra, toenam arriveerde juist de MC5 in een gehuurde luxe limousine. Dat betekende nog meer verraad in de ogen van de anarchisten, die de band toch al verantwoordelijk hielden voor alle problemen met de Fillmore die avond.Zie het interview met Danny Fields, sectie deleted scenes in de documentaire MC5 * A True Testimonial. Uiteindelijk wisten sommige Motherfuckers toch binnen te komen. Ze openden de zijdeuren van het pand om de rest van de meute binnen te laten. Mede door de verziekte sfeer waren de recensies van het optreden lauw; de MC5 zou de hooggespannen verwachtingen van 'revolutie' niet hebben kunnen waarmaken.DeWitt Cary, pp. 89 - 92 Fillmore-directeur Graham hield aan alle commotie een gebroken neus over, waardoor de band andermaal imago-schade opliep bij belangrijke figuren in de muziekindustrie.