De Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek is een museum van religieuze kunst en kunstvoorwerpen in de Basiliek van Sint-Servaas in de Limburgse hoofdstad Maastricht. De schatkamer bevat enkele voorwerpen van middeleeuwse edelsmeedkunst die tot de kostbaarste in Nederland behoren en is een belangrijke toeristische attractie in Maastricht.
Geschiedenis van de kerkschat De kerkschat van de Sint-Servaaskerk is in de loop van vele eeuwen ontstaan. Een van de oudste, niet meer bestaande schatten is de zogenaamde Einhardsboog, een Karolingische reliekhouder in de vorm van een triomfboog met kruis, een geschenk van Einhard, biograaf van Karel de Grote en abt van het Sint-Servaasklooster. Waarschijnlijk was Einhard ook de schenker van de zogenaamde sleutel van Sint-Servaas.Panhuysen (2011), p. 37 e.v. In de tiende eeuw verdwenen enkele relikwieën van Sint-Servaas (onder andere zijn kromstaf) naar de door Hendrik de Vogelaar nieuw gestichte Sint-Servaaskerk in Quedlinburg. In 1039 schonk keizer Hendrik III het borstkruis, dat later bekend werd als het borstkruis van Sint-Servaas. Omstreeks 1070 was de kerk al zo rijk aan schatten, dat een kanunnik (de custos) met de zorg ervoor werd belast.
thumb|left|160px|Reliekentoning vanaf de dwerggalerij (uit: Blokboek van St Servaas, ca. 1460) In de late Middeleeuwen nam de omvang van de reliekenschat door schenkingen sterk toe. Tijdens de zevenjaarlijkse heiligdomsvaart werden de belangrijkste relieken van de kerk vanaf de dwerggalerij aan de verzamelde pelgrims op het Vrijthof getoond. Vooral de toning van de drie 'hemelse doeken' (doeken die volgens de traditie om het lichaam van de dode Servaas gewikkeld waren) trok pelgrims van heinde en ver. Na de reliekentoning luidden de kerkklokken en bliezen de pelgrims op hun hoorns. Daarna werd men uitgenodigd om de overige relieken in de kerk te komen bekijken en in sommige gevallen aan te raken.Koldeweij (1985), pp. 197-207, 263
Bij de inname van de stad door de hertog van Parma in 1579 had de kerkschat erg te lijden van de plunderingen. De drie 'hemelse doeken' gingen verloren en het borstbeeld van Sint-Servaas raakte zwaar beschadigd. Van 1634 tot 1654 werd de kerkschat uit veiligheidsoverwegingen overgebracht naar Luik. In 1677 stelde kapitteldeken Lipsen voor het eerst een gedetailleerde catalogus op.
Na de inname van Maastricht door de Fransen in 1794 kreeg het kapittel van Sint-Servaas zware oorlogsschattingen opgelegd, waarbij een deel van de kerkschat werd omgesmolten in gouden en zilveren baren. Enkele belangrijke voorwerpen waren door de kanunniken in veiligheid gebracht, maar een deel daarvan is nooit teruggevonden of verdween naar buitenlandse musea en bibliotheken. Ook later in de negentiende eeuw werden, vaak door onwetendheid, diverse kunsthistorisch waardevolle stukken verkocht aan verzamelaars (onder anderen prins Peter Soltykoff en graaf Clément de Renesse-Breidbach), 'Er is heel wat kwijt'. In: De Sint Servaas, tweemaandelijkse restauratie-informatie bulletin #20, april 1985, p. 164., waardoor voorwerpen uit de kerkschat van de Sint-Servaaskerk zich thans bevinden in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, het Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel, het Louvre en het Petit Palais in Parijs, de Alte Pinakothek in München, het Kunstgewerbemuseum in Berlijn, het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg, het Victoria and Albert Museum in Londen en het Metropolitan Museum of Art in New York. De huidige schat van de Sint-Servaasbasiliek, rijk als deze is, is om die reden slechts een fractie van wat het ooit was.
Een belangrijk keerpunt in de herwaardering van de kerkschat was de publicatie in 1872 van een Duitstalige studie door de Akense kanunnik Franz Bock en de Maastrichtse kapelaan en schatbewaarder Michaël Willemsen, een jaar later gevolgd door de uitgebreidere Franstalige versie.Zie Bock/Willemsen (1872). Deze publicaties, evenals de herinrichting van de schatkamer in dezelfde periode, werden gesponsord door de Maastrichtse industrieel Petrus (I) Regout.
In de loop van de twintigste eeuw verschenen diverse wetenschappelijke publicaties over de kerkschat, waaronder monografieën over de Servatiana (A.M. Koldeweij, 1985), de Noodkist (Renate Kroos, 1985) en de middeleeuwse textielschat (Annemarie Stauffer, 1991). De in Maastricht welbekende broeder Sigismund Tagage was vanaf 1965 bijna veertig jaar schatbewaarder. Hij was het die ijverde voor de terugkeer van de schatkamer naar de historische locatie. Mede door zijn toedoen trad het museum met zijn zeldzame middeleeuwse kunstschatten uit de obscuriteit. Tegenwoordig behoort de schatkamer tot de belangrijkste toeristische attracties van Maastricht.'Beste bezienswaardigheden in Maastricht, Nederland' op website tripadvisor.nl.
Lijst van schatbewaarders Norbert (custos, ca. 946)Kroos (1985), p. 42. Wynandus (vermeld in 1131, 1132)Kroos (1985), p. 54. Hessel/Hezelo ca. 1150 Simon de Bellomonte (custos reliquiarum, ca. 1587)Kroos (1985), p. 349. Cornelius van den Poel (ca. 1658)Kroos (1985), p. 365. Joannes Ludovicus Deplaie (ca. 1795) Michaël Willemsen (1862-1878) M.P. (Pascal) Schmeits (ca. 1889) J.N.H.C. Ramakers (ca. 1906)De Stuers (1907), p. 16. Sigismund Tagage (ca. 1965-ca. 2012)
Huisvesting
thumb|Historische locaties van de schatkamer. Rood: Dubbelkapel (sacrarium inferius). Groen: zijruimte koor (sacrarium superius). Blauw: Sint-Servaaskapel ("Heiligdommenkapel") De kerkschat van het kapittel was vanouds ondergebracht in een tweetal ruimtes in de kerk, aangeduid als sacrarium inferius en sacrarium superius.Ahsmann (2017), Appendix, pp. 105-106. De belangrijkste daarvan, het sacrarium inferius ("laag heiligdom") bevond zich in de zogenaamde Dubbelkapel, toegankelijk vanuit de oostelijke kruisgang van de Sint-Servaaskerk. Deze kapel, ook wel stiftskapel of antiqua capella genoemd, werd in de tweede helft van de elfde eeuw onder proost Humbertus gebouwd in het verlengde van de noordelijke transeptarm. De kapel met dikke, vrijwel raamloze muren van kolenzandsteen was alleen toegankelijk vanuit de oostelijke kloostergang. De benedenverdieping van de Dubbelkapel was in twee ruimtes verdeeld. Het voorste deel werd gebruikt als grafkapel van proosten en dekens. De daarachter gelegen ruimte, het antiquum sacellum (oude heiligdom), lijkt door de eeuwen heen de voornaamste locatie van de schatkamer te zijn geweest, met zekerheid vanaf 1340. Dit wordt bevestigd door de laat vijftiende-eeuwse kapitelen in de kloostergang tegenover de ingang van de benedenkapel, waarop engelen met diverse kerkschatten zijn afgebeeld (onder andere de Sleutel en het Borstbeeld van Sint-Servaas en de 'hemelse doeken'). De relieken werden bewaard in een viertal kasten in een donkere, overwelfde ruimte, die met ijzer beslagen deuren was afgesloten.Mekking (1986), pp. 147-158.
Het sacrarium superius ("hoog heiligdom") was een kleine ruimte aan de noordzijde van de koortravee, die vanaf het priesterkoor toegankelijk was via een deur. De hoge ligging van het koor verklaart de naam. In deze ruimte bevonden zich in 1525 onder andere de sleutel, de drinkbeker, de kromstaf en de reisstaf van Sint-Servaas, die ter plekke ook aan bezoekers werden getoond. In de zeventiende eeuw had de ruimte, ook aangeduid als petite sacristie, dezelfde functie. Volgens de kunsthistoricus Fred Ahsmann is het aannemelijk dat het sacrarium superius reeds in de twaalfde eeuw de functie van schatkamer bezat.
thumb|Reliekenprocessie bij de opening van de vernieuwde schatkamer in 1873. Linksonder: een knielende Petrus Regout als weldoener Na de opheffing van het kapittel in 1797 ontfermden sommige ex-kanunniken zich over de kerkschat, of wat daar nog van over was. In 1804 kreeg de kerk zijn religieuze functie terug, maar het kapittel werd niet hersteld. De meeste kerkschatten werden daarna teruggegeven, maar niet alle. Waarschijnlijk werd de benedenverdieping van de Dubbelkapel opnieuw ingericht als schatkamer. In 1873 verhuisde de schatkamer naar de door Cuypers gerestaureerde voormalige kapittelschool in de westelijke kruisgang; in 1895 naar de even verderop gelegen voormalige refter, die vanaf dat moment werd aangeduid als "heiligdommenkapel" (tegenwoordig Sint-Servaaskapel). In 1930 werd de schatkamer met een extra ruimte aan de noordkant van de heiligdommenkapel uitgebreid. Boven de voormalige ingang aan de westelijke kloostergang bevindt zich nog steeds een wandschildering uit de tijd van Cuypers.
Na restauratie van de Dubbelkapel werd de schatkamer in 1982 verplaatst naar de oorspronkelijke locatie. De huidige schatkamer bevindt zich op de beide verdiepingen van de kapel, plus een extra zijruimte op elke etage. De ingang bevindt zich in de oostelijke kloostergang, die vanaf het Keizer Karelplein toegang biedt tot kerk en schatkamer. Via enkele treetjes naar beneden betreedt men de gewelfde ruimte van de benedenkapel, waar zich de kostbaarste schatten bevinden. De bovenkapel is bereikbaar via een trap in de zijruimte. In de voorruimte van de benedenkapel bevindt zich een trap naar de kelder, waar restanten van een ouder kerkgebouw zichtbaar zijn gemaakt.
In 2020 'verloor' de schatkamer zijn grootste schat, de Noodkist. Tijdens de wereldwijde coronapandemie was er behoefte om bij het reliekschrijn van de patroonheilige van Maastricht te bidden. Bisschop Harrie Smeets ging daar op 15 maart 2020 in voor, maar het feit dat dit in de schatkamer plaatsvond, stuitte op onvrede. In mei van dat jaar besloten deken Dautzenberg en het kerkbestuur om het schrijn een plaats te geven in het noordertransept van de kerk.'Bisschop Smeets bidt bij Noodkist van Sint-Servaas' en 'Noodkist terug in de Sint-Servaas', op kro-ncrv.nl, geraadpleegd op 22 mei 2022. Met de Noodkist verdwenen ook de bijbehorende pendanten – weliswaar kopieën uit de negentiende eeuw – uit de schatkamer. Eerder waren al vier reliekbustes van Maastrichtse bisschoppen – eveneens negentiende-eeuws – naar de kerk verhuisd. Daarnaast ging de reliekbuste van Sint-Servaas in 2022 in restauratie bij de SRAL. Dit maakte een algehele herinrichting van de schatkamer noodzakelijk, een proces dat in 2025 was afgerond.
Collecties De schat van de Sint-Servaasbasiliek bestaat traditioneel uit vier afdelingen: 1. de Servatiana: delen van de schat die betrekking hebben op het leven van Sint-Servaas; 2. relieken en reliekhouders; 3. liturgische voorwerpen en 4. de textielschat. Het museum bezit tevens een collectie schilderijen, prenten en beeldhouwwerken, maar deze maken geen deel uit van de historische kerkschat. Tevens worden in een deel van de schatkamer archeologische vondsten tentoongesteld.
Servatiana thumb|Detail van de pelgrimsstaf van Sint-Servaas (ivoor, 9e eeuw) De voornaamste voorwerpen in de schatkamer die in verband worden gebracht met het leven van de heilige Servatius zijn: de zogenaamde 'sleutel van Sint-Servaas': gegoten zilveren siersleutel uit begin 9e eeuw, vanaf de middeleeuwen het vaste attribuut van de heilige en kenteken van het kapittel;Koldeweij (1985), pp. 61-131
het zogenaamde 'borstkruis van Sint-Servaas': houten reliekenkruis, gevat in goud en zilver en met email en edelstenen versierd, met een ivoren corpus, waarschijnlijk uit de eerste helft van de 11e eeuw;Koldeweij (1985), pp. 173-196
het draagaltaar van Sint-Servaas: reisaltaar bestaande uit serpentijnsteen met zilverbeslag (12e eeuw);Koldeweij (1985), pp. 239-243 de drinknap van Sint-Servaas: Romeins millifioriglas (1e eeuw), met bijbehorende zilveren ananasbeker (17e eeuw);Koldeweij (1985), pp. 219-239 de reiskelk en pateen van Sint-Servaas: zilveren beker en schaaltje (13e eeuw);Koldeweij (1985), pp. 207-219 de pelgrimsstaf van Sint-Servaas: houten staf met zilverbeslag en bewerkte ivoren kruk (9e eeuw);Koldeweij (1985), pp. 145-161