Gernot Zippe (Varnsdorf, 13 november 1917 - 7 mei 2008) was een natuurkundige en de belangrijkste ontwikkelaar van de eerste praktisch bruikbare, industriële ultracentrifuge (gascentrifuge) ter verrijking van uranium.

Studies Gernot Zippe studeerde natuurkunde aan de Universiteit van Wenen en promoveerde kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Daarna werkte hij als radiumonderzoeker.

Tweede Wereldoorlog Gedurende de Tweede Wereldoorlog was Zippe vlieginstructeur en onderzoeker van propellers en radar bij de Luftwaffe.

Sovjet-Unie Aan het eind van de oorlog werd Zippe door de Sovjet-Unie gevangengenomen en naar een gevangenenkamp te Krasnogorsk gestuurd. Manfred von Ardenne selecteerde hem voor werk in Instituut A, waar hij met andere Duitse wetenschappers, waaronder Max Steenbeck en Gustav Herz, tewerkgesteld werd in het Sovjetprogramma voor de ontwikkeling van een atoombom. Zippe was werkzaam in de groep die zich bezighield met de verrijking van uranium. Gekozen werd voor verrijking door middel van gascentrifuges. Max Steenbeck werd de algemeen leider van de groep wetenschappers, Gernot Zippe de hoofdontwikkelaar op het gebied van rotordynamica.

De grootste uitdaging bij de ontwikkeling van centrifuges, die jarenlang met bijna de geluidssnelheid foutloos moesten kunnen ronddraaien, was de weerstand en slijtage in de lagering van de trommel. Gekozen werd voor een verticale trommel met een wrijvingsloos magneetlager in de top, terwijl de voet van de trommel op een enkele naald rustte.

Het kostte hen jaren van experimenteren om een succesvol ontwerp te maken, waarmee de Sovjet-Unie in staat was voldoende verrijkt uranium voor hun atoombom te maken. De Sovjet-Unie kreeg met deze methode van massascheiding een technologisch voordeel ten opzichte van het Westerse blok in de Koude Oorlog.

Terug naar Oostenrijk Zippe werd na deze prestatie in 1956 vrijgelaten en keerde terug naar Wenen. In 1957 bezocht hij een congres over massascheiding in Amsterdam en merkte dat het Oostblok nu ver voorliep op de technische stand van zaken. Hij ontmoette er Jaap Kistemaker die experimenteerde met een gascentrifuge, maar uitging van een horizontale ophanging van de trommel. Zippe lichtte hem in over zijn resultaat in de Sovjet-Unie, wat ertoe leidde dat Kistemaker de horizontale centrifuge opgaf en overging op de ontwikkeling van een verticale centrifuge. Omdat de Sovjet-Unie Zippe's werk als staatsgeheim beschouwde, had hij zijn aantekeningen moeten achterlaten. Zippe reconstrueerde echter uit zijn geheugen een centrifuge‑ontwerp en patenteerde dit via het Duitse bedrijf Degussa.

Verenigde Staten Van 1958 tot 1960 werkte Zippe aan de Universiteit van Virginia samen met Jesse Beams, die in de jaren dertig en veertig al experimenten had uitgevoerd met ultracentrifuges.

Europa In 1960 keerde Zippe terug naar Europa en werkte daar aan de verdere verbetering van de ultracentrifuge. In de jaren zeventig waren zijn verticale ultracentrifuges de basis van het Europese samenwerkingsverband Urenco.

Categorie:Oostenrijks natuurkundige