Hendricus Petrus Koster (Haarlem, 11 april 1883 - Dordrecht, 1 augustus 1963) was een adjudant-onderofficier-instructeur van het Wapen der Genie bij het Korps Pontonniers en Torpedisten. Hij kwam in 1899 als vrijwillig kanonnier bij het Korps Rijdende Artillerie. In 1901 werd hij overgeplaatst naar de pontoniers. In 1936 werd hij eervol ontslagen.
Toen Nederland in augustus 1939 het leger mobiliseerde keerde Hendricus Koster terug in actieve dienst. Wederom als adjudant-onderofficier-instructeur van het Wapen der Genie bij het Korps Pontonniers en Torpedisten was hij in mei 1940 bij Dordrecht bij gevechten betrokken. In de voordracht aan het Kapittel van de Militaire Willems-Orde wordt vermeld dat hij
Hij werd op 15 maart 1948 bij Koninklijk Besluit nr. 24 benoemd tot ridder IVe klasse der Militaire Willems-Orde.
In 1944 en 1945 maakte Hendricus Koster deel uit van de Binnenlandse Strijdkrachten.
Behalve de Willems-Orde droeg hij de Eremedaille in Goud verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden, het Oorlogsherinneringskruis met de gesp "NEDERLAND MEI 1940", het Mobilisatiekruis 1914 - 1918 en het Onderscheidingsteken voor Langdurige, Eerlijke en Trouwe Dienst.
Categorie:Ridder in de Militaire Willems-Orde Categorie:Nederlands militair in de Tweede Wereldoorlog