miniatuur|Een stukje van de Scheldekaaien, gezien vanaf Linkeroever.De Scheldekaaien zijn de kades langs de rechteroever van de Schelde in de Belgische stad Antwerpen. De kaaien zijn ongeveer 7,5 kilometer lang en een belangrijke verkeersader in de stad. De straatnaam, steeds eindigend op "-kaai", verandert om de paar 100 meter. Op en langs de kaaien zijn talloze historische gebouwen, waaronder Het Steen, het Loodswezen en de Zuidstatie, gevestigd. Typisch aan de Scheldekaaien is de Blauwe Steen die de grens met de rivier vormt. Geschiedenis

Vroege ontwikkeling miniatuur|Een reconstructie van het vermoedelijk uitzicht van Antwerpen eind dertiende eeuw (onbekend, 19de eeuw) De geschiedenis van menselijke bewoning langs de Antwerpse Scheldeoever gaat terug tot de Gallo-Romeinse periode, toen Antwerpen fungeerde als schakel tussen de handel op land en water. De Schelde was toen aanzienlijk smaller, en met een beperktere getijdenwerking. Mogelijk waren er in die periode twee Romeinse nederzettingen op het grondgebied van het huidige Antwerpen. Vanaf de vroege middeleeuwen groeide Antwerpen uit tot een kleine maar volwaardige handelsnederzetting. Het gebied werd beschermd door een aarden wal met daarrond een singel. Via steigers in de rivier konden schepen aanmeren. Een voorloper van de Sint-Walburgiskerk, gebouwd in 727, lag vlakbij de Schelde. Halverwege de tiende eeuw liet keizer Otto I de Grote op deze plek een burcht bouwen. Centraal werd een nieuwe kerk opgetrokken, opgedragen aan Walburga. De kerk werd een aantal keer gerenoveerd, tot ze in 1817 werd gesloopt. Net voor het jaar 1000 maakte de Duitse keizer Otto II van Antwerpen een markgraafschap, ter verdediging van de westelijke grens van het Heilige Roomse Rijk. Rondom de nederzetting, die zich bevond op een landtong, werd een stenen muur geplaatst. Begin dertiende eeuw werd op deze landtong onder andere Het Steen opgetrokken. Om de verbinding tussen de stad en de Schelde te behouden, werden er poorten en gaten gebouwd, waaronder de Werfpoort. Ten zuiden van de landtong stichtte Norbertus in de twaalfde eeuw de Sint-Michielsabdij. Het hiernaast liggende Sint-Michielsbastion, dat deel uitmaakte van de Spaanse omwalling, verdedigde de stad eeuwenlang. Deze omwalling werd in 1542 gebouwd in opdracht van keizer Karel V. Halverwege de negentiende eeuw nam de Brialmontomwalling de verdedigingsfunctie over, waardoor in 1860 beslist werd de Spaanse omwalling te slopen. De abdij werd iets eerder, tijdens de Belgische Revolutie in 1830, verwoest door een brand. Een stukje van het bastion is wel behouden gebleven, en blootgelegd op de Sint-Michielskaai.gecentreerd|miniatuur|750x750px|De Scheldekaaien gezien in vogelvluchtperspectief vanuit het westen, in de eerste helft van de zestiende eeuw (ca. 1524-1528)miniatuur|Een kaart en tekening van Antwerpen halverwege de achttiende eeuw (Matthäus Seutter, 1740) In de late middeleeuwen onderging de Antwerpse rede grote veranderingen. Door stadsuitbreidingen evolueerde deze tot een grillige façade van stadsmuren, poorten (waaronder de Waterpoort), vlieten, torens en aanlegplaatsen voor schepen. De rede was zeer afhankelijk van de getijdenwerking, waardoor de schepen bij laagtij in de modder lagen. Ten noorden van de middeleeuwse stadskern lag de Nieuwstad, waar de vlieten schepen toegang tot de stad gaven. Onder meer de Bierwerf, Engelse kaai, Houtkaai, Hooikaai en Meekaai (naar de meekrapwortels die hier werden geleverd) stammen uit deze periode. In de zestiende eeuw was Antwerpen uitgegroeid tot een wereldstad- en haven. Onder meer religieuze en politieke onrust, de breuk met de Noordelijke Nederlanden in 1585 na het Beleg van Antwerpen en de invoering van de Scheldetol stopten die groei grotendeels.

Napoleontische ingrepen miniatuur|Napoleon Bonaparte en Joséphine de Beauharnais arriveerden op 18 juli 1803 voor het eerst in Antwerpen, via de Grote Bierpoort (Mattheus Ignatius van Bree, 1803-1807)|links In 1803 bezocht Napoleon Bonaparte Antwerpen. Hij herkende het economisch en militair potentieel van de stad, en begon met de bouw van twee dokken in het noorden van de stad, het huidige Bonaparte- en Willemdok, ontworpen door Nicolas Mengin. Deze werden via een sluis met de rivier verbonden, waardoor de getijdenwerking minder bepalend werd voor de havenactiviteit. Het was deze ingreep die de basis vormde van de hedendaagse Antwerpse haven, maar daar bleven zijn plannen niet bij. Onder Napoleons bewind werd de Schelde een eerste keer rechtgetrokken. De veertiende-eeuwse stadsmuren en -poorten langs de rede werden gesloopt en een aantal vlieten werden overbrugd. Hierdoor ontstond er een wandelboulevard langs de Scheldeoever, waar de burgerij kwam flaneren. Aanvankelijk ging het om niet meer dan een aarden dam die werd gestut met palen. miniatuur|Een negentiende-eeuws beeld van de stad, gebaseerd op de iets oudere Ferrariskaarten (Joseph de Ferraris, 1830-1880) In 1819 werden de eerste stenen aanlegplaatsen gebouwd, waarna architect Pierre Bruno Bourla in 1837 de afzoming vervolledigde met een arduinen kaaimuur. Deze staat in Antwerpen bekend als de Blauwe Steen. De kaaien waren aanvankelijk, van noord naar zuid, de Engelse kaai, de Werfkaai, de Viskaai, de Houtkaai en de Kalk- en Meststenenkaai. De toenmalige burgemeester van Antwerpen Florent van Ertborn vernoemde later de zes kaaien die tot dan toe waren aangelegd naar enkele toonaangevende figuren. Van noord naar zuid waren dit de Tavernierkaai, die verwees naar Jean-Baptiste Tavernier, de Van Meterenkaai naar Emanuel van Meteren, de Orteliuskaai naar Abraham Ortelius, de Jordaenskaai naar Jacob Jordaens, de Van Dijckkaai naar Antoon van Dyck en de Plantinkaai naar Christoffel Plantijn. De voorlaatste werd later hernoemd naar Ernest Van Dijckkaai om verwarring met de Antoon van Dyckstraat te vermijden. Later kwam in het noorden de Rijnkaai erbij, die vanaf 1847 vernoemd werd naar de rivier de Rijn. Het eerste deel van deze kaai werd aangelegd tussen 1843 en 1844 door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, samen met de Rijnspoorweg. In de jaren 1860 werd de kaai verlengd tot zijn huidige lengte tot het Sasdok, na het slopen van de Spaanse omwalling. In het zuiden verscheen bovendien de Sint-Michielskaai, naar de verdwenen Sint-Michielsabdij. De Franse architect François Verly kwam met het idee van een eenvormig gevelfront van magazijnen en woningen langs de kaaien. Zijn plannen werden uitgevoerd tussen 1818 en 1850. Zuidelijker werd een deel van de Scheldeoever omgevormd tot een arsenaal met scheepswerven. Hier werden oorlogsschepen gebouwd, bedoeld voor de geplande aanval van Napoleon op Engeland.

Rechttrekking miniatuur|De Scheldekaaien na de rechttrekking, met de aflijning van de Napoleontische kaaien aangeduid (Aloïs Scheepers, 1886) De industriële revolutie en de opheffing van de Scheldetol lieten toe dat Antwerpen tijdens de negentiende eeuw opnieuw een periode van economische en bevolkingsgroei kende. Tegen het einde van die eeuw leidde het toenemende scheepsverkeer ertoe dat de haveninstallaties niet meer aan de noden voldeden. Omstreeks 1870 stelde men bovendien vast dat de Schelde aan het verzanden was. De oorzaak hiervan was de onregelmatige breedte van de rivier. Een door de Belgische overheid aangestelde onderzoekscommissie besliste hierop om een tweede rechttrekking van de kaaien te starten. De Schelde zou overal een breedte van 350 meter krijgen, waardoor bij laagtij de rivier nog een diepte van acht meter zou hebben. Zeeschepen konden hierdoor ook aan de Antwerpse rede aanleggen. Langs de Schelde werd een honderd meter brede strook van zo'n drieënhalve kilometer vrijgemaakt, waar een kaaimuur verscheen. De kaai bestond uit een tachtig meter brede gekasseide strook, uitgerust met kranen, treinsporen en opslagplaatsen, gescheiden van een twintig meter brede rijweg door neogotische, smeedijzeren hekken en lindebomen. Langs deze weg werden talloze nieuwe gebouwen opgetrokken, veelal pakhuizen, herbergen en handelspanden. Verspreid over de Scheldekaaien werden metalen afdaken gebouwd met Polonceau-spanten en versierde frontons. De eerste werden gebouwd in 1882. De kaaimuur werd niet op het droge gebouwd, maar in de Schelde. De fundamenten waren stalen zinkkisten van ongeveer vijfentwintig meter lang, negen meter breed en tweeënhalve meter hoog. Vanaf drijvende pontons werden ze achttien meter diep afgezonken, waarna de kaaimuur werd gemetseld en de kuipen werden opgevuld met beton. Vanaf de laagwaterlijn werd de kaaimuur bedekt met natuursteen, en bovenaan met blauwe deksteen en meerpalen.

Deze ingrepen leidden ertoe dat alle nog overblijvende vlieten werden gedempt, de landtong bij Het Steen werd afgegraven en het middeleeuwse hart van de stad, de Burchtwijk, werd met de grond gelijkgemaakt. De werken werden in 1877 aangevat, waarna op 26 juli 1885 de nieuwe Scheldekaaien, lopend van de Kattendijksluis tot aan de huidige Ledeganckkaai, werden ingehuldigd. De benamingen die in de Napoleontische periode werden gegeven bleven behouden, al kwamen er in het zuiden nog enkele nieuwe bij. Dit waren de Cockerillkaai, verwijzend naar de Cockerill Yards, de Stationskaai, naar de Antwerpse Zuidstatie, en de Ledeganckkaai, naar Karel Lodewijk Ledeganck. De Stationskaai werd later hernoemd tot de De Gerlachekaai, naar Adrien de Gerlache. Tussen 1897 en 1903 werd de havenstrook nog eens twee kilometer verlengd naar het zuiden toe. Hier verschenen de D'Herbouvillekaai, naar Charles d'Herbouville, en de Petroleumkaai, naar Petroleum-Zuid. Douanereglementeringen leidden ertoe dat de Antwerpenaren niet langer op de kaaien, en dus bij de Schelde, konden komen. Ter compensatie werden twee wandelterrassen gebouwd, waardoor de Schelde vanuit de hoogte wel nog zichtbaar was.

Verval (en bloei) gecentreerd|miniatuur|750x750px|Vogelvluchtperspectief op de kaaien, de stad en de haven begin twintigste eeuw (Hypsoskaart, 1913) miniatuur|De Scheldekaaien in de jaren 1930, gekenmerkt door de vele hangars (1930) In de twintigste eeuw zette de groei van zowel de haven als de stad zich voort. De Antwerpse metropool breidde zich steeds verder uit weg van de Schelde, terwijl de haven meer en meer noordwaarts richting de Nederlandse grens groeide. Dit werd na de Tweede Wereldoorlog onder meer door het Marshallplan ondersteund. De Antwerpse haven groeide uit tot de wereldtop van container- en petrochemische havens, maar tegelijkertijd verloren de Scheldekaaien hun functie als havengebied. De kaaien bleven uiteindelijk achter als braakland, afgesneden van de binnenstad door de negentiende-eeuwse hekken. Buurten die sterk afhankelijk waren van de havenactiviteiten, zoals het Eilandje en het Zuid, kenden hierdoor eveneens een periode van achteruitgang. Vanaf eind jaren 1970 zette de heropleving in dankzij creatieve ondernemers, nieuwe woningprojecten en herbestemming van leegstaande pakhuizen. De gevelwand langs de kaaien evolueerde tot een staalkaart van de stedelijke architectuur uit de twintigste en eenentwintigste eeuw. Het stukje land aan de overkant van de weg werd echter nog steeds grotendeels verwaarloosd, en later gebruikt als parking. In 1977 werd bovendien een waterkeringsmuur, bedoeld om Antwerpen te beschermen tegen overstromingen zoals de overstromingen van 1906, 1953 en 1976. Dit project, onderdeel van het Sigmaplan, vormde een extra barrière van zo'n 5,5 kilometer lang en 1,35 meter hoog.

Heraanleg