Stinkende gouwe (Chelidonium majus) is een plantensoort uit de papaverfamilie (Papaveraceae). Het betreft de enige soort uit het monotypische geslacht Chelidonium.

Etymologie De botanische naam Chelidonium majus betekent 'zwaluwkruid'. Dit valt te herleiden naar een volksverhaal waarin zwaluwen de ogen van hun pasgeboren blinde jongen insmeerden met het geeloranje sap, waarna de jongen van hun blindheid werden genezen.

De Nederlandse triviale naam is te verklaren uit de wat muffe geur van de plant en het goudgele sap dat bij verwonding van de plant naar buiten treedt. Zelden wordt de plant ook wel 'wrattenkruid' genoemd, doordat het sap helpt om wratten te genezen.

Determinatie Stinkende gouwe is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van ± 20–80 cm. Zeer kenmerkend is het oranjegele melksap. De bladeren zijn oneven geveerd of diep ingesneden en grof gekarteld. Er zijn in het eerste geval vijf of zeven deelblaadjes. De onderkant van het blad is grijsgroen. Stinkende gouwe bloeit van april tot in de herfst. De bloemen zijn heldergeel en 2–2,5 cm breed. Er zijn twee kelkbladeren, vier kroonbladeren, veel meeldraden en een stamper. Twee tot zes bloemen vormen een los scherm. De vrucht is een kale, peulvormige doosvrucht van 3–5 cm lang, die van onderaf met twee kleppen geopend kan worden. De zaden bevatten een vettige, witte zaadsluier (mierenbroodje).

Ecologie Stinkende gouwe komt voor op droge, tot matig vochtige, eutrofe tot meso-eutrofe bodems met een hoge pH. Vaak gaat het om beschaduwde tot halfbeschaduwde standplaatsen. Ze treedt vooral op in zoomvegetatie langs bijvoorbeeld heggen en muurvoeten. Ook kan ze worden aangetroffen op braakliggend terreinen, in tuinen en op muren. Stinkende gouwe wordt vooral via myrmecochorie verspreid, vandaar dat de plant vaak op en tussen gaten in muren groeit.

Verspreiding Het verspreidingsgebied van stinkende gouwe strekt zich uit over Middellandse Zeegebied tot ver in Scandinavië en in Midden- en Noord-Azië.

Gebruiksgeschiedenis Volgens de middeleeuwse signatuurleer kon de plant bij galklachten toegepast worden, vanwege de gele kleur van het melksap en de vorm van de bladeren. Stinkende gouwe werd als geneeskruid ook gebruikt bij onder meer oogziekten. Het gele sap werd tevens tegen wratten ingezet; om een wrat te laten verdwijnen moest het sap van een verse stengel er meerdere malen per dag op worden gesmeerd. Een van de bladeren getrokken mengsel werd ooit gezien als een middel tegen lichaamsbeharing.

Alchemisten gebruikten stinkende gouwe bij het zoeken naar de steen der wijzen. Heksen deden het in de middeleeuwen in hun zalven (zie heksenkruid).

De plant bevat giftige alkaloïden; de belangrijkste zijn berberine, coptisine, chelidonine, sanguinarine en chelerithrine. De isochinolide alkaloïden zijn verantwoordelijk voor de geeloranje kleur van het sap. Verder bevat het gewas etherische oliën en saponine. Vergiftiging met de sappen kan worden omschreven als een morfinevergiftiging.Dagblad Trouw, 15 november 2013, Stinkende gouwe zusje van morfine

In de fytotherapie wordt de plant gebruikt in de vorm van tinctuur.

Fotogalerij

Categorie:Papaverfamilie Categorie:Vaste plant Categorie:Plant uit het Palearctisch gebied