Het verzet van Delftse studenten en docenten tijdens de Tweede Wereldoorlog manifesteerde zich in stakingen, betrokkenheid bij en oprichting van verzetsgroepen en deelname aan sabotage acties en dissidente activiteiten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen 180 Delftse studenten, docenten en pas afgestudeerden om.

Studentenverzet Het studentenverzet begon net als op de andere universiteiten in Nederland direct in mei 1940, toen alle studentenverenigingen in Nederland een plaatselijke Contactcommissie vormden, die ieder in de Nederlandse Studenten Federatie werd vertegenwoordigd. Een initiatief dat niet erg succesvol bleek. De contacten tussen de studenten lagen meer op individueel niveau.

Studentenstaking van 1940 In november 1940 braken op de Technische Hoogeschool in Delft, evenals aan de Universiteit Leiden, stakingen uit als een reactie op het verbod aan Joodse ambtenaren, en dus aan sommige hoogleraren, om les te geven en ontslagen werden. De staking leidde tot een sluiting van de hogeschool door de Duitsers. Dit waren de eerste stakingen tegen het Duitse bewind en de Jodenvervolging in Nederland.

In 1941 werd de hogeschool heropend. De bezetter verbood Joden lid te zijn van niet-commerciële verenigingen waarop de Nederlandse Studenten Federatie besloot dat dit onaanvaardbaar was en dat de studentenverenigingen zichzelf dan maar moesten opheffen. Het vreemde was dat de Centrale Commissie voor Studiebelangen in Delft geen vereniging was, zodat zij de belangen van de Joodse studenten dachten te kunnen blijven behartigen.Delftsche Studenten Raad (1947, p. 12) De Delftse burgemeester, F.W. van Vloten, was echter een NSB'er en hij verbood hun activiteiten.

Verzetsgroepen Binnen de studentencorpora bleven goede banden die uiteindelijk van groot belang waren voor het ondergrondse verzetswerk. In Delft waren professor Jan Mekel en professor Schoemaker vanaf eind 1940 instrumentaal in het opzetten van spionage- en sabotagegroepen, de Groep Mekel en de Groep Schoemaker, die eerst vooral een Ordedienst (OD) was en deel uitmaakte van de landelijke OD, die de orde zou bewaren als de Duitsers weg waren. Dit duurde langer dan verwacht en in 1941 werd de OD opgeheven. In de zomer van 1941 werden Mekel en Schoemaker met enkele medewerkers opgepakt. Hun verrader dreef enkele dagen later in een vijver rond.Delftsche Studenten Raad (1947, p. 13-14)

De Duitsers dachten dat Charles Hugenholtz en Jan van Blerkom hier schuld aan hadden, zij doorzochten veel studentenhuizen en pakten allerlei studenten op, die vervolgens naar het Oranjehotel gebracht werden.. De drijfjacht leverde niets op, Hugenholz verdronk in 1944 en Van Blerkum verdween in november 1941. In het Oranjehotel zaten die winter veel Delftenaren. In het voorjaar van 1942 werden zij naar kamp Amersfoort overgeplaatst. In april 1942 begon het Proces der 72. Bijna allen werden ter dood veroordeeld.

Dit stimuleerde de behoefte het studentenverzet nog beter te organiseren. Groepen werden kleiner waardoor ze minder kwetsbaar waren. Sabotagegroep Pahud werd toch in 1943 opgepakt en later sabotagegroep Pleyte. Ook vielen er slachtoffers onder de Engelandvaarders. Robert Simon Cohen, die inmiddels RAF piloot was geworden, deed mee aan het Bombardement op het Centraal Bevolkingsregister in Den Haag.

Commissie van Acht In 1941 werd de Commissie van Acht opgericht. Deze zou allerlei taken van de Senaat overnemen. Ook benoemde de Senaat Siewert de Koe tot lid van de contactcommissie, speciaal belast met het bevorderen van inter-academiaal ondergronds contact. Toen hij in de Denneweg in Den Haag werd opgepakt, werd hij opgevolgd door Willem Pahud de Mortanges. Beiden werden in Utrecht gefusilleerd. Pahud was lid van de Groep van Acht, die langzamerhand de Groep Pahud werd genoemd. Pahud werd geholpen door R. von Nordheim.

De interacademiale contactcommissie werd de Commissie van Negen genoemd. Toen in december 1942 een derde van de studenten dreigde te worden gedeporteerd, werd de aanvang van de kerstvakantie vervroegd zodat ze naar huis konden gaan. De contacten van de Commissie van Negen werden ingedeeld volgens geografische herkomst (ouderlijk huis) en niet volgens de universiteit. In die districten werden betrouwbare studenten gezocht. Omdat men geloofde dat ijverige studenten niet voor deportatie in aanmerking kwamen, keerden veel studenten na de kerstvakantie terug. Ze werden overdonderd door een razzia op 6 februari 1943. Er werden 215 studenten meegenomen naar Vught. Natuurlijk volgde het advies om niet in Delft te blijven.

Loyaliteitsverklaring Er volgden arrestaties van enkele districtshoofden: Pahud, Van der Plas (district Leiden) en Van Raalte (district Den Haag). Op 12 maart werd de loyaliteitsverklaring gepubliceerd. Deze brengt veel ophef teweeg en veel studenten weigerden deze te ondertekenen. Professor Van Dam, secretaris-generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming, liet op 3 april weten dat er geen wijzigingen in zouden komen. In een radiotoespraak op 6 april liet hij vervolgens weten dat iedereen die voor 11 april zou tekenen, binnen de numerus clausus zou vallen. In Londen maant minister Bolkestein over de radio iedereen om zich 'te onthouden van iedere medewerking wat betreft het verkrijgen der verklaringen'. Toch adviseert de Delftse Academische Senaat om te ondertekenen.TU Delta Ze lieten weten dat iedere ondertekenaar zou kunnen afstuderen.

Op 11 april bleek dat 500 van de 3000 studenten hadden ondertekend; dit liep later nog op tot 778. De Groep van Negen, die nu de Vertegenwoordigers werd genoemd, pleitte voor volharding om niet te tekenen.

Op 4 mei 1943 legde de SD beslag op het kaartsysteem van de ingeschreven studenten en op de lijst van mensen die de loyaliteitsverklaring hadden ondertekend. Het directe gevolg daarvan was dat SS-generaal Rauter besloot dat allen die de verklaring niet hadden ondertekend zich op 6 mei moesten melden voor Arbeitseinsatz, ook de meisjes. Ruim 800 Delftenaren meldden zich aan, en 3800 studenten in den lande. Zij werden meegenomen naar Ommen. Joden moesten zich voor 22 mei melden, stakers en saboteurs werden met zware straffen bedreigd. Velen doken onder.

De hogeschool ging in juni weer open en ongeveer 500 ondertekenaars kwamen terug en studeerden met 'verlichte' examens af. De Vertegenwoordigers waren niet blij met deze houding van de hogeschool.

Medio september 1943 kreeg de hogeschool een nieuwe rector, prof.ir. J. Muysken. Er stonden meer 600 nieuwe studenten ingeschreven. Er wordt een oplossing gevonden om ook ondergedoken studenten de kans te geven om hun studie te vervolgen, ondersteund door de hulp van bijna alle professoren.

Vanaf het voorjaar van 1944 doken verschillende professoren onder, eerst professor Van der Maas, later ook door de scheikundige lector Pieter Heertjes. Muysken werd thuis gearresteerd. De Contactgroep probeerde vergeefs hem vrij te krijgen maar hij werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Op 9 september 1944 besloten de Delftse hoogleraren geen colleges meer te geven. Heertjes was actief in het verzet (Orde Dienst) in Delft en kwam hierdoor na de oorlog van eind 1945 tot zomer 1946 in de tijdelijke Tweede Kamer.

Herdenking Op 19 september 1945 werd een herdenkingsdienst gehouden in de Nieuwe Kerk in Delft. In deze protestantse kerk werd de dienst geopend door pater P. v.d. Kooy. Hij liet de aanwezigen staand het "Wilt heden nu treden" zingen. Daarna kwam R. van Nordheim, leider van het Delftse studentenverzet, aan het woord om de gevallen studenten te herdenken. De volgende spreker was prof.ir. W. Schermerhorn, de minister-president, die benadrukte dat de jongens studenten waren, maar "eerst en voor alle dingen jonge menschen met een sterk gevoel voor recht en gerechtigheid".

Na het zingen van "Wat de toekomst brenge moge" beklom dominee F.J. Pop het kansel, en wees erop dat dit de eerste keer was dat een academisch jaar met een kerkelijke bijeenkomst werd geopend.

Zie ook Studentenverzet (Tweede Wereldoorlog) Mom Wellenstein

Categorie:Nederlands studentenverzet in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Geschiedenis van Delft Categorie:Technische Universiteit Delft