Heerlen (; Limburgs: plaatselijk Heële) is een stadANWB Topografische Atlas Limburg (2005) - kaart 77 198-321 . en gemeente in het zuidoosten van de Nederlandse provincie Limburg. Op had Heerlen inwoners (CBS). Heerlen is daarmee de grootste gemeente in de Oostelijke Mijnstreek, en de vierde van Limburg, na Maastricht, Venlo en Sittard-Geleen.
De geschiedenis van Heerlen gaat ver terug. De Romeinen stichtten er een nederzetting met de naam Coriovallum en bouwden er een thermencomplex, dat geldt als het oudste gebouw in Nederland.'Romeins badhuis Heerlen oudste gebouw van het land', De Limburger, 10-2-2020. Als 'Herle' bleef de plaats bewoond in de middeleeuwen. Indrukwekkende groei volgde pas weer aan het begin van de twintigste eeuw, door de winning van steenkool. De mijnbouw zorgde voor welvaart en bevolkingsgroei. Na het verdwijnen van de mijnen kampte Heerlen lange tijd met werkloosheid en economische tegenspoed. Deze werd deels opgevangen door de vestiging van een aantal grote bedrijven en overheidsinstanties.
Bestuurlijk wordt Heerlen gevormd door vier stadsdelen - Heerlen-Stad, Heerlerheide, Heerlerbaan en Hoensbroek - die weer in afzonderlijke wijken zijn verdeeld. Heerlen maakt deel uit van het bestuurlijke samenwerkingsverband Parkstad Limburg, waar in totaal ruim 250.000 mensen wonen. Sedert 2006 kende deze stadsregio de bijzondere status van plusregio. Deze status is in 2014 weer afgeschaft.
Geschiedenis
Tot 1900 Hoewel er sporen zijn van eerdere bewoning, begon de bewoningsgeschiedenis van Heerlen pas met de komst van de Romeinen. Deze stichtten er 2000 jaar geleden een militaire nederzetting, die zij de naam Coriovallum gaven. De Romeinen bouwden onder meer een badhuis en bedreven er pottenbakkerij.
De oudste schriftelijke vermelding van Heerlen of 'Herle' is in een akte van 1065. Heerlen ontwikkelde zich tijdens de middeleeuwen mondjesmaat als landbouwdorp, met molens en boerenhoeven. Centraal stond de 11e-/12e-eeuwse burcht Landsfort, waarbinnen zich ook de kerk bevond. Heerlen kreeg overigens geen stadsrechten en ontwikkelde zich dan ook niet verder tot een stad.
Tot diep in de 19e eeuw was Heerlen een tamelijk geïsoleerd dorp. Hoofdmiddel van bestaan was de landbouw, goede aan- en afvoerwegen ontbraken. Wilde men met de trein reizen, dan moest men eerst te voet naar Simpelveld (aan de spoorlijn Aken - Maastricht) of Sittard (de spoorlijn Maastricht - Venlo) om daar de trein te nemen. Men kon ook met de postwagen gaan naar Valkenburg, Sittard of Aken. Pas in 1896 kwam de spoorlijn Sittard - Herzogenrath tot stand, aangelegd door de spoorwegbouwer Henri Sarolea, die later met de gebroeders Carl en Friedrich Honigmann de directie zou voeren van de Oranje-Nassaumijnen.
Mijnstad Die spoorlijn was dringend gewenst in verband met de exploitatie van steenkool. In 1894 was al begonnen met de aanleg van de Oranje-Nassaumijn I, 1899–1974, die vijf jaar later in productie ging. Op Heerlens grondgebied kwamen nog drie mijnen: de Oranje-Nassau III (1917–1973) te Heerlerheide, Oranje-Nassau IV (1927–1966) te Heksenberg en Staatsmijn Emma (1911–1973) in Treebeek (destijds grondgebied van de gemeente Heerlen).
De bevolking nam in korte tijd explosief toe: van een dorpje met 6646 inwoners in 1900 tot een stad van 32.263 inwoners in 1930. Voor al deze mensen uit binnen- en buitenland moesten huizen, scholen, winkels en een ziekenhuis gebouwd worden, wegen worden aangelegd enzovoorts, en dat alles in zeer korte tijd. Het is daarom niet verwonderlijk dat nog maar weinig historische gebouwen bewaard zijn gebleven. In de grote verandering van dorp tot stad vond men ze niet meer passen in een modern stadsbeeld en dus werden ze gesloopt. Beeldbepalend voor Heerlen in de mijnbouwperiode waren de hoge schoorstenen bij een steenkolenmijn. Deze schoorstenen werden in de volksmond aangeduid als Lange Jan (1938-1976, 138m) en Lange Lies (1953-1976, 155m), en waren van zeer grote afstand al zichtbaar.
Er herinnert nog maar weinig aan dat steenkoolverleden van de stad. De steenbergen zijn afgegraven en veranderd in woonwijken of parken, de koeltorens en grote schoorstenen zijn verdwenen. Het schachtgebouw van de Oranje-Nassau I is nog het meest in het oog springende en directe overblijfsel. Ook de vele wijken die in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog zijn aangelegd vormen nog steeds sprekende getuigen van die markante periode uit Heerlens geschiedenis. De enige overgebleven steenberg in originele staat (tevens van heel Nederland), van de Oranje-Nassau IV, ligt aan de rand van de Brunssummerheide, maar wordt bedreigd met afgraving, omdat er kostbaar zilverzand onder ligt.
Wel zijn nog hier en daar in Heerlen markante gebouwen bewaard gebleven die herinneren aan de tijd dat Heerlen en de Oostelijke Mijnstreek een groeigebied was. In 1935 kwam een zeer befaamd geworden gebouw gereed, het Glaspaleis van opdrachtgever en lokale winkelier Peter Schunck.
Regeneratie Na jaren van verval en restauratie is het Glaspaleis in 2004 weer in gebruik genomen, nu als cultureel centrum. Het gebouw staat midden in de stad, omgeven door de drie centrale pleinen: Bongerd (marktplein), Pancratiusplein en Emmaplein. Het is een nationaal monument en volgens een klassering der Union of International Architects een van de duizend belangrijkste 20e-eeuwse gebouwen ter wereld. Daarnaast hebben het gebouw en de restauratie vele onderscheidingen ontvangen. Een van de aspecten waarin het zijn tijd ver vooruit was is het energiegebruik. Al snel na de ingebruikname bleek dat de geïnstalleerde verwarming zelfs in de winter niet nodig was, omdat het als een broeikas werkt.
Tussen 2012 en 2019 onderging het stationsgebied van Heerlen een grootschalige metamorfose met de bouw van het Maankwartier, een multifunctioneel complex van 90.000 m² dat circa 170 tot 200 miljoen euro kostte.Maankwartier, Heerlen, M. Huisman, Architectuurgids, geraadpleegd op 19 augustus 2026.Heerlen is hard op weg naar een Waan(zin)kwartier, Visie op Vastgoed, 9 september 2013. Het door kunstenaar Michel Huisman ontworpen project overspant het spoor en herbergt onder andere het NS-station, woningen, winkels, kantoren en een hotel.Nieuw station Heerlen Maankwartier, ProRail, geraadpleegd op 19 augustus 2026. De opvallende architectuur is geïnspireerd op een Zuid-Europese vestingstad en dient als fysieke en sociale verbinding tussen het centrum en het noordelijk stadsdeel.Maankwartier Heerlen: moderne citadel of luchtkasteel?, Blauwe Kamer, 10 mei 2021.
Geografie thumb|Topografisch kaartbeeld van de gemeente Heerlen, september 2022. Klik op de kaart voor een vergroting. De plaats Heerlen ligt in het Bekken van Heerlen, waar de Geleenbeek samen met verschillende zijrivieren ontspringt.
Heerlen is een langgerekte gemeente, en onderdeel van de Oostelijke Mijnstreek. Er zijn aanzienlijke hoogteverschillen. Het centrum ligt op ongeveer 120 meter hoogte. Door toedoen van de steenkoolmijnen en de bijbehorende verspreide bebouwing ontstond een tamelijk volgebouwd gebied dat zich uitstrekt over aangrenzende (en geannexeerde) steden als Hoensbroek, en naburige gemeenten als Brunssum en Landgraaf. Nadat de mijnen werden gesloten zijn de meeste overblijfselen ervan, inclusief de terrils, verdwenen en werden op deze gebieden bedrijventerreinen ingericht dan wel woonwijken gebouwd. Ook infrastructuur, met name de vrijwel parallel lopende auto(snel)wegen A76 en N281, droegen bij aan versnippering van het landschap.
De openheid van het heuvelland is desondanks herkenbaar op diverse plaatsen: Het dal van de Geleenbeek in het zuidwesten, met Landgoed Ter Worm met onder meer het kasteel, en de omgeving van buurtschap Ten Esschen zijn daar voorbeelden van. Dwars door de stad en ten oosten van het centrum loopt de Caumerbeek, met nog steeds hellingbossen, waaronder het Aambos dat als het stadspark van Heerlen kan worden beschouwd. Her en der vindt men in het stadsgebied van Heerlen nog historische boerderijen.
Ook zuidelijk van de stadsbebouwing vindt men een open gebied, met de buurtschappen Benzenrade en Imstenrade, en het natuurgebied Imstenraderbos, een hellingbos. Ten zuiden daar weer van bevindt zich een door infrastructuur gedomineerd gebied, met bedrijventerrein "De Beitel" van 132 ha, het Knooppunt Bocholtz en een smalle strook langs de A76 tot aan de Duits-Nederlandse grens.
Ten oosten van de Maria-Christinawijk vindt men het natuurgebied Brunssummerheide met Schrieversheide en Heksenberg, onderdeel van het Heidenatuurpark. De belangrijkste parken zijn verder Heidserpark in het noorden van Heerlerheide, en Koumenberg, tussen Heerlerheide en Hoensbroek.
Woonplaatsen Nederlandse naam Limburgse naam Inwoners 2021 HeerlenHeële68.030 HoensbroekGebrook18.860
Wijkindeling Door de mijnindustrie en de toenemende bevolking zijn in de 20e eeuw tussen de oorspronkelijke dorpskernen vele nieuwe wijken ontstaan. Dit heeft ertoe geleid dat alle plaatsen binnen en rondom de gemeente met elkaar verweven werden. Per 1 januari 1982 werd de gemeente Hoensbroek, waarvan de bebouwing voor een groot gedeelte aansluit op die van Heerlen, bij Heerlen gevoegd. Zij vormt sindsdien een onderdeel van het stadsdeel Heerlen-Noord, waarin al eerder het oorspronkelijke dorp Heerlerheide is opgegaan. Sinds 2002 hebben de plaatsen weer hun eigen plaatsnaamborden terug, zo ook Heerlerbaan.
De stad omvat vier stadsdelen te weten Heerlen-Centrum, Heerlerheide, Heerlerbaan en Hoensbroek. Verder is er een aantal wijken/dorpen die ook weer in een aantal buurten zijn onderverdeeld. Geografisch gezien is Heerlen onder te verdelen in drie delen:
Naast deze wijken bevinden zich in de gemeente de volgende buurtschappen: Benzenrade, Bovenste Caumer, Ten Esschen, De Euren, Heihoven, Hondsrug, Imstenrade, Koningsbeemd, Musschenbroek, Onderste Caumer, Schurenberg, Terschuren, Terworm en Vrank.
Demografie De massale immigratie in de mijnwerkerstijd heeft ertoe geleid dat de gemeenschap van Heerlen ingrijpend veranderd is. Andere Limburgers merken dit vooral aan de taalsituatie: nergens anders in Nederlands Limburg neemt het plaatselijk dialect zo'n marginale plaats in, al is het Heerlens nog niet verdwenen. Het Nederlands dat er gesproken wordt is echter zeer zwaar door het Limburgs beïnvloed; zie het artikel Heerlens Nederlands.
De gemeente Heerlen heeft een laag geboortecijfer en een relatief hoog sterftecijfer. In 2021 werden 702 kinderen geboren, waarmee het bruto geboortecijfer uitkwam op 8,1 levendgeborenen per duizend inwoners.Centraal Bureau voor de Statistiek - Geboorte en sterfte per gemeente. Gearchiveerd op 5 juni 2023. Het gemiddeld kindertal per vrouw was in datzelfde jaar 1,39 kinderen per vrouw, wat ongeveer 14% lager was dan het Nederlandse gemiddelde van 1,62 kinderen per vrouw. Het sterftecijfer kwam in 2021 uit op 14,6 sterftes per duizend inwoners, waarmee Heerlen de veertiende positie innam (van de 344 gemeenten) qua hoogte van het sterftecijfer. De gemeente Heerlen had net als de voorgaande jaren ook in 2021 een negatieve natuurlijke bevolkingsgroei van -0,65%.
Religie