thumb|Ferdinand Van de Putte, foto door Auguste Debedts (Bisschoppelijk Archief, Brugge) Ferdinand Van de Putte (Rumbeke, 18 maart 1807 – Kortrijk, 8 februari 1882) was een Belgisch rooms-katholiek priester en historicus.

Levensloop Ferdinand Van de Putte begon zijn humaniora in het college van Ieper en maakte ze af in het pensionaat Morel-Danheel van Pierre Morel-Danheel in Diksmuide, dat geleid werd door een oom van hem en waar hij als studiemeester-onderwijzer een eerste bezoldigde activiteit kreeg (1826-1830). Een van zijn leerlingen was Johan Joseph Faict, de latere bisschop van Brugge.

In 1830 liet hij zich inlijven bij de Burgerwacht van Ingelmunster en werd er prompt luitenant. Hij werkte tevens als leraar in de kostschool in die gemeente. In 1831 trad hij in het seminarie van Gent in. Toen in 1834 het Duinencollege geopend werd in Brugge, werd hij er als studiemeester aangesteld en werd tot priester gewijd. Weldra werd hij leraar voor de wetenschappen en in 1838 kreeg hij de leiding van de school, die de voorloper was van het Sint-Lodewijkscollege.

In 1843 werd hij pastoor van Boezinge en in 1858 pastoor-deken van Sint-Bertinus in Poperinge. In 1866 werd hij pastoor-deken van Onze-Lieve-Vrouwkerk in Kortrijk en in 1872 van de Sint-Martinuskerk in Kortrijk.

Van de Putte was medestichter van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge en was er bestuurslid vanaf 1839 tot aan zijn dood. Vanaf 1863 was hij ondervoorzitter. De gunstige reputatie van de Brugse vereniging was snel gemaakt. Historicus Jules de Saint-Genois schreef in 1843: Bruges est en quelque sorte, aujourd'hui, le foyer où s'élaborent les principales publications d'histoire du pays; la Société d'Emulation fait rude concurrence à la Commission royale d'histoire.

Van de Putte leverde hierin een aanzienlijke bijdrage, vooral in de eerste jaren van het genootschap. Zijn ambten in het zuiden van de provincie verhinderden wel een volgehouden activiteit maar beletten hem niet om regelmatig bijdragen aan de 'Handelingen' van het genootschap te leveren, over een grote variëteit van onderwerpen. Zowel voor zijn eigen artikels als voor de vele publicaties van oude teksten die hij benaarstigde, werd hem achteraf een zekere overhaast en gebrek aan accuraatheid verweten. Het belet niet dat hij, naast zijn vele andere activiteiten, op het vlak van de geschiedenis een merkwaardige veelheid aan geschriften, vaak primeurs over het behandelde onderwerp, heeft nagelaten.

Ondersteuning aan Guido Gezelle Van de Putte ontving Guido Gezelle toen die, na Brugge te zijn ontvlucht, in 1872 in het voor hem onbekende Kortrijk aankwam. Van de Putte bood Gezelle daarop onderdak in zijn eigen woning. "Dien goede jongen, hij moet bij mij zijn en rusten en verlost worden", verklaarde de deken aan Guido Gezelles zus, Louise Gezelle. Michel Van der Plas, aw.w. blz. 298

Gezelle hernam niet alleen het dichten, hiertoe door Van de Putte aangemoedigd, maar begon ook opnieuw medewerking aan nieuwsbladen te verlenen en zich te mengen in de lokale politiek. Van de Putte hielp Gezelle ook in het tot stand komen van een ondersteunende vriendenkring. Idem, blz 318-324

Publicaties Uitgave van oude teksten Cronica abbatum monasterii de Dunis, per fratrum Adrianum But, Brugge, 1839 Histoire des Gueux-des-bois écrite par Charles Winckius, prieur des Dominicains à Ipres, Brugge, 1841 Chroniques de l'abbaye de S.-Pierre à Gand, Gent, 1842 Histoire du couvent de Saint-Sixte, Brugge, 1842 Histoire de la Flandre depuis 1566 jusqu'à la paix de Munster. Ouvrage posthume de Jean-Pierre Van Male. - Geschiedenis van Vlaenderen van Petrus van Male, pastoor van Vladsloo, thans voor de eerste maal uitgegeven, Brugge, 1842 Geschiedenis van Vlaenderen, van het jaer 1566 tot de Vrede van Munster, Brugge, 1843 (nieuwe aangepaste uitgave) Histoire de Notre-Dame de la Potterie, Brugge, 1843 (samen met Charles Carton, Joseph-Octave Delepierre & Jacques De Mersseman) Biographie des hommes remarquables de la Flandre occidentale, 4 delen, 1843-1849 Chronique du monastère d'Oudenburg, de l'ordre de S. Benoît, publiée pour la première fois, d'après un manuscrit du XVe siècle, Gent, 1843 (samen met Charles Carton) Chronique de l'abbaye de Ter Doest, Brugge, 1845 (samen met Charles Carton) Chronicon Vormeselense, Brugge, 1847 (samen met Charles Carton) Chronicon et cartularium abbatiae Sancti Nicolai Furnensis (...), Brugge, 1849 (samen met Charles Carton) Historia episcopatus Iprensis ex autographis Dni. Gerardi De Meester (...), Brugge, 1851 (samen met Charles Carton) Chronicon monasterii Evershamis (...), Brugge, 1852 (samen met Charles Carton) Chronique et cartulaire de l'abbaye de Hemelsdaele, Brugge, 1858 (samen met Désiré Van de Casteele) Cronica et cartularium monasterii de Dunis, Brugge, 1864 Chronique de Flandres, Brugge, 1864 Speculum Beatae Mariae Virginis, ou chronique et cartulaire de l'abbaye de Groeninghe à Courtrai (...), Brugge, 1872

Artikels in de Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis Van de Putte publiceerde bijna 100 bijdragen in de 'Handelingen'. We vermelden hierna alleen de bijzonderste. Sur les keuren de Furnes et du village de ter Piet, 1839 Recherches historiques sur l'origine et la nature de la société dite Confrérie de l'Ours Blanc à Bruges, 1839 Notice sur la bibliographie de la Flandre Occidentale au Moyen-âge, 1839 Lois anciennes de Bruges, 1839 Histoire de la baronie d'Ingelmunster, 1840 Notice sur les bibliothèques modernes de la Flandre Occidentale (...), 1840 Objets trouvés sur le champ de bataille de Groeninghe, 1840 Les confiscations de Maximilien d'Autriche, 1840 Antiquités d'Harlebeke, 1840 Biographie de Mr. Jean-Jacques Lambin, 1841 J. B. Gramaye, historiographe des Pays-Bas, 1841 Histoire de la ville de Dixmude et de ses châtelains, 1841 Chronique de la ville de Dixmude, 1842 Biographie de M. Pycke, 1842 Histoire du couvent de Saint-Sixte, 1842 L'architecte Louis van Boghem, 1842 Biographie de Charles de Visch, 1842 Pierre et Louis Lootyns, 1843 Langemark, 1843 Mémoire sur la ville d'Ypres, 1843 Chronique des rues d'Ypres, 1844 Petite chronique d'Harlebeke, d'après un ms. écriture du XVIe siècle, 1844 Inventaire des archives de l'église collegiale d'Harlebeke, 1844 Règlement de police d'Harlebeke du XIVe siècle, 1844 Histoire de l'abbaye de Notre-Dame du Mont d'Or à Wevelghem, 1844 Merckemensia, 1844 Généalogie des comtes de Flandre, 1845 Eglise de Saint Martin à Ypres, 1845 Inscriptions sépulchrales, 1845 Pêche du hareng sur les côtes de Flandre au moyen-âge, 1845 La seigneurie de la Clite, 1845 Histoire de Boesinghe et de sa seigneurie, 1846 Pierre sépulchrale d'un Courtraisien, trouvée à Harlebeke, 1846 Fonts baptismaux de Zillebeke près d'Ypres, 1847 West-Vleteren, 1847 Winendale, 1848 Cabinet de tableaux de l'abbaye des Dunes, 1848 Notes et analectes devant servir à une histoire complète de Neuve-Église, 1850 Notice sur la commune de Lampernesse, 1851-1854 Sur un manuscrit sauvé du sac de Térouanne, 1862-1863 (samen met Charles Carton) La collégiale de Ste-Walburge à Furnes et la relique de la Ste Croix, 1862-1863 Quand publiera-t-on l'inventaire des archives de la ville de Bruges?, 1862-1863 Notes sur quelques cloches de la Flandre, 1862-1863 Inventaires du trésor de la collégiale de Notre-Dame à Courtrai, 1864-1865 La vallée de l'Iser. Ses églises, ses objets d'art, 1867 La seigneurie de Guise dite Couthy ou Coucy à Bixchote, 1867 Siège de Menin en 1794, lors de l'invasion des armées républicaines en Belgique, 1868 Jubé de 1463 et orgues de 1529 à Notre-Dame à Courtrai, 1868 Analectes concernant la ville de Courtrai. Documents pour l'histoire militaire, I., 1868, II., 1870, III., 1871 De la grammaire latine de Paschase de Zouter, recteur des études latines à Ypres et de quelques auteurs classiques, 1870 Epitaphes copiées en 1623 par Christophe van Huerne, seigneur de Schiervelde, 1871 Biographie de Jacques Petyt, professeur de l'Académie des Beaux-Arts à Bruges, 1871 Analectes pour servir à l'histoire des troubles de la Flandre Occidentale au XVIe siècle, 1872 Collection des keuren ou statuts de la ville de Comines, 1872 Siège de Menin en 1744, 1873 Etudes sur la littérature latine dans la West-Flandre au XVIe siècle, I., 1875, II, 1876-1877 La chapelle des comtes de Flandre â Courtrai, 1875 Droits et gages des dignitaires et employés à la cour de Philippe-le-Bon, 1876-1877 Dignitaires et employés à la cour de Charles le Téméraire, duc de Bourgogne, 1876-1877 Recherches sur les sires de Lichtervelde, 1879 Analectes cominois (...), 1879

Studies gewijd aan de geschiedenis van de landbouw in Vlaanderen en de grondontginning Esquisse sur la mise en culture de la Flandre occidentale, 1841 Mémoire sur le dessèchement des moéres de Fumes, 1843

Van de Putte nam ook deel aan archeologische opgravingen, waar hij vervolgens over publiceerde Fonts baptismaux de Zillebeke, 1847 Collégiale de Sainte-Walburge (à Fumes), 1850 en 1862. Notice sur le mausolée de la famille de Gros avec des données historiques sur cette famille., Brugge, 1860 Loo, son église et sa tour, 1863 Nieuport, ses églises, sa halle, son phare et sa maison de ville, 1864

Uitgave door de Maatschappy der Vlaamsche bibliophielen Nederlandsche historie 1572-1591 door Augustijn van Hermelghem, Gent, 1864-1867

Vele notities door Van de Putte zijn verschenen in Almanach der bisdommen van Brugge en Gent. De Ieperling Le Propagateur d'Ypres

Volkskundige werkjes door Van de Putte Oorsprong der devotie tot O. L. V. ter Hulpe... in de kapel te Eessen, 1843 Beschryving der feesten...van O. L. V. van Thuyne, patrones der stad ïperen, 1854 Leven van den Ζ. E. Heer Grimminck, 1849 Levensbeschryving van den eerw. P. Franciscus-Maria in de wereld Andreas van Langendonck, 1874, etc. Ballingschap van den Eerw. Heer Petrus Franciscus Heindryckx en van verscheide andere priesters, naer de eilanden Oléron en Ré, ten jaere 1798, gevolgd door de naemlijst der bannelingen, 1860 Ballingschap der belgische priesters naer de fransche Guyane, in 1798 De geloofbelyders of levens van de vlaemsche priesters die tydens de fransche omwenteling vervolging hebben onderstaen

Van de Putte was actief in de verspreiding van het algemeen Nederlands sprak op het Eerste Nederlandsch letterkundig Congres, werkte mee aan het Algemeen Nederlandsch Woordenboek van de Vries en aan het Algemeen Vlaamsch Idioticon, verkoos de zogenaamd 'Hollandse' spelling van J. F. De Bal boven de meer particularistisch West-Vlaamse spelling van Desroches, die o. m. door bisschop Boussen geprefereerd werd.

Als archeoloog en monumentenzorger werkte hij mee aan restauraties of nieuwbouw de kerk van Boezinge de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk de herstellingswerken aan de drie kerken van Poperinge de Broeltorens van Kortrijk de meubilering en decoratie van de Sint-Martinuskerk in Kortrijk de meubilering en decoratie van de schepenzaal in Kortrijk de bouw van de kerk van de Passionisten in Kortrijk de bouw van de kerk in Bissegem

Literatuur A. DE LEYN, Esquisse biographique de monsieur Ferdinand Van de Putte, vice-président de la Société d'Emulation, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, T. XXXIV, 1884, blz. 269-394. Bibliographie Nationale, T. IV, blz. 78 Joseph DE BETHUNE, Ferdinand Van de Putte, in: Biographie nationale de Belgique, T. XVIII, 1905, col. 347-352. Jozef GELDHOF, 150 jaar Sint-Lodewijkscollege te Brugge, Brugge, 1986. Michel VAN DER PLAS, Mijnheer Gezelle, Tielt, 1991.

Externe links Ferdinand Van de Putte, korte biografie Correspondentie tussen Van de Putte en Gezelle

Categorie:Belgisch historicus Categorie:Belgisch rooms-katholiek priester Categorie:Religie in Kortrijk Categorie:Guido Gezelle