Künzelsau () is een plaats en gemeente in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Het is de Kreisstadt van het Hohenlohekreis. De stad telt inwoners. De stad bezit een hogeschool en mag zich sedert oktober 2022 officieel Hochschulstadt noemen. Het stadswapen vertoont een afbeelding van het afgehakte hoofd van Johannes de Doper, sinds de middeleeuwen de beschermheilige van Künzelsau.

Geografie en infrastructuur

Künzelsau heeft een oppervlakte van 75,17 km² en ligt in het noorden van Baden-Württemberg, in het dal van de rivier de Kocher. Dat is een zijrivier van de Neckar. In de gemeente stromen verscheidene kleine beken uit in de Kocher. Hierdoor is een geaccidenteerd, afwisselend landschap met kleine bergen en met steile hellingen naar soms smalle, dan weer wat bredere dalen ontstaan.

Door de gemeente loopt de Bundesstraße 19. Ruim tien km ten zuiden van Künzelsau kruist deze de Autobahn A 6 (afrit 42 Kupferzell).

Tussen Künzelsau-centrum en de nieuwbouwwijk Taläcker, op respectievelijk 230 en 404 meter hoogte boven de zeespiegel, rijdt sedert 1999 een kabelspoorweg, spoorbreedte precies één meter. De lijn is 1.034 meter lang. De treintjes rijden in principe overdag om de 15 minuten.

Van 1892 tot 1991 had Künzelsau een station aan een spoorlijntje, waaroverheen al vanaf 1981 geen passagierstreinen meer reden. Anno 2027 zal worden onderzocht, of er in de toekomst een tram van de Stadtbahn Heilbronn zal gaan rijden. Deze moet Künzelsau dan met Heilbronn gaan verbinden. Vooralsnog zijn openbaar-vervoerreizigers op de streekbus aangewezen.

Naburige gemeentes De het dichtste bij gelegen grotere steden zijn Schwäbisch Hall, 20 à 30 kilometer ten zuiden van Künzelsau, en Heilbronn, ruim 40 kilometer in westelijke richting.

Met de noordelijke/noordwestelijke buurgemeente Ingelfingen bestaat een nauwe samenwerking binnen een zogenaamde Vereinbarte Verwaltungsgemeinschaft, een alleen in Baden-Württemberg bestaande vorm van bestuurssamenwerking. Daarbij neemt Künzelsau een aantal gemeentelijke bevoegdheden en taken over van Ingelfingen.

Andere buurgemeentes zijn: In het noordoosten: Mulfingen In het westen: Neuenstein (Hohenlohe) en Niedernhall In het zuiden: Kupferzell In het zuidoosten, in de Landkreis Schwäbisch Hall: Langenburg en Braunsbach.

Plaatsen in de gemeente Künzelsau

De gemeente bestaat uit 12 stadsdelen, te weten 4 oude stadsdelen: de Kernstadt Künzelsau Garnberg Nagelsberg Taläcker, een hoger gelegen woonwijk, ontstaan na circa 1998;

en daarnaast 8 Ortschaften, plaatsen die in het verleden zelfstandige gemeentes waren, en die een eigen, bij de gemeenteraadsverkiezingen gekozen, Ortschaftsrat (deelgemeenteraad) hebben, voorgezeten door een Ortsvorsteher (stadsdeel-burgemeester). Dit zijn: Amrichshausen Belsenberg, aan de B19 Gaisbach Kocherstetten Laßbach (inclusief het ruim 100 inwoners tellende Mäusdorf) Morsbach Nitzenhausen Steinbach (inclusief het ruim 100 inwoners tellende Ohrenbach).

Bevolkingscijfers Samengevat; ontleend aan de gemeentebegroting voor 2025 (PDF-document Haushaltsplan 2025 op de website van de gemeente). Peildatum: 31 december 2024.

Künzelsau kernstad 5.945 Garnberg 782 Nagelsberg 528 Taläcker 3.597 Künzelsau, totaal Gemarkung 10.852

Amrichshausen 612

Belsenberg 457

Gaisbach 2.243

Kocherstetten 960

Laßbach 244

Morsbach 566

Nitzenhausen 238

Steinbach 239.

Totaal aantal inwoners van de gemeente Künzelsau, cijfers Burgerlijke Stand van de gemeente: 16.411

Idem, cijfers Statistisches Landesamt eind 2020: 15.450, eind 2024: 16.483

Economie

Künzelsau is de hoofdzetel van het internationale concern Würth, bekend van o.a. schroeven en andere montage-artikelen. De gebouwen staan, evenals de twee musea van het concern, aan de westkant van de Ortschaft Geisbach.

Het Würth-concern beschikt ook over een eigen opleidingsinstituut voor hoger technisch onderwijs, de Reinhold-Würth-Hochschule. Deze hogeschool staat aan de rivier de Kocher, ten oosten van Künzelsau-stad en ten westen van het dorp Morsbach. De instelling werkt nauw samen met, en is leerplanmatig zelfs een onderdeel van, de Technische Hogeschool van Heilbronn.

Een soortgelijk bedrijf, dat ten dele een concurrent van Würth is, draagt de naam Berner en is te Künzelsau-Garnberg gevestigd.

Verder is te Künzelsau een fabriek van machines en hijskranen gevestigd, StahlCranesystems. Het is een dochteronderneming van Columbus McKinnon, een branchegenoot uit de Verenigde Staten.

Een grote fabriek van ventilatoren, ook zeer grote exemplaren, Ziehl-Abegg, zetelt te Künzelsau-stad, en heeft er o.a. een zeer geavanceerde testlocatie voor deze apparaten.

Rosenberg Ventilatoren GmbH te Künzelsau-Gaisbach produceert ook ventilatoren, en ook buitenboordmotoren (niet voor schepen, maar voor kleine machines).

Aan de B19 en de Autobahn A 6, is in samenwerking met de buurgemeentes Kupferzell en Waldenburg het ten zuiden van de gemeente gelegen bedrijvenpark Gewerbepark Hohenlohe ontwikkeld, hoofdzakelijk voor logistieke bedrijven en regionaal midden- en kleinbedrijf.

Vanwege de culturele bezienswaardigheden en de vele mogelijkheden voor meerdaagse fietstochten in de omgeving kent Künzelsau enig toerisme.

De stad heeft een Amtsgericht en een regionaal belastingkantoor, gevestigd in een historisch pandDeWürzburger Bau, voorheen vertegenwoordiging van het Prinsbisdom Würzburg in de Ganerbschaft Künzelsau. uit omstreeks 1800.

Geschiedenis

In de huidige gemeente Künzelsau zijn bij archeologische opgravingen sporen van bewoning uit o.a. de IJzertijd en de Romeinse tijd gevonden.

Künzelsau lag blijkens oude landkaarten in, elkaar opvolgende, graafschappen van het Huis Hohenlohe, waaronder in de late middeleeuwen het Graafschap Hohenlohe, en later, in de 16e en 17e eeuw het Graafschap Hohenlohe-Neuenstein. Het nu tot de gemeente behorende Amrichshausen lag, blijkens de kaart uit 1748, toen in het wereldlijke bisdom Würzburg. Zowel Hohenlohe als het aartssticht Würzburg maakten van 1500 tot 1806 deel uit van de overkoepelende Frankische Kreits.

Een ander invloedrijk adellijk geslacht is Von Stetten, dat vanaf de middeleeuwen, toen veel mannen uit deze familie Duitsmeester of ridder in de Duitse Orde waren, tot op de huidige dag zijn stamslot Kasteel Stetten bewoont. In de middeleeuwen waren zij vazallen van de Von Hohenlohes. De familie der baronnen (Freiherren) Von Stetten heeft door de eeuwen heen vele invloedrijke politici voortgebracht.

Eigenlijk was Künzelsau bestuurlijk een, buiten Midden- en Zuid-Duitsland nergens anders voorkomende, Ganerbschaft, een gemeenschappelijk erfgoed.

Aan het eind van de 11e eeuw zag het er naar uit, dat de familie Von Stein, die eigenaresse was van de heerlijkheid Künzelsau, zou gaan uitsterven. Eén van de laatste leden van dit geslacht, Mechthild von Stein, schonk een groot deel van haar bezittingen aan de (nog bestaande) Abdij Comburg bij Schwäbisch Hall. De rest van haar bezit ging na haar dood aan naaste verwanten: de Heren van Künzelsau en de Heren van Bartenau. In de loop der eeuwen wisselden de aandelen via erflatingen, door huwelijk of door verkoop regelmatig van eigenaar.

Omstreeks 1500 bezaten de Heren Von Stetten 25 % van Künzelsau, 20 % behoorden toe aan het Huis Hohenlohe en 15 % aan de Vrije Rijksstad Schwäbisch Hall. Nog eens elk 10 % waren in bezit van het Prinsbisdom Mainz, en het Prinsbisdom Würzburg; de overige 20 % behoorden aan anderen toe (Sulmeister von Hall, de ridders van Bachenstein, Berlichingen, Crailsheim, Neuenstein e. a.).

De aandelen wisselden in de jaren daarop opnieuw regelmatig van eigenaar. Na de Tierberger Vete van 1488, waar een belegering van Kasteel Stetten mislukte, werd in 1493 een burchtvredesverdrag gesloten. Daarin werd het gemeenschappelijk bestuur van de plaats Künzelsau onder een Gemeinschaftliche Ganerben-Amts-Schultheiß, een gemeenschappelijke schout, afgesproken. De Ganerben verplichtten zich, in de toekomst hun aandelen alleen nog onder elkaar, en niet meer aan derden te vervreemden. Alleen voor de Abdij van Comburg werd in 1717 een uitzondering gemaakt. De abdij had vroeger ook tot de Ganerbschaft behoord, en mocht aandelen van de Heren von Stetten kopen.

Wanneer en uit wiens hand Künzelsau stadsrechten heeft verkregen, is niet meer bekend. Wel bestaat het huidige stadszegel al sinds de 16e eeuw.

In 1802 verloor Künzelsau zijn status van Ganerbschaft, In het kader van een secularisatie vielen het kasteel en het vlek beide voor 100% aan het Huis Hohenlohe. In 1806 verloor Hohenlohe het gebied aan het Koninkrijk Württemberg.

De landheren voerden in de 16e eeuw de Reformatie door. Tot op de huidige dag zijn de meeste christenen in en om Künzelsau evangelisch-luthers. Dat geldt ook, tenzij anders aangegeven, voor de in dit artikel genoemde kerkgebouwen in de gemeente. Het gebied werd zwaar getroffen tijdens de Dertigjarige Oorlog (van 1618 tot 1648) en de daaropvolgende oorlogen tegen de Franse koning Lodewijk XIV.

Van 1806 tot 1918 lag Künzelsau in het Koninkrijk Württemberg, dat in 1871 onderhorig was geworden aan het Duitse Keizerrijk.

Van 1907 tot aan de verwoesting ervan, in de Kristallnacht, 9 november 1938, stond er in de gemeente een synagoge. Op enkelen na, werd de gehele Joodse gemeente van Künzelsau slachtoffer van de Holocaust.

Ludwig Löhlein (1898–1967), een baksteenfabrikant die al eerder een Joodse familie had helpen onderduiken, droeg ertoe bij, Künzelsau kort vóór het einde van de Tweede Wereldoorlog voor een bombardement door oprukkende Amerikaanse troepen te bewaren. Op 11 april 1945 stak hij met gevaar voor eigen leven enkele malen de rivier de Kocher over, om met de enkele kilometers verderop bivakkerende Amerikanen over de capitulatie van de stad te onderhandelen. Toen deze onderhandelingen succesvol waren afgerond, was het Amerikaanse ultimatum reeds verstreken, en was al een bombardement gestart. Zwaaiend met een grote witte lap en een witte doktersjas renden Löhlein en een medestander, die arts was, duidelijk zichtbaar voor de Amerikanen de berghelling over, en het bombardement werd gestaakt. Na de oorlog richtte Löhlein in zijn bedrijf nog noodonderkomens voor vluchtelingen in.

Omstreeks 1961 vestigden zich veel gastarbeiders uit Griekenland in Künzelsau.

In 1992 kwam een jumelage met Marcali in Hongarije tot stand.

Vanaf de jaren-1970 werd de groeiende, welvarende stad met moderne nieuwbouwwijken uitgebreid, vanaf ca. 1993 in Taläcker. Ook werd de B19 omgebouwd tot een brede ringweg om de woonkernen heen.

Bezienswaardigheden De familie Würth, die het gelijknamige concern bezit, heeft een omvangrijke kunstcollectie. Om deze met het publiek te kunnen delen, zijn er op en om de bedrijfsterreinen van het Würth-concern, aan de westkant van Künzelsau-Geisbach, in de jaren vanaf 1991 twee musea gebouwd en is een beeldenpark aangelegd. De onderneming bezit ook in het oude centrum van Künzelsau nog twee kleine musea, de in 1760 gebouwde Hirschwirtscheuer Met o.a. schilder-, beeldhouw- en meubelmakerskunst van de lokale kunstenaarsfamilie Sommer uit de 17e -20e eeuw. en het Kulturhaus Würth (met bibliotheek, ook voor kinderen). Al deze musea zijn gratis toegankelijk. Dat geldt ook voor het park met hedendaagse werken van beeldhouwkunst rondom deze gebouwen. Museum 2, ontworpen door de beroemde Britse architect David Chipperfield, toont met name hedendaagse beeldende kunst, de collectie van de drie andere musea is gevarieerder. Het meest markante kerkgebouw van Künzelsau is de evangelisch-lutherse Johanniskirche (Johannes-de-Doperkerk). Deze werd in gotische stijl in de 13e-15e eeuw gebouwd. In het interieur veel 17e- en 18e-eeuws houtsnijwerk, gemaakt door leden van het plaatselijke kunstenaarsgeslacht Sommer (waaraan ook een expositie in Museum Hirschwirtscheuer is gewijd).