Elementaire deeltjes (origineel, Frans: Les Particules élémentaires) is een roman van Michel Houellebecq uit 1998, die een jaar later in het Nederlands verscheen. Het is de tweede roman van Houellebecq en zijn eerste wereldwijde bestseller, vertaald in meer dan dertig talen. Het boek won in 1998 de laatste Prix Novembre en veroorzaakte door zijn thematiek veel commotie.

Het boek gaat over twee halfbroers, beiden alter ego's van de auteur,Demonpion (2005/2006), p. 281. de één is oversekst, de ander is een nerd. Om verschillende redenen zijn ze niet in staat lief te hebben en eindigen ze hun leven in eenzaamheid. De nerd speelt een hoofdrol bij de ontwikkeling van een nieuwe, betere mensensoort. Houellebecq werkte datzelfde thema verder uit in de novelle Lanzarote (2000) en de roman Mogelijkheid van een eiland (2005).

Inhoud Titel De titel 'Elementaire deeltjes' is ontleend aan de deeltjesfysica, waar een elementair deeltje het kleinst mogelijke deeltje is dat niet in andere deeltjes is te splitsen. Voorbeelden zijn elektronen, neutrino's en quarks. Ze worden bij elkaar gehouden door zeer sterke krachten. De titel verwijst zowel naar de natuurwetenschappelijke geest van het boek, met zijn vele uitweidingen, als naar de laat twintigste-eeuwse samenleving waarin het groepsverband (gezin, dorps- of buurtgemeenschap, kerkelijke gezindte) plaats heeft gemaakt voor het individualisme.

In de meeste vertalingen is de titel min of meer letterlijk vertaald (zie hieronder). Bij de Engelse vertaling koos de Britse uitgever voor het wat ongrijpbare Atomised, terwijl de Amerikaanse uitgever de voorkeur gaf aan het meer voor de hand liggende The Elementary Particles. De Chinese titel 血清素 (Wú ài fánzhí) betekent 'liefdeloze voortplanting'.

Opbouw Het boek telt 343 pagina's (Nederlandse pocketeditie) en bestaat uit een proloog, drie delen en een epiloog, gevolgd door een 'Verklarende woordenlijst' (3 pagina's) door de vertaler Martin de Haan. De proloog en de drie delen beginnen telkens met een titelpagina, gevolgd door een blanco pagina, en zijn onderverdeeld in genummerde en soms ook getitelde hoofdstukken. Proloog Eerste deel. Het verloren rijk (90 pagina's; 15 hoofdstukken, waarvan 4 getiteld) Tweede deel. Vreemde momenten (182 pagina's; 22 hoofdstukken, waarvan 6 getiteld) Derde deel. Emotionele oneindigheid (36 pagina's; 7 hoofdstukken, allemaal ongetiteld) Epiloog Vijf hoofdstukken beginnen met een citaat. Ze zijn afkomstig uit de Bijbel (Hosea 5:4) en van Auguste Comte (tweemaal), Lautréamont en Corinne Mégy. Het laatste hoofdstuk van deel drie begint met een gedicht van Houellebecq zelf, in de gedaante van een 'nieuwe mens'. Ook elders is de tekst gelardeerd met gedichten en citaten, onder andere uit Aldous Huxleys sciencefictionklassieker Brave New World (1932), uit diverse boeddhistische geschriften en uit reclamefolders en postordercatalogi.

Personages thumb|180px|Houellebecq in 2007. De personages Bruno en Michel zijn alter ego's van de auteur Bruno Clement: geboren in 1956; op tweejarige leeftijd door zijn ouders in de steek gelaten; getekend door pesterijen op school; wordt docent; verslaafd aan seks, maar niet in staat om lief te hebben. Michel Djerzinski: geboren in 1958; Bruno's halfbroer van moederskant; eveneens op jonge leeftijd door zijn ouders in de steek gelaten; autistische nerd; getalenteerd moleculair bioloog; hoofd van een onderzoeksgroep met vijftien wetenschappers aan het Instituut voor Moleculaire Biologie (onderdeel van het CNRS) in Palaiseau; op zijn veertigste met sabbatical; werkt daarna aan de creatie van een genetische verbeterde mutatie van het menselijke ras, waarvan hij de verwezenlijking echter niet zal zien; verdwijnt in 2009 op mysterieuze wijze. Janine Ceccaldi (1928-1999): opgegroeid in Algerije; studeert in Parijs, waar ze dankzij haar aantrekkelijke uiterlijk veel minnaars heeft; trouwt met een plastisch chirurg, daarna met iemand in de filmindustrie; moeder van Bruno en Michel; laat beiden in de steek om haar hedonistische leefwijze in een commune in Californië voort te kunnen zetten; leeft volgens de idealen van de tolerante samenleving. Serge Clément: kortstondig echtgenoot van Janine; viriel en zelfverzekerd; succesvol plastisch chirurg in Neuilly, later ook in Cannes. Marc Djerzinski (1930-1964?): zoon van Poolse vader en Franse moeder; belichter in de filmindustrie; tweede echtgenoot van Janine; vader van Michel; in 1964 spoorloos verdwenen in Chinees Tibet. Marie Djerzinski-Le Roux (1899?-1975): moeder van Marc en grootmoeder van Michel; dochter van eenvoudige loonarbeiders; vanaf 1944 weduwe met vier kinderen; werkt als beambte bij de spoorwegen; zorgt onbaatzuchtigheid voor haar kleinzoon. Francesco di Meola: Californische geliefde van Janine; aanvankelijk platenproducer, later leider van een sekte-achtige commune, waar hij zich vooral vergrijpt aan jonge meisjes; verhuist omstreeks 1970 naar Zuid-Frankrijk; in 1976 overleden aan kanker; zijn openluchtcrematie ontaard in een gewelddadige orgie, waarbij mogelijk kannibalisme plaatsvindt. David di Meola: zijn zoon; mislukte popster; vrouwenverslinder; later satanist en maker van snuff-films. Annabelle Wilkening (1958-1999): lief en charmant meisje met Friese voorouders; buurmeisje van Michel; ontwikkelt een onbeantwoorde liefde voor hem; verlaat hem voor David di Meola, maar vindt hem op haar veertigste terug. Christiane (1958-1998): gescheiden vrouw met ontspoorde tienerzoon; ontwikkelt op haar veertigste een gelukkige relatie met Bruno, met wie ze veel gemeen heeft. Bedřich Hubčejak, natuurwetenschapper die zich omstreeks het midden van de 21e eeuw verdiept in het leven en werk van Michel Djerzinski. Daniel Macmillan, Californische officier van justitie, later schrijver en onderzoeker, die in het boek wordt aangehaald vanwege de (fictieve) hypothese-Macmillan.

Verhaallijn

Proloog De alwetende verteller kijkt terug op de tweede helft van de twintigste eeuw en de eerste jaren van de 21e eeuw, de tijd waarin Michel Djerzinski leefde, een van de scherpzinnigste en meest vooruitziende wegbereiders van de 'metafysische omwenteling'. Het gedicht waarmee de proloog afsluit lijkt te suggereren dat het toekomstige mensenras "in een halo van vreugde" leeft. Ze kijken absoluut niet neer op hun voorgangers, omdat ze veel te danken hebben aan hun droom voor een betere wereld.

Eerste deel. Het verloren rijk Het verhaal begint op 30 juni 1998 met de afscheidsborrel van Michel Djerzinski, die op zijn veertigste stopt met werken. Het betreft een sabbatical voor onbepaalde tijd, naar eigen zeggen om na te denken. Hij trekt zich terug in zijn flat in de Rue Frémicourt in het 15e arrondissement in Parijs. Zijn leven beweegt zich tussen zijn flat en de lokale Monoprix supermarkt. Zijn enige vriend, een kanarie, overlijdt op de dag van zijn afscheid. De enige persoon die nog toegang tot hem heeft, is zijn halfbroer Bruno. Hij herleest de autobiografie van Werner Heisenberg, Het deel en het geheel.

thumb|Charny, het dorp in de Yonne waar Michel tot zijn tiende opgroeit bij zijn grootmoeder Via flashbacks, soms losjes verbonden met het heden door middel van een kinderfoto of iets dergelijks, komen we meer te weten over Michel: de voorgeschiedenis van zijn grootouders, het huwelijk en de scheiding van zijn ouders, zijn kindertijd bij zijn grootmoeder van vaderszijde in Charny (departement Yonne), zijn uitstekende schoolprestaties, hoe hij opgroeit als een zonderlinge nerd. Op de lagere school is hij getroffen door de wreedheid van zijn klasgenoten. Later ontstaat door het kijken naar natuurfilms op televisie bij hem de overtuiging dat de natuur wreed is. De enige uitzondering daarop is de moederliefde. Dertig jaar later is hij nog dezelfde mening toegedaan: "vrouwen waren absoluut beter dan mannen. Ze waren aanhaliger, aanhankelijker, meelevender en zachtaardiger; minder geneigd tot geweld, egoïsme, zelfbevestiging, wreedheid."Houellebecq/De Haan (1998/1999), p. 176. Eind 1968 verhuist zijn grootmoeder naar Crécy-en-Brie om dichter bij haar dochters te wonen. Michel verhuist mee. Op zijn twaalfde verjaardag geeft zijn grootmoeder hem een scheikundedoos. Ook koopt ze boeken over biochemie voor hem. In 1970, in de derde klas, raakt de eenling Michel bevriend met Annabelle, een zeldzaam mooi meisje. Zij is ervan overtuigd dat hij de ware is voor haar, maar de vriendschap blijft platonisch.

Zijn halfbroer Bruno groeit aanvankelijk op bij zijn grootouders van moederszijde in Algiers. Als hij vijf jaar oud is sterft zijn grootvader en verhuist zijn grootmoeder naar Marseille. Vijf jaar later sterft ook zij. Zijn ouders, die al die tijd niets van zich hebben laten horen, ziet hij voor het eerst op de begrafenis. Later bespreken ze, waar hij bij zit, wat ze met hem zullen doen, een gesprek dat hem zijn leven lang zal bijblijven. Het wordt een internaat. De weekends zal hij bij zijn vader doorbrengen. Op het lyceum van Meaux wordt hij slachtoffer van extreme pesterijen en vernederingen, vermoedelijk omdat hij een angstig, dik en in zichzelf gekeerd jongetje is. Zijn puberteit is ondraaglijk. Hij is eenzaam en oversekst, niet in staat een relatie aan te knopen. In de trein gaat hij tegenover jonge meisjes zitten en masturbeert onder een tijdschrift.

Omdat het steeds slechter gaat met Bruno, zoekt zijn vader, de plastisch chirurg Serge Clément, contact met zijn ex-vrouw Janine Ceccaldi, die zich inmiddels Jane noemt. Pas dan blijkt dat de halfbroers op dezelfde school zitten. Jane arrangeert een ontmoeting tussen Bruno en Michel. Ze zien elkaar daarna wekelijks, meestal met Annabelle erbij. De zomer van 1974 is een verwarrende tijd voor alle drie. Bruno heeft seks met een meisje. Annabel wordt zich bewust van haar schoonheid, zoent met een andere jongen en voelt zich schuldig. Michel is eindelijk aan het puberen en luistert naar Jimi Hendrix. De zomer van 1975 vormt het keerpunt. Gedrieën bezoeken ze het landgoed van Francesco di Meola, Jane's voormalige Californische geliefde, die nu samen met zijn zoon een villa op een helling van de Mont Ventoux bewoont. De zoon van Di Meola, David, is een mislukte popster, maar wel een die op zijn vierentwintigste al meer dan vijfhonderd vrouwen heeft gehad. Hij slaagt er binnen een week in om ook de zeventienjarige Annabelle te ontmaagden, bijna onder het oog van Bruno en Michel. Michel is de volgende ochtend vertrokken, Bruno vertrekt na een week. Aan het einde van de zomer blijkt Annabelle zwanger. Di Meola regelt een abortus voor haar. Na thuiskomst schrijft ze een liefdesbrief van veertig kantjes aan Michel, die al vertrokken is naar de campus van de Universiteit Orsay-Paris XI. De brief blijft onbeantwoord.

Tweede deel. Vreemde momenten Michel blijft de rest van zijn leven vrijgezel. In tegenstelling tot zijn halfbroer Bruno, heeft hij een laag seksueel libido. Pas op zijn dertigste verliest hij in een dronken bui zijn maagdelijkheid, zonder daarbij ook maar enig genot te ervaren. Hij is niet bij machte om van iemand houden.

Bruno studeert letteren aan een Parijse universiteit, droomt ervan schrijver te worden, maar propt zich ondertussen vol met junkfood, bezoekt peepshows, pornobioscopen en seksshops, en laat zich af en toe pijpen door een medestudente, die zo lelijk is dat hij niet met haar op straat wil worden gezien. Op een dag springt ze uit het raam van de zevende etage.

thumb|180px|Philippe Sollers in 1983