Nikolai Lopatnikoff (Russisch: Николай Львович Лопатников, Nikolaj Lvovitsj Lopatnikov) (Reval, 16 maart 1903 – Pittsburgh, 7 oktober 1976) was een Russisch-Amerikaanse componist, muziekpedagoog, hoogleraar en dirigent. Hij was als zoon het jongste van vier kinderen uit het huwelijk van Leopold Lopatnikoff (1865-1936) met Judith "Ida" Feitelberg (1868-1934).
Levensloop Europese periode Lopatnikoff studeerde piano aan het Conservatorium van Sint-Petersburg (Russisch: Санкт-Петербургская государственная консерватория имени Н.А. Римского-Корсакова) tot 1917 als zijn familie voor de achtergrond van de Russische Revolutie naar Helsinki vertrok. Hij studeerde in Helsinki verder aan de Sibelius-Akademie Helsinki tot 1920.
In 1921 vertrok zijn familie naar het Duitse Heidelberg. Hij studeerde toen ingenieurwetenschappen aan de Ruprecht-Karls Universiteit te Karlsruhe en behaalde aldaar het diploma als Ingenieur. Tegelijkertijd studeerde hij compositie bij Ernst Toch, Hermann Grabner en Willi Rehberg in Mannheim aan de Hochschule für Musik und Darstellende Kunst Mannheim.
In deze tijd ontstonden het Concert nr. 1, voor piano en orkest, het Concert nr. 2 voor piano en orkest, en de 1e symfonie. Voor het festival Deutsche Kammermusik Baden-Baden 1927 componeerde hij – alsook George Antheil – werken voor het zogenoemde mechanisch piano "Welte-Mignon". Aaron Copland, die deze uitvoering op 16 juli 1927 hoorde maakte Serge Koussevitzky ermee bekend en dat was een belangrijke initiatie voor een contact met de componist Lopatnikoff en voor Lopatnikoffs toekomst. Koussevitzky gaf een orkestratie van de stukken in opdracht en bot Lopatnikoff een samenwerking aan. In het gevolg gaf het een langdurende verbinding tussen deze beide kunstenaars en het Boston Symphony Orchestra verzorgde talrijke premières van Werken van Lopatnikoff.
In 1929 werd hij onderscheiden met de Belaïeff Prijs in Parijs voor zijn Strijkkwartet nr. 2.
Amerikaanse periode Nadat hij in de jaren 1930 in Berlijn en vanaf 1936 in Londen voornamelijk als componist gewerkt had, emigreerde hij in 1939 naar de Verenigde Staten. Hij werd hoogleraar voor compositie aan het Hartt College of Music in Hartford (Connecticut) vervolgens aan het Westchester Conservatory of Music in White Plains (New York) en uiteindelijk aan het Carnegie Institute of Technology, de huidige Carnegie-Mellon Universiteit te Pittsburgh. In 1944 werd hij genaturaliseerd tot Amerikaan. Hij leerde muziektheorie en compositie tot 1969 toen hij met pensioen ging.
Hij trouwde op 27 januari 1951 met de dichteres en schrijfster Sara Henderson Hay.
Hij werd tweemaal onderscheiden met de Guggenheim Fellowship en in 1963 werd hij opgenomen in het National Institute of Arts and Letters.
In de laatste levensjaren woonde hij in New York, waar hij in 1976 overleed.
Composities Werken voor orkest Symfonieën 1928: Symfonie nr. 1, op. 12 Allegro Andante ma non troppo Allegro molto 1939: Symfonie nr. 2, op. 24 1951: Symfonie nr. 3, op. 35 Allegro risoluto Allegro molto Andante Allegro molto 1972: Symfonie nr. 4, op. 46
Concerten voor instrumenten en orkest 1921: Concert nr. 1 in C groot, voor piano en orkest, op. 5a 1930: Concert nr. 2, voor piano en orkest, op. 15 – opgedragen aan zijn ouders Allegro energico Andantino Allegro molto 1941: Concert, voor viool en orkest, op. 26 Allegro Andante Allegro con brio, ma non troppo 1946: Variaties en epiloog, voor cello en orkest, op. 31a 1949-1950: Concerto, voor 2 piano's en orkest, op. 33 Allegro risoluto Andante Finale – Allegro molto vivace Concert, voor piano en orkest, op. 5b
Andere Werken voor orkest ca. 1922: Voorspel tot een drama, voor groot orkest, op. 3 1933: rev. 1951 Opus sinfonicum, voor orkest, op. 28 1939: Twee Russische Nocturnes, op. 25 1942: Sinfonietta, voor orkest, op. 27 1947-1949: Sinfonietta, voor kamerorkest 1953: Concertino, voor orkest, op. 30 Toccata: Allegro molto Elegietta: Andante Finale: Allegro molto vivace 1954: Divertimento, voor orkest, op. 34 1960: Music for orchestra, voor orkest, op. 39 1960: Festival Overture, voor orkest, op. 40 1963: Variazioni concertanti, voor orkest, op. 38 1964: Concerto, voor orkest, op. 43 Intrada Scherzo Aria Finale Introduction et Scherzo, voor orkest, op. 10 Partita concertante, voor kamerorkest, op. 45 Suite uit de opera "Danton", voor orkest, op. 21
Werken voor harmonieorkest 1963: Concerto, voor harmonieorkest, op. 41 Music for Band, op. 39a – bewerker: William A. Schaefer
Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1931-1932 Danton, op. 20 3 bedrijven 1933, Keulen en Zürich naar Georg Büchner
Balletten Voltooid in titel aktes première libretto choreografie Melting-Pot zes scènes 26 maart 1976, Indianapolis, Indianapolis Ballet
Vocale muziek 1923: Romans (Romance), voor zangstem en piano – tekst: Anna Andrejevna Achmatova 1924: Romans (Romance), voor zangstem en piano – tekst: Tiucher 1947: Time is Infinite Movement, voor drie stemmen 1952: Vocalise in modo russo
Kamermuziek 1928: Sonate, voor viool, piano en kleine trom, op. 9 1928: Sonate, voor cello en piano, op. 11 1931: 3 stukken, voor viool en piano, op. 17 1933: Deuxième quatuor (Strijkkwartet nr. 2), op. 6 1943: Arietta, voor viool en piano 1945: Variations and epilogue, voor cello en piano 1946: Variaties en epiloog, voor viool en cello, op. 31 1948: Sonata nr. 2, voor viool en piano, op. 32 1950: Arabesque, voor cello of fagot en piano 1962: Fantasia concertante, voor viool en piano, op. 42 C-H-A-S-E, voor een melodie-instrument en piano Divertimento da camera, voor dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, trompet, viool, cello, slagwerk en piano, op. 44 Duo, voor viool en cello, op. 8 Strijkkwartet nr. 1, op. 4 Strijkkwartet nr. 3, op. 36 Trio in a klein, voor piano, viool en cello, op. 23
Werken voor piano 1927: Toccata für Klavier, originele compositie voor het mechanisch piano van "Welte-Mignon" 1927: Scherzo, originele compositie voor het mechanisch piano van "Welte-Mignon" 1928: Sonatine, op. 7 1929: Gavotte 1930: Vijf Contrasten, op. 16 1932-1934: Dialogen: vijf stukken, voor piano, op. 18 1933: Variaties, op. 22 Mädchenlied Abendfrieden Abendgang Gute Nacht... Mir fiel... Im April 1934: Elegietta, voor cello en piano 1943: Sonata nr. 1 in E groot, op. 29 1948: Arabesque, voor twee piano's, vierhandig 1956: Dance piece 1956: Dance piece 1957: Intervals, 7 studies, op. 37 Deux danses ironiques, op. 13 Eksprompt [Impromptu] and Prelude Praeludium und Fuge, op. 2 Teneramente Vier kleine stukken, op. 1
Bibliografie Edith Borroff, J. Bunker Clark (ed.): American opera : a checklist, Detroit: Harmonie Park Press, 1992, 334 p., Kyle Smith: Catalog of the music of Pennsylvania composers, Vol. I: Orchestral Music, Wynnewood, Penn: Pennsylvania Composers Forum, 1992, 60 p. Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, David Diamond: Nikolai Lopatnikoff, 1903-1976 published in Proceedings of the American Academy of Arts and Letters and the National Institute of Arts and Letters, second series, no. 28. New York: 1978, p. 97-99.
Referenties
Externe links Nikolai Lopatnikoff Collection, Library of Congress Biografie Fotografie (gearchiveerd)
Categorie:Amerikaans componist Categorie:Amerikaans muziekpedagoog Categorie:Amerikaans hoogleraar Categorie:20e-eeuws componist Categorie:Russisch componist Categorie:Russisch dirigent Categorie:Russisch pianist