Het West-Fries (West-Fries: Westfriesch of Westfries, Fries: Westfrysk) is een verzamelnaam voor een aantal Hollandse dialecten met Friese invloeden die van oudsher gesproken worden in de provincie Noord-Holland, meer bepaald in de regio West-Friesland.
Ook de polders benoorden het oude West-Friesland (Wieringermeer, Anna Paulowna), de kuststrook van Den Helder tot Castricum (onder andere Egmond, Zijpe), het voormalige eiland Wieringen en het eiland Texel kunnen worden gerekend tot het gebied waar West-Fries wordt gesproken.
De West-Friese dialecten bevatten Ingveoonse invloeden en behoren tot de Friso-Frankische dialecten, net als het Bildts en het Stadsfries.
Aan de spelling van geen enkel in Nederland gesproken dialect kan de status officieel worden toegekend, zodoende ook niet aan de spelling van het Westfries. Wel is er de door de Stichting Creatief Westfries geadviseerde spelling die geldt voor het gebied binnen de Westfriese Omringdijk. Deze spelling is gebaseerd op het 'Westfries woordenboek' en het werk 'Het Westfries Inventarisatie van dialectkenmerken' waarin o.a. de Westfriese grammatica aan de orde komt. De spelling die in dit artikel gebruikt wordt is een van de mogelijke spellingen. Ze komt grotendeels overeen met de spelling in het Westfries woordenboek van Pannekeet, maar wijkt er soms ook vanaf.
Naast deze spellingswijze bestaat er nog een bekende spelling, die volgens de West-Frieze-Styk.
Naam De naam "West-Fries" slaat in de eerste plaats op de regio "West-Friesland", maar verwijst ook naar het Fries. De dialecten van de regio Noord-Holland vertonen dan ook allerlei Friese kenmerken. Op bijgaand kaartje wordt deze begrenzing aangehouden maar de dialecten die taalhistorisch West-Fries genoemd zouden kunnen worden, worden of werden ook zuidelijker gesproken tot in Waterland en de Zaanstreek. In de traditionele dialectologie wordt het zogenaamde Strand-Fries, gesproken in de Zuid-Hollandse visserdorpen, als een verwante categorie genoemd. Er bestaan verschillende theorieën over de herkomst van deze Friese kenmerken.
Algemeen gaat men ervan uit dat tot ver in de middeleeuwen een Friese taal, verwant aan het Oudfries, de omgangstaal was in het huidige West-Friesland. Pas vanaf de 16e en 17e eeuw is de spreektaal als gevolg van ontfriezing definitief onder invloed van het Frankisch bepaalde Hollands komen te staan. Als substraat heeft het Fries echter tot in de 19e eeuw stand gehouden in eigen dialectvormen. Een vergelijkbare theorie veronderstelt dat niet alleen West-Friesland maar ook het gewest Holland ooit Friestalig was. De tegenwoordige Hollandse dialecten zouden dan sterker door het uit het zuiden komende Frankisch zijn beïnvloed dan de West-Friese. De huidige dialecten kennen volgens deze theorie nog altijd een Friese invloed, het zogenoemde "Friese Substraat". Daartegenover zou dan een Hollands/Frankisch superstraat staan. Voorts is het mogelijk dat het West-Fries een eigen ontwikkeling heeft ondergaan en dat de Friese kenmerken bij nadere beschouwing niet per se Fries maar Ingveoons moeten heten. De Ingveoonse theorie maakt vergelijking met de taal van de visserdorpen en het Zeeuws en West-Vlaams mogelijk. Inderdaad delen alle kustdialecten bepaalde kenmerken. Vanuit wetenschappelijk perspectief is deze theorie het werkbaarst: het West-Fries valt goed te herleiden op het West-Germaans en is derhalve te zien als een eigen ontwikkeling. Het huidige Fries en het West-Fries hebben vanuit het kust-West-Germaans, ook wel Ingvaeoons genoemd, ieder een eigen ontwikkeling doorgemaakt. Daarbij is het West-Fries veel sterker dan het Fries door het Frankisch beïnvloed geraakt. De term "Frisofrankisch", werd vroeger wel gebruikt om het West-Fries te typeren, maar suggereert ten onrechte een mengtaal.
Tegen elk van deze theorieën zijn argumenten in te brengen, maar de tweede heeft in de dialectkunde de meeste aanhang.
Het West-Fries is in de eerste plaats verwant aan Zaans en Waterlands (en daarmee ook met het Volendams). Op grotere schaal kan het West-Fries, dat dus als Ingveoons beschouwd kan worden, in verband worden gebracht met de West-Germaanse kusttalen dus met Zeeuws, West-Vlaams en zelfs Engels.
De naam "West-Fries" levert soms verwarring op. Wat in Nederland als 'Fries' wordt aangeduid, wordt in het buitenland 'West-Fries' genoemd ter onderscheiding van het 'Oost-Fries' dat in Duitsland (Ostfriesland) gesproken wordt, hoewel dat overigens sinds de middeleeuwen niet meer taalkundig tot het Fries gerekend kan worden en sindsdien een regionale aanduiding is geworden voor het Nedersaksische dialect ter plaatse. De Nederlandse begripstermen "West-Fries" en "Westfries" mogen dus niet gelijkgesteld worden met het Engelse Western Frisian en het Duitse West-Friesisch, verwarrende begripsnamen die in deze talen gebruikt worden voor het Nederlandse begrip Friese taal annex het Westerlauwers Fries (zie onder West-Fries voor deze en andere begrippen samengesteld uit de woorden 'west' en 'Fries'). Regionaal-geografische en taalkundige aanduidingen zijn in de loop van eeuwen gaan verschuiven. Men mag daarom de huidige begripsbepalingen niet als rechtstreeks afgeleid van de historische begrippen zien.
Pluriformiteit Het West-Fries is geenszins een strak en eenduidig dialect te noemen. Het bestaat uit diverse dialecten die evenwel op bepaalde punten sterk overeenkomen. Het West-Fries verschilt van dorp tot dorp en het is zeker niet ondenkbaar dat een spreker uit het ene deel van West-Friesland een spreker uit een ander deel in sommige woorden en uitdrukkingen niet zal verstaan. Een belangrijk onderscheid valt te maken tussen:
Land-West-Fries Derpers Mid-West-Fries Oostelijk West-Fries Westelijk West-Fries Eiland-West-Fries Enkhuizens Tessels Vlielands Wierings
Het Wierings en het Tessels zijn in vele opzichten veel conservatiever dan de dialecten op het oorspronkelijke vasteland. Ook het Enkhuizens is conservatiever en sluit dan ook meer aan bij het Eiland-West-Fries.
Het Land-West-Fries valt op zijn beurt ook weer onder te verdelen in verschillende dialectgroepen. Jan Pannekeet doet in zijn uitgebreide studie naar het West-Fries een voorstel om het Land-West-Fries te splitsen in drie hoofdgroepen. Dit zijn: "Drechterlands" of "Oostelijk West-Fries", gesproken in het oostelijk deel van het oude ambacht Drechterland. het "Mid-West-Fries" ter hoogte van de lijn Medemblik - Hoorn en "Westelijk West-Fries" voor de regio rond Schagen en Langedijk.
Ook binnen deze groepen zouden weer grenzen getrokken kunnen worden. Iemand uit Schagen zou een spreker uit Wieringerwaard of Callantsoog dan ook vrij gemakkelijk aan uitspraakkenmerken herkennen. Het hoeft geen betoog dat voor iemand die zelf niet uit de regio komt dergelijke accentverschillen zo goed als onhoorbaar zijn.
Er zijn nog een paar dialecten die door eigen ontwikkelingen sterk afwijken van de rest, zoals het Derpers, dat in Egmond aan Zee wordt gesproken. Dit dialect kenmerkt zich vooral door ontronding, een proces dat ervoor heeft gezorgd dat veel West-Friese u-klanken in dit dialect e of i geworden zijn. Het verder in heel West-Friesland gebruikelijke "Durp" (dorp) is in het Derpers op deze manier dus "Derp" geworden.
Omdat er veel verschillende dialecten in het West-Fries zijn, hebben sommige woorden meerdere vertalingen. Enkele voorbeelden zijn: "straks" kan in het West-Fries vertaald worden met drekkies, déimie, dalek, flussies, temee, strak en strakken(-an) "een grote hoeveelheid" kan ook op allerlei manieren aangeduid worden: bonk, bult, flap, goffer(d), gons, oos, houp, knok, lap, mep, plok, plomp, puist, skep, zeêlt en zoôt "over straat zwalken" kent talloze uitdrukkingen in het West-Fries: bentele, flentere, fliddere, gnarte, horte, jachte, saggele (flirtend op straat zwalken), sjaggele, swabbere en natuurlijk de West-Friese variant van het werkwoord zelf: swalke. Zegwijzen als Op sjouw weze en De runnik op weze betekenen tot slot ook nog zwalken. "gezellig": opvallend is het aantal vertalingen van het woord gezellig. Gezellig wordt beschouwd als een typisch Nederlands woord dat in vele andere talen ontbreekt. Het Duitse woord "Gemütlichkeit" en het Deense woord "Hygge" komen in sommige gevallen qua betekenis overeen. Het Westfries heeft opmerkelijk genoeg meerdere vertalingen voor het woord 'gezellig' en 'gezelligheid' en vertalingen voor verschillende vormen van gezelligheid: anhoud (letterlijke vertaling van het woord 'gezelligheid'), houwelijk (letterlijke vertaling van het woord 'gezellig'), beurze (gezellig samenscholen), klassinère (gezellig kletsen), knuttig (beknopt, klein, aardig knus), kóndere (gezellig meepraten/later gezellig in gesprek komen), krôze (gezellig praten met kinderen), loeker (behaaglijk), lòlle (gezellig keuvelen), noffelijk (Fries: noflik, letterlijke vertaling van gezellig maar ook gangbaar als genoeglijk), smoek (Fries: smûk, letterlijke vertaling van gezellig), snokker (fijn/gezellig), teute (gezellig babbelen).
Gemeenschappelijke kenmerken Ondanks het pluriforme karakter van de West-Friese streektaal zijn er een aantal belangrijke gemeenschappelijke kenmerken. De West-Friese dialecten zijn wel sterk door Hollandse beïnvloed, maar kennen allen tezamen ook eigen ontwikkelingen, die het West-Fries een eigen taalgeschiedenis bezorgen.
Een oud voorbeeld van zo'n ontwikkeling is de ontronding in woorden die wij in het moderne Nederlands terugzien als "brug", "mug", "knuppel". Alle West-Friese dialecten kennen hier de afwijkende vormen "breg", "meg" en "kneppel". Deze klankontwikkeling komt ook voor in het Oudfries, maar tevens in het West-Vlaams en het Zeeuws.
Een ander, bekender kenmerk dat West-Friese dialecten bindt is het ontbreken van het voorvoegsel "ge-" bij voltooide deelwoorden. Ook hierbij valt de overeenkomst met het Fries en het Engels op.
Gemeenschappelijke kenmerken vertonen de West-Friese dialecten zowel in fonetiek en morfologie als in de syntaxis. Zo kennen de West-Friese dialecten een gezamenlijke klankwet die van de oorspronkelijke e in woorden als "kerstmis", "derde" en "hersens" een a maakt: karsemis, darde, harses.
De Nederlandse "aa" klinkt in West-Friese dialecten nogal eens als een "ee"-klank: "schaap" is zo in het Land-West-Fries skeip. In woorden als "zoon" en "zomer" duikt in het West-Fries een eu op: zeun, zeumer. Dit laatste kenmerk wordt getypeerd als Ingveoons.
Een heel bekend fenomeen is de uitspraak sk- waar het Standaardnederlands een "sch-" kent: skitterend, skool (soms: skoel). Deze sk- is historisch; sch- in het AN is een latere ontwikkeling.
In sommige West-Friese dialecten wordt de uitgang -sk gebruikt, waar in het Nederlands de uitgang -s (vroeger gespeld: -sch) wordt gebruikt. De uitgang -sk wordt bijvoorbeeld gebruikt in aardrijkskundige namen, zoals "Nederlandse", dat in het West-Fries dan "Neerlandske" wordt. "Noord-Hollandse" wordt "Noôrd-Hollandske". "West-Fries" heet dan logischerwijs "West-Friesk". Ook op andere plaatsen waar vroeger -sch gespeld werd komt -sk voor, bijvoorbeeld waske voor "wassen". De -sk is historisch en kwam in alle Germaanse talen ooit voor. In het moderne Fries is de -sk nog steeds veelvoorkomend. In het West-Fries geldt de uitgang tegenwoordig als archaïsch en wordt door de meeste dialectsprekers vervangen door -s.
Ook in woordvorming of morfologie blijken de West-Friese dialecten verbonden. Woorden als "eterstijd" zijn in het Standaardnederlands ongewoon, maar komen in het West-Fries in regionaal verschillende vormen als eterstaid en eterstied voor. Een ander opvallend kenmerk is het veelvuldig gebruik van het achtervoegsel "-igheid", iets dat West-Friese sprekers ook kenmerkt als ze AN proberen te spreken.