Utrecht (; Stad-Utrechts: Utreg of Utereg) is een stad en gemeente in Nederland en de hoofdstad van de provincie met dezelfde naam. Met inwoners op is Utrecht qua inwonertal de vierde gemeente van Nederland. Deze inwoners zijn verdeeld over vier woonplaatsen, te weten Utrecht met , Haarzuilens met , Vleuten met en De Meern met inwoners. De agglomeratie Utrecht telde per 1 januari 2019 712.700 inwoners. In 2021 was Utrecht de snelst groeiende stad van Nederland.
Utrecht is een van de oudste steden van Nederland. Het is ontstaan als een Romeinse fortificatie aan de Limes. In de zevende eeuw werd op de plaats waar dit fort zich bevond een kerkje gebouwd en in de eeuwen erna verrezen hier grotere kerken. In 1122 kreeg Utrecht als een van de eerste steden in het huidige Nederland stadsrechten. Dankzij zijn ligging aan de rivier de Rijn groeide Utrecht in de 13e en 14e eeuw uit tot een belangrijke handelsstad in Europa. Met de opkomst van het graafschap Holland verplaatste deze handel zich daarheen en werd Utrecht minder belangrijk, hoewel Utrecht tot in het begin van de 16e eeuw de grootste stad van de Noordelijke Nederlanden bleef. In het jaar 1808 was Utrecht kortstondig de hoofdstad van het Koninkrijk Holland. Ten tijde van de industriële revolutie was Utrecht het centrum van de nationale staal- en spoorwegindustrie.
Utrecht heeft omstreeks 2020 de tweede economie in de noordvleugel van de Randstad, na Amsterdam. De regio Utrecht behoort tot de meest concurrerende economische regio’s in Europa. De stad is het wegen- en spoorwegknooppunt van Nederland. Met een doorvoer van meer dan 57 miljoen reizigers per jaar is Utrecht Centraal het grootste station van Nederland. Mede hierom hebben veel bedrijven en instanties er hun hoofdvestiging, waaronder Bol., de Nederlandse Spoorwegen, Prorail, de Jaarbeurs en banken als de Rabobank en De Volksbank.
Utrecht huisvest naast de Universiteit Utrecht nog de Hogeschool Utrecht, de Universiteit voor Humanistiek, het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In totaal zijn er ongeveer 67.000 studenten, waarvan er ruim 33.000 woonachtig zijn in de stad.Studeren in Utrecht, Studiekeuze123, geraadpleegd op 17 november 2022 Utrecht staat daarom bekend als een studentenstad.
Utrecht is de hoofdzetel van de Katholieke Kerk in Nederland en van het Aartsbisdom Utrecht. De Domtoren is met 112,32 meter de hoogste kerktoren van Nederland en het symbool van de stad. Utrecht heeft tevens een rijke kunsttraditie, waarvan de bekendste exponenten de schilders van de Utrechtse School zijn (onder anderen Jan van Scorel en Roelant Savery), en 20e-eeuwse kunstenaars als Gerrit Rietveld, Theo van Doesburg en Dick Bruna.
Naam De naam Utrecht valt, naar men algemeen veronderstelt, te herleiden tot het Latijnse Ultraiectum. Dit duidde op een plaats waar in de Romeinse tijd de rivier de Rijn doorwaadbaar of over te steken was. De 'U' komt van het Oudnederlandse woord uut, dat 'benedenstrooms' betekent - Utrecht moet dus begrepen worden als 'Trecht benedenstrooms', in tegenstelling tot dat andere Trecht, Maastricht.Het ontstaan van de stad Utrecht (tot 100), Het Utrechts ArchiefNicoline van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, blz. 100, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen, (gearchiveerd) Later werd Utrecht wel aangeduid als Traiecti Batavorum (of Trai/jecti Batauorum, Trecht (Tricht) van de Bataven), bijvoorbeeld als plaatsaanduiding in boeken in het Latijn die in Utrecht uitgegeven werden. In 777 wordt de plaats vermoedelijk schriftelijk genoemd als Traiectum vetus ("oude Trecht").
'Uitert' is de verouderde naam in het plaatselijke dialect (het Stad-Utrechts), en komt voor als familienaam 'van Uitert' en 'van Uijtert'.www.cbgfamilienamen.nl Uitert, familienaam Familienamen database bij CBG. Ook van Uijtregt, van Uytregt, van Uytrecht en van Uijtrecht zijn herleid uit de oude benamingen van de stad.
Bijnamen Vanwege de Domtoren, beeldmerk van de stad en met 112,32 meter de hoogste kerktoren van Nederland, wordt de stad ook wel Domstad genoemd. Twee andere bijnamen zijn Utreg (in het Stad-Utrechts) en Utka (in de multiculturele straattaal van de Randstad). Tijdens Carnaval heet de stad Utrecht Leemput, naar Cathrijn van Leemput.
Een inwoner van Utrecht laat zich liever Utrechter dan Utrechtenaar noemen. Dit vanwege de associatie door de zogeheten 'Utrechtse sodomieprocessen': op het Domplein ontmoetten mannelijke homoseksuelen elkaar in de achttiende eeuw onder meer bij de ruïnes van het ingestorte middenschip van de Domkerk (voor wie tussen de kerk en de toren een gedenksteen ligt). Ze werden door de overheid vervolgd en 18 mannen werden ter dood veroordeeld. Zodoende werd Utrechtenaar een scheldwoord voor homoseksueel. Kort na de Tweede Wereldoorlog besloot een van de Utrechtse kranten uit die tijd, het Utrechts Nieuwsblad, het woord Utrechtenaar in de ban te doen.Utrechter, Utrechtenaar - artikel op NRC.nlVroeger kwamen homo's uit Utrecht - nltaal.blog
Inwoners van de stad worden ook wel 'baliekluivers' genoemd, naar de Utrechters die, hangend over de balies van de bruggen van de Oudegracht, de bedrijvigheid in de stad aanschouwden en elkaar ontmoetten.De geschiedenis van “De Baliekluiver”, Stadsavonturen
Geschiedenis
Op en rond het huidige Domplein is de plaats waar de Romeinen rond 50 n.Chr. de basis voor de stad Utrecht hebben gelegd. Aan de oever van de Rijn bouwden ze het castellum Traiectum van hout en aarde. Dit fort was onderdeel van de verdedigingsgordel langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde limes. Tussen 50 en 270 n.Chr. werd het castellum viermaal herbouwd. Na het vertrek van de Romeinen streden de Friezen en de Franken lange tijd om de vesting. De overgebleven ommuring leefde voort als de burcht Trecht.De burcht Trecht broerendebruijn.nl
In 690 stichtte de Angelsaksische missionaris en bisschop Willibrord binnen de grotendeels verlaten grenspost Utrecht een geestelijk centrum met twee kerken, waar later nog een derde aan werd toegevoegd. Hieruit ontwikkelde zich het complex van de aan Sint-Maarten gewijde Domkerk, de Sint-Salvatorkerk en de tussengelegen Heilig-Kruiskapel. Vanaf de achtste eeuw, met een onderbreking vanwege Vikingen, zetelde een bisschop in Utrecht, dat daardoor het religieuze centrum van de Noordelijke Nederlanden was. Vanaf de tiende eeuw kreeg de bisschop steeds meer wereldlijke macht. Hij werd toen de belangrijkste vorst in de Noordelijke Nederlanden, die heerste over het Sticht. In de directe omgeving van de burcht ontstond de bloeiende handelswijk Stathe, waar kooplieden en ambachtslieden zich vestigden. In de elfde eeuw werd het kerkelijk centrum uitgebreid met drie nieuwe kapittelkerken en een abdij, die samen het Utrechtse kerkenkruis vormden. Diezelfde eeuw voegden de bisschop en de keizer hun paleizen toe aan de burcht.
thumb|Oorkonde van 2 juni 1122 met bevestiging door keizer Hendrik V van het door de Utrechtse bisschop Godebald aan Utrecht verleende stadsrecht. Op 2 juni 1122 kreeg Utrecht stadsrechten bevestigd door keizer Hendrik V. De bisschop verloor hierdoor veel invloed op de stad ten gunste van de kersverse stedelingen. Deze mochten de stad nu omwallen, en nog in 1122 begon tevens de aanleg van de zuidelijke Oudegracht. De groei van de bevolking blijkt onder meer uit het feit dat er drie nieuwe parochies werden afgesplitst van de oudste parochie, die van de Buurkerk. Het bestuur van de stad bestond aanvankelijk uit schout en schepenen, maar al in 1196 werd een Raad gevormd, die tot de oudste ten noorden van de Alpen behoort.
Vanaf de twaalfde eeuw werd de macht van naburige vorsten groter, terwijl die van de Utrechtse bisschop afnam. Gedurende de hele Middeleeuwen hebben vooral Holland en Gelre geprobeerd delen van het Sticht in te lijven. Binnen de stad ontstonden twee overheersende partijen, waarvan de een pro-Holland was en de ander pro-Gelre. Eeuwenlang hebben deze partijen elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Herhaaldelijk kan gerust gesproken worden van burgeroorlog binnen de stadsmuren.
Ondanks deze strijd en ondanks de toenemende concurrentie van de Hollandse steden vanaf de dertiende eeuw, bleef Utrecht de grootste en welvarendste stad en het belangrijkste culturele centrum in de Noordelijke Nederlanden. De welgestelden bouwden grote stenen huizen langs de Oudegracht, vooral nadat rond het midden van de dertiende eeuw het gebruik van baksteen algemeen werd. Langs de gracht zelf ontstonden de karakteristieke werven en werfkelders. Talrijke kloosters vestigden zich in de stad. In onder meer 1253 vond in Utrecht een grote stadsbrand plaats. De huidige gotische Domkerk werd vervolgens vanaf 1254 gebouwd naar voorbeeld van de grote Franse kathedralen.
In 1304 deden de gilden een succesvolle greep naar de macht, en zij zouden tot 1528 een grote rol in het stadsbestuur blijven spelen. Met het graven van de Nieuwegracht eind veertiende eeuw was het stratenpatroon binnen de stad grotendeels voltooid en het stadsgebied raakte grotendeels volgebouwd. Opvallend is het grote aantal gasthuizen (opvanghuizen voor behoeftigen) dat in deze eeuw ontstond. Een prestigeproject in de veertiende eeuw was de bouw van de Domtoren, een van de hoogste torens die tot dan toe waren gebouwd.
De dreiging van de buurstaten van het Sticht bleef groot, en bewoners van het Nedersticht dwongen de bisschop in 1375 de Stichtse Landbrief uit te vaardigen, waardoor zij als Staten van het Nedersticht controle konden uitoefenen op de wijze waarop politiek bedreven werd. De Staten van Utrecht bestonden uit vertegenwoordigers van de geestelijkheid, de adel en de steden. Utrecht nam door zijn dominante positie een overheersende positie in de Statenvergaderingen in. Door verdere groei was Utrecht tot halverwege de 16e eeuw de grootste stad van de noordelijke Nederlanden.
thumb|left|300px|17e-eeuws uitzicht over Utrecht, door Droochsloot. In de zestiende en zeventiende eeuw speelde Utrecht met zijn Utrechtse School ook een belangrijke rol in de Nederlandse schilderkunst. Bekende schilders waren de renaissanceschilder Jan van Scorel, de "maniëristen" Joachim Wtewael, Abraham Bloemaert en Paulus Moreelse, de "Utrechtse caravaggisten" Hendrick ter Brugghen, Gerard van Honthorst en Dirck van Baburen, de "Italianisanten" Cornelis van Poelenburch, Jan Both en Jan Baptist Weenix.
Vanaf de late middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw kende de stad verschillende periodes van botsingen en verschuivingen tussen en binnen verschillende machten, door onder meer de reformatie, gilden en bezettingen door Spanjaarden en Fransen. In 1636 werd de Universiteit Utrecht opgericht.
Vanaf het begin van de 19e eeuw werden, in ruime zin, nutsvoorzieningen aangelegd en uitgebreid, wat de situatie voor de stad sterk verbeterde. In de tweede helft van de 19e eeuw vond de eerste stadsuitbreiding plaats. Voor en - met name - na de Tweede Wereldoorlog zou Utrecht hiermee grootschalig uitbreiden. Rond 1925 was een groot deel van de bevolking werkzaam in de industrie. Vooral de metaalindustrie met bedrijven als Demka, Werkspoor en Jaffa was een voorname werkgever. Na de Tweede Wereldoorlog werd Utrecht meer en meer een diensten- en kenniscentrum.
Geografie thumb|Topografische gemeentekaart van Utrecht, september 2022. Utrecht ligt centraal in Nederland en in de provincie Utrecht. De stad is ontstaan aan een kromming van de Rijn, toen de hoofdarm van de rivier die de loop van de huidige Kromme Rijn en Oude Rijn volgde. Op de plek van het huidige Domplein lag een Romeins castellum. Er stroomt een bescheiden Kromme Rijn in het oosten Utrecht binnen om de stadsgrachten als Vecht (noordelijk) en Leidse Rijn (westelijk) te verlaten. Westelijk van de stad loopt het brede Amsterdam-Rijnkanaal, naar het zuiden loopt de Vaartsche Rijn, een veel ouder kanaal.