Het arrest Stolte/Schiphoff (HR 11 maart 1977, NJ 1977/521), ook wel Kribbe(n)bijterarrest genoemd, is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad waarin werd beslist dat een middellijke vertegenwoordiger die in eigen naam ten behoeve van een opdrachtgever is opgetreden, zelf van de wederpartij vergoeding kan vorderen voor schade door wanprestatie jegens de opdrachtgever.

Casus Schiphoff koopt in opdracht van de Duitser Lörsch een paard van Stolte voor ƒ 7600,-. Bij de verkoop garandeert Stolte de afwezigheid van verborgen gebreken aan het paard, waarvan hij weet dat Lörsch het zal gaan trainen en gebruiken voor deelname aan concoursen. Het paard blijkt echter een kribbebijter (paard dat de slechte gewoonte heeft in zijn ruif of kribbe te bijten) te zijn en bovendien te lijden aan een ongeneeslijke onderhuidse rugziekte. Om die reden is het paard eerder verkocht.

Procesgang Schiphoff vordert op grond van wanprestatie van Stolte een schadevergoeding van ƒ 10.795,10. De rechtbank wijst de vordering af, op grond van de veronderstelling dat niet Schiphoff, maar Lörsch de koper van het paard was. In hoger beroep wijst het hof de vordering toe. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Rechtsvragen en Hoge Raad Bij de Hoge Raad liggen twee rechtsvragen voor: Is Schiphoff jegens Stolte in eigen naam opgetreden? Zo ja, kan Schiphoff als middellijke vertegenwoordiger vergoeding vorderen voor door zijn opdrachtgever geleden wanprestatie?

Dienaangaande stelt de Hoge Raad:

Stolte/Schiphoff