thumb|Gebouw in haar omgeving (1979) Op het adres Nieuwstraat 41 te Weesp staat het voormalig Stadhuis van Weesp.
Achtergrond Voor het ontwerp van het gebouw werd gekozen voor de toen bekende architect Jacob Otten Husly.Oneindig Noord-Holland Stadhuis van het welvarende Weesp, 9 april 2015, geraadpleegd op 12 januari 2023 Hij kwam, geholpen door meester steenhouwer Leendert Viervant met een gebouw in de neoclassicistische stijl. Er werd tussen 1772 en 1776 aan gebouwd. Otten Husley liet zich inspireren door het Stadhuis van Amsterdam van Jacob van Campen, dat later het Paleis op de Dam werd. Dat voorbeeld werd opgenomen in beeldhouwwerk in de schepenzaal. Bekeken naar de voorgevel lijkt het een miniatuurversie van het Amsterdamse gebouw. Toch zijn er ook enkele verschillen. Voor het Paleis op de Dam werd een regelmatige rechthoek gereserveerd; het Stadhuis van Weesp werd gebouwd op een bestaand perceel; dat perceel heeft geen rechte hoeken, maar scherpe en stompe hoeken. Otten Husley wist dat deels te camoufleren, zo ziet de voorgevel er kaarsrecht uit. Ook het interieur werd zodanig ingericht dat een bezoeker het idee heeft in een rechthoekig gebouw te staan. Ook de omgeving van beide stadhuizen ziet er totaal verschillen uit. Het stadhuis van Weesp staat tussen andere gebouwen; het Paleis op de Dam heeft een groot plein voor de deur (nadat allerlei gebouwen gedurende de eeuwen gesloopt waren).
Het gebouw werd al vanaf het begin geprezen, zo blijkt uit de publicatie van de opstandtekening van de voorgevel met beschrijving in De Maandelykse Nederlandsche Mercurius in 1776, nog in het jaar waarin het bouwwerk werd voltooid. Kosten noch moeite waren gespaard bij dit gebouw, dat niet alleen “mooi stond in Weesp”, maar ook na eeuwen lux afsteekt bij andere stadhuizen in Nederland. Men roemt de natuurstenen trap naar de eerste etage en ook de inrichting van de burgerzaal met een geometrisch ontworpen vloer met minstens drie soorten natuursteen. Een en ander wordt nog eens benadrukt door de rijke houten betimmeringen (of soms werd steen zodanig beschilderd dat het op hout lijkt).
Er werd bestuurd vanaf de eerste verdieping; de begane grond was ingericht als ontvangstruimte. Voorts zijn er in het gebouw kerkers en vierscharen, want in het gebouw werd ook rechtgesproken. De cellen werden tot in de 20e eeuw gebruikt.
De Weespenaren bleken door de eeuwen heen voorzichtig met het gebouw om te gaan. Bij een inventarisatie bleken bijvoorbeeld de oorspronkelijke bouwtekeningen nog voorhanden te zijn. Ook stond men regelmatig stil bij de geschiedenis van het gebouw; al in 1822 werd de eerstesteenlegging uit 1772 (50 jaar) herdacht, waarbij burgemeester Barent Peelen een toespraak hield en roemde:
De tweede verdieping van het gebouw werd later ingericht tot het Museum Weesp, het biedt onderdak aan onder meer Hollands en/of Weesper porselein uit de 18e eeuw, dat de hoofdcollectie vormt. In de periode 1759-1768 werd in Weesp het eerste porselein van Nederland geproduceerd.
In 1954 werd het gebouw opgenomen binnen monumentenzorg en vanaf 11 juni 1974 via een inschrijving in het monumentenregister is het een rijksmonument en staat het in de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (de lijst is ongenummerd). De omschrijving van het monument steekt schril af tegenover het belang van het gebouw:
Jubileum Op 2 februari 2026 stond de bestuurscommissie Weesp (Weesp is sinds maart 2022 onderdeel van Gemeente Amsterdam) tijdens een ceremoniële vergadering stil bij het 250-jarig bestaan van het gebouw. Gemeente Amsterdam had wethouder Rutger Groot Wassink afgevaardigd. Op 2 februari 1776 had de eerste vergadering van het Weepser vroedschap plaatsgevonden. Het gebouw werd besproken in de rubriek Erfgoed van de week en ook Het Parool wijdde er een artikel aan. Beide noemden het "Het mooiste stadhuis van Amsterdam".Erfgoed van de Week (5 februari 2026; geraadpleegd 5 maart 2026)
Fotogalerij
Categorie:Rijksmonument in Weesp Weesp