CottbusIn het verleden werd de plaatsnaam ook met een K gespeld: Kottbus. Het bijvoeglijk naamwoord Cottbuser, van of uit Cottbus, mag ook met twee letters S gespeld worden (Cottbusser). De spelling met één letter S heeft echter de voorkeur. (Nedersorbisch: Chóśebuz) is een kreisfreie Stadt in de Duitse deelstaat Brandenburg. Op telde de stad inwoners op een oppervlakte van 165,62 km². De stad heeft het officiële predicaat Universitätsstadt/Uniwersitne město. In Cottbus woont een beperkt aantal leden van de Sorbische minderheid.

Geografie Cottbus maakt deel uit van de streek Niederlausitz, de noordelijke helft van de Lausitz.

De stad ligt aan de rivier de Spree, ten oosten van het toeristisch ontwikkelde Spreewald.

Cottbus ligt ruim 30 kilometer ten westen van de grens met Polen, ongeveer 100 kilometer ten zuidoosten van Berlijn, 90 kilometer ten noordoosten van Dresden en 90 kilometer ten zuidwesten van Zielona Góra in Polen.

In de tweede helft van de 20e eeuw is het landschap rondom Cottbus sterk veranderd. Grote gebieden veranderden na winning van bruinkool in dagbouw in woestenijen. Daarna liet men verscheidene groeven met water vollopen, waarna meren ontstonden. Zie: Lausitzer bruinkoolmijnstreek.

Indeling van de stad Het stadsgebied van Cottbus is in 19 stadsdelen onderverdeeld, deze zijnTussen haakjes: de Sorbische benamingen.: thumb|Stadsdelen van Cottbus (1) Mitte (Srjejź) (2) Neu und Alt Schmellwitz (Chmjelow) (3) Sandow (Žandow) (4) Spremberger Vorstadt (Grodkojske pśedměsto) (5) Ströbitz (Strobice) (6) Sielow (Žylow) (7) Saspow (Zaspy) (8) Merzdorf (Žylowk) (9) Dissenchen (Dešank) (10) Branitz (Rogeńc) (11) Madlow (Modłej) (12) Sachsendorf (Knorawa) (13) Döbbrick (Depsk) (14) Skadow (Škodow) (15) Willmersdorf (Rogozno) (16) Kahren (Korjeń) (17) Kiekebusch (Kibuš) (18) Gallinchen (Gołynk) (19) Groß Gaglow (Gogolow)

De stadsdelen 1 t/m 5 en 12 hadden volgens de website van de gemeente begin 2025 ieder meer dan 10.000 inwoners. Volgens de Burgerlijke Stand van Cottbus woonden in de gemeente toen juist iets meer dan 100.000 mensen.

Naburige gemeenten Alle rondom Cottbus gelegen gemeenten maken deel uit van de Landkreis Spree-Neiße. In het noorden en noordoosten: Drachhausen, Drehnow en Turnow-Preilack, de stad Peitz, en verder Teichland en Heinersbrück In het oosten en zuiden: Wiesengrund en Neuhausen/Spree In het zuidwesten: de stad Drebkau met Klein Oßnig In het westen: Kolkwitz, Briesen en Dissen-Striesow.

Infrastructuur

Ten zuiden van het stadscentrum loopt, in west↔oost-richting, de Autobahn A 15. Afrit 4 van deze Autobahn, aan de Bundesstraße 169, en afrit 5, aan de Bundesstraße 97, liggen dichtbij Cottbus. De B 169 loopt dwars door de stad heen.

De stad heeft een belangrijk regionaal spoorwegstation, Cottbus Hauptbahnhof. Van hieruit kan men per trein in zes richtingen reizen, en wel naar Berlijn, Görlitz, Halle (Saale), Großenhain, Guben en Forst (Lausitz). Ander openbaar vervoer bestaat hoofdzakelijk uit een tram- en busnet, dat uitgebaat wordt door Cotbussverkehr GmbH.

Sinds 2019 heeft Cottbus een haven aan het 18.800 hectare grote recreatiemeer Cottbuser OstseeNedersorbische naam: Chóśebuski pódzajtšny jazor. In de Duitse taal is het onderscheid tussen dit meer en de Oostzee duidelijker dan in het Nederlands: der Cottbuser Ostsee, grammaticaal mannelijk; die Ostsee, de Oostzee, grammaticaal vrouwelijk., ten oosten van het centrum. De haven is hoofdzakelijk voor de pleziervaart bedoeld.

Geschiedenis

De geschiedenis van Cottbus kan bijna 2000 jaar terug in de tijd gevolgd worden; enige dorpen in de omgeving van de stad kenden zelfs reeds menselijke bewoning in de Bronstijd. In de vierde eeuw van onze jaartelling vestigden zich de eerste mensen. In 1934 werd bij Ströbitz een schat gevonden, die uit de 4e eeuw dateert. Ze bestaat uit vier armbanden en een torque van goud (goudgewicht: 856 gram). De schat is sinds de Tweede Wereldoorlog Russisch staatseigendom, maar was in 2007 korte tijd in een Berlijns museum te zien.

De naam van de stad is afgeleid van de Nedersorbische persoonsnaam Chóśebud, wat ongeveer: waakzame held betekent.Uit overgebleven geschriften kwamen meer dan 130 verschillende schrijfwijzen van de naam Cottbus tevoorschijn. Een paar namen daarvan zijn Kotwos, Cothebuz en Godabuss. De oudste bekende naam is Chotebuz en de meest ongewone naam is Kukubuzl. Hieruit blijkt, dat de plaats van oorsprong een door leden van Slavische volkeren gestichte nederzetting was. In de 12e eeuw verkreeg Cottbus stadsrechten. In 1213 werd Albrecht II van Brandenburg heer van de burcht, die toen in Cottbus stond. Vanaf de middeleeuwen tot en met de 19e eeuw lag de stad achtereenvolgens in de Mark Brandenburg en in Pruisen. Reeds vanaf 1405 bevorderden de landheren de textielnijverheid door speciale privileges, wat deze bedrijfstak tot bloei bracht.

In 1461 trachtte de Boheemse koning George van Podiebrad zijn rijk uit te breiden. Hij benoemde een zekere Zdenko von Sternberg tot heer van de (Brandenburgse) Heerlijkheid Cottbus. De poging van Zdenko's mannen, om Cottbus te veroveren, liep spaak; het beleg van de sterk verdedigde stad mislukte geheel, en Zdenko zag van verdere aanspraken op Cottbus af. Een soortgelijke aanval door Jan II de Krankzinnige, hertog van Glogau, in 1478 mislukte eveneens.

In 1537 werd de stad als gevolg van de Reformatie protestants. Tot op de huidige dag zijn de meeste christenen in Cottbus evangelisch-luthers. Tenzij anders aangegeven, zijn ook de in dit artikel vermelde kerkgebouwen in de gemeente evangelisch-luthers.

Grote stadsbranden troffen Cottbus in 1468, 1479, 1600, 1671, waarna de huizen verplicht van steen moesten zijn gebouwd, met pannendaken erop, en nog in 1862.

Andere rampen, die Cottbus troffen, waren een sprinkhanenplaag en dus een misoogst in de boerendorpen rondom de stad, waardoor een hongersnood uitbrak (1484), en pestepidemieën (1380, 1491 en diverse malen tijdens de 17e eeuw).

De stad was gedurende de Dertigjarige Oorlog, van 1618 tot 1648, toneel van strijd, pestepidemieën en andere oorlogsellende. Eén leger, dat er aan de oorlog deelnam (1626), werd door Albrecht von Wallenstein, een veldheer van de Duitse keizer, aangevoerd. In de jaren-1630 trokken legerbendes van beide strijdende partijen door Cottbus. Deze brachten de stad veel vernietiging en plundering toe. Aan het eind van de oorlog woonden er nog maar 100 mensen in Cottbus.

Met de vanaf de 19e eeuw toenemende industrie werd Cottbus een stad van meer belang. Door de aanleg van een spoorwegennetwerk, vanaf 1866, werd Cottbus een belangrijk verkeersknooppunt. Toen werden er ook veel nieuwe bedrijven in Cottbus opgericht, met name in de textielindustrie (reeds vanaf circa 1800: productie van wasdoek). Mede door deze industriële groei was er meer werkgelegenheid, en behoefte aan arbeiderswoningen, dus nam het inwoneraantal flink toe. In 1896 staakten de textielarbeiders voor hogere lonen en invoering van de elfurige (!) werkdag.

Gedurende de Hitler-tijd (1933-1945) had Cottbus o.a. een kazerne en een Fliegerhorst van de Luftwaffe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een concentratiekamp in de stad gevestigd. Ongeveer duizend dwangarbeiders moesten hier onderdelen voor Focke-Wulf- gevechtsvliegtuigen maken. Vanaf de Kristallnacht (november 1938, toen de synagoge werd afgebrand) tot 1945 werden talrijke Joden uit Cottbus omgebracht in de vernietigingskampen, of op andere wijze slachtoffer van de holocaust. Ook veel politiek linkse mensen werden door de nazi's vervolgd en vermoord. Talrijke gedenktekens en oorlogsgraven in Cottbus en omgeving herinneren hier nog aan. Op 15 februari 1945 werd Cottbus zwaar gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Daarbij werd de stad gedeeltelijk verwoest, en er vielen circa duizend doden, onder wie enkele honderden kinderen. Eind april 1945 werd Cottbus, na dagenlange, zeer zware strijd, veroverd door het Sovjetrussische Rode Leger.

De in 1860 geopende gevangenis van Cottbus was in de nazi-periode een jeugd- en vrouwen-tuchthuis (dus gevangenis met lichte dwangarbeid overdag). In de DDR-periode zaten er honderden politieke gevangenen vast, onder wie mensen, die voor vrijkoop door West-Duitsland in aanmerking kwamen. Na de verhuizing van de gevangenis naar nieuwbouw in 2002 werd het gebouw in gebruik genomen als zogenaamd Human Rights Centre.

Van 1949 tot 1990 maakte Cottbus daarop deel uit van de DDR. Omstreeks 1952 werd begonnen met de grootscheepse bruinkoolwinning in dagbouw. De bruinkool werd vooral verstookt in elektriciteitscentrales. Een zo'n op bruinkool draaiende centrale is nog tot 2028 in bedrijf, en staat 10 km ten noorden van Cottbus, in de gemeente Teichland. In de DDR-periode steeg het aantal inwoners tot 129.000, als de later aan de stad toegevoegde dorpen worden meegeteld, zelfs 137.000.

In de tweede helft van de 20e eeuw is het landschap rondom Cottbus sterk veranderd. Grote gebieden veranderden na winning van bruinkool in dagbouw in woestenijen. Daarna liet men verscheidene groeven met water vollopen, waarna meren ontstonden. In 2015 werd de laatste grote bruinkoolmijn Cottbus Nord gesloten. Op de plaats daarvan ontstond, door inundatie tussen 2019 en eind 2024, het 18.800 hectare grote, gemiddeld 7,90 meter diepe meer Cottbuser Ostsee.

Op 14 januari 1975 gebeurde in de stad Cottbus een ernstig vliegtuigongeluk. Een MiG-21 gevechtsvliegtuig van de luchtmacht der Nationale Volksarmee kreeg motorstoring en boorde zich in een flatgebouw in de wijk Schmellwitz. De piloot, en zes bewoonsters van de flat voor ongehuwde textielarbeidsters kwamen om het leven.

Na de Duitse hereniging van 1990 verdween de textielindustrie geheel, en in de periode tot 2015 ook de bruinkoolwinning. Daardoor ging veel werkgelegenheid verloren en trokken veel mensen uit Cottbus weg, o.a. naar het economisch sterkere westen van Duitsland. Daardoor daalde het bevolkingscijfer met 46.000 personen tot 91.000. De, ook bestuurlijk en economisch belangrijke status van Großstadt, stad met meer dan 100.000 inwoners, ging verloren. De gemeente doet er alles aan, deze grens weer te overschrijden, zelfs door alle studenten aan de Technische Universiteit in haar bevolkingscijfer mee te nemen. Daarbij gaat men ervan uit, dat deze alle in een flat of studentenkamer in Cottbus wonen, tenzij duidelijk blijkt, dat zij nog bij hun ouders thuis wonen. Dit heeft al tot juridische conflicten met hogere overheden geleid.

Economie, dienstensector, hoger onderwijs

De grootste in Cottbus gevestigde onderneming is het energieconcern LEAG.

Het Zwitserse concern Asea Brown Boveri heeft een middelgrote vestiging te Cottbus.

Daarnaast zijn er tal van kleine en middelgrote ondernemingen gevestigd, in vele verschillende bedrijfstakken. In de jaren 2020 zijn in de stad enkele grote, moderne winkelcentra gebouwd.

Een bedrijf met een lange historie is de Große Wassermühle (Grote Molen) Madlow, die sinds 1495 bestaat. Afwisselend was het een graanmolen en een molen voor vollen en andere textielbewerkingen. Sedert 1868 is de molen in feite een fabriekscomplex, en draait niet meer op waterkracht. Het bedrijf is diverse malen in andere handen overgegaan. Het huisvest een onderneming (CTG Combustion Control), die zich bezighoudt met o.a. procestechniek in de glasindustrie en bij chemische verbrandingsprocessen, en die allerlei artikelen ten verbetering daarvan ontwerpt en in de voormalige molen ook produceert. De meeste gebouwen van het complex staan als industrieel erfgoed onder monumentenzorg.

Belangrijk is de grote onderhoudswerkplaats voor spoorwegmaterieel, ook hogesnelheidstreinen, ten westen van het station van de stad. Deze werd in 2022 - 2024, in twee fasen, sterk uitgebreid, bij wijze van compensatie voor het banenverlies in de bruinkoolwinning.

De stad beschikt over een groot ziekenhuis, dat een van de belangrijkste werkgevers van Cottbus is.