miniatuur|Blazoenen van de zeven Brusselse geslachten thumb|400px|De blazoenen van de geslachten. Detail uit een kaart van Martin de Tailly (1640). thumb|400px|De blazoenen van de geslachten, gegraveerd door Jacob Harrewijn, 1697.
De Zeven Geslachten van Brussel met de namen Coudenberg, Roodenbeke, Serhuyghs, Serroelofs, Sleeus, Steenweeghs en Sweerts vormden sinds de middeleeuwen en tot de aanvang van de nieuwste tijd patriciërsfamilies die waren voorbestemd om de stad met wijsheid te leiden, met kracht te verdedigen en haar aantrekkelijker en welvarender te maken.Beknopte weergave van de woorden van de drie eden die de kandidaten dienden te zweren teneinde toegang te krijgen tot de uitoefening van burgerlijke, militaire en economische ambten. Wat de eed betreft die diende te worden afgelegd om een "burgerlijk" ambt als schepen in de wacht te slepen, dienden alle leden van de geslachten zich tijdens de jaarlijkse "Keuse" van de nieuwe stedelijke "magistraat", die tien dagen voor de feestdag van Johannes de Doper in de Iden van juni plaatsvond, "zich erop toe te leggen om, indien het lot hen onder de vier kiesgerechtigden aanwijst, in eer en geweten de beste, de verstandigste en de meest nuttige voor de Heilige Kerk, de hertog, de stad en het geslacht uit te kiezen". Aanbevolen lectuur: H. C. van Parys, "La Keuse ou vote des lignages pour l'échevinage" in Les Lignages de Bruxelles, Brussel, 1968, blz. 21 tot 28.
Geschiedenis In een oorkonde van 1306 met het zegel van hertog Jan II van Brabant, waarin voor het eerst de namen van de Zeven Geslachten vermeld staan, worden de voorrechten bevestigd die al onder hun voorouders golden. In dit document werd de macht van de zeven geslachten hersteld door de hertog van Brabant. Ze hadden die van 1303 tot 1306 moeten delen met het volk dat zijn rechten met geweld had opgeëist.
Tot het einde van het ancien régime in de Oostenrijkse Nederlanden waren de voorzittende burgemeester, de zeven schepenen, de eerste gildedeken van de Lakengilde, de kapiteins van de burgerwacht, de penningmeesters of schatbewaarders van de stad en de opperopzichters van de Sermenten (schuttersverenigingen) uitsluitend samengesteld uit leden van de zeven geslachten.
Nogal wat edellieden behoorden op den duur eveneens tot deze geslachten. In de ledenlijsten van 1376 zijn een aantal ridders en dorpsheren uit het Brusselse ommeland opgenomen. Doordat het recht tot opname in deze lijsten ook door erfenis langs moederszijde bestond, werden er regelmatig nieuwe namen aan de registers toegevoegd.
Sinds de bloedige burgeroorlog van 1421 tussen enerzijds de Zeven Geslachten en anderzijds de gegoeden uit de burgerklasse van ambachtslui, verenigd in gilden, konden die laatsten zich verenigen in negen naties van 49 corporaties. Het is verkeerd de opstand van 1421 tot een democratische omwenteling uit te roepen, aangezien het hier een machtsstrijd betrof tussen aan de ene kant de zeven geslachten van landeigenaars en aan de andere de rijke leden van de gilden die de nieuwe stedelijke economische macht vertegenwoordigden.
Deze naties, zo geheten omdat ze uit inheemse burgers waren samengesteld, deden ook dienst als instanties van gemeen recht uit wier kringen verkozen werden: de tweede burgemeester, de tweede deken van het Lakengilde, de zes raadsleden met uitvoerende macht. Zoals de schepenen van de zeven geslachten (en dus niet te verwarren met de huidige gemeenteraadsleden) maakten zij deel uit van de wetgevende gemeentelijke macht.
Toch bleef het aantal mandaten voor leden van de Zeven Geslachten altijd groter dan dat wat aan leden van de Naties was voorbehouden, waardoor de geslachten hun voorstellen bij stemming altijd met een meerderheid konden doordrukken.
Onder de Franse bezetting verdween de macht van de Zeven Geslachten niet zomaar: de afstammelingen van de zeven Brusselse geslachten bleven nog lang burgerlijke en politieke stedelijke ambten uitoefenen.
Deze drievoudige taak stemt overeen met de drie functies waarover de zeven Brusselse geslachten het allenrecht hadden: De eerste functie is die van schepen, dus van rechters en bestuurders van de stad, en heeft als voorbeeldfiguur de legendarische, onkreukbare rechter en schepen Herkenbald, de peijsmaker. De tweede functie is, naast die van kapitein van de burgerwachten, die van hoofd van de (bereden) stadswacht en heeft als voorbeeldfiguur de heldhaftige Everaard t'Serclaes. De derde functie is die van hoofd van de stedelijke economie, via de dekens en de achtmannen (of octovirs) van de Lakengilde, als opperopzichters van de Willebroekse Vaart of als toezichthouders over openbare en verfraaiingswerken, en heeft als voorbeeldfiguur Jan van Locquenghien, de burgemeester aan wie de aanleg van het kanaal te danken is.
thumb|left|Rozet van de Zeven Geslachten, gegraveerd, in: Puteanus, Bruxella Septenaria, 1656. De opdracht de stad te verfraaien gaf onder meer aanleiding tot de bouw van het stadhuis van Brussel en de Grote Markt.
De instelling van de Zeven (Brusselse) geslachten, waarvan de juridische basis in de gemeentewet was vervat, vertoonde een opmerkelijk overlevingsvermogen. Zij kan worden vergeleken met soortgelijke stedelijke of maatschappelijke structuren, zoals de phratriai in het oude Griekenland, de Romeinse curiæ, de stammen van Galway (Treibheanna na Gaillimhe) of de Schotse, Poolse en in mindere mate, de Japanse clans. Die kenden ook vormen van maatschappelijke organisatie, gegroeid vanuit maagschappen, waarin via vrouwelijke afstamming verschillende gezinnen of gentes verenigd waren. Dit betekent niet dat zij onderlinge verwantschap zouden vertonen op grond van meer dan enkele aspecten.In de Griekse steden verenigden de phratriai, zoals de curiæ in de Romeinse, de afstammelingen van een gemeenschappelijke voorouder: ze werden door een phratriarch bestuurd en de leden werden phrateres genoemd. Ook in Brussel werden de leden van de gilde van lakenwervers, die de economische macht van de geslachten vertegenwoordigden s'Gildens Broeders of Broeders van de gilde genoemd. Deze structuur kan worden vergeleken met die van de "clans" in Schotland. Aanbevolen lectuur: M. Guarducci, L'istituzione della fratria nella Grecia antica, 1937.
Ditzelfde stelsel van maagschappen (Caballeros villanos) bestond ook in de Spaanse stad Soria, al was de macht van de geslachten daar nooit zo uitgesproken groot als in Brussel, id est met een zodanige nadruk op burgerlijke, militaire en economische voorrechten.
Opmerkelijk is dat Thomas MoreThomas More, Utopie, naar de Franse vertaling van Marie Delcourt, boek II, Parijs, Flammarion, 2009, blz. 339: "Trente familles élisent chaque année un magistrat que l'on appelait syphogrante dans l'ancienne langue du pays et phylarque à présent". een soortgelijke staatsinrichting als die van de zeven Brusselse geslachten aan de stad Amaurote, hoofdstad van Utopia, toekent: "Dertig families kiezen jaarlijks een magistraat, die men syphogrant noemde in de oude taal en phylarch in de nieuwe".
Jaarlijkse verkiezing of Keuse thumb|Herkenbald vermoordt zijn neef na diens verraad. Dit halfverheven beeldhouwwerk verwijst de schepen als wijs en rechtvaardig bestuurder. Een lid van de zeven geslachten dat zijn eed verbrak, werd de keel overgesneden en zijn naam werd voor altijd verondersteld besmet te zijn. Stadhuis van Brussel, sluitsteen, 15e eeuw.
thumb|left|Everaard t'Serclaes, de Brusselse held, wordt op verraderlijke wijze gestoken door Sweder, heer van Abcoude. Dit halfverheven beeldhouwwerk verwijst naar de schepen als manhaftig verdediger van de stad tegen haar vijanden buiten de wallen. Stadhuis van Brussel, sluitsteen, 15e eeuw.
Elk jaar werd de Brusselse magistraat vernieuwd op de feestdag van Johannes de Doper (de zomerzonnewende).
Elf dagen voor de viering op de Iden van juni - ofwel de 13e van die maand - vergaderden de leden van de geslachten om tot de stemming over te gaan en aan de feestdis aan te schuiven.
Een verordening uit 1375 bepaalt:
Onder elk geslacht worden evenveel wassen ballen verdeeld als er leden van aanwezig zijn. Binnenin vier van de ballen wordt een wit streepje aangebracht en op één een zwart streepje. De vier leden van een der geslachten die in het bezit komen van een bal met een wit streepje zijn onmiddellijk kiesgerechtigd in de tweede graad. Ze vergaderen afzonderlijk en kiezen bij meerderheid een kandidaat-schepen. Bij staking van stemmen bemiddelt degene met de bal met het zwarte streepje en hij hakt de knoop door. Deze vijf kiezers kunnen echter niet een onder hen aanwijzen. De bewerking en verdeling van de ballen wordt drie keer herhaald, teneinde de verkiezing te verkrijgen van elk van de drie personen die de hertog op 19 juni ter keuze worden voorgelegd - een voor elk der zeven geslachten - met het oog op hun plechtige aanstelling op 24 juni, feestdag van Johannes de Doper. De nieuw verkozen schepenen oefenden vanaf die dag ook werkelijk hun ambt uit.
In de loop der tijden is dit kiessysteem gewijzigd, maar de stemgerechtigden hoorden onverminderd plechtig te beloven de keuze te maken voor de beste (om de stad te verdedigen), de verstandigste (om haar te leiden) en de nuttigste (om haar welvarend te maken).
Toelatingsvoorwaarden Om tot de oligarchie te worden toegelaten, diende de kandidaat aan de hand van zijn stamboom aan te tonen van een dezer bevoorrechte families af te stammen. Die voorwaarde alleen volstond echter niet. Men hoorde bovendien het bewijs te leveren burger van de stad Brussel te zijn, geen enkel ambacht uit te oefenen en uitsluitend van rentes te leven. Voorts moest men van het mannelijke geslacht zijn, volwassen en katholiek. Onechte kinderen nam men niet in de geslachten op; wel hun wettige kinderen. Van de huidige nazaten zijn er dan ook verscheidene die bastaardkinderen van edellieden en andere voorname lui onder hun voorouders tellen. Ofschoon zij van de zeven geslachten afstamden, waren vele families die ook lid waren van de Naties niet gerechtigd van dit uitgelezen gezelschap deel uit te maken doordat hun leden burgerlijke ambachten uitoefenden of bedrijvig waren in handel of nijverheid. Kinderen of nazaten van zulke ambachtslui konden echter eerherstel krijgen. De Brusselse families die van de zeven geslachten afstamden, bewaarden zorgvuldig en tot vandaag hun stamboom zodat diegenen onder hen die geen beroep uitoefenen (advocaten, leenheren, enz.) te zijner tijd in staat zouden zijn tot het gezelschap toe te treden. In de 17e eeuw diende men, om in de geslachten te worden opgenomen, een dossier aan te leggen met een preuve van afkomst en een stamboom op te stellen teneinde zijn aanspraken te rechtvaardigen. Twee commissarissen uit alle zeven stammen onderzochten dan deze stukken.
In die periode werd een betrekking in dienst van de vorst niet verenigbaar geacht met op winst gerichte belangen. Zo gold het ook voor de adel die een klasse ten dienste van de vorst vormde: zodra een van zijn leden in handel of nijverheid bedrijvig was, werd hij van adeldom uitgesloten. Dit voorschrift beoogde de vermenging van private en openbare belangen te voorkomen.
Overleving van de Geslachten in Brussel De Zeven Geslachten van Brussel verdwenen in de Franse Tijd. Anders dan de adel die dat lot met hen had gedeeld, zijn ze na 1815 niet opnieuw erkend.
Ze behielden nochtans op onopvallende wijze invloed op het Brusselse leven. Tegenwoordig zijn ze verenigd in de Koninklijke Vereniging der Afstammelingen van de Brusselse Geslachten, onder het beschermheerschap van Albert II,GDML.be die zelf een band heeft met elk van de Zeven Geslachten en wiens genealogische filiatie in het tweetalige tijdschrift Les Lignages de Bruxelles/De Geslachten van Brussel is opgenomen.