Altenberg is een gemeente in de Duitse deelstaat Saksen, gelegen in het district Sächsische Schweiz-Osterzgebirge. Altenberg telt inwoners.
Altenberg is een kuuroord en ook een wintersportoord, beroemd om zijn bobsleebaan. De gemeente ligt in het Ertsgebergte, niet ver noordelijk van de grens met Tsjechië. De dichtstbijzijnde grote stad is Dresden, circa 41 km ten noorden van Altenberg.
De plaats was in het verleden bekend om zijn mijnbouw; er werd vooral tinerts gedolven.
Het hoogste punt van de gemeente is de Kahleberg (905 m hoog), twee km ten zuidwesten van het stadje Altenberg. Door de gemeente stromen enkele beken en riviertjes, die in het voorjaar, als de sneeuw in de bergen gesmolten is, en gedurende het gehele jaar, na zware regenval, woest kolkende stromen kunnen worden. Dan is er gevaar voor overstromingen. De belangrijkste beken en riviertjes zijn: de Rote Weißeritz die, buiten de gemeente met de Wilde Weißeritz verenigd als Weißeritz, bij Dresden uitmondt in de Elbe; de Müglitz, een 49 km lange linker zijrivier van de Elbe, die daar bij Heidenau in uitmondt. Door het dal van dit riviertje loopt de enige "normale" spoorlijn van de gemeente.
Buurgemeentes In Duitsland, van west naar oost Hermsdorf/Erzgeb. Dippoldiswalde Glashütte (Saksen) Liebstadt (Saksen) Bad Gottleuba-Berggießhübel
In Tsjechië, in de regio Ústecký kraj Petrovice (okres Ústí nad Labem) Krupka Dubí Košťany Mikulov (okres Teplice) Moldava (okres Teplice)
Indeling gemeente De stad Altenberg bestaat, volgens artikel 18 van de hoofdgemeenteverordening d.d. 25 april 2022, uit de volgende 22 gemeentedelen (samengebracht in 14 Ortschaften). Tussen haakjes het aantal inwoners, exclusief tweede-woningbezitters. 3 km W betekent: gelegen 3 kilometer ten westen van het centrum van het stadje Altendorf.
Ortschaft Altenberg, bestaande uit: De stad Altenberg zelf (ST), waar ook het gemeentehuis staat (1.844) Hirschsprung (107), 3 km N, 2 km ten O van de bekende bobsleebaan Bärenstein (ST; 876), 6 km NNONiet te verwarren met Bärenstein (Erzgebirge), dat hemelsbreed 60 km verder zuidwestelijk ligt. Bärenfels (289), 8 km NW Ortschaft Rehefeld-Zaunhaus, bestaande uit: Rehefeld-Zaunhaus (138), 8 km ZW, aan de Tsjechische grens Neu-Rehefeld (43) Neuhermsdorf bij Rehefeld (8) Zinnwald-Georgenfeld (389), 5–6 km Z, aan de vernieuwde B170, bij de grensovergang met Tsjechië Kipsdorf (259), 9 km NW, aan de B170 Ortschaft Oberbärenburg, bestaande uit: Oberbärenburg (227), 8 km NNW Waldbärenburg (24), 7 NW, aan de B170 Schellerhau (398), 4–6 km W Ortschaft Falkenhain, bestaande uit: Falkenhain (218), 10 km N Waldidylle (146), 9 km NNW Ortschaft Geising, bestaande uit: Geising (ST; 1.195), 4 km O Löwenhain (174), 5–7 km O Ortschaft Fürstenau, bestaande uit: Fürstenau (190), 8 km OZO Gottgetreu (16) Müglitz (27) op 3 adressen na Fürstenwalde (302) incl. 3 adressen te Müglitz; via Lauenstein 13 km O Liebenau (Altenberg) (401), 13 km NO Lauenstein (ST; 514), 8 km NO
Peildatum: 31-12-2021. Gemeentetotaal: 7.785 personen.Website gemeente Van de christenen in de gemeente was circa 91% evangelisch-luthers en 9% rooms-katholiek.
Altenberg, Bärenstein, Geising en Lauenstein zijn Stadtteile (ST), de overige plaatsen zijn Ortsteile. Tot 1 januari 2011 was Geising een aparte gemeente, die toen echter vanwege financiële problemen ervoor koos, in de gemeente Altenberg op te gaan. Voor een korte beschrijving van de plaatsen in de oostelijke helft van de huidige gemeente Altenberg, die tot en met 2010 bij de gemeente Geising hoorden, zie Geising.
Infrastructuur
Altenberg, Geising, Lauenstein en Bärenstein hebben alle vier een klein spoorwegstation aan de Müglitztalbahn (Altenberg- Heidenau). Het station van Altenberg heet officieel: Bahnhof Kurort Altenberg (Erzgebirge). Van Kipsdorf loopt een 27 km lange smalspoorlijn, de Weißeritztalbahn, naar Hainsberg, gemeente Freital. Over deze lijn, die tussen 1885 en 1982 diverse malen voor belangrijke experimenten met spoorwegmaterieel is gebruikt, rijdt 2 × per dag in beide richtingen een stoomtrein, die als regulier openbaar vervoer wordt beschouwd. Voor het overige is de openbaar vervoergebruiker op streekbussen aangewezen, waarvan de meeste alleen op werkdagen in de spitsuren rijden.
De belangrijkste verkeersader in de gemeente is de B170 van Dresden, dat bijna 45 km ten noorden van Altenberg ligt, naar Teplice in Tsjechië. Het weggedeelte bij Zinnwald en de grensovergang met Tsjechië is in de jaren 2010 geheel gemoderniseerd. De dichtstbijzijnde aansluiting op het Autobahnennet is Autobahn A 17, afrit 8 Bad Gottleuba, te bereiken via kronkelige bergwegen, op meer dan 20 km ten noordoosten van Altenberg.
Bijzonderheden per Ortsteil Bärenstein, is een 6 km ten NNO van Altenberg-stad gelegen stadje. Het ligt niet verHemelsbreed ligt Glashütte 6 km ten noorden van Bärenstein. De afstand over de weg is echter, vanwege de vele bochten daarin, aanmerkelijk groter. van het stadje Glashütte (Saksen). Het beschikt over een historisch kasteel, dat privé bewoond wordt en dus niet te bezichtigen is. Op het marktplein staat een zuil uit 1734 met afstandsaanduidingen ten opzichte van andere steden in Saksen. Rondom dit kasteel, dat vanaf 1348 door een adellijk geslacht Von Bernstein werd bewoond, ontstond het plaatsje. In 1501 stichtte heer Hans von Bernstein zonder toestemming van zijn leenheer, hertog Joris met de Baard van Saksen, een (zeer klein) stadje Bärenstein; de stadsrechten werden aanvankelijk door de hertog niet erkend, maar traden in de loop van de 16e eeuw toch, stap voor stap, in werking. Het marktstadje Bärenstein werd in 1622, 1630, 1640 en 1738 door grote stadsbranden geteisterd. Sinds begin 2004 behoort Bärenstein tot Altenberg. Rehefeld-Zaunhaus bezit een in 1873 voltooid jachtslot. Het was een geschenk voor Albert van Saksen van zijn gemalin Carola van Wasa, omdat hij in 1871 de Frans-Duitse oorlog succesvol had doorstaan. Een achterneef van deze koning, Frederik Christiaan, exploiteerde het jachtslot in 1936-1937 als luxe hotel voor jachtpartijen en bezoekers van wintersportevenementen. In de jaren 1942-1945 was het een lazaret van de Wehrmacht, en van 1945-2003 een politieschool. Sedert 2011 is het pand particulier eigendom, staat leeg en verkeert in enigszins vervallen toestand. Kipsdorf ontstond als Kyppsdorf (Koperdorp) in de 16e eeuw nabij een kopermijn. In 1883 kreeg het dorp aansluiting aan het spoorwegnet, in de vorm van een smalspoorlijntje naar Schmiedeberg (Dippoldiswalde). Dit leidde in de decennia daarna tot veel toerisme. Het spoorlijntje was vanaf het hoogwater in 2002 tot 2017 buiten bedrijf, wat tot een daling van het aantal bezoekende toeristen leidde. Kipsdorf is officieel een kuuroord. Men gaat er vooral naartoe, om er te langlaufen of in de zomer fraaie wandelingen te maken. In het dorpje Bärenfels koestert men de herinnering aan Paul Hölzig, een beroemde handpoppenspeler uit de voormalige DDR, die na zijn verhuizing naar West-Duitsland in 1956 in vergetelheid raakte. Zo mogelijk jaarlijks vindt er in een zaaltje in het dorp een bescheiden poppentheaterfestival plaats. Aan de korte periode, dat Bärenfels een kuuroord was, herinnert nog een klein, maar fraai kuurpark. Over Schellerhau wordt (in een krantenartikel d.d. 1 november 2018 over een Archeo Montan genaamd archeologisch onderzoeksproject bij het dorp) gemeld, dat in de Jonge Steentijd, rond 2020 v.Chr., door mensen in het zomerseizoen reeds geëxperimenteerd werd met het uitgraven van tinhoudende aardlagen. De gewonnen korrels tinerts werden door ruilhandel verkocht aan naburige, langs de Elbe wonende stammen, die reeds met de toepassing van brons bekend waren. Het dorp ontwikkelde zich als een langgerekt boerendorp, waar ook mijnwerkers, die niet genoeg verdienden, een klein boerderijtje aan de bosrand bedreven. Waldidylle is een in de 19e eeuw gesticht villa- en vakantiedorp. Rijke Dresdenaren bouwden hier een tweede woning. Voor de wat minder goed bij kas zittende bezoekers waren er goedkope hotels, jeugdherbergen en pensions, van waaruit wandeltochten e.d. werden georganiseerd. In 1945-1950 was het dorp in gebruik als noodopvang voor vluchtelingen en door het geweld van de Tweede Wereldoorlog dakloos geworden mensen. Daarna, in de DDR-periode, werd Waldidylle weer ten dele een villadorp, ten dele een socialistisch vakantieoord. Na de Wende van 1990 zijn de meeste vakantie-accommodaties gesloten. Enkele werden ingrijpend veranderd om aan de West-Europese eisen van vakantiecomfort te kunnen voldoen.
Economie De hoofdpijler van de economie in deze gemeente is het, vooral op de wintersport gerichte, toerisme. Enkele plaatsen beschikken over bedrijventerreinen voor, overwegend lokaal en regionaal, midden- en kleinbedrijf. Het grootste van deze bedrijventerreinen heet Europark en ligt aan de zuidoostrand van Altenberg en aan de B 170. Direct ten oosten van dit terrein is een groot veld als zonnepanelenpark ingericht. De land- en bosbouw en de industrie zijn verder van ondergeschikt belang. Te Bärenstein worden onderdelen voor de beroemde kwaliteitshorloges uit het naburige Glashütte gemaakt.
Geschiedenis Zie ook onder Geising.
Mijnbouw
Het gebied van de gehele gemeente is vanaf de middeleeuwen (Altenberg: 1440; Zinnwald: 1378; Bärenstein: 1400) in gebruik geweest voor de mijnbouw, met name voor het delven van tin-, ijzer- en zilverertsen. Het metaal zat in aardlagen, die zich meestal dicht onder het aardoppervlak bevonden, in het Duits Seifen genaamd; zowel dagbouw als mijnbouw in schachten en door het dicht onder de grond in brand steken en zo splijten van ertshoudend gesteente (Brandsetzung) kwam voor, hetgeen slecht was voor de stabiliteit van het terrein erboven. De Altenberger Pinge is een trechter in de grond, ontstaan door instortingen van mijnen in 1578, 1620 en de 19e eeuw, en opzettelijke uitgraving tussen 1976 en 1991. Tussen 1620, in de Dertigjarige Oorlog, en 1663 lag de mijnbouw te Altenberg bijna geheel stil. Nadien werd de mijnbouw door de zgn. Gewerkschaft des Zwitterstocks zu Altenberg, een verenigd mijnbouwbedrijf, hervat, nu meestal door middel van schachtmijnbouw. De bloeiperiode eindigde rond 1850, door een combinatie van prijsdalingen op de wereldtinmarkt en diverse andere factoren. Een tijdelijk herstel volgde, mede uit politieke motieven (de leiders wensten import van grondstoffen uit het buitenland zoveel mogelijk te vermijden) in de periode van het Derde Rijk en daarna de DDR, maar vanwege onvoldoende rentabiliteit eindigde het tijdperk van de grootschalige tinwinning te Altenberg en omgeving definitief in 1991.
Overige aspecten Leenmannen van het Hertogdom Saksen, onder wie de heren van Bärenstein en LauensteinVermeldenswaard is het adellijke geslacht Von Bünau, dat van 1517 tot 1823 de heerlijkheid Lauenstein bezat., bestuurden het gebied tot in de 17e eeuw. De grens tussen Bärenstein en Lauenstein liep in het verleden dwars door Geising, dat lange tijd een dubbelstadje was. Altenberg zelf verkreeg het stadsrecht in 1451, en werd ook een bergstad, met speciale bepalingen inzake de mijnbouw.
Rond 1540 werd het gebied door de Reformatie evangelisch-luthers. De meerderheid van de christenen in de gemeente is tot op de huidige dag deze gezindte toegedaan.
In 1857 begon economische modernisering door de aanleg van een straatweg langs o.a. Altenberg, Geising, Lauenstein en Bärenstein, door het dal van het riviertje de Müglitz. In 1890 - 1923Altenberg zelf heeft pas sinds 1923 een spoorwegstation. werd vrijwel parallel hieraan de spoorlijn Müglitztalbahn aangelegd.