thumb|Cartoon uit 1891 over lobbyen in de VS. Lobbyen is het stelselmatig uitoefenen van invloed op beleidsmakers bij bestuursorganen; het initiatief voor het contact ligt bij de lobbyist, iemand die er geen statutair onderdeel van uitmaakt. De interventie door zo'n derde partij vindt doorgaans plaats buiten het zicht van de openbaarheid. Een ander kenmerk van lobbyen is dat de externe beïnvloeding plaatsvindt buiten het actief kiesrecht en het petitierecht om en evenmin in het kader van procedures voor inspraak en participatie. Lobbyen wordt daarom een van de oorzaken van een democratisch tekort genoemd.

Lobbyisten richten zich bij hun werk op de beïnvloeding van bestuurlijke machtscentra: op bestuurders van organisaties, volksvertegenwoordigers, ambtenaren, onderzoekers en op andere functionarissen die werkzaam zijn in en voor de publieke sector. Lobbyen gebeurt op alle bestuursniveaus en kan zich behalve op overheden en parlementen ook richten op de besturen van maatschappelijke instellingen en bedrijven, op supranationale en niet-gouvernementele organisaties. Ook het bestuur van een gewone sportvereniging kan 'belobbyt' worden.

Een lobby kan zijn gericht op het invoeren of wijzigen van regels en op het verkrijgen van informatie, subsidies, vergunningen, licenties, registraties en posities en met het oog op een betere positionering in het publieke krachtenveld.

Etymologie en andere benamingen Lobby's zijn van oorsprong fysieke ontmoetingsruimten in Britse parlementsgebouwen waar belangenbehartigers hun invloed uitoefenden door parlementsleden informeel aan te spreken. Uit het Frans komt de term antichambre, een voorvertrek waar men zich ophield totdat men zijn opwachting kon maken bij een invloedrijk persoon om een zaak te bepleiten. In het Nederlands wijst de term wandelgangen naar de aanloopruimtes rond een vergaderzaal waar beïnvloedingspogingen kunnen plaatsvinden. Ook de term achterkamertjespolitiek verwijst naar politieke besluitvorming buiten de geëigende, openbare vergaderzalen.

Lobbyen roept soms argwaan op omdat de beïnvloeding zich merendeels aan publieke controle onttrekt en omdat de activiteit in sommige landen in verband is komen te staan met corruptie, het uitoefenen van ongeoorloofde druk, omkoping en chantage. Professionele beoefenaars gebruiken voor hun vakgebied mede daarom ook de neutraler klinkende term public affairs of kortweg PA.Editie van Café Weltschmertz over (onder meer) deze definitiekwestie, 4 juli 2017 op YouTube Zij benadrukken daarbij dat de meest gangbare lobbytechniek overreding is ofwel politieke argumentatie. In zijn meest neutrale vorm betreft het ontsluiting van kennis of de interpretatie ervan. Critici vestigen de nadruk op de manipulatie van hun informatie door lobbyisten en op het selectieve karakter van de gegevens die zij beschikbaar stellen of juist weglaten. Een term die in Vlaanderen en Brussel gebruikt wordt is studiebureau. Naast public affairs zijn ook "externe betrekkingen" en "belangenbehartiging" veelgebruikte synoniemen. De EU mijdt op de homepage van haar Transparantieregister het zoekwoord lobbyist maar spreekt over belangenvertegenwoordigers en over belangenverdediging. Ze ziet lobbyen als alle activiteiten die erop gericht zijn de beleidsbepaling en de besluitvorming van de Europese instellingen te beïnvloeden. Deze brede uitleg omvat daarmee ook het bedrijven van propaganda: het openlijk beïnvloeden van de publieke opinie. Lobbyen werkt echter meestal met discretie, men bespeelt geen massapubliek maar juist individuen. Beïnvloedingspogingen vanuit gevestigde buitenparlementaire machtsbronnen worden veelal gecategoriseerd als lobby, hun tegenhanger wordt ook wel aangeduid als antilobbyhttps://www.apache.be/2020/12/10/finance-watch-de-tandeloze-anti-lobby-in-brussel/?sh=c62812c747d4f61b178e9-373987688 of gezien als politiek activisme of protest.

Beoefenaars Een lobbyist hanteert liefst persoonlijke en informele relaties om contact te krijgen, bijvoorbeeld door een invloedrijk persoon aan te schieten op een bijeenkomst of via via een afspraak proberen te krijgen. Vervolgens probeert de lobbyist feiten en meningen te verstrekken die zijn of haar eigen pleidooi bekrachtigen en/of dat van anderen ontkrachten. Naast het verstrekken kan een lobbyist ook uit zijn op het verzamelen van informatie, bijvoorbeeld om de politieke stemming te peilen. Omdat hun inbreng zich onttrekt aan publieke controle maar niettemin betekenisvol kan zijn, worden lobbyisten bij de politieke schaduwmachten ingedeeld.

Iedereen kan lobbyist zijn, maar de aanduiding wordt vrijwel altijd gebruikt voor beroepsbeoefenaren die tegen een vergoeding werken voor een belanghebbend bedrijf, koepel- of belangenorganisatie, een commercieel lobby- of public-affairskantoor, consultancybedrijf of advocatenkantoor.

Lobbyisten met een reputatie Het arbeidsverleden, de persoonlijke reputatie en vooral het sociaal netwerk dat een lobbyist meebrengt zijn van belang voor diens inzetbaarheid voor opdrachtgevers. Niet alleen oud-ministers, staatslieden en voormalige leden van de Europese Commissie zijn gewild als ‘uithangbord’ voor een consultancy- of lobbybureau, ook voormalige journalisten en ambtelijke specialisten betreden in de rol van lobbyist soms hun oude werkomgeving weer via de ‘draaideur’:http://www.elsevier.nl/Europese-Unie/nieuws/2014/7/Barroso-voor-Europees-Hof-waar-draait-Dalligate-om-1555732W/ ze kennen er de interne wegen. Voorbeelden zijn de Nederlandse ex-minister Ben Bot,https://www.nrc.nl/nieuws/2015/06/06/ex-minister-ben-bot-lobbyde-bij-om-voor-verdachte-libier/ de gewezen Duitse eurocommissaris Günter Verheugen, voormalig NRC- en NOS-correspondent Rob Meines en de vroegere staatssecretaris Robin Linschoten. Ook actuele volksvertegenwoordigers kunnen lobbyist zijn. Zo werd van de Nederlander Hans Hillen bekend dat hij als senator ten tijde van de invoering van het rookverbod ook een geheime nevenfunctie vervulde bij een sigarettenfabriek. Lobbyist Mark Eyskens ondertekende als voorzitter van het door hem als 'studiebureau' aangeduide PA Europe een pleitschrift (pdf), demorgen.be aan zijn opvolger met de vermelding "gewezen eerste minister van België".De Morgen 8 december 2014: lobbybrief Eyskens aan premier Charles Michel

Afkoelingsperiode Soms geldt een afkoelingsperiode van twee jaar tussen het verlaten van een publiek ambt en lobbyist worden. Zo'n 'concurrentiebeding' verkleint de kans dat een lobbyist actuele maar niet openbare overheidskennis en persoonlijke relaties meteen te gelde maakt. Dat belemmerde de ex-defensiechef Jorge Domecq van de EU in 2020 niet om al ruim voor het einde van die termijn in dienst te treden van vliegtuigbouwer Airbus.https://www.ftm.nl/artikelen/ex-defensiechef-eu-airbus?share=%2F%2BRTjyq4jZJKJuGh20jydio6Bt%2B66%2FoFukbBOqlUoCDU5ITeZxmEW3Tj4qb%2BBw%3D%3D Eurocommissaris Neelie Kroes vroeg kort na haar aftreden toestemming aan de Commissie om voor taxibedrijf Uber te mogen werken maar trok haar verzoek eind december 2015 in toen bleek dat die er niet zou komen waardoor de Commissie geen weigering hoefde te publiceren. Kroes ging aan de slag als lobbyist binnen de afkoelingsperiode. Als een lobbyist optreedt als commentator voor de media wordt soms wel een voormalige functie, maar niet de huidige betrekking vermeld. Zo wordt Jaap de Hoop Scheffer vaker opgevoerd als ex-NAVO-chef dan als lobbyist voor een bedrijf dat legerkleding produceert.https://www.npostart.nl/medialogica/24-02-2016/VPWON_1255104

Overtuiging of professie De eigen ideologie en levensovertuiging van een op zakelijke basis werkende lobbyist zijn niet per se doorslaggevend; cruciaal is zijn of haar vaardigheid in het politieke beïnvloedingsspel. Van de Rotterdamse hoogleraar en lobbydeskundige Rinus van Schendelen is bijvoorbeeld bekend dat hij achtereenvolgens voor zowel de tabaksindustrie heeft gelobbyd als voor organisaties die het roken bestrijden.Rinus van Schendelen: ‘Je moet er als bedrijfsleven bovenop zitten’ managementscope.nl Deze benadering accentueert lobbyen als politiek neutrale en technocratische professie. Van lobbyisten die in dienst zijn van een belangenorganisatie wordt wel verwacht dat zij affiniteit tonen met het lobbydoel: een lobbyist van de Bont voor Dieren zal bijvoorbeeld geen bontmuts dragen.

Permanente vertegenwoordigingen en diplomatie thumb|De Wiertzstraat in Brussel. Deze 'lobbyboom' voor de hoofdingang van het Europees Parlement is geplant in 2001 op initiatief van SEAP, de beroepsorganisatie van lobbyisten. thumb|De top van een rij koperen naamplaten aan het Schumanplein. In het hart van de Brusselse lobbywereld waar ettelijke duizenden EU-lobbyisten opereren, hebben ook Nederlandse bedrijven, ideële organisaties, pensioenverzekeraars, consultants en bankenorganisatie een kantoorruimte gehuurd van waaruit zij hun lobbyactiviteiten ondernemen. thumb|Doos met gratis rookwaar die Europarlementsleden ontvingen van de tabaks- en verpakkingsindustrie in september 2013. Kort erna vond een plenaire stemming plaats in Straatsburg over de beperking van het roken. Tal van Europarlementsleden maakten toen bezwaar tegen de massieve beïnvloeding door de industrie. Lidstaten hebben bij internationale organisaties zoals de Navo en de Europese Unie een permanente vertegenwoordiging (PV). Die van België bij de EU omvat een kantoor van 170 medewerkers. Zo'n PV bestaat uit ambtenaren die netwerken, onderhandelen, lobbyen en meerderheidscoalities met andere lidstaten proberen te vormen. De Nederlandse PV in Brussel lobbyt ook bij de EU voor het bedrijfsleven; het ondersteunen van burgers wordt niet genoemd als haar taak. PV-ambtenaren zijn op hun beurt zelf ook doelwit van lobby's omdat ze zetelen in het invloedrijke Comité van Permanente Vertegenwoordigers, dat de besluiten van Raad van de Europese Unie en van de Europese Raad voorbereidt. De Nederlandse PV huist in de ambassade in Brussel maar kent een eigen ambassadeur, dus naast de Nederlandse ambassadeur die verantwoordelijk is voor de normale diplomatieke relaties met België. Lagere overheden zetten buiten de reguliere overheidskanalen ook eigen lobbyisten in om hun belangen te behartigen: de Vereniging van Nederlandse GemeentenVNG-Magazine 10 mei 2019, pagina 24 berekende dat er in Brussel zo'n 500 lobbykantoren zijn van (Europese) steden, regio's en provincies.

Werkwijzen Beleidsfase Een lobbyist wacht bij voorkeur niet tot de besluitvorming nadert, maar probeert liefst al in een prille beleidsfase - buiten de publieke aandacht om - zijn of haar invloed te laten gelden. In de onderzoeks- en ontwikkelingsfase zijn de beïnvloedingsmogelijkheden ruimer dan wanneer de meningsvorming over een voorstel al bijna is afgerond en er een plan op de politieke agenda staat. Lobbyisten richten zich daarom niet alleen op volksvertegenwoordigers, maar steeds intensiever op ambtenaren en op benoemde bestuurders die verantwoordelijk zijn voor het ontwerpen en indienen van beleidsvoorstellen, regels en wetten: wie de vraagstelling van beleidsonderzoek kan beïnvloeden kan daarmee de uitkomst naar zijn hand zetten. Het is niet ongewoon dat lobbyisten kant-en-klaar uitgeschreven wetsteksten aanleveren.

Regulier optreden Een belangrijke functie van lobbyisten is dat zij aan hun opdrachtgever rapporteren of er wat interessants op de agenda staat of komt. Een lobbyist kan daarna optreden als wegbereider, dus als degene die een contact voor zijn opdrachtgever voorbereidt. Hij kan ook zelf de lobby uitvoeren.