Seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk kreeg sinds eind twintigste eeuw veel aandacht in de media na tal van onthullingen van seksueel misbruik van minderjarigen door priesters en andere religieuzen. Het misbruik speelde zich vooral af in de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig van de twintigste eeuw, maar kwam pas decennia later in volle omvang naar buiten. Sommige van de seksuele misbruiken kwamen voor het gerecht, andere werden door de kerkelijke overheid intern geregeld, vaak toegedekt of door betrokkenen afgekocht. Het probleem was niet alleen de gevallen van seksueel misbruik zelf, maar ook de gebrekkige wijze waarop de autoriteiten binnen de Rooms-Katholieke Kerk met het seksueel misbruik omgingen.
thumb|Graffiti op een muur in Lissabon stelt het seksueel misbruik binnen de Kerk aan de kaak
Geschiedenis Eerste vermeldingen In tegenstelling tot het beeld dat een priester door zijn sociale status vroeger onschendbaar was en als 'man van God' boven alle verdenking stond, worden al eeuwenlang priesters en andere katholieke ambtsdragers incidenteel van verschillende vormen van seksueel misbruik beschuldigd, soms spontaan, soms met duidelijke (kerk)politieke en ideologische bedoelingen. Hoewel foutieve gedragingen zeker voorkwamen, werden frequentie en aantal seksuele wangedragingen onder de gehele geestelijkheid mogelijk overdreven in prenten en verhalen.Peter A. Dykema & Heiko Augustinus Oberman (1972). Anticlericalism in late medieval and early modern Europe, p. 571 In de 16e en 17e eeuw waren spotprenten over celibaatsbreuk en vrouwelijke bijzitten van priesters geliefd onder Puriteinen en andere tegenstanders van de Rooms-Katholieke Kerk of de Kerkelijke Staat. De vaak smeuïge verhalen en spottende afbeeldingen over seksueel wangedrag riepen bij delen van de bevolking vijandige gevoelens tegen priesters op. Tijdens de Franse Revolutie circuleerden onder antiklerikale revolutionairen prenten van eenzelfde strekking.Cf. Die Sittlichkeitsprozesse gegen katholische Ordensangehörige Hockerts, Hans Günter: (1971): Die Sittlichkeitsprozesse gegen katholische Ordensangehörige und Priester. 1936/1937, p. 3, Inleiding en Contextualisering in geschiedenis
In Nederland was kindermisbruik door priesters al voor de Tweede Wereldoorlog een regelmatig voorkomend verschijnsel.Eindrapport commissie-Deetman, p. 104 De meest spraakmakende zaak was de moord op Marietje Kessels in 1900. In de jaren 1930 vonden in Nazi-Duitsland onder grote media-aandacht van de Völkischer Beobachter te München, Frankfurt am Main en Berlijn processen plaats tegen priesters wegens vermeende homoseksualiteit en pedofilie, die door de propaganda van Joseph Goebbels rond 1937 ook politiek beïnvloed en gebruikt werden.Cf. Die Sittlichkeitsprozesse gegen katholische Ordensangehörige Hockerts, Hans Günter: (1971): Die Sittlichkeitsprozesse gegen katholische Ordensangehörige und Priester. 1936/1937, p. 21 Honderden priesters werden aangeklaagd door de autoriteiten, maar slechts enkelen van hen werden door de rechter schuldig bevonden.Voor de slachtoffers van dit misbruik, hun familie en nabestaanden had dit na de Tweede Wereldoorlog een extra schrijnend gevolg. Het verhaal over wat hen was overkomen had in de Völkische Beobachter, een om zijn nazi-leugenpropaganda berucht blad gestaan. Niemand geloofde deze misbruikslachtoffers daarom nog na de val van het Derde Rijk. Eén en ander kwam omstreeks 2023 aan de orde in diverse TV- documentaires op de Duitse publieke zenders ARD en ZDF, waar ook interviews met de slachtoffers en hun nabestaanden deel van uitmaakten.
Nog tot in de jaren 1980 overheerste de algemene gedachte dat het bij beweringen rond seksueel misbruik in de Kerk om geïsoleerde gevallen ging. Vanaf de jaren 1950 waren er publieke schandalen, maar ze bleven beperkt in aantal. In de periode na het Tweede Vaticaans Concilie traden weliswaar talrijke priesters in West-Europa uit de geestelijke stand en soms uit de Kerk, maar hierbij ging het veelal om priesters die trouwden of relaties met volwassenen onderhielden. Tussen 1945 en 1995 bereikten maar weinig gevallen van misbruik van minderjarigen de wereldlijke rechtbanken en de juridische openbaarheid.Robertson 2010, p. 15) Latere studies toonden nochtans aan dat het kindermisbruik bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, in Ierland, Duitsland, Nederland en België vooral talrijk was vanaf de jaren 1950 tot en met de jaren 1980, waarbij het zwaartepunt qua aantal gevallen rond het jaar 1970 lag. Deze zaken werden dikwijls in de doofpot gestopt, en zowel de kerkelijke verantwoordelijken als de publieke opinie besteedden minder aandacht aan het probleem dan vanaf de jaren 1980 het geval was.Georges Vigarello, Histoire du viol, Le Seuil, Coll. Points Histoire, 2004, p. 271-281 In de samenleving als geheel was er bovendien minder aandacht voor het probleem van seksueel misbruik van minderjarigen.
Canada Canada was een van de eerste landen waar misbruik binnen de Katholieke Kerk in de publiciteit kwam. In 1989 kwam misbruik in een weeshuis in Newfoundland in de media. In 1990 verscheen er een onderzoeksrapport Samenvatting van onderzoeksrapport uit 1990 naar misbruik in het Canadese aartsbisdom St. John's naar de gebeurtenissen in het aartsbisdom St. John's. Naar aanleiding van gevallen van misbruik gaven de Canadese bisschoppen opdracht om dit te onderzoeken en aanbevelingen te doen. In 1992 verscheen het resultaat, het rapport From pain to hope. FROM PAIN TO HOPE, 1992, officieel onderzoeksrapport naar het misbruik in Canada In 2005 verscheen een vervolgrapport. Canadees rapport in vervolg op het rapport From pain to hope, 2005. Grote opschudding veroorzaakte in 2021 de vondst binnen een paar weken van meer dan duizend anonieme kindergraven. Ze leggen een pijnlijk aspect van de geschiedenis van Canada bloot: gedwongen assimilatie van de inheemse volkeren. De zogenoemde ‘residential schools’, waarvan 75 % in handen was van de katholieke kerk, bestonden van 1883 tot 1993. Er werden naar schatting 150.000 inheemse kinderen ondergebracht die van hun familie waren gescheiden. Ze moesten er de tradities van de Europese nieuwe bewoners leren, en hun eigen taal en cultuur vergeten. Ondervoeding, fysiek geweld en seksueel misbruik waren niet uitzonderlijk. Volgens een onderzoekscommissie vonden 4.000 kinderen er hun dood en was de Canadese regering betrokken bij “culturele genocide”. Regering en katholieke kerk boden hun verontschuldigingen aan voor het geweld en het misbruik, hetgeen in het bijzonder manifest werd tijdens het bezoek van paus Franciscus aan Canada in juli 2022.Er waren duizend kindergraven voor nodig om de kerk ook in Canada tot diep berouw te bewegen, De Volkskrant, 26 juli 2022.
Verenigde Staten In 1985 schreef Thomas Patrick Doyle, Amerikaans katholiek priester en specialist canoniek recht, samen met F. Ray Mouton jr. en pater Michaël Peterson een rapport Rapport uit 1985 door Thomas Doyle over misbruiken door leden van de clerus. Dit wordt wel gezien als een vroege waarschuwing door klokkenluiders. Het document werd naar de Amerikaanse bisschoppen gestuurd, waarvan sommigen positief reageerden. De Amerikaanse bisschoppenconferentie verkoos het aan elk bisdom afzonderlijk over te laten om te reageren. Het in het rapport opgenomen plan voor de aanpak van misbruik werd door de bisschoppen echter niet overgenomen.Rapport Causes and Context, p.77 Vroege adviezen van Amerikaanse klokkenluiders niet opgevolgd
De eerste aangiften van pedofilie, vooral met betrekking tot misbruik van minderjarige tienerjongens, in de Amerikaanse Katholieke Kerk gebeurden eind jaren tachtig. In 1985 kreeg misbruik door priester Gilbert Gauthe veel aandacht. Sommige rechtszaken kwamen prominent in de media, zoals de zaak van priester Edward Pipala in 1993, veroordeeld voor het aanranden van een tiental jongens. Al snel verbraken honderden andere slachtoffers de stilte, en de bisschoppenconferentie richtte in 1993 de Ad hoc committee on sexual abuse op tegen de seksuele misbruiken. Ook paus Johannes Paulus II kondigde de oprichting van een commissie aan om de procedures van kerkelijk recht te verbeteren.
In januari 2002 publiceerde The Boston Globe over misbruik in het aartsbisdom Boston. Deze publiciteit leidde tot verder grootschalig onderzoek. In 2003 verscheen er een officieel rapport BOSTON REPORT: Officieel rapport uit 2003 over kindermisbruik in het bisdom Boston over het misbruik in dit bisdom, opgesteld door het Amerikaans Openbaar Ministerie. Het rapport bevatte schokkende conclusies: Belangrijkste conclusies uit het rapport over het misbruik binnen het bisdom Boston 250 priesters misbruikten meer dan 789 slachtoffers (pagina 1) en de leiders van het bisdom accepteerden dit meer dan 50 jaar lang. In 2015 werd in de film Spotlight het onderzoek van The Boston Globe naar het misbruik in beeld gebracht.
In 2004 verscheen het John Jay-rapport, JOHN JAY REPORT (2004): het officiële Amerikaanse rapport over het kindermisbruik binnen de Amerikaanse Kerk dat in opdracht van de Amerikaanse bisschoppen was opgesteld door het John Jay College van de New York-universiteit en rapporteerde over het misbruik in de VS als geheel. Het rapport identificeerde 11.000 gevallen van misbruik. In latere jaren volgden nog meer meldingen, uiteindelijk kwam het aantal slachtoffers op 15.000. Hierbij waren 5.000 geestelijken betrokken. Het percentage van alle priesters dat zich hieraan schuldig maakte varieerde per bisdom tussen de 2,5% en 7%, en was gemiddeld 4% (paragraaf 2.2 John Jay-rapport). Later werd dit percentage bijgesteld tot 5,3%. 5,3% van de Amerikaanse priesters beschuldigd van misbruik Het meeste misbruik vond plaats in de jaren zestig tot en met tachtig (paragraaf 2.3 John Jay-rapport). TwaalfJohn Jay-rapport, paragraaf 3.3 tot 19 19 Amerikaanse bisschoppen beschuldigd van misbruik bisschoppen werden van misbruik beschuldigd. Het probleem deed zich voor in meer dan 95 procent van de bisdommen. Tot de ergste gevallen behoorden de priesters John Geoghan (150 slachtoffers) en Lawrence Murphy (200 slachtoffers). Paus Benedictus XVI had in 2008 bij zijn bezoek aan de VS een ontmoeting met slachtoffers.
Als vervolg op een rapport Eerste grand jury rapport over het bisdom Philadelphia (2005) uit 2005 verscheen er in 2010 een rapport PHILADELPHIA RAPPORT (2010) rapport van een Grand Jury over misbruik en de omgang van de Kerk daarmee in het bisdom Philadelphia van een Grand Jury over het bisdom Philadelphia, waaruit bleek dat de opgestelde regels en richtlijnen nieuwe misstanden niet hadden kunnen voorkomen. Bericht uit 2010 over het bisdom Philadelphia In 2011 verscheen een rapport The CAUSES AND CONTEXT of sexual abuse of minors by catholic priests in the United States, 1950-2010 over de oorzaken van het misbruik, in opdracht van de Amerikaanse bisschoppen opgesteld door het John Jay College van de Universiteit van New York.
In juli 2012 werd monseigneur William J. Lynn, medewerker van Anthony Joseph Bevilacqua (aartsbisschop van Philadelphia), veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie tot zes jaar wegens kindermisbruik en het verbergen ervan.Geestelijke van de Kerk in Philadelphia veroordeeld in misdaadschandaal, The New York Times, 25 juli 2012