thumb|Het Olympisch Stadion in 1928 thumb|Bouw van het Olympisch Stadion, 1927 (?) thumb|Het Olympisch Stadion in aanbouw (1927) Het Olympisch Stadion is een stadion met atletiekbaan in Amsterdam, gelegen aan het Stadionplein in het westelijk deel van het Amsterdamse stadsdeel Zuid.

Het stadion is in 1927 door de Voorburgse architect Jan Wils in opdracht van het NOC ontworpen voor de Olympische Zomerspelen van 1928. Na 1937 werd het aanzienlijk uitgebreid en was het onder meer in gebruik voor belangrijke voetbalwedstrijden en als thuisstadion van FC Amsterdam dat de laatste jaren zijn thuiswedstrijden op het bijveld speelde. Vanaf 1930 tot aan de opening van de Amsterdam ArenA in 1996, speelde Ajax zijn belangrijke Eredivisie thuiswedstrijden zoals tegen Feyenoord en PSV en de Europacup thuiswedstrijden in dit stadion en speelde het Nederlands Elftal er diverse interlands. Ook speelde AZ er op 20 mei 1981 voor 28.500 toeschouwers de wedstrijd van de UEFA Cup finale 1980-1981 tegen het Engelse Ipswich Town FC (3-0 verlies uit en 4-2 winst in Amsterdam).

Na vanaf najaar 1996 tot de in 2000 voltooide grootschalige restauratie, waarbij het stadion na het verwijderen van de tweede ring weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld werd, is het in gebruik voor kleine en grote evenementen en biedt het onderdak aan zo’n dertig zelfstandige ondernemingen. Van 2005 tot 2014 was er ook een sportmuseum, de Olympic Experience Amsterdam.

Voorgeschiedenis Nadat Nederland in 1923 de Spelen van de negende moderne Olympiade toegewezen kreeg, koos het NOC het Stadion van Harry Elte uit 1914 in het zuiden van Amsterdam als locatie. Dit stadion was gemakkelijk bereikbaar en de omgeving bood voldoende ruimte voor alle overige faciliteiten. Hiervoor werd in november 1924 de architect Jan Wils gevraagd. Wils was goed bevriend met NOC-vicevoorzitter, P.W. Scharroo,Kiers (1978): p. 7. en had zich in oktober 1924 onderscheiden als ontwerper van een groot sportcomplex aan de Wassenaarseweg in Den Haag.

In 1925 verscheen van Wils en Scharroo het boekje Gebouwen en terreinen voor gymnastiek, spel en sport. In het voorwoord schreef IOC-voorzitter Pierre de Coubertin dat de architectuur van het te bouwen stadion ‘in overeenstemming moest zijn met’ de olympische gedachte en dat een stadion ‘goede verhoudingen’ en een ‘opgewekt karakter’ moest bezitten en bestaan uit ‘een samenstel van gevoelige, zuivere lijnen, die op gelukkige wijze zijn samengevoegd in overeenstemming met de omgeving of afsteken tegen de horizon’.Van Bergeijk (2007): p. 73.

Ondertussen maakte Wils een ontwerp voor de verbouwing van het stadion van Elte. Op 6 mei 1925, echter, werd het voorstel voor overheidssubsidie van de Spelen door de Tweede Kamer afgewezen, omdat deze geen rekening hielden met de zondagsrust. Om de Spelen toch voor Nederland te behouden beloofde het gemeentebestuur van Amsterdam het NOC een lening van ƒ 500.000,- en werd er een inzamelingsactie georganiseerd, die anderhalf miljoen gulden opbracht. Hiermee had het NOC financieel voldoende armkracht om een geheel nieuw stadion te bouwen op een moerassig gebied ten westen van de Amstelveenseweg, waar het nog beter te bereiken was en na de spelen minder in de weg zou staan dan het oude stadion. Wils ging nu samen met ingenieur en betonexpert, G. Jonkheid, en zijn medewerker, Cor van Eesteren, aan de slag. Toen architectengenootschap Architectura et Amicitia hier omstreeks augustus 1925 lucht van kreeg, tekende deze protest aan. Hij vond dat een architectuurprijsvraag voor een gebouw van dit karakter op zijn plaats was, maar het NOC wilde hier niets van weten en bovendien kwam het genootschap ruimschoots te laat met zijn eisen.Kiers (1978): p. 11.

In januari 1926 besloten de NV Nederlandsch Sportpark – de eigenaresse van het oude stadion – en het NOC officieel tot de bouw van het Olympisch Stadion. Diezelfde maand werd begonnen met de ophoging van het terrein en in oktober ging de eerste heipaal de grond in. Ondertussen stuurde de architect in mei alle ontwerptekeningen ter goedkeuring naar het Gemeentebestuur van Amsterdam en ging hij naar Parijs om de plannen daar te bespreken met twee IOC-vertegenwoordigers.Anoniem (1926): p. 2. Het stadion werd gebouwd door de firma Kruithof en Scholten en had oorspronkelijk een capaciteit was 31.600 toeschouwers. Zowel de eerstesteenlegging op 18 mei 1927 als de openingsceremonie op 28 juli 1928 vonden plaats in het bijzijn van Prins Hendrik. Ondanks een staking onder metselaars en betonwerkers, werd het stadion op 1 mei 1928 keurig op schema voltooid,Kiers (1978): p. 14. hoewel de zwarte verf tijdens het eerste hockeytoernooi nog nat was.

Olympisch terrein Het NOC wilde dat de gebouwen 'eenvoudig en strak van lijn' waren en dat ze zowel vanaf de openbare weg als vanaf het olympisch terrein toegankelijk waren. Daarom waren de belangrijkste gebouwen, het stadion, de schermzaal en het gebouw voor krachtsport, op het Stadionplein georiënteerd, met daartussen een soort cour d'honneur. Om de schermzaal en het gebouw voor krachtsport van het stadion te onderscheiden werden deze wit bepleisterd. Het ontwerp van dit plein en alle overige infrastructuur wordt toegeschreven aan Cor van Eesteren. Om de verschillende verkeersstromen (trams, auto's en voetgangers) beheersbaar te maken fungeerde het als een soort meer, ‘waarin alle verkeersstromen monden en tot rust komen’. Door vlak naast het stadion een tramhalte aan te leggen en midden op het plein een parkeerplaats werden alle verkeersstromen van elkaar gescheiden.Van Linge (12 mei 1928): p. 145.

thumb|Olympisch terrein (gedeeltelijk), 1928 thumb|De in 1937 toegevoegde en in 1998 verwijderde uitbreiding aan de korte zijden, januari 1992 thumb|Aansluiting van de verdwenen betonnen uitbreiding op het bakstenen stadion, januari 1992 thumb|Exterieur van de verdwenen betonnen uitbreiding, januari 1992 thumb|De verdwenen betonnen uitbreiding, noordzijde, oktober 1995 thumb|Achterzijde eretribune thumb|Interieur Olympisch Stadion na renovatie

Stadion Het door Wils ontworpen stadion bestaat uit betonconstructies bekleed met 2.000.000 bakstenen. De berekeningen van deze betonconstructies liet hij over aan ingenieur en betonexpert G. Jonkheid en diens medewerker Cor van Eesteren. Met het oog op de stand van de zon bevindt de lengte richting zich in noord-zuidelijke richting. Op die manier wordt tevens de eretribune beschermd tegen de sterke westenwind. Tussen de atletiekbaan en de tribunes bevond zich oorspronkelijk een wielerbaan.

De hoofdingang van het stadion wordt gevormd door de Marathonpoort met daarin verwerkt twee hardstenen reliëfs van kunstenaar Johan Coenraad Altorf.

Hierboven bevindt zich een vlakke luifel met daarboven een groot muurvlak met daarop de olympische ringen en het motto Citius, Altius, Fortius (sneller, hoger, sterker). Daar weer boven bevindt zich een balkon met zes decoratieve spanten. Ter weerszijden van de marathonpoort werden namen van Nederlandse overwinnaars van de Olympische Spelen gebeiteld. Deze traditie heeft men tot 1932 vol weten te houden en werd na de restauratie van het stadion voortgezet.

Achter de Marathonpoort bevindt zich de Marathontribune. Onder deze tribune bevonden zich kantoren, werk- en bergplaatsen. Aan de achterkant van het stadion lag de eretribune, die bestemd was voor leden van het koninklijk huis, officiële genodigden en de pers. Onder de eretribune bevond zich onder meer een telegraafkantoor, een persafdeling, de geneeskundige dienst en een laboratorium voor fysiologisch en antropologisch onderzoek. Op de eerste verdieping was een foyer en een wachtruimte met daarboven een wandelgang voor bezoekers. Onder de staan- en zittribunes bevonden zich kleedkamers en, aan de zuidzijde, een café (het tegenwoordige café Vak Zuid). Verder bevond zich in de noordoosthoek een telefooncentrale, de brandweer, secretariaten van diverse sportbonden en een politiebureau met een heuse gevangeniscel.Kiers (1978): p. 17.

Wils paste het stadion keurig in het omstreeks 1915 door Berlage ontworpen Plan Zuid. Berlage zelf had op deze plaats industrieterreinen en derde klasse woningen van drie hoog gedacht. Berlage gaf zijn goedkeuring aan het ontwerp en ook was hij aanwezig tijdens de huldiging van Wils in het Stedelijk Museum op 30 juli 1928. Opmerkelijk is verder dat bij de latere uitvoering van Plan Zuid het ontwerp van Berlage is aangepast ten gunste van het stadion; zo is de Van Tuyll van Serooskerkenweg in de lengteas van het stadion aangelegd. Ook bij de aanleg van het Olympisch Kwartier aan het begin van de eenentwintigste eeuw is nadrukkelijk rekening gehouden met het stadion.

thumb|Van links naar rechts: Marathonpoort, Marathontoren en het huidige Van Tuyll van Serooskerkenmonument Op het olympisch terrein bevonden zich verder een restaurant, een postkantoor (tegenwoordig beter bekend als het Olympiahuisje), een personeelswoning en het zwemstadion. Op het Olympiahuisje en de personeelswoning na zijn alle bijgebouwen na de Spelen afgebroken.

Marathontoren Om tegenwicht te bieden aan de overwegend horizontale lijnen van het stadion en als oriëntatiepunt werd midden op van het olympisch terrein de 46 meter hoge Marathontoren gebouwd, ook wel 'leftoren',Anoniem (31 juli 1928): [p. 1]. 'het asbakje van Amsterdam' of 'het asbakje van de KLM-vliegers' genoemd. De toren bestaat uit een betonnen skelet met aan weerszijden vier bakstenen platen. Waar deze platen eindigen bevinden zich onder vier ver uitkragende luifels eenzelfde aantal balkons, van waaraf bazuinblazers het begin van de marathon aankondigden.Van Bergeijk (2007): p. 80. De diagonaal uitstekende betonplaten hierboven moesten het geluid van luidsprekers versterken.

Boven op de toren in een groot, betonnen bekken brandde het eerste olympische vuur in de geschiedenis. Volgens sporthistoricus Jurryt van de Vooren was dit idee afkomstig van Wils zelf, die zich als socialist af wilde zetten tegen de christelijke partijen, die tegen de Spelen waren, omdat deze geen rekening hielden met de zondagsrust. Hij koos daarom voor een heidens symbool, vuur, als herkenningsteken voor de Spelen. Overdag zou er rook uit dit bekken moeten komen, en 's avonds vuur. Door licht te laten schijnen door de verticaal opgaande ramen werd de toren 's avonds extra geaccentueerd.

Links naast deze toren werd ter ere van de in 1924 overleden oprichter van het NOC, Frits van Tuyll van Serooskerken, het Van Tuyll-monument (ook wel De Olympische groet) van de Haagse beeldhouwster Gra Rueb onthuld. Na de Tweede Wereldoorlog werd het beeld omstreden, doordat de afgebeelde "olympische groet" werd aangezien voor de Hitlergroet.The Olympic Salute We Don’t Use Anymore Because it Looked too Much Like Heiling Hitler‘De Olympische groet is geen Hitlergroet’ Het beeld werd begin 21e eeuw verplaatst en er kwam een toelichting op een bijbehorende tegel. In 2022 werd het verwijderd.Omstreden standbeeld met ‘Hitlergroet’ bij Olympisch Stadion weggehaald

Galerij Olympisch Stadion in 1928

Beoordeling Het ontwerp heeft enkele raakvlakken met de functionalistische architectuurOlympisch Stadion, geraadpleegd op 2021-03-10. wat onder meer een eenvoudig en strak beeld oplevert.Architect Jan Wils, geraadpleegd op 2021-03-10. Het geheel kenmerkt zich door horizontale lijnen, verspringende daken en gevels en de overstekende luifels.Het Olympisch Stadion van Jan Wils, geraadpleegd op 2021-03-10.