De BMW /7-serie is een serie motorfietsen van het merk BMW. Deze serie werd geproduceerd vanaf 1976.

Voorgeschiedenis 1969: /5-serie In 1969 had BMW rigoureuze maatregelen genomen om te kunnen concurreren met de opkomende Italiaanse en vooral Japanse merken. De /5-serie verving de "Vollschwingen BMW's" met hun ouderwetse uiterlijk, plunjervering en schommelvoorvorken. De /5-serie kwam waarschijnlijk net op tijd op de markt. De Vollschwingen BMW's hadden het merk door de moeilijke tijden in de jaren vijftig gesleept, maar waren absoluut niet meer geschikt om de opkomende markt in de jaren zeventig te bedienen.

Technische vernieuwingen Rijwielgedeelte De nieuwe machines R 50/5, R 60/5 en R 75/5 hadden geheel vernieuwde frames, die veel weg hadden van het Norton Featherbed frame en telescoopvorken.

Motor Ook motorisch waren er flinke vernieuwingen doorgevoerd. De krukas draaide voortaan in glijlagers, evenals de drijfstangen. Een heel belangrijke wijziging was de verplaatsing van de nokkenas. Doordat die nu onder de krukas lag, konden de stoterstangen naar de onderkant van de cilinders verhuizen. Die cilinders kwamen daardoor hoger te zitten, waardoor er meer grondspeling ontstond en de hellingshoek in bochten groter werd. Bovendien kwam het zwaartepunt van de motor lager te liggen. De elektrische installatie van 6 volt was vervangen door een van 12 volt. Alle modellen hadden een startmotor, hoewel ook nog een kickstarter was gemonteerd. Ook uiterlijk zag het motorblok er moderner uit. Met name de luchtfilterkast die helemaal geïntegreerd was in het motorblok, in tegenstelling tot de eerder toegepaste losse luchtfilterhuizen op de versnellingsbak. Alle krukassen maakten slagen van 70,6 mm, waardoor verschillen in cilinderinhoud alleen door wisselende boringen verkregen werden. Hier zou BMW bij de luchtgekoelde boxers aan vasthouden tot in 1996, toen de R 100 R Mystic uit productie ging. Dankzij de verbeterde stuureigenschappen kon met name het topmodel R 75/5 meekomen met sterkere concurrenten zoals de Honda CB 750 Four. Die leverde weliswaar 67 pk (de R 75/5 “slechts” 50), maar was ook 40 kg zwaarder dan de R 75/5.

Cosmetische vernieuwingen Ontwerptechnisch was de serie een sprong vooruit. De motorfietsen waren dan ook helemaal nieuw ontwikkeld. Er was volop gebruikgemaakt van chroom en kleur. De uitlaten waren licht omhooggebogen en droegen zo bij aan het moderne uiterlijk. De zweefzadels waren voorgoed afgezworen. Bovendien waren de machines zo mogelijk nog degelijker en betrouwbaarder dan hun voorgangers. Er werden voor duplextrommelremmen en achter simplexremmen toegepast. Heel modern waren de H-4 halogeenlampen.

1973: /6-serie Vlak ná de introductie van de /5-serie vonden er enorme ontwikkelingen in de motorwereld plaats, in gang gezet door het verschijnen van de Honda CB 750 Four. Deze moderne viercilinder met schijfremmen en een vermogen van 67 pk deed de motorwereld op haar grondvesten schudden. De net op tijd gelanceerde R 75/5 kon, mede dankzij zijn lage gewicht en goede frame redelijk meekomen, en BMW had nog altijd haar spreekwoordelijke betrouwbaarheid en degelijkheid die veel klanten aantrokken. Dat was zelfs nog versterkt door de /5-serie. Maar de ontwikkelingen gingen duidelijk in de richting van meer vermogen. Daarom hadden ook veel concurrenten zich gericht op zwaardere, snelle motorfietsen. De /6-serie werd in 1973 op de markt gebracht. De R 50/5, te duur en te traag om de jeugd aan te spreken, kreeg geen opvolger. De R 60/5 en R 75/5 kregen die wel, maar het gamma werd naar boven uitgebreid met twee 900cc-modellen: de toermotor R 90/6 en de sportmotor R 90 S.

Technische vernieuwingen Rijwielgedeelte De technische veranderingen bestonden uit een vijfversnellingsbak en schijfremmen in het voorwiel van de 750- en 900cc-modellen. De schijfremmen werden uiteraard hydraulisch bediend, maar de hoofdremcilinder zat onder de tank en werd met bowdenkabels vanaf het stuur geactiveerd.

Motor BMW hield vast aan de krukassen met 70,6mm-slag, maar de krukassen werden wel veranderd: door de toepassing van zwaardere metalen in de krukaswangen konden deze een kleinere diameter krijgen, waardoor de demontage en montage eenvoudiger werden. Dat was met name voor de 900cc-versies van belang. Proeven met carters van de /5-serie hadden uitgewezen dat deze de krachten op de cilinders niet konden weerstaan. Omdat de grote uitsparingen in de carters, nodig voor de uitbouw van de krukas, nu konden vervallen, waren deze sterk genoeg geworden.

1976: /7-serie In eerste instantie bestond deze serie in 1976 uit 5 modellen: de R 60/7, de R 75/7, de R 100/7, de R 100 S en de R 100 RS. De R 100 RS had geen voorganger. Het was het nieuwe topmodel van BMW, en de eerste motorfiets ter wereld die af fabriek met een stroomlijnkuip geleverd werd.

Technische vernieuwingen Rijwielgedeelte Alle modellen waren uitgerust met minstens één remschijf vóór en een trommelrem achter. De serie werd in eerste instantie geleverd met spaakwielen maar al snel waren gietwielen leverbaar. De rijder had een in drie standen instelbare stuurdemper tot zijn beschikking, die tijdens het rijden middels een draaiknop recht boven het balhoofd versteld kon worden. Het frame was ten opzichte van dat van de /6-serie verstevigd. Dat betekende een kleine verbetering van de stuurkwaliteiten, maar het had beter gekund. De /7-serie stuurde zeker strakker dan de Japanse concurrentie uit die tijd, maar kon aan de Italiaanse framebouwers niet tippen. Met name Moto Guzzi en Ducati waren meesters op dit gebied.

Motor Motorische vernieuwingen waren er met de komst van de /7-serie niet te melden, met uitzondering van de opnieuw licht opgeboorde blokken, waardoor de 900cc-modellen op 980 cc werden gebracht. Bovendien werden meer Constant Vacuüm carburateurs toegepast. Uiterlijk vielen de rechthoekige kleppendeksels op, die bij de zwaardere modellen zwart gespoten waren voor een betere warmteafvoer. Er zijn echter veel kopers geweest die deze kleppendeksels vervangen hebben door oudere, rondere exemplaren, vanwege het klassieke uiterlijk.

Uitrusting De R 100 S was de opvolger van de R 90 S, en zag er identiek uit, compleet met de stuurkuip, maar werd in andere kleuren geleverd. De /7-serie was zeer compleet uitgevoerd. De tankdop was in de tank verzonken en afsluitbaar, er was een uitgebreide set boordgereedschap aan boord, een bandenplakset, een aan het achterframe bevestigde fietspomp en vanaf 1977 zelfs een kabelslot, verstopt in de bovenste, centrale framebuis. Ook de gebruikershandleiding en het onderhoudsboekje vonden een plaats onder de buddyseat. Een simpele maar doeltreffende vorm van cruisecontrol was het klemschroefje waarmee het gashandvat werd "afgeremd". Men kon het gas gewoon open en dicht draaien, maar het bleef bij loslaten gewoon vast staan. In de eerste jaren vonden wat kleine wijzigingen plaats, waarvan de belangrijkste misschien wel was bij een aantal modellen het vervangen van de achterrem (de trommelrem door een schijfrem). De chokehendel zat op de luchtfilterkap onder de tank, waardoor er een zeer korte kabel naar de carburateurs nodig was, alle andere kabels en leidingen vonden een plaats onder de zadeltank. Alles was echter snel bereikbaar omdat de tank zonder gereedschap verwijderd kon worden.

R 60/7 Als opvolger van de R 60/6 had de /7 veel met zijn voorganger gemeen. Er was een schijfrem in het voorwiel gemonteerd, iets dat veel R 60/6 eigenaars zelf al hadden laten doen. De machine had ook nog steeds Bing dwarsstroomcarburateurs en leverde hetzelfde vermogen (40 pk) als zijn voorganger. Ondank het feit dat BMW steeds zwaardere motoren ging produceren, en de R 75/7 al in 1977 verving, bleef de R 60/7 tot 1982 in productie. Deze doorlopende productie was waarschijnlijk alleen bedoeld voor politiekorpsen, want al in 1978 was de geheel nieuwe R 65 op de markt verschenen.

R 75/7 De R 75/7 was vrijwel identiek aan zijn voorganger R 75/6. Uiteraard kreeg de machine, zoals de hele /7-serie, vijf versnellingen, en de chroomplaten langs de tank verdwenen. De machine had Bing constant vacuüm carburateurs en één schijfrem in het voorwiel, die veelal door klanten aangevuld werden met een tweede schijf. De R 75/7 werd in 1977 vervangen door de R 80/7, maar bleef nog tot 1979 in productie voor politiekorpsen.

R 100/7 Door de 70,6mm-slagmotor nog iets verder op te boren tot 94 mm kwam de R 90/6 op een cilinderinhoud van 980 cc. De machine kreeg één schijfrem vóór en Bing CV-carburateurs. Als toermodel leverde deze motorfiets wel iets minder vermogen dan zijn sportieve broers: 60 pk was niet meer dan de R 90/6 leverde. In 1977 kreeg de R 100/7 standaard twee schijfremmen vóór. De machine ging in 1980 uit productie, maar de iets gewijzigde R 100 T vulde al in 1978 het programma aan. Beiden werden in 1980 opgevolgd door de R 100.

R 100 S Deze opvolger van de R 90 S zag er identiek uit, compleet met de stuurkuip, maar werd in andere kleuren geleverd. Motorisch was hij vrijwel gelijk aan de R 100/7, maar hij leverde iets meer vermogen: 65 pk, dankzij een iets hogere compressieverhouding. Het was een meer sportieve machine dan de R 100 RS, omdat hij - door het ontbreken van de stroomlijnkuip - lichter en wendbaarder was. Er waren twee schijfremmen in het voorwiel gemonteerd en de motor had twee Bing CV carburateurs. In 1977 werd het klokje vervangen door een kwartsklokje. De R 100 S werd in 1980 opgevolgd door de vrijwel identieke, maar iets sterkere R 100 CS.

R 100 S Airline Al in februari 1979 viel het besluit een viercilinder (de latere K 100) te ontwikkelen. Op het gebied van toermotoren kon BMW nog wel meekomen, maar het "sportmodel" R 100 S sloeg niet erg aan. Tot de viercilinder klaar was, wilde BMW zijn sportieve imago al opvijzelen. De R 100 S werd geleverd in donkerrood (Rotmetallic nummer 531) en de "two tone" kleur donkerrood overgaand in zeer donkerblauw (Donkelrotmetallic nummer 552 en Colorshade nummer 089). Beide uitvoeringen waren goudgebiesd. Vooral de overgaande kleuren waren duur voor BMW en er werd naar een goedkopere, maar sportieve kleurstelling gezocht. Men vond de kunstenaar Walter Maurer, die al eerder samen met Alexander Calder de BMW Art Car "No. 93" had ontworpen. Het ontwerp en de verkoop gingen zo snel, dat de machine nooit in de catalogi van BMW terechtkwam. Waarschijnlijk werden er ca. 400 geproduceerd. De R 100 S Airline was zilvergrijs (vermoedelijk Stratossilbermetallic nummer 161) gespoten en voorzien van brede biezen in drie kleuren blauw, die als sticker waren aangebracht. Ook het achterspatbord, dat bij de hele /7-serie zwart was, was bij de Airline zilvergrijs. De kleppendeksels en de cardanaandrijving waren gepolijst. Technisch waren er geen verschillen met de R 100 S. De Airline werd geleverd in 1979 en 1980.

R 100 RS thumb|BMW R100RS, eerste versie met spaakwielen, trommelrem achter en eenpersoons sportzadel