Chasmosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de groep van de Ceratopidae, dat in het Boven-Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

De eerste fossielen van Chasmosaurus werden in 1898 in Canada gevonden. Het geslacht kreeg in 1914 zijn naam, die zoiets als 'kloofsauriër' betekent, toen de typesoort Monoclonius belli tot Chasmosaurus belli hernoemd werd. Daarna zijn nog eens acht soorten binnen het geslacht benoemd, maar bij de meeste daarvan denken de geleerden tegenwoordig dat het ook om C. belli gaat of heel andere dinosauriërs betreft. Eén andere soort is wellicht echt: de iets eerder levende C. russelli die maar weinig van C. belli verschilt. In 2026 werd dit echter het aparte geslacht Cryptarcus. Van beide soorten samen is een dozijn skeletten gevonden zodat de wetenschappers een goed beeld kregen van de bouw van het dier.

Chasmosaurus werd ongeveer vijf meter lang en twee ton zwaar. Hij had een langwerpige kop met een kleine neushoorn en twee kleine hoorns boven de ogen. Achteraan de schedel stak een lang nekschild uit waarvan de zijranden bezet waren met kleine driehoekige stekels. In het bot van het schild zaten twee grote openingen waarnaar het dier vernoemd is. Chasmosaurus beet met een hoornsnavel planten af die door nauw aaneengesloten rijen tanden verder verknipt werden en daarna ingeslikt om in de brede buikholte verteerd te worden. De romp werd gedragen door vier stevige poten die wat langer waren dan bij de meeste van zijn directe verwanten, de Chasmosaurinae.

Vondst en naamgeving left|thumb|George Fryer Sternberg prepareert een schedel van Chasmosaurus In 1898 vond Lawrence Morris Lambe, een medewerker van de Geological Survey of Canada, tijdens een expeditie langs de Red Deer River bij Berry Creek in Canada, overblijfselen van het nekschild van een ceratopide. Hoewel hij besefte dat zijn vondst een nieuwe soort vertegenwoordigde, dacht Lambe in 1902 dat die toegeschreven kon worden aan het kort tevoren benoemde geslacht Monoclonius, als een M. belli; de soortaanduiding eert Walter Bell.

Het holotype NMC 491 is gevonden in een laag van de Judith River Formation die dateert uit het Campanien, 75-74 miljoen jaar oud. Het bestaat uit stukken wandbeenderen die de achterrand van de schedelkraag vormen.

In 1905 meenden Timothy William Stanton en John Bell Hatcher dat de soort bij het geslacht Ceratops hoorde en hernoemden haar dus tot Ceratops belli.

Vanaf 1912 vonden Charles Hazelius Sternberg en zijn zonen echter van deze soort verscheidene complete schedels en gedeeltelijke skeletten in Alberta in Canada, verder werden er ook huidafdrukken aangetroffen. In 1913 werden deze nieuwe vondsten bestudeerd door Lambe. Omdat die toch sterk van die van Monoclonius verschilden, benoemde hij in januari 1914 een apart geslacht: Protorosaurus; hierin werd hij gevolgd door Barnum Brown, die zelf in 1910 ook fossielen van de soort gevonden had. Deze naam, die er overigens ten onrechte van uitging dat het directe voorouder van Torosaurus betreft, bleek echter al bezet door een reptiel uit het Perm: Protorosaurus Meyer 1830. In februari 1914 veranderde Lambe dit daarom in Chasmosaurus, vanuit het Klassiek Griekse χάσμα, chasma, 'opening' of 'kloof', een verwijzing naar de grote langwerpige openingen in het nekschild, de pariëtaalvensters. Lambe wees nu ook een paratype aan, in 1913 door de Sternbergs nabij het holotype gevonden in Quarry 037, specimen NMC 2245. Dit bestaat uit een vrij compleet skelet met schedel, onderkaken en huidafdrukken. Charles Mortram Sternberg meende later dat het om het, kleinere, mannetje van de soort ging. left|thumb|AMNH 5401, waarvan de identiteit omstreden is Na 1914 zijn er opnieuw vondsten gedaan door Lawrence Lambe en ook anderen hebben sindsdien overblijfselen, zoals schedels gevonden. Deze tonen een zekere variatie. Op grond daarvan zijn nieuwe soorten benoemd. Sommige daarvan worden tegenwoordig gezien als jongere synoniemen van C. belli. Dit geldt allereerst voor Chasmosaurus kaiseni, benoemd door Brown in 1933 voor schedel AMNH 5401, door hem in 1913 gevonden, waarvan de wenkbrauwhoorns met een lengte van zevenendertig centimeter afwijkend groot zijn en de snuit erg lang is. De soortaanduiding eert Peter Kaisen. In 1990 meende Thomas Lehman dat deze vorm identiek was aan een Chasmosaurus canadensis, zelf een hernoeming van Monoclonius canadensis, later Eoceratops canadensis, gebaseerd op specimen NMC 1254. Tegenwoordig wordt soms aangenomen dat het slechts een individuele of seksuele variatie betreft, soms dat Eoceratops een valide genus is. Van beide soorten is overigens ook gesuggereerd dat zij identiek zouden zijn aan Mojoceratops. Een tweede niet meer als valide beschouwde soort is Chasmosaurus brevirostris, 'de kortsnuit', in 1933 benoemd door Richard Swann Lull voor specimen ROM 839 (eerder 5436), een in 1926 gevonden grote schedel met een lengte van 1,8 meter waarvan de snuit inderdaad erg kort is en de neushoorn relatief lang. Van deze vorm nam Lehman aan dat het slechts een afwijkend individu van C. belli betrof.

Van Chasmosaurus belli is nu een groter aantal exemplaren bekend. Behalve het holotype en paratype zijn in de literatuur vermeld: AMNH 5422, een gedeeltelijk skelet met schedel en rechteronderkaak; AMNH 5402, een gedeeltelijk skelet met schedel en linkeronderkaak; ROM 843 (eerder 5499), een erg compleet skelet met schedel van een ziek exemplaar; NHMUK R4948, een fragmentarisch skelet met gedeeltelijke schedel tussen 1913 en 1920 opgegraven door William Edmund Cutler als een specimen van Eoceratops; en YPM 2016, een schedel. In Nederland toont het Oertijdmuseum De Groene Poort een replica van ROM 843. thumb|ROM 839 (eerder 5436), het type-exemplaar van C. "brevirostris" dat een pathologisch gat heeft in de linkerschildrand Soms zijn chasmosaurussoorten benoemd die tegenwoordig algemeen afgewezen worden omdat ze uitgaan van een te ruim genusconcept. In 1987 hernoemde Gregory S. Paul Pentaceratops sternbergii Osborn 1923 in een Chasmosaurus sternbergi. Deze naam heeft geen navolging gekregen. In 2000 hernoemde George Olshevsky Monoclonius recurvicornis in een Chasmosaurus recurvicornis omdat hij meende dat het om een chasmosaurine ging. Daar deze soort een nomen dubium betreft, wordt deze naam meestal als overbodig beschouwd. left|thumb|390px|NMC 8800, aangevuld met postcrania van C. belli; de voorpoten zijn extreem gespreid opgesteld Er zijn echter ook drie soorten benoemd die mogelijk wel valide zijn. In 1940 benoemde C.M. Sternberg een C. russelli op basis van holotype NMC 8800, een schedel van 194 centimeter lengte die bij Manyberries werd gevonden. De soortaanduiding eert Loris Shano Russell. In 2001 benoemde Robert B. Holmes op grond van holotype NMC 41357, in 1958 ontdekt door Luke Lindoe, een C. irvinensis. De soortaanduiding verwijst naar Irvine. Deze soort zou zich onderscheiden door een bredere snuit, een bijna volkomen reductie van de wenkbrauwhoorns, kleinere slaapvensters en een jongere geologische leeftijd. In 2010 werd hiervoor een apart geslacht benoemd: Vagaceratops. Ook de derde valide soort, Chasmosaurus mariscalensis uit Texas, in 1989 door Lehman benoemd, heeft in 2006 een eigen geslacht gekregen: Agujaceratops.

Van C. russelli die nog bij Chasmosaurus wordt ondergebracht, zijn verder het paratype bekend, specimen CMN 8803, een achterste schildrand; een tweede paratype CMN 8802 dat in 1937 gevonden was, in 1941 als verloren werd gerapporteerd maar in 2011 werd herontdekt en in 2018 beschreven; en de specimina CMN 41933, een achterhoek van een schild; RTMP 81.19.175, de rechterhelft van een schedel; UALVP 40, een schedel van een jong dier in 1920 door George Fryer Sternberg opgegraven; en CMN 2280, een in 1914 door de Sternbergs gevonden fragmentarisch skelet met schedel waaronder een verwonde rechterwenkbrauwhoorn. C.M. Sternberg meende dat dit het, grotere, vrouwtje was van Chasmosaurus belli. Verschillende eerder aan C. russelli toegewezen fossielen, zoals de schedel AMNH 5656, zijn later bij Mojoceratops ondergebracht. Andere vondsten zijn wel gemeld maar nog niet beschreven of ontberen een inventarisnummer. Nog onduidelijk is de identiteit van een beenderlaag ontdekt bij Medicine Hat die voorlopig aan Chasmosaurus is toegeschreven. thumb|De chasmosaurusgroeve van de Sternbergs in de badlands van Alberta Sommige onderzoekers menen dat C. russelli slechts een jonger synoniem is van Chasmosaurus belli. Beide soorten staan in bouw zeker zeer dicht bij elkaar. Een betere stratigrafie heeft echter een argument opgeleverd om toch een onderscheid te maken. De desbetreffende lagen worden tegenwoordig de Dinosaur Park Formation genoemd. Het bleek dat alle vondsten van C. russelli uit de onderste Dinosaur Park Formation stammen en alle van Chasmosaurus belli uit het middelste deel van de lagen dat enkele honderdduizenden jaren jonger is. Er zou dus, als het al niet om verschillende afstammingslijnen gaat, minstens een verschil in anagenese zijn, evolutionaire ontwikkeling in een enkele populatie. In dat laatste geval zou C. russelli de directe voorouder zijn van Chasmosaurus belli en kan men naar voorkeur van een enkele chronospecies spreken of twee soorten onderscheiden.

In 2016 publiceerden James Campbell e.a. echter een studie waarin ze stelden dat het juist niet mogelijk was de exemplaren op stratigrafie of geologische leeftijd te onderscheiden. NMC 8800 bleek uit een vrij jonge laag te komen zodat de soorten elkaar in tijd zouden overlappen. Ze vonden maar één kenmerk waarin de soorten te onderscheiden waren: de scherpte van de inkeping van de achterrand van het nekschild. Mojoceratops zou niet te onderscheiden zijn van C. russelli. In 2026 werd echter een apart geslacht Cryptarcus benoemd; de meeste eerder toegewezen specimina werden daarin niet ondergebracht. Het holotype bleek juist veel jonger te zijn.

Soortenlijst De ingewikkelde naamgevingsgeschiedenis kan worden samengevat in een soortenlijst.

Chasmosaurus belli (Lambe 1902) Lambe 1914: geldige typesoort van Chasmosaurus, = Monoclonius belli Lambe 1902; = Ceratops belli (Lambe 1902) Hatcher vide Stanton & Hatcher 1905; = Protorosaurus belli (Lambe 1902) Lambe 1914 Chasmosaurus kaiseni Brown 1933: wellicht jonger synoniem van C. belli, wellicht ouder synoniem van Mojoceratops, wellicht nomen dubium Chasmosaurus brevirostris Lull 1933: jonger synoniem van C. belli Chasmosaurus russelli Sternberg 1940: valide soort, = Cryptarcus Chasmosaurus sternbergi (Osborn 1923) Paul 1987: = Pentaceratops sternbergii Osborn 1923 Chasmosaurus mariscalensis Lehman 1989: = Agujaceratops Lucas, Sullivan & Hunt 2006 Chasmosaurus canadensis (Lambe 1902) Lehman 1990: wellicht jonger synoniem van C. belli, wellicht ouder synoniem van Mojoceratops, wellicht nomen dubium, wellicht geldige soort, wellicht geldig apart geslacht; = Monoclonius canadensis Lambe 1902; = Ceratops canadensis (Lambe 1902) Hatcher vide Stanton & Hatcher 1905; = Eoceratops canadensis (Lambe 1902) Lambe 1915 Chasmosaurus recurvicornis (Cope 1889) Olshevsky 2000: nomen dubium, wellicht nomen non rite publicatum; = Monoclonius recurvicornis Cope 1889 Chasmosaurus irvinensis Holmes, Forster, Ryan & Shepherd 2001: = Vagaceratops Sampson, Loewen, Farke, Roberst, Forster, Smith & Titus 2010

Beschrijving thumb|ROM 843, het meest volledige skelet van Chasmosaurus belli

Algemene bouw, grootte en onderscheidende kenmerken