Het Natuurdecreet, officieel "decreet betreffend het natuurbehoud en het natuurlijk milieu", is een wet die werd uitgevaardigd op 21 oktober 1997 door de Vlaamse Regering en tot doel heeft binnen het algemeen milieubeleidDecreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid een beleid van natuurbehoud en van vrijwaring van het natuurlijk milieu te kunnen voeren en handhaven, daarbij strevend naar een breed maatschappelijk draagvlak, waarin educatie en voorlichting van de bevolking inzake natuurbehoud wordt gestimuleerd.Natuurdecreet art. 6 Het natuurbeleid is tevens gericht op het nemen van alle maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van internationale overeenkomsten, verdragen of akten betreffende het natuurbehoud, met inbegrip van Europese richtlijnen, vastgesteld op grond van internationale verdragen.Natuurdecreet art. 6, art. 7
Om het onderscheid te maken met de federale Belgische wetten, worden de wetten die enkel in het Vlaams Gewest gelden, Vlaamse decreten genoemd. Het natuurdecreet is een kaderwet waaraan Uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering verbonden zijn.
Het natuurdecreet vervangt in het Vlaams Gewest grotendeels de natuurbehoudswet.
Officiële structuren De Vlaamse regering stelt een Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud in,Natuurdecreet art. 3 en 4 samengesteld uit deskundigen inzake natuur. Deze Raad adviseert over alle natuurbehoudsaangelegenheden.
Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, of kortweg het INBO,Natuurdecreet art. 5 heeft als opdracht ten behoeve van de Vlaamse regering : (a) alle passende, wetenschappelijke studies en onderzoeken te verrichten; (b) voornoemde Raad bij te staan in zijn opdracht; (c) ondersteuning te verlenen bij het opstellen van het natuurbeleidsplan; (d) een jaarlijks natuurrapport op te stellen.Natuurdecreet art. 10
Natuurbeleid Overeenkomstig de doelstellingen van het decreet, waaronder de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn kan de Vlaamse regering diverse maatregelen nemen, zoals het wijzigen van de bijlagen I, II, III en IV bij dit decreet, op welbepaalde gronden.Natuurdecreet art. 7
Evenwel wordt in de maatregelen genomen in uitvoering van de Habitat- en Vogelrichtlijn rekening gehouden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied en met de regionale en lokale bijzonderheden.
De Vlaamse regering neemt alle nodige maatregelen ter aanvulling van de bestaande regelgeving om over het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest de milieukwaliteit te vrijwaren die vereist is voor het behoud van de natuur en om het standstill-beginsel toe te passen zowel wat betreft de kwaliteit als de kwantiteit van de natuur.Natuurdecreet art. 8 Deze maatregelen kunnen geen beperkingen opleggen die absoluut werken of handelingen verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen, tenzij in bepaalde gevallen,Natuurdecreet art. 9, art. 36ter, §§1 en 2 zoals wanneer er een goedgekeurd natuurrichtplan bestaat, of wanneer het de bescherming betreft van de soorten die vermeld zijn in de bijlagen II, III en IV van het decreet.
De bescherming wordt beoogd van onder meer habitats, holle wegen, houtkanten, poelen, waterrijke gebieden, heiden en historisch permanent grasland.
Bedoelde maatregelen kunnen de landbouwbedrijfsvoering en het teeltplan niet regelen in agrarische gebieden, landschappelijk waardevolle agrarische gebieden, valleigebieden, brongebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde, agrarische gebieden met bijzondere waarde en de met een van deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, tenzij in bepaalde gevallen.Natuurdecreet art. 9, art. 36ter §§1 en 2; VEN-gebieden; IVON-gebieden; Duinendecreet; internationale overeenkomsten; soorten bijlagen II, III en IV
Gebiedsgericht beleid Vlaams Ecologisch Netwerk Het Vlaams Ecologisch Netwerk of VEN, is een samenhangend en georganiseerd geheel, van gebieden van de open ruimte waarin een specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële natuurwaarden wordt gevoerd. Er wordt een oppervlakte van 125 000 ha voorzien. Het Vlaams Ecologisch Netwerk omvat de volgende onderdelen: Grote Eenheden Natuur (GEN): dit zijn gebieden die hetzij natuurelementen over een oppervlakte van minstens de helft van het gebied bevatten, hetzij gebieden waarin een specifiek natuurelement met hoge natuurkwaliteit aanwezig is; Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO): dit zijn gebieden die een of meer van de volgende kenmerken vertonen : (a) aanwezigheid van natuurelementen, verspreid over de oppervlakte van het gebied, waarvan de gezamenlijke oppervlakte echter kleiner kan zijn dan de helft van het gebied; (b)aanwezigheid van belangrijke fauna- of flora-elementen waarvan het voortbestaan moet worden ondersteund door de maatregelen inzake het grondgebruik; (c) terreinen al dan niet door kunstmatige ingrepen tot stand gekomen, met belangrijke mogelijkheden voor natuurontwikkeling.
De GEN en de GENO omvatten gebieden met een duidelijke samenhang en een voldoende aaneengesloten oppervlakte.
De administratieve overheid voert, binnen haar bevoegdheden, in het VEN, een beheer van de waterhuishouding gericht op de verwezenlijking van een duurzaam ecologisch functioneren van een watersysteem dat bij de bestaande of beoogde natuur behoort. In het bijzonder worden beoogd: het terugdringen van de risico's op verdroging, het herstel van verdroogde natuurgebieden en het beheer van de waterlopen gericht op het behoud en herstel van de natuurwaarden, zonder dat dit disproportionele gevolgen heeft voor de gebieden buiten het VEN.
De Vlaamse regering bepaalt de projecten, plannen of activiteiten die plaatsvinden binnen het VEN, en projecten, plannen of activiteiten die op gebieden binnen het VEN een rechtstreekse hydrologische invloed hebben, waarvoor de initiatiefnemer of de beheerder van de betrokken waterloop of waterwinning in samenwerking met het INBO hydrologische studies moet maken met inbegrip van ecologische impactstudies, met het oog op effectgerichte maatregelen en afstemming van de invloeden op de aanwezige en potentiële natuurelementen.
De Vlaamse regering kan de gebiedscategorieën van het VEN, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, aanduiden, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: (a) als GEN kunnen worden aangeduid: de groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden, gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen met als overdruk overstromingsgebied of wachtbekken, militaire domeinen en de met een van deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, en de beschermde duingebieden aangeduid krachtens de Natuurbehoudswet,Natuurbehoudswet artikel 52 toegevoegd bij het Duinendecreet; (b) als GENO kunnen worden aangeduid de hiervoorgenoemde gebiedscategorieën, alsmede: (b1) de ontginningsgebieden en ermee vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening voor zover zij een van de in (a) genoemde bestemmingen als nabestemming hebben; (b2) de valleigebieden, de brongebieden, de agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde, de agrarische gebieden met bijzondere waarde, de bosuitbreidingsgebieden en de natuurontwikkelingsgebieden.
De administratieve overheid neemt de nodige maatregelen om in GEN, bij voorrang ten opzichte van de andere functies in het gebied, en in GENO, rekening houdend met de overige functies in het gebied, de natuur en het natuurlijk milieu te behouden, te herstellen en te ontwikkelen. Deze maatregelen betrekking op: het bevorderen van een natuurgerichte bosbouw en het instellen van bosreservaten, in overeenstemming met de bepalingen van het Bosdecreet; het behouden, herstellen en/of op natuurelementen met een hoge natuurkwaliteit afstemmen van de waterhuishouding, onder meer de waterkwaliteit, de waterkwantiteit en de natuurlijke structuur van de waterlopen en hun randzones, zonder dat dit disproportionele gevolgen heeft op de omliggende gebieden; het beschermen van de insijpelingsgebieden van het grondwater; het behouden en herstellen van het microreliëf en de structuur van het landschap; het recreatieve medegebruik; het agrarisch medegebruik; het beheer van de natuurwaarden gedurende of na afloop van de economische of andere activiteiten die in het gebied plaatsvinden, rekening houdend met cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied.
Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk Het IVON is een geheel van gebieden waarin de administratieve overheid zorg draagt voor het behoud van de aanwezige natuurwaarden, maatregelen neemt ter bevordering en versterking van die natuurwaarden, alsook stimulerende maatregelen neemt ter bevordering van de biologische diversiteit. Deze maatregelen mogen de landbouw- en bosbouwexploitatie binnen het daartoe bestemd gebied niet regelen, tenzij via het instrument van de beheersovereenkomsten.Zie Natuurdecreet art. 45 en 46 Het IVON omvat de volgende onderdelen : natuurverwevingsgebieden : dit zijn aaneengesloten gebieden waarin verschillende functies voorkomen en die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van hoge natuurwaarden, waarvan de duurzaamheid kan worden bereikt door het realiseren van het standstill-beginsel, het in stand houden en herstellen van de structuurkenmerken van de waterlopen, het in stand houden en herstellen van de waterhuishouding, het reliëf en de bodem en het bevorderen van het onderhoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden. Als natuurverwevingsgebied kunnen worden aangeduid alle eveneens voor VEN geschikt geachte gebieden alsook de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden en recreatiegebieden. De Vlaamse regering bakent binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van het decreet een effectief te realiseren oppervlakte van 150.000 ha natuurverwevingsgebieden af; natuurverbindingsgebieden : dit zijn gebieden die ongeacht hun oppervlakte van belang zijn voor de migratie van planten en dieren tussen de gebieden van het VEN en/of natuurreservaten en die strook- of lijnvormig zijn met een aaneenschakeling van kleine landschapselementen.
Elk natuurverwevingsgebied dat de Vlaamse regering in overdruk afbakent overeenkomstig de wetgeving betreffende de ruimtelijke ordening in het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan, wordt van rechtswege beschouwd als natuurverwevingsgebied in de zin van het decreet.
Elk natuurverbindingsgebied of met dit gebied vergelijkbaar gebied dat de provincieraad afbakent overeenkomstig de wetgeving betreffende de ruimtelijke ordening in een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, wordt van rechtswege beschouwd als natuurverbindingsgebied in de zin van dit decreet.
Onder bepaalde voorwaarden kan een vastgesteld afbakeningsplan worden opgeheven.Natuurdecreet art. 27
Natuurreservaten De Vlaamse regering kan terreinen die van belang zijn voor het behoud en ontwikkeling van de natuur of voor het behoud en de ontwikkeling van het natuurlijk milieu, aanwijzen of erkennen als natuurreservaat. In deze natuurreservaten wordt, via een aangepast beheer, een natuurstreefbeeld behouden of ontwikkeld.
Een Vlaams natuurreservaat is een beschermd gebied dat, na advies van de Raad, door de Vlaamse regering wordt aangewezen op gronden die het Vlaamse Gewest in eigendom of in huur heeft of die het daartoe ter beschikking worden gesteld.