Het kasteel (van) Bouchout (ook Boechout) is een kasteel in de Belgische gemeente Meise. Het is een versterkt kasteel waarvan de oorsprong teruggaat tot in de 12e eeuw. Op het domein bevindt zich tegenwoordig Plantentuin Meise.
Oorsprong Het domein van Bouchout speelde in de eerste helft van de twaalfde eeuw een belangrijke rol bij het ontstaan van het hertogdom Brabant. Het domein bevond zich op een uiterst strategische positie tussen het graafschap Vlaanderen en de heren van Grimbergen, de familie Berthout. Het gebied was destijds moerassig, begroeid met beukenbomen en stond bekend als BoucHout, waarvan mogelijk de naam Bouchout is afgeleid.
Tijdens deze periode lukte het Godfried I van Leuven om vrede te sluiten met de graaf van Vlaanderen, zodat hij de aandacht kon richten op de interne problemen van zijn jonge hertogdom. Deze problemen werden vooral veroorzaakt door de opstandige familie Berthout, heren van Grimbergen, die de controle uitoefenden op de belangrijke handelsroutes tussen Brugge en Keulen. Zij bezaten een sterke burcht te Grimbergen en waren niet bereid om zich te onderwerpen aan de hertog van Brabant. Dit leidde vanaf 1139 tot de "Grimbergse Oorlogen" (1852) De Grimbergse oorlog. Ridderdicht uit de 14de eeuw (Gent). Gearchiveerd op 28 januari 2023. en vooralsnog slaagde Godfried II van Leuven, de zoon van Godfried I, er niet in om de Berthouts te verslaan. Godfried III besloot om circa 1150 in nabijheid van het kasteel van de Berthouts, twee burchten te laten bouwen. Het eerste, het kasteel van Nedelaar dat aan de rivier de Zenne stond, werd in 1358 door de Berthouts aangevallen en volledig verbrand. Een poging van Arnold van Craaynem (Kraainem) om de Berthouts te ontzetten mislukte. De Craaynems bezaten domeinen in de regio Sterrebeek, Nossegem en Zaventem en de eerstgekende uit dit geslacht is Lambert van Craaynem. Godfried III had aan Wouter van Craaynem het domein van Bouchout geschonken met de opdracht om daar ook een burcht te bouwen.
Uiteindelijk werden de Berthouts in 1359 verslagen door het gezamenlijke leger van de Vlamingen en de Brabanders. Het machtige kasteel van Grimbergen werd verwoest en ging volledig in vlammen op. Waarschijnlijk is het kasteel van Bouchout aan het einde van de Grimbergse oorlog gebouwd. Volgens Cantillon (1770) Vermakelijkheden van Brabant en deszelfs onderhoorige Landen, deel 2 (Amsterdam). was Bouchout toen reeds een versterkt kasteel. Echter, Willem van Craaynem, de zoon van Wouter, bezat slechts weinig grond (300-400 are) zodat het ook heel goed mogelijk is dat het "kasteel" toen slechts een verstevigde woning was, gebouwd rond 1160-1170. (1606) Gallo-Brabantia (Brussel).
Donjon thumb|Wapenschild van Arnold van Craaynem. Hij vocht in de Grimbergse oorlog tegen de Berthouts, heren van Grimbergen.|150px Daniël van Bouchout (Boechout en ook Wanghe), kleinzoon van Willem van Craaynem, is een van de beroemdste vertegenwoordigers van het geslacht Bouchout. Hij was de eerste die deze achternaam droeg en vocht op 5 juni 1288 tijdens de Slag bij Woeringen, waarbij de onafhankelijkheid van Brabant op het spel stond. Daniël van Bouchout speelde tijdens dit gevecht een belangrijke rol bij de gevangenname van Reinald I van Gelre. (1836) Relation de la bataille de Woeringen, p. 310 (Brussel) (1672) Synopsis AB Serenissimis, Ducibus. Johannes I, Dux Lotharingae, Brabantiae, Limburgi, p. 10 (Brussel) De Slag bij Woeringen werd glorieus gewonnen door Hertog Jan I van Brabant en Daniël werd benoemd tot Seneschalk, dat tot de hoogste ambten van het hertogdom behoorde.
Verschillende bronnen, waaronder Doperé en Ulbregts (1991) De donjon van Vlaanderen, architectuur en wooncultuur, p. 197-198 (Leuven) veronderstellen dat Daniël van Bouchout rond 1300 de oorspronkelijke vestiging verbouwde naar een machtig waterslot met een donjon van 20 meter hoogte en muren van 1 meter dik. Het Agentschap voor Cultureel Erfgoed vermeldt dat de donjon opklimt tot de 12de eeuw. Het waterslot werd door vijf grachten omsloten en was enkel toegankelijk via een houten brug van 10 meter lang. (de meter als maateenheid dateert echter van het latere Napoleontisch tijdperk) De donjon bestaat nog steeds en heeft twee verdiepingen, beide voorzien van schietgaten. De ramen op de eerste verdieping hebben een neogotisch uiterlijk dat is aangebracht tijdens de renovaties van 1832. De kleine rechthoekige ramen van de tweede verdieping dateren waarschijnlijk uit de volle middeleeuwen. Het bovenste platform is voorzien van neogotische kantelen en het wapenschild van de familie van Bouchout (een rood kruis) is zichtbaar aan de hofzijde van de donjon.
De kleinzoon van Daniël van Bouchout en Maria Transylvan, dame van Hautem-Ramsdonk, was ridder Jan van Bouchout (ca. 1320-1391). Ook Jan speelde een belangrijke rol in de historie van het hertogdom Brabant. In 1355 volgde Johanna van Brabant haar vader Jan III op als hertogin van Brabant. Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, was het niet eens met deze beslissing omdat hij getrouwd was met Margaretha, de tweede dochter van Jan III, en dus aanspraak maakte op de titel. Deze twist leidde in 1356 tot de Slag bij Scheut, die door de Brabanders werd verloren en waarbij waarschijnlijk ook Kasteel Bouchout werd ingenomen. Nadat de vrede was hersteld, werd Jan van Bouchout borggrave (garnizoenscommandant) van Brussel. Hij vocht tegen de graaf van Gelre tijdens de Slag bij Baesweiler waar de Brabanders werden verslagen. In 1386 leidde hij de succesvolle aanval op Grave, waardoor zijn militaire aanzien werd hersteld. (1843) De Brabantse Yeesten of Rymkroniek van Brabant deel 2, p. 280-285 (Brussel) Jan van Bouchout trouwde met Joanna van Hellebeke, maar zij kregen geen kinderen. Echter, Jan werd vader van een groot aantal natuurlijke dochters en zonen die bekend werden als "de Kinderen van Bouchout".
Aan het eind van de 14de eeuw breidde de familie Bouchout haar bezittingen uit naar o.a. gebieden en burchten te Blaasveld, Humbeek ('s Gravenkasteel), Loenhout en Diepensteyn. (2010) Diepensteyn. Het domein en de heerlijkheid te Steenhuffel (1250-2000) (Londerzeel). Gearchiveerd op 3 maart 2016. De laatste legitieme vertegenwoordigster was Margaretha van Bouchout en zij trouwde in het midden van de 15de eeuw met Everhard van der Mark. De bekende humanist Maximilianus Transylvanus kocht het kasteel van Everhards broer Robrecht van der Mark. Maximilianus renoveerde het kasteel ingrijpend. Hij overleed echter in 1538. Zijn dochter Johanna trouwde in 1548 met de Habsburgse diplomaat en geleerde Gerard Veltwijck. Deze nieuwe eigenaars zetten de door Maximilianus gestarte renovatiewerken verder. Onder andere de houten brug werd hersteld. Na Gerards overlijden in 1555 periode raakte het kasteel door achterstallig onderhoud in verval. De Spaanse overheersing en de Beeldenstorm van 1566 hebben de conditie van het kasteel waarschijnlijk verder verslechterd.
Eerste illustraties Rond 1590 kwam het kasteel door aankoop van Johanna Transylvan in handen van Christoffel d'Assonleville, die het vervallen kasteel omstreeks 1600 fors restaureerde. De illustratie van Jean-Baptiste Gramaye uit 1606 is de oudst-bekende tekening van het kasteel en toont de herstelde middeleeuwse glorie van Bocholdia Castrum. D'Assonleville veranderde ook de vijf omringende grachten in één kasteelvijver en de eerder beschreven lange houten toegangsbrug is goed zichtbaar op de illustratie van Gramaye. Het perspectief is waarschijnlijk wat vertekend, omdat de brug ongeveer twee keer zo lang lijkt als de donjon van 20 meter hoog. De waterburcht had een rechthoekige structuur met op iedere hoek een verdedigingstoren. Het hoofdgebouw bevindt zich aan de achterzijde van het voormalige kasteelhof. Tijdens de Spaanse overheersing was D'Assonleville een van de meest loyale ministers en er wordt verondersteld dat hij een rol heeft gespeeld bij de aanslag op de Willem van Oranje. (1978) Nederlandse historiën in het kort (Amsterdam) In 1605 werd het Kasteel van Bouchout en het omringende domein verheven tot een baronie, waardoor baron Christoffel D'Assonleville lid kon worden van de Staten van Brabant. Een plattegrond van het hertogdom Brabant getekend door Petri Verbist in 1626, toont de baronie Bochout op circa 10 km ten noorden van Brussel. (1628) Brabantia Ducatus. Tabula Ducatus Brabantiae Continens Marchionatum Sacri Imperii et Dominium Mechliniense (Brussel) De oorspronkelijke domeinen van de oprichters van Kasteel Bouchout, de Craaynems, bevinden zich ongeveer 8 km ten oosten van Brussel, waaronder de dorpen Kraainem, Sterrebeek en Nossegem.
Peter Ferdinand Roose (1946) Le domaine Royal de Bouchout et ses Châteaux. Tirage de Luxe, nr. 581 (Meysse) Peter Ferdinand Roose was afkomstig uit Antwerpen en een zoon van Jan Karel Roose († 1641), burgemeester van Antwerpen, en Anna Frederieck van Bouckhorst, dame van Séclin. Na het overlijden van zijn ouders werd Peter Ferdinand een pleegzoon van zijn oom Pieter Roose, die een belangrijke adviseur van koning Filips IV van Spanje was. Oom Pieter had tijdens zijn loopbaan een groot aantal landerijen gekocht waaronder Froidmont, Jemeppe, Han en Granvelle. Pieter Roose overleed in 1673 ongehuwd en kinderloos, maar hij had met een erfopvolgingsregeling goed voor zijn pleegzoon gezorgd. Peter Ferdinand was advocaat geworden en hij kocht in 1678 het Kasteel van Bouchout van Renom de France. In deze periode was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog met Spanje. Uiteindelijk scheidde de Republiek zich in 1648 volledig af na de onderhandelingen bij de Vrede van Münster. Het lot van de Zuidelijke Nederlanden was na 1648 veel minder gunstig en men leed erg onder de expansiedrang van koning Lodewijk XIV van Frankrijk. In de laatste decennia van de 17de eeuw was de situatie verbeterd. Het was in Frankrijk de tijd van de renaissance en in de omgeving van Parijs werd het Kasteel van Versailles gebouwd.
Ook Brussel ontwikkelde zich in een mondaine stad, waar de mode, pralerige hofhoudingen en kunst voor de bovenklasse weelderig tierden. Peter Ferdinand Roose bleef natuurlijk niet achter en hij veranderde het middeleeuwse kasteel in een modieus Château de Bouchout, omringd met Franse siertuinen. (1706) Castellum Bouchaut, plaat 36 In: Adelyke lusthoven, inhoudende de Voornaamste en Vermaakelijkste Gezichten en Perspectieven, Hertogdoms Braband. (Adriaan Braakman, Amsterdam) Waarschijnlijk was Kasteel Bouchout rijkelijk gevuld met schilderijen, sierlijke meubels en kasten vol met boeken. Opvallend bij de kopergravure van Jacobus Harrewijn is het betere perspectief dan bij de tekening van Jean-Baptist Gramaye uit 1606. Zo is de toegangsbrug waarschijnlijk veel beter in verhouding ten opzichte van de verdedigingstorens van het kasteel. Peter-Ferdinand Roose overleed in 1700, ongehuwd en zonder nakomelingen, en hij werd naast zijn oom in het familiegraf van de Sint-Goedelekerk van Brussel begraven. De erfopvolgingsregeling van oom Peter Roose zorgde ervoor dat Kasteel Bouchout nog een aantal generaties in de familie bleef.
Gedurende de Franse Revolutie en de daaropvolgende bezetting van de Zuidelijke Nederlanden (1797-1830), werd het Kasteel van Bouchout zwaar beschadigd. De houten toegangsbrug werd in de koude winter van 1795 door de Franse soldaten opgestookt, terwijl de toegang tot het kasteel werd vergemakkelijkt door het voorste gedeelte van de kasteelvijver te dempen. Daar bleef het niet bij: de zuidkant van het kasteel werd afgebroken en de gebouwen werden uiteindelijk door de soldaten geplunderd.
Een interessante litho, maker onbekend, toont het middeleeuws kasteel voor de verbouwingen uitgevoerd in 1832.
Neogotiek Negentiende eeuw