thumb|upright=1|Leer Leer is een gemeente in Oost-Friesland gelegen in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het is tevens de kreisstadt van de gelijknamige Landkreis. De stad telt inwoners en heeft de status van selbständige Gemeinde.

De inwoners van Leer noemen zichzelf Leerders (in het plaatselijke dialect en in het Gronings dialect) of Leeraner, in het standaard Duits.

Geografie en infrastructuur

Leer ligt in de regio Oost-Friesland. De stad is oorspronkelijk ontstaan aan de noordkant van de rivier de Leda, dicht bij de monding van de Jümme daarin, maar is geleidelijk uitgebreid tot aan de oevers van de Eems. Hierdoor is Leer ook voor zeeschepen bereikbaar.

Bij Leer ligt een grote spuisluis (Sperrwerk) in de Leda.

Naburige gemeentes Zie ook de plattegrond in het kader.

Samtgemeinde Hesel (Holtland en Brinkum) Samtgemeinde Jümme (Nortmoor en Detern) Rhauderfehn Westoverledingen Weener Jemgum Moormerland

Infrastructuur

Leer noemt zichzelf de poort van Oost-Friesland, vanwege de infrastructurele verbindingen in alle windrichtingen.

Wegverkeer

Bij Leer begint de Autobahn A28 via Oldenburg en Delmenhorst naar Stuhr, dicht bij de stad Bremen. Deze loopt er samen met de Autobahn A31 van Emden, die oostelijk van de Nederlandse grens naar Bottrop in het Ruhrgebied loopt. Een regionale uitvalsweg zuidwaarts is de Bundesstraße 70. Ten noorden van Leer ligt Dreieck Leer, waar de Autobahn A31 naar Emden noordwaarts en Papenburg zuidwaarts en de A28 naar Oldenburg elkaar kruisen.

Andere wegen lopen van Leer naar Aurich, en via Weener (Bundesstraße 436) naar Winschoten in de Nederlandse provincie Groningen. In de B 436 ligt een brug over de Eems tussen de stad zelf en stadsdeel Bingum. Deze Jann-Berghaus-Brücke, genoemd naar Jann Berghaus (1870–1954), een regionaal politicus, is een grote en hoge basculebrug. Ze kan opgehaald worden, als een door de Meyer Werft te Papenburg afgebouwd groot schip de Eems af naar zee moet varen.

Openbaar vervoer

De stad heeft een station (Bahnhof Leer (Ostfriesl)) aan de spoorlijn Münster -Emden. In dit station sluit de spoorlijn Oldenburg - Leer aan op de doorgaande spoorlijn Hamm - Emden, waardoor Leer treinverbindingen heeft met Norddeich (via Emden), met Münster en Keulen (via Rheine) en met Bremen en verder (via Oldenburg). Sinds 8 november 2006 is er weer een rechtstreekse spoorverbinding van Arriva van station Leer met Groningen via de spoorlijnen Hamm - Emden, Ihrhove - Nieuweschans en Nieuweschans - Groningen. Voor die tijd was een overstap noodzakelijk in station Bad Nieuweschans. Sinds december 2015 is deze treindienst (de Wiederline) tot aan op z'n vroegst september 2026 bij Weener onderbroken doordat de Friesenbrücke over de Eems door een uit de koers geraakt schip onherstelbaar werd beschadigd. Tot zolang worden treinvervangende bussen ingezet. Zie ook: Westoverledingen. Leer heeft een tamelijk frequente snelbusverbinding met de stad Aurich. In de stad rijdt één stadsbuslijn tussen diverse stadsdelen en het centrum en spoorwegstation. Overig busvervoer is vooral gericht op vervoer van scholieren en forensen in de ochtendspits en 's middags in omgekeerde richting; veel buslijnen rijden vrijwel niet 's avonds en in het weekend.

Scheepvaart

Leer heeft een uit verschillende gedeelten bestaande haven aan de Leda. Een gedeelte daarvan is een jachthaven, een ander gedeelte is een Museumshafen, waar enige historische, oude schepen aangemeerd liggen; het grootste gedeelte is echter een haven voor de commerciële vrachtscheepvaart. De binnenhaven kan binnenvaart- en kleine zeeschepen ontvangen tot 140 meter lengte en met maximaal 6 meter diepgang. Ze ligt 52 zeemijlen van de Eemsmonding verwijderd.

In de haven worden vooral bulkgoederen, maar ook veel schroot voor verwerking in de metaalindustrie overgeslagen. In de stad zijn talrijke kleine rederijen gevestigd.

Overig

Door Leer loopt de Europese toeristische wandelroute E9, plaatselijk ook bekend als Ostfrieslandweg. De stad beschikt, o.a. op het tracé van een opgebroken spoorlijntje, over enige langeafstands-fietspaden.

Leer heeft sedert 1970 in stadsdeel Nüttermoor, 4½ km ten noorden van de binnenstad, een klein vliegveld, Flugplatz Leer-Papenburg. Het vliegveld heeft een in 2002 aangelegde geasfalteerde start- en landingsbaan van 1200 meter lang en 20 meter breed, en een taxibaan. Het wordt niet alleen door helikopters, voor de zweefvliegsport en door kleine sport- en hobbyvliegtuigjes gebruikt, maar ook frequent door kleine en middelgrote vrachtvliegtuigen. Deze vervoeren goederen o.a. voor de Meyer-scheepswerf te Papenburg en voor de Volkswagen-autofabriek te Emden.

Bestuurlijke indeling

De gemeente bestaat uit negen stadsdelen, die overeenkomen met de gemeentelijke indeling van voor de herindeling van 1971. De gemeente breidde zich toen fors uit en beslaat sindsdien ook een deel van het Reiderland en van het Overledingerland. De stadsdelen zijn: Bingum (Reiderland) Heisfelde, vooral bestaande uit na de Tweede Wereldoorlog gebouwde woonwijken (plm. 6.000 à 7.000 inwoners) Hohegaste, een dunbevolkt gehucht ten westen van de stad, met slechts 100 à 200 inwoners Leer (kernstad) Leerort Loga Logabirum Nettelburg, een in het Overledingerland gelegen gehucht ten zuiden van de Leda met slechts ongeveer 100 inwoners Nüttermoor

Bevolking buitendorpen Bingum 1503 inwoners (2005) Logabirum 1269 inwoners (2005) Nüttermoor 265 inwoners (2017) Leerort 119 inwoners (2005) Nettelburg 95 inwoners (2005) Loga en Heisfelde zijn vastgegroeid aan Leer en functioneren als wijken van de stad.

Economie In de stad zijn talrijke kleine rederijen gevestigd.

De grootste werkgever van Leer is het reeds in 1806 gestichte Bünting-concern, dat vooral bekend is om de handel in Oostfriese thee. Het concern bezit in de binnenstad een theemuseum. Bünting beschikt bij de stad Leer over een groot theepakhuis. Het concern handelt ook in elektrische apparaten voor thuisgebruik, zoals stofzuigers, tv-toestellen en koelkasten. Daarnaast behoren drie regionale supermarktketens tot het concern.

Nabij de haven en de afritten van de autosnelwegen zijn enkele grote industrieterreinen aanwezig, waar talrijke kleine en middelgrote logistieke bedrijven, fabrieken en handelsondernemingen (50-400 werknemers) gevestigd zijn.

Jürgen Ahrend Orgelbau is een kerkorgelbouw- en restauratiebedrijf in Leer-Loga, dat een goede reputatie heeft en ook orgels in het naburige Nederland restaureert. Zie o.a. de foto van het kerkorgel onder: Kerk van Oldersum.

Dienstensector De Bundeswehr heeft een kazerne, waar circa 800 soldaten zijn gelegerd. Dezen vormen het Kdo SES, voluit: Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst, snel overal inzetbare hospikken en andere hulpverleners.

Het plaatselijke ziekenhuis is één der belangrijkste werkgevers van de stad. Dit (rooms-katholieke) Borromäus Hospital heeft 256 bedden en circa 650 personeelsleden.

De stad heeft een eigen regionaal dagblad, de Ostfriesen-Zeitung (oplage in 2021: ruim 29.000 stuks).

Geschiedenis

Tussen 1992 en 1997 werden bij archeologische opgravingen op de locatie Westerhammrich in de gemeente Leer sporen van de Haveltecultuur uit de Jonge Steentijd (2900-2700 v.Chr.) ontdekt. Ook zijn daar bewoningssporen uit de late IJzertijd, en van de Romeinen aangetroffen, waaronder een fragment van een beeldje van de Romeinse oorlogsgod Mars.

In de 8e eeuw is hier een terp opgeworpen door Germanen, wellicht Friezen of Saksen. Het christendom werd hier in 791 gebracht door de missionaris Liudger, die er namens het Klooster Werden een kapel liet bouwen. Rond 1200 werd op de plek van de huidige gereformeerde begraafplaats de Ludgerkerk gebouwdKort voor 1800 wegens bouwvalligheid gesloopt., waarvan alleen de crypte bewaard bleef.

In de tijd van de Friese Vrijheid (14e-15e eeuw) was Leer de machtsbasis van de bekende hoofdeling Fokko Ukena, die resideerde in het Steenhuis Bunderhee. In 1435 werd deze verdreven door de Cirksena's, die in 1435 de vesting Leerort lieten bouwen. Graaf Edzard de Grote verleende Leer, dat een economisch tegenwicht tegen Groningen moest gaan vormen, in oktober 1508 het marktrecht. Te Leer, in de omgeving waarvan veel vlas werd verbouwd, ontstond een levendige handel in laken. Na de Saksische Vete (1514-1517) moest Edzard de Grote zijn aanspraken op Groningen laten varen. In de jaren daarna verleende hij Leer nog een aantal rechten op jaarmarkten.

Rond 1525 begon in Leer de reformatie met een beeldenstorm tegen rooms-katholieke religieuze voorwerpen. De calvinisten verwierven de overhand te Leer; Logabirum werd in de 16e eeuw een centrum van de lutheranen. Tijdens de Gelderse Vete werd Leer na de Slag bij Jemmingen (1533) door troepen van Balthasar van Esens geplunderd en in brand gestoken. Kort daarna volgde merkwaardigerwijze een economische opbloei, door de toevloed van Nederlandse vluchtelingen (vanaf 1534 mennonieten, vanaf 1566 calvinisten), onder wie veel rijke kooplieden. De stad werd in oostelijke richting, naar de Leda-oever toe, uitgebreid, en verwierf het waagrecht. Van 1588 tot 1594 was de beroemde geleerde Ubbo Emmius rector van de Latijnse School te Leer.Deze in 1584 opgerichte school bestaat nog steeds als Ubbo-Emmius-Gymnasium. Het is een van de middelbare scholen in Leer, waar ook Nederlands als vreemde taal wordt onderwezen.

In het begin van de 17e eeuw vestigden zich te Leer de eerste joden. Velen van hen werden later welvarend in de veehandel. Vanaf de Dertigjarige Oorlog tot en met de 18e eeuw werd Leer regelmatig in verband met oorlogen elders door buitenlandse troepen bezet en ofwel geplunderd, ofwel tot het betalen van hoge bezettingskosten (contributies) gedwongen, waardoor de bevolking regelmatig in grote armoede verviel. Leer had ook te lijden onder de Emder StapelzwangDeze stapeldwang werd door de Pruisische overheid in een aantal etappes tussen 1749 en 1842 afgeschaft., het feit, dat de concurrerende stad Emden het stapelrecht voor de scheepvaart op de Eems bezat. Vanaf 1744 behoorde Leer tot het Koninkrijk Pruisen. Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) werd Leer in 1761 door bondgenoten van de Fransen ingenomen en geplunderd. Na het eind van die oorlog werd het herstel van Leer krachtig bevorderd door de Pruisische koning Frederik de Grote. De textielnijverheid kwam in de late 18e eeuw tot een kortstondige bloei.

Na de Napoleontische tijd, waarin de stad van 1806-1810 in het Koninkrijk Holland had gelegen, werd de stad deel van het Koninkrijk Hannover, van 1866-1871 weer Pruisisch en vanaf 1871 deel van het Duitse Keizerrijk. De Britse koning George IV, die ook koning van Hannover was, verleende Leer in 1823 officieel stadsrechten. In 1856 verkreeg Leer aansluiting op het spoorwegnet en in 1861 een voor die tijd modern droogdok. De haven van Leer was in die tijd belangrijker dan die van Emden, die onder verzanding te lijden had. In de decennia tot 1914 volgde een gestadige uitbreiding van de infrastructuur en verbetering van waterwerken. Er vestigde zich een gevarieerde en bloeiende industrie in uiteenlopende bedrijfstakken.

De Novemberrevolutie, die in 1919 leidde tot het uitroepen van de Republiek van Weimar, verliep te Leer vreedzaam. Het nationaalsocialisme, dat in 1933 onder Adolf Hitler de leidende politiek werd, had te Leer relatief veel aanhangers. Negentig procent van de joden uit Leer overleefde de jodenvervolging en -uitmoording door de nazi's niet. In 1938 werd de synagoge van de stad verwoest. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, van 24-29 april 1945, werd Leer, waar Duitse troepen bruggen over de Eems en de Leda hadden opgeblazen, na zware strijd (ca. 400 burgerslachtoffers) door de geallieerden veroverd.