Bayreuth is een kreisfreie Stadt in de Duitse deelstaat Beieren. De stad telt inwoners () op een oppervlakte van 66,92 km².

Stadsindeling Bayreuth bestaat officieel uit 74 Gemeindeteile, stadsdelen. Er zijn echter nog andere stadsindelingen in gebruik, waaronder een verdeling in 39 stadsdistricten. Zie onderstaand, aan de website van de gemeente ontleend PDF-document uit 2016 voor een opsomming van deze 39 districten en een plattegrondje met de ligging daarvan:

www.bayreuth.de/wp-content/uploads/2016/10/Stadtplan-Stadtdistrikte-Stand-2016.pdf

Verwarrend is, dat een buitenwijk van Bayreuth, iets ten westen van het centrum, Altstadt (oude stad) heet. Tot plm. 1900 was dit een apart dorpje met de naam Altenstadt. Tegenwoordig heeft deze, grotendeels na de Tweede Wereldoorlog volgebouwde, wijk circa 11.000 inwoners.

Andere relatief belangrijke stadsdelen zijn: Grüner Hügel, de wijk waar het Bayreuther Festspielhaus staat, aan de noordwestkant van de binnenstad Laineck, een dorp met bijna 2.000 inwoners ten noordoosten van het stadscentrum Sankt Georgen, een plaats aan de noordoostkant van het centrum, die tot 1811 een zelfstandig stadje was Seulbitz, 6 km ten oosten van de stad, met de geneeskrachtige bron Lohengrin-Therme, sedert de opening van dit door de deelstaat Beieren erkende kuurcentrum in 1999 een kuuroord

Ligging, infrastructuur

Bayreuth ligt in het noordoosten van de deelstaat Beieren. Door de stad stroomt de Rote Main, een van de twee bronrivieren van de Main. De Rote Main is niet bevaarbaar. Door het stadsgebied lopen verder een aantal kleine beken, waaronder de Mistel, de Warme Steinach, de Aubach en de Sendelbach.

Ten oosten van de in een dal gelegen stad verheft zich het Fichtelgebergte, en ten westen ervan de Fränkische Schweiz. De 594 m hoge Sophienberg, in de zuidelijke buurgemeente Haag (Opper-Franken), is de het dichtst bij de stad gelegen heuvel.

Buurgemeenten Vanaf het noorden, in de richting van de wijzers van de klok: Heinersreuth Bindlach Weidenberg, in het oosten Emtmannsberg Haag (Opper-Franken), in het zuiden Gesees Mistelbach (Opper-Franken) Eckersdorf, in het westen een gemeentevrije zone.

Alle buurgemeenten liggen in de Landkreis Bayreuth.

Autoverkeer De belangrijkste verkeerswegen in en om Bayreuth zijn: Autobahn A9 Leipzig - München, in noord-zuidrichting, afrit 41, Bayreuth-Nord en 42, Bayreuth-Süd Bundesstraße 2, min of meer parallel aan de A9; de bovengenoemde Autobahn-afritten komen op deze B2 uit Bundesstraße 22 Bamberg - Cham, in west-zuidoostrichting Bundesstraße 85, vanuit Bayreuth noordwestwaarts richting Kronach

Autobahnknooppunt Dreieck Bayreuth/Kulmbach, waar de A9 de Autobahn A70 kruist, ligt 7 km ten noorden van Bayreuth, iets ten oosten van Harsdorf.

Trein en bus

Sinds november 1853 bestaat het centrale station van de stad, Bayreuth Hauptbahnhof. Van hieruit rijden treinen, in de meeste gevallen stoptreinen met een frequentie van 1 x per uur of 1 x per twee uur, te weten: zuidwaarts, naar Neurenberg en Marktredwitz via Schnabelwaid noordoostwaarts naar Weidenberg noordwaarts naar Neuenmarkt, met overstapmogelijkheid richting Bamberg en Station Hof, Kulmbach en Coburg; incidenteel ook rechtstreekse treinen vanuit Bayreuth zonder overstap te Neuenmarkt. oost-zuidoostwaarts naar Kirchenlaibach, gem. Speichersdorf.

Nog in gebruik zijnde andere stations en spoorweghaltes in de gemeente Bayreuth bevinden zich te Sankt Georgen, Laineck en Friedrichsthal. Alle drie deze haltes liggen ten noordoosten van het centraal station aan het door agilis geëxploiteerde spoorlijntje naar Weidenberg.

Het centrale busstation van Bayreuth ligt dicht bij de Rode Main, aan de B22, aan de Hohenzollernplatz. Dit plein ligt direct aan de noordwestrand van het centrum en circa 400 meter ten zuidwesten van het centraal station. Frequente busverbindingen bestaan vooral in zuidoostelijke richting, met de universiteit.

Overig In de stad wordt de fiets, waar mogelijk, vooral door de vele studenten gebruikt. Dit verloopt anno 2022 nog niet overal zonder problemen; bij gebrek aan fietspaden wordt aan de fietsers op veel plekken het gebruik van voetgangerszones en trottoirs toegestaan.

Bayreuth beschikt sinds 1953 over een klein vliegveld met de naam Verkehrslandeplatz Bayreuth of Airport Bayreuth. Het heeft een geasfalteerde start- en landingsbaan van 1.034 m lengte en 30 m breedte. Parallel hieraan lopen drie 800-900 m lange, 30 m brede graspistes, bedoeld voor de zweefvliegsport. Het vliegveld ligt bijna 10 km ten noordoosten van het centrum van Bayreuth, nabij buurgemeente Bindlach. Het heeft ICAO-code EDQD en IATA-code BYU. De geografische coördinaten luiden: 49 graden, 59 minuten en 4 seconden noorderbreedte; 11 graden, 38 minuten en 19 seconden oosterlengte.

Economie Industrie, ambacht Het internationale concern LyondellBasell heeft te Bayreuth een chemische fabriek, waar polyolefinen worden geproduceerd. Een traditioneel ambachtelijk bedrijf te Bayreuth is Steingraeber, dat piano's en concertvleugels maakt. Een ander traditioneel bedrijf is de weizenbierbrouwerij Brauerei Gebr. Maisel, met eigen biermuseum. De in het verleden grootschalige fabricage van sigaretten in de stad zal, naar verwachting, binnen enkele jaren tot het verleden behoren. De firma Cybex maakt en verhandelt te Bayreuth auto-kinderzitjes.

Een uitgestrekt bedrijventerrein bevindt zich aan de noordoostkant van de stad, rondom afrit 41 van de A9. Kleinere bedrijventerreinen liggen ten zuidoosten van de stad, nabij de universiteit en afrit 42 van de A9. Midden- en kleinbedrijf, van alleen regionale of plaatselijke betekenis, overheerst.

Dienstensector en overig Vooral vanwege de Richard-Wagner-Festspiele trekt de stad veel, vooral cultureel geïnteresseerde, toeristen.

De aanwezigheid van de universiteit is, met name vanwege de werkgelegenheid, ook een economische factor van betekenis. Ook zijn er talrijke scholen voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs (Berufsfachschulen) gevestigd.

Bayreuth is een regionaal bestuurscentrum; er staat een gevangenis, en er is een groot aantal regionale bestuursinstanties gevestigd.

De gezondheidszorg is, vanwege de werkgelegenheid, ook economisch van betekenis voor Bayreuth. Aan de noordkant van de stad staat het ziekenhuis Hohe Warte, met als specialisme de neurologie. Ook de universiteit beschikt over een academisch ziekenhuis in de stad. Daarnaast is er een psychiatrische kliniek.

Geschiedenis

Prehistorische vondsten zijn in diverse stadsdelen gedaan. Daaruit blijkt, dat in de Jonge Steentijd en de Bronstijd reeds mensen op het gebied van het huidige Bayreuth woonden. Ook zijn bij de heuvel Bindlacher Berg sporen van een door Kelten bewoonde nederzetting (ca. 400 v. Chr.) ontdekt. Uit de vroege middeleeuwen dateerde een versterking nabij de latere Burg Laineck. In de 9e en 10e eeuw vestigden Franken zich in het gebied. Het stadsdeel Altstadt, oorspronkelijk Altenreuth genaamd, is ouder dan Bayreuth zelf, en ontstond wellicht reeds kort na het jaar 1000.

De oudste vermelding van Bayreuth, als Baierrute, in een uit 1194 daterend document van hertog Otto VI van Andechs. Deze was als Otto II de eerste bisschop van het Aartsbisdom Bamberg, die stamde uit het adellijke huis Andechs-Meranië. Zie ook: Andechs; Dießen am Ammersee; Hertogdom Meranië. Het eerste gedeelte van de plaatsnaam heeft een onzekere herkomst; de lettergreep -reuth- is een variant van -rode (nederzetting op een plek, waar bos gerooid is).

Bayreuth ontwikkelde zich tot een marktnederzetting, die in 1199 nog als dorp, maar in 1231 als stad wordt vermeld. In de tussenliggende periode moeten de heren, toen nog graven, van Andechs-Meranië de plaats het stadsrecht hebben verleend. Vanaf 1260 behoorde Bayreuth tot het gebied van de Rijksstad Neurenberg. Rond 1200 bestond reeds een voorgangster van de huidige Stadtkirche. In 1361 verwierf Bayreuth, evenals Kulmbach, het muntrecht. Het kende in de tijd tot 1430 enige bloei door handel en ambacht.

In 1430, vermoedelijk op 30 januari, werd Bayreuth tijdens de Hussietenoorlogen door hussitische troepen, van de radicale groepering der taborieten, onder de krijgsheer Andreas Prokop ingenomen, en ondanks dat Bayreuth geen verzet had geboden, platgebrand. Markgraaf Frederik I en zijn opvolger, Johan, lieten de stad in de jaren dertig en veertig van de 15e eeuw weer opbouwen en ommuren. Toch was de grootste bloei van Bayreuth voorbij: er volgden door godsdienstoorlogen overschaduwde tijden.

In het begin van de 16e eeuw verwierf markgraaf Casimir een ongunstige reputatie vanwege zijn hardvochtig en wreed optreden tijdens de Duitse Boerenoorlog (1525). In 1527 werd Casimir opgevolgd door zijn broer George, die de Reformatie volgde en ook zijn onderdanen dwong, tot de kerkelijke gezindte van Maarten Luther over te gaan. Er volgden verscheidene godsdienstoorlogen. Tijdens één daarvan, de zogenaamde Tweede Markgravenoorlog (1553-1554), die door markgraaf Albrecht Alcibiades tegen een katholieke coalitie werd verloren, werd Bayreuth in 1553 nogmaals verwoest.

Het Vorstendom Bayreuth of Markgraafschap Brandenburg-Kulmbach was reeds omstreeks 1415/1417 ontstaan, toen het Huis Hohenzollern een gedeelte van het gebied van de burggraven van de Rijksstad Neurenberg had geërfd. Frederik I van Brandenburg was tevens als Frederik VI burggraaf van Neurenberg. Onder zijn heerschappij splitste Brandenburg-Kulmbach van Neurenberg af. Tot 1604 was de residentie van dit graafschap in kasteel Plassenburg te Kulmbach gevestigd, nadien te Bayreuth. Dat leidde tot economisch herstel, vooral vanaf circa 1680 door de immigratie van hugenoten, bekwame handwerkslieden.

De markgraven waren sedert de Reformatie in de 16e eeuw protestants. Daarom is tot op de huidige dag de meerderheid van de christenen in Bayreuth evangelisch-luthers.

In 1605 en 1621 liep Bayreuth door grote stadsbranden veel schade op. In 1495 en 1602 woedde er een pestepidemie, die beide keren 20% van de bevolking het leven kostte.

De tweede bloeiperiode van Bayreuth was de 18e eeuw, waarin de markgraven zich een grote weelde permitteerden, en talrijke luxueuze gebouwen ontstonden, zie hierna onder Bezienswaardigheden. In deze eeuw bleef Bayreuth ook tot aan de Napoleontische tijd voor oorlogsgeweld gespaard. De verlichte markgraven stonden ook aan joden en rooms-katholieken weer toe, hun geloof uit te oefenen.

In 1806, tijdens de Vierde Coalitieoorlog, vielen stad en graafschap Bayreuth in handen van het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. In 1810 verkocht Frankrijk het gebied aan het Koninkrijk Beieren, dat van 1871 tot 1918 onderhorig was aan het Duitse Keizerrijk. Sedert 1918 ligt Bayreuth in Beieren. Onder Beiers bestuur werden kazernes in een zuidelijke wijk van de stad (Kasernenviertel) gebouwd, die tot 1945 bleven bestaan. In 1853 begon de industriële revolutie op bescheiden schaal met de aansluiting van Bayreuth op het spoorwegnet. Vanaf 1868 mochten joden er werken in ambachten, door de opheffing van de gildedwang. In de late 19e eeuw en de vroege 20e eeuw waren de fabricage van bier, suiker en textielproducten de belangrijkste industriële activiteiten in Bayreuth. Tussen 1900 en 1910 was er veel arbeidsonrust onder de arbeiders, waaronder talrijke stakingen.