Zeekomkommers (Holothuroidea) vormen een klasse van ongewervelde dieren die behoren tot de stekelhuidigen. De meeste soorten hebben een langwerpig en worstvormig lichaam dat zowel aan de voor- als achterzijde stomp eindigt. Er zijn ook vormen met een sliertige of een bolle lichaamsvorm.

Zeekomkommers zijn net als andere stekelhuidigen uitgesproken zeedieren; ze kunnen niet overleven in zoetwater of op het land. De verschillende soorten komen voor van de getijdenzone tot in de diepzee. De meeste soorten leven op de bodem, waar ze zich kruipend voortbewegen. Ook zijn er strikt gravende soorten bekend en enkele soorten zijn zelfs goede zwemmers.

De meeste groepen van stekelhuidigen hebben een stervormig lichaam (radiaal symmetrisch). Zeekomkommers wijken hier uitwendig sterk van af. De inwendige anatomie vertoont echter wel grote gelijkenissen met andere stekelhuidigen zoals zeesterren, slangsterren en zee-egels. Er zijn ongeveer 1.700 verschillende soorten zeekomkommers beschreven, waarvan er slechts twee weleens langs de kust van België en Nederland worden gevonden.

Zeekomkommers leven van kleine, zwevende voedingsdeeltjes of kleine organismen die uit het water worden gefilterd. Ze hebben hiertoe vaak duidelijke tentakels rond hun mond waarmee ze hun voedsel verzamelen. Sommige vertegenwoordigers zijn carnivoor en eten kleine diertjes, andere leven enkel van organische deeltjes in de modder van de zeebodem. De dieren worden zelf gegeten door verschillende andere dieren zoals roofvissen en zeeschildpadden. Sommige soorten kunnen een bepaald deel van het darmstelsel uitstoten ter verdediging. Deze sliertige structuren zijn plakkerig en bovendien giftig.

Verschillende soorten worden vooral in Azië gebruikt in gerechten of worden gebruikt als een traditioneel medicijn.Subhuti Dharmananda, Sea Cucumber, Food and Medicine, Institute for Traditional Medicine, Portland, Oregon Zeekomkommers worden vaak eerst gedroogd voor ze worden verwerkt als voedsel of in medicijnen.

Naamgeving De Nederlandse naam 'zeekomkommer' slaat op het langwerpige lichaam en de knobbelachtige huid die de meeste vertegenwoordigers bezitten en die enigszins doen denken aan een komkommer. Ook in andere talen wordt een dergelijke naam gebruikt, zoals het Engelse sea cucumber en het Duitse Seegurken. In de Deense taal worden de dieren 'waterworsten' (søpølser) genoemd.

Zeekomkommers worden ook wel trepang of bêche-de-mer genoemd. De naam 'trepang' wordt gebruikt voor eetbare soorten. Trepang is afgeleid van het Maleise woord teripang. Dit woord betekent zoveel als 'zeekomkommer' en wordt onder andere in Indonesië gebruikt. In Maleisië zelf worden zeekomkommers gamat genoemd.

De wetenschappelijke naam Holothuroidea werd voor het eerst gepubliceerd door Henri Marie Ducrotay de Blainville in 1834. Deze naam is afgeleid van het Latijnse holothūria (Grieks: holothourion), dat 'waterpoliep' betekent.

Verspreiding en habitat Zeekomkommers komen wereldwijd voor; de verschillende soorten leven in alle grote oceanen en binnenzeeën, zoals de Grote Oceaan, de Indische Oceaan, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. De meeste soorten komen voor in het westelijke deel van de Grote Oceaan en in de Indische Oceaan. In Europa komen ongeveer tweehonderd soorten zeekomkommers voor. In Nederland is alleen de gewone zeekomkommer (Holothuria forskali) sporadisch waargenomen. In België is daarnaast de soort Ocnus planci aan te treffen langs de kust. Bij het Nederlands Soortenregister zijn waarnemingen van vier soorten zeekomkommers gemeld. Holothuroidea in het Nederlands Soortenregister

Zeekomkommers leven altijd in de zee: een belangrijke vijand is de zon en veel soorten kunnen zeer slecht tegen uitdroging. De dieren drogen snel uit en overleven niet lang als ze aan de buitenlucht worden blootgesteld. Een uitzondering vormt Opheodesoma grisea, van deze soort is bekend dat het dier grotendeels kan uitdrogen bij eb maar bij opkomende vloed wordt het lichaam weer van water voorzien. De zeekomkommer wordt dan weer gehydrateerd en vervolgt zijn weg. thumb|Thelenota rubralineata kruipt over de ondergrond, ten noorden van Sulawesi. De habitat verschilt enigszins per groep, veel soorten komen voor rond koraalriffen, andere prefereren een zanderige of juist een modderige ondergrond. Gravende soorten worden alleen gevonden in gebieden met een los substraat zoals zand of modder. De zon wordt zo veel mogelijk gemeden en op rotsachtige bodems levende groepen schuilen vaak in rotsspleten. Soorten die op zanderige bodems leven bedekken zich overdag met delen van het substraat om zich aan het zonlicht te onttrekken.

Daarnaast bestaat er een verschil in diepteverspreiding. Veel soorten komen voor in ondiep water van rond de getijdenzone tot grofweg 200 meter onder het wateroppervlak. Andere soorten zijn alleen in diepere wateren te vinden en weer andere zijn aan te merken als bewoners van de diepzee tot kilometers onder het wateroppervlak. Op een diepte van 8500 meter onder zeeniveau bleek dat 90 procent van alle organismen tot de zeekomkommers behoorden. Een exemplaar van de soort Prototrochus bruuni is gevonden op een diepte van 10,2 kilometer.

Slechts een klein aantal zeekomkommers tolereert een verlaagd zoutgehalte zoals in brakke wateren en rond riviermondingen. Een voorbeeld is Protankyra similis die leeft in mangrovebossen en ook soorten uit het geslacht Thyone kunnen rond zoetere riviermondingen leven.

De zeekomkommers die rond de kust van Zuid-Afrika leven staan bekend als een unieke groep die afwijkt van de meeste andere Afrikaanse soorten. Ook soorten die rond de kust van Nieuw-Zeeland leven lijken niet sterk verwant te zijn aan de groepen die leven in de zeeën van buurland Australië, zoals verwacht mag worden.

Uiterlijke kenmerken miniatuur|300px|Lichaamsdelen van een zeekomkommer Zeekomkommers verschillen op veel punten van andere stekelhuidigen. Zo hebben ze een worstvormig lichaam met een horizontale lichaamsas. Zeekomkommers hebben nooit armen zoals zeelelies en zeesterren en ook lange stekels zoals bij zee-egels komen nooit voor.

Sommige soorten kunnen erg lang worden en doen sterk denken aan een worm en andere soorten hebben dikke lobben aan de bovenzijde van het lichaam waardoor ze lijken op een zeenaaktslak. Een van de langste soorten is Synapta maculata, die tot twee meter lang wordt en een diameter heeft van vijf centimeter. In 2011 werd een zeekomkommer aangetroffen voor de kust van Japan die een lengte had van 3,6 meter. Dergelijke lange vormen lijken vaak op een zeeslang.

Een heel dikke soort is Stichopus horrens, die ongeveer een meter lang wordt en een diameter heeft van 21 cm. De kleinste zeekomkommer is de soort Psammothuria ganapati uit India. Deze bereikt een totale lichaamslengte van minder dan vier millimeter. Bij veel zeekomkommers is het vooreinde niet eenvoudig van het achtereinde te onderscheiden. Zeekomkommers hebben soms een vergrote lichaamsopening aan het lichaam, maar dit kan zowel de anus zijn die wordt opengesperd om te ademen als de mondopening die is vergroot om voedsel op te nemen.

De vertegenwoordigers van het geslacht Psychropotes hebben een enkel uitsteeksel op de achterzijde van het lichaam dat lijkt op een haaienvin en gebruikt wordt om mee te zwemmen. De soorten uit de familie Rhopalodinidae hebben soms een opmerkelijke flesvormige lichaamsbouw. Ook soorten die het lichaam in een bolvorm kunnen brengen komen voor. Een voorbeeld is de felgekleurde tropische soort Pseudocolochirus violaceus. Enkele soorten hebben een aparte lichaamsbouw, zoals de kwalachtige soorten uit de familie Pelagothuriidae.

thumb|Holothuria nigralutea wordt wel vergeleken met een chocoladebroodje.

Sommige soorten hebben een sterk afwijkende lichaamsvorm, zoals de vertegenwoordigers van het geslacht Scotoplanes. Deze zeekomkommers hebben een half doorzichtig, eivormig lichaam met ongeveer zeven paar poot-achtige structuren die dienen om te lopen. Deze dieren worden in het Engels vanwege hun vorm wel 'sea pigs' (zeevarkens) genoemd. Ook de lichaamskleur varieert sterk. Tropische soorten kunnen zeer bonte kleuren vertonen zoals paars, geel of rood. Soorten in meer gematigde streken hebben vaak een bruine tot donkergroene kleur. Een zeekomkommer die leeft bij de kust van Japan, Holothuria nigralutea, lijkt zelfs sterk op een chocoladebroodje. Dit komt door de geelbruine lichaamskleur met donkerbruine vlekken aan de bovenzijde. Er zijn ook zeekomkommers die permanent ingegraven leven in de zeebodem, deze zijn vaak geelwit van kleur.

De huid van de zeekomkommer bestaat uit een zeer dunne opperhuid of epidermis, die het gehele lichaam bedekt. De epidermis is nooit voorzien van trilharen (cilia) zoals bij veel andere groepen van stekelhuidigen voorkomt. Van de oudste fossielen is wel een skeletachtig omhulsel bekend dat lijkt op die van de zeesterren. Onder de dunne epidermis is een dikke laag bindweefsel gelegen, deze laag wordt het mesoderm genoemd. Zeekomkommers hebben nooit scherpe stekels zoals zee-egels en sommige zeesterren, wel draagt de huid verschillende knobbelachtige structuren. Ook huidpapillen komen voor, soms zijn deze vertakt. Een voorbeeld is de soort Thelenota ananas, die in de Engelse taal wordt aangeduid met ananas-zeekomkommer vanwege deze papillen. Het mesoderm bevat bij de meeste soorten vele kleine kalkachtige insluitsels. Deze insluitsels worden beschouwd als de laatste resten van een sterk gedegenereerd ongewerveld skelet.

Kalkplaatjes thumb|Kalkplaatjes van een zeekomkommer. De kalkplaatjes worden ook wel skeletnaaldjes of spiculae (enkelvoud spicula) genoemd en kunnen de meest uiteenlopende vormen hebben, van platte of naaldachtige structuren tot driedimensionale plaatjes. De plaatjes lijken soms sterk op voorwerpen uit het dagelijkse leven, zoals een hamer, staaf, kruis, wiel, anker, aambeeld of klok. Deze plaatjes worden bij sommige soorten gebruikt om zich te ankeren aan de ondergrond, ze steken bij deze zeekomkommers uit de huid om meer grip te bieden. Vooral van de soorten uit de familie Synaptidae is bekend dat kleine, ankervormige insluitsels uit de huid steken zodat deze zich makkelijker hecht aan de ondergrond. Omdat ze zo klein zijn kan de huid van een zeekomkommer een groot aantal spiculae dragen, een exemplaar van 10 centimeter kan 20 miljoen plaatjes bevatten.

Omdat de spiculae makkelijker fossiliseren dan de weke lichaamsweefsels van de zeekomkommer, zijn vooral de kalkplaatjes van de diergroep goed bekend in de paleontologie. De kalkplaatjes in de huid hebben vaak een soortspecifieke vorm. Sommige genoemde vormen komen bij bepaalde groepen nooit voor en anderen juist wel. Bij soorten uit de orde Apodida bijvoorbeeld komen vaak wielvormige insluitsels voor, terwijl deze bij de vertegenwoordigers van de orde Molpadida nooit voorkomen.

Slechts van enkele groepen is bekend dat ze een heus skelet bezitten zoals de meeste andere stekelhuidigen. Dit bestaat uit grotere, dakpansgewijze geplaatste kalkplaatjes die het gehele lichaam als een schubbenhuid omgeven en zo een goede bescherming bieden. Bij andere stekelhuidigen zoals de zeesterren en de zee-egels is dit de normale gang van zaken, bij deze groepen is het lichaam grotendeels omsloten door een kalkskelet. Bij de zeekomkommers zijn de kalkplaatjes of spiculae tot een minimum gereduceerd om de bewegingsvrijheid te vergroten. De plaatjes staan -bij de meeste soorten- niet met elkaar in verbinding maar zijn los van elkaar in de huid gelegen. In vergelijking met andere stekelhuidigen zijn de dieren aan te merken als bijzonder flexibel. Ze gebruiken dit om het lichaam in nauwe spleten te bewegen, zodat ze door vijanden moeilijk los te krijgen zijn. Zeekomkommers hebben desondanks een stevig lichaam dankzij de dikke laag lichaamsspieren onder de huid.