De hardoen, ook wel slingerstaart (Laudakia stellio) is een hagedis uit de familie van de agamen (Agamidae). Deze hagedis is een van de weinige agamen die tot in Europa voorkomen; vrijwel alle andere soorten leven in Azië en Afrika. – The Reptile Database De soort werd in 2012 in het monotypische geslacht Stellagama , 2012 geplaatst; in de literatuur is hij veelal als Agama stellio te vinden. Later is de soort terug naar het geslacht Laudakia verplaatst en zijn de soorten Laudakia cypriaca en Laudakia vulgaris van deze soort afgesplitst.Speybroeck, J., Beukema, W., Dufresnes, C., Fritz, U., Jablonski, D., Lymberakis, P., ... & Crochet, P. A. (2020). Species list of the European herpetofauna–2020 update by the Taxonomic Committee of the Societas Europaea Herpetologica. Amphibia-Reptilia, 41(2), 139-189.Karameta, E., Lymberakis, P., Grillitsch, H., Ilgaz, Ç., Avci, A., Kumlutaş, Y., ... & Poulakakis, N. (2022). The story of a rock-star: multilocus phylogeny and species delimitation in the starred or roughtail rock agama, Laudakia stellio (Reptilia: Agamidae). Zoological Journal of the Linnean Society, 195(1), 195-219.
Naamgeving en taxonomie De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Lacerta stellio gepubliceerd door Carl Linnaeus in Systema naturae. (1758). Systema naturae ed. 10: 202. Gearchiveerd op 27 september 2022. Hij baseerde de naam op een beschrijving van Fredrik Hasselquist die in 1757 verscheen, en die de soort in Syrië en Palestina zag, (1757). Iter Palaestinum eller resa til heliga landet: 301. Gearchiveerd op 9 juli 2022. een beschrijving en afbeelding uit 1717 uit Mykonos door Joseph Pitton de Tournefort, waarnaar ook Hasselquist verwees, (1717). Relation d'un voyage du Levant: 372, "Lacerta coslordilos" (de door Linnaeus en Hasselquist opgegeven pagina's verwijzen mogelijk naar een andere druk van het werk) en een afbeelding uit het werk van Albertus Seba. (1735). Locupletissimi rerum naturalium thesauri 2: pl. 8, fig. 7 Door George Albert Boulenger werd de soort in 1885 in het geslacht Agama geplaatst, (1885). Catalogue of the lizards in the British Museum (Natural History) ed. 2, 1: 368 dat in 1802 door François Marie Daudin was gecreëerd. (1802). Histoire naturelle, génerale et particulière des reptiles 3: 333 Onder de naam Agama stellio komt de soort nog veel voor in de literatuur. In 1990 plaatste Kasparek de soort in het geslacht Stellio , 1768. De naam Stellio wordt echter niet langer geaccepteerd omdat het in 1936 door Stejneger aangewezen lectotype ervan, Stellio saxatilis , 1768 een niet te identificeren soort betreft, en de soorten worden nu hoofdzakelijk in de geslachten Laudakia , 1845 en Acanthocercus , 1849 geplaatst. (1995). A brief review of the origin and use of 'stellio' in herpetology and a comment on the nomenclature and taxonomy of agamids of the genus Agama (sensu lato) (Squamata: Sauria: Agamidae). Herpetozoa 8(1/2): 3–9 (2012). A morphology-based taxonomic revision of Laudakia Gray, 1845 (Squamata: Agamidae). Vertebrate Zoology 62(2): 213–260 Manthey & Schuster plaatsen de soort in 1999 in het geslacht Laudakia. In 2012 creëerden Baig et al. het monotypische geslacht Stellagama voor deze soort. Later is de soort terug naar het geslacht Laudakia verplaatst en zijn de soorten Laudakia cypriaca en Laudakia vulgaris van deze soort afgesplitst.
De soort werd in 1768 door Josephus Nicolaus Laurenti beschreven en benoemd als Iguana cordylina, (1768). Specimen medicum, exhibens synopsin reptilium: 47 nu herkend als een junior synoniem van de naam die Linnaeus in 1758 gaf. Laurenti baseerde de beschrijving en naam op "Salamandra Americana" van Albertus Seba. (1734). Locupletissimi rerum naturalium thesauri 1: 169 en pl. 107, fig. 1 en 2
Ondersoorten De hardoen wordt verdeeld in de volgende ondersoorten, met de auteur en het verspreidingsgebied. De ondersoorten verschillen enigszins in uiterlijk maar zijn met name gebaseerd op geografische verspreiding.
Ondersoorten De soorten Laudakia cypriaca en Laudakia vulgaris (inclusief ondersoorten brachydactyla en picea) werden voorheen als ondersoort van de hardoen gerekend. Naam Auteur Verspreidingsgebied Laudakia stellio daani Beutler & Frör, 1980 Griekenland, Macedonië, Turkije Laudakia stellio stellio Linnaeus, 1758 Griekenland, Jordanië, Turkije
Uiterlijke kenmerken thumb|Kop van een exemplaar uit Israël
De kleur is bruingrijs tot bijna zwart, met onregelmatige lichtere vlekken op de rug en staart, vooral op de kop van de mannetjes. Op de rug bevindt zich een lichtere bandering en rijen stekelachtige knobbels, die bij oudere exemplaren vervagen. De dieren kunnen van kleur veranderen, vooral de mannetjes die een rode kleur aan de voorzijde van het lichaam krijgen als ze opgewonden raken. Mannetjes zijn te herkennen doordat ze wat forser worden en meestal een rode voorzijde van het lichaam hebben. De kop is relatief groot en de schubbenrijen op de staart zijn sterk gekield en lijken op stekels. Ze overlappen elkaar wat voor een goede bepantsering zorgt. Het lichaam is afgeplat en heeft een duidelijke hals. De maximale lengte is ongeveer 40 centimeter waarvan bijna de helft bestaat uit de lange staart.
Verspreiding en habitat De hardoen komt voor in Griekenland, Macedonië, Jordanië en Turkije. De verschillende ondersoorten verschillen enigszins in verspreidingsgebied.
De habitat varieert van droge tot zeer droge gebieden. De ondergrond is altijd rotsachtig, vaak in berg- of kustgebieden. De hagedis klimt vaak op stenen en in bomen. Ook in de buurt van steden kan de hagedis worden aangetroffen, zoals in huizen.
Beschermingsstatus Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is de beschermingsstatus 'veilig' toegewezen (Least Concern of LC).
Levenswijze thumb|Verschillende generaties in de Turkse provincie Mardin
De hardoen jaagt voornamelijk op kleine ongewervelden zoals insecten maar kan door zijn grootte ook kleine gewervelden buitmaken. Net als andere grotere agamen bestaat een belangrijk deel van het menu uit plantendelen als bladeren en bloemen. De hagedis kan massaal voorkomen op steenhopen en andere geschikte biotopen. Ook tuinen en plantenkwekerijen zijn een geschikte leefomgeving, zoals palmkwekerijen maar ook in huizen wordt de hagedis aangetroffen. De hardoen is een goede klimmer die zijn schuilplaats echter op de bodem heeft, zoals onder stenen en in de holen van knaagdieren.
Zoals wel meer leguaanachtigen – waar de agamen toe behoren – kan het dier met soortgenoten communiceren door knikkende bewegingen te maken met de kop. De paring vindt plaats in de lente, in juni worden de eitjes afgezet, ongeveer 6 tot 14 in totaal. De eitjes hebben een lederachtige schaal en worden afgezet in een ondiep kuiltje. Als de juvenielen vanaf augustus uit het ei kruipen zijn ze zo'n 4 centimeter lang en moeten uitkijken voor onder andere grotere hagedissen om niet te worden opgegeten.
Externe links Hardoenen – Foto's van de hardoen op Digital Nature Stellagama stellio – Foto's van de hardoen op Amphibians and Reptiles of Europe
Bronvermelding
Categorie:Agaminae Categorie:IUCN-status niet bedreigd