Salzgitter (Nedersaksisch: Soltgitter) is een kreisfreie Stadt in de Duitse deelstaat Nedersaksen. De stad telt inwoners () op een oppervlakte van km². Op had van de inwoners een niet-Duits staatsburgerschap ( niet-Duitsers). De huidige burgemeester is Frank Klingebiel (CDU).

Indeling van de stad

StadsdeelOppervlaktein haAantal inwoners(dec. 2023)Bev.-dichth. in inw./km² Ortschaft Nord 2.795,2 48.829 1.747Bruchmachtersen 155,5 770 495Engelnstedt 448,3 743 166Lebenstedt1.372,845.9453.347Salder 818,6 1.371 167 Ortschaft Nordost 3.250,4 12.461 383Beddingen 923,2 477 52Sauingen 423,6 413 97Thiede 1.226,4 10.796 880Üfingen 677,2 775 114 Ortschaft Nordwest 3.334,8 5.436 163Lesse 1.249,7 1.077 86Lichtenberg 883,3 3.322 376Osterlinde 754,6 385 51Reppner 447,2 652 146 Ortschaft Ost 2.558,1 3.519 138Bleckenstedt 531,8 605 114Drütte 454,9 401 88Hallendorf 340,2 1.837 540Immendorf 230,5 394 171Watenstedt 1.000,7 282 28 Ortschaft Süd 3.703,2 24.923 673Salzgitter-Bad 1.923,3 21.393 1.112Gitter 298,4 771 258Groß Mahner 632,1 519 82Hohenrode 127,6 187 147Ringelheim 721,8 2.053 284 Ortschaft Südost 3.359,0 3.506 104Barum 669,9 681 102Beinum 624,0 487 78Flachstöckheim 456,4 1.030 226Lobmachtersen 818,5 799 98Ohlendorf 790,2 509 64 Ortschaft West 3.392,7 8.791 259Calbecht 321,4 270 84Engerode 95,3 244 256Gebhardshagen 2.123,8 6.902 325Heerte 852,2 1.375 161 Salzgitter 22.393,0 107.465 480 Bron bevolkingscijfers: Gemeentelijke administratie Salzgitter. Deze cijfers kunnen afwijken van die van de hand van hogere instanties; zo kunnen tweede-woningbezitters en tijdelijk verblijvende asielzoekers e.d. zijn meegeteld.

Het gemeentehuis staat in stadsdeel Lebenstedt.

Geografie

De (uitgestrekte) gemeente ligt in een licht heuvelachtig, met löss bedekt gebied, ongeveer 20-30 km ten noorden van het Harzgebergte. Een belangrijk deel van het gemeentegebied bestaat nog uit tussen de dorpen in gelegen boerenland. In de gemeente ligt een groot deel van de tot 322 meter boven zeeniveau uitrijzende heuvelrug Salzgitter Höhenzug, die rijk aan zout, kalksteen en ijzererts is geweest. Door de gemeente stroomt de Fuhse, en langs Hohenrode, in het uiterste zuidwesten, de Innerste. Deze rivieren zijn allebei zijriviertjes van de Aller, en zijn niet bevaarbaar.

Naburige steden Braunschweig, direct aan de noordkant Wolfenbüttel, direct aan de oostkant Hannover, 50 km noordwestelijk Goslar en Bad Harzburg, 18-25 km zuidelijk

Infrastructuur

De belangrijkste verkeerswegen in en om Salzgitter zijn: de Autobahn A 39, die van zuidwest naar noordoost dwars door de gemeente loopt; afritten 38 (Thiede) t/m 42 (Lichtenberg) liggen binnen de gemeentegrenzen. de Bundesstraße 248 (Braunschweig - Seesen), die in noord-zuid-richting langs de oostelijke stadsdelen van Salzgitter loopt niet ver ten oosten daarvan, door de gemeente Wolfenbüttel, loopt de Autobahn A 36 Braunschweig-Vienenburg

Salzgitter ligt aan verschillende spoorlijnen: Spoorlijn Leiferde - Salzgitter Bad (1) Spoorlijn Salzgitter-Drütte - Derneburg (2) Spoorlijn Hildesheim - Goslar (3) Spoorlijn Helmstedt - Holzminden (4).

Er zijn dan ook maar liefst zeven stations en treinhaltes. Station Salzgitter Bad aan (1) en (4) Station Salzgitter-Drütte aan (2), hier stoppen alleen goederentreinen Station Salzgitter-Immendorf aan (2) Station Salzgitter-Lebenstedt aan (2) en (3) Station Salzgitter-Ringelheim aan (3) en (4) Station Salzgitter-Watenstedt aan (2) Station Salzgitter-Thiede aan (1)

Lokaal busvervoer is beperkt. Om per bus van het ene stadsdeel van Salzgitter naar het andere te reizen, moet men via het station van Braunschweig omrijden en een deel van de reis per trein maken, waardoor men bijvoorbeeld van SZ-Bad naar SZ-Thiede (ca. 18 km) meer dan een uur reistijd heeft. Fietsen gaat sneller. De gemeente heeft al sinds de jaren 2010 als beleid, om het aantal fietspaden sterk uit te breiden, ook van en naar de fabrieken, scholen en winkels.

De stad is sedert 1941 ten behoeve van de binnenvaart via het 18 km lange kanaal Stichkanal Salzgitter aangesloten op het Mittellandkanaal. Salzgitter heeft aan zijn Stichkanal een binnenhaven.

Salzgitter heeft een klein vliegveld, Flugplatz Salzgitter-Drütte. Het veld beschikt over een geasfalteerde start-en-landingsbaan van 535 x 20 meter. De ICAO-code luidt EDVS. Het veld is bedoeld voor kleine hobby-, sport- en zakenvliegtuigjes en voor helikopters. De geografische coördinaten luiden: 52° 9′ 16″ noorderbreedte, 10° 25′ 36″ oosterlengte. Het veld ligt 99 m (325 ft) boven zeeniveau. Het bevindt zich bij stadsdeel Drütte, direct ten oosten van de staalfabrieken van Salzgitter AG.

Economie

Salzgitter is de vestigingsplaats van enige belangrijke industrieën: het grote staalconcern Salzgitter AG, in stadsdeel Drütte, dat na 1853 uit een fabriek en ijzerertsmijn in het naburige Ilsede ontstond; wereldwijd had dit concern in 2023 ruim 24.000 werknemers; het concern is één der wereldmarktleiders in de productie van en de handel in stalen buizen en pijpen. een fabriek van Volkswagen AG in stadsdeel Beddingen, die vooral automotoren produceert Alstom LHB ten zuiden van stadsdeel Watenstedt, een fabrikant van rollend materieel die de eerste serie metrostellen van de Amsterdamse metro heeft geleverd en twee series trams. een fabriek van MAN SE, naast de Alstom-fabriek, die autobussen produceert (vóór 1970: Büssing) een fabriek van Bosch Elektronik, tussen de stadsdelen Fredenberg en Lichtenberg, van auto-onderdelen, o.a. elektronica voor de besturing van voertuigen

In de stad zijn daarnaast tal van middelgrote en kleine handels-, distributie- en industrieondernemingen gevestigd.

Binnen de diensten- en onderwijssector verdient de hogeschool Ostfalia Hochschule für angewandte Wissenschaften vermelding, die één van haar vestigingen in Salzgitter heeft. Daarnaast heeft Salzgitter een Amtsgericht, talrijke regionale ambtelijke instanties en twee ziekenhuizen.

Tegenover station SZ-Lebenstedt staat sinds 1988 het hoofdkantoor van het Bundesamt für Strahlenschutz, een heel Duitsland bestrijkende regeringsinstantie, die toezicht houdt op de bescherming van de bevolking tegen ongewenste radioactieve straling.

Geschiedenis

Bijna alle dorpen, waar de huidige gemeente uit is ontstaan, zijn al sinds de middeleeuwen bewoond; in sommige plaatsen zijn bovendien bij archeologisch onderzoek sporen van menselijke activiteit uit de prehistorie aangetroffen.

In de middeleeuwen was hier een bron van zouthoudend water. De streek ten noorden van Goslar heette rond het jaar 1000 Salthga (zout-gouw). In een document uit 1125 was sprake van unum panstel in Gethere, een zoutpan te Gitter. Waarschijnlijk werd in dat jaar een gebouw voor de bewerking en opslag van het, in die tijd economisch zeer belangrijke, zout gebouwd. De keldergewelven hiervan bestaan nog en vormen tegenwoordig de kelderverdieping van Hotel-Restaurant Ratskeller in Salzgitter-Bad. Onder andere om deze reden staat dit horecapand onder monumentenzorg. Grootschalige zoutwinning begon zeker reeds vóór 1400. Van 1533 tot 1951 was Salzgitter de plaatsnaam voor het huidige stadsdeel Salzgitter-Bad. Rond 1370 is sprake van een nederzetting Up dem Solte to Gytere, die in de 14e en 15e eeuw zekere privileges genoot, maar formeel vermoedelijk nimmer stadsrecht bezat. Salzgitter en omgeving waren tot 1523 omstreden gebied tussen het Prinsbisdom Hildesheim en het Hertogdom Brunswijk-Lüneburg. Sinds de Hildesheimer Stichtsoorlog (1519-1523) lag de gehele huidige gemeente in Brunswijk-Lüneburg,Hertog Hendrik II van Brunswijk-Wolfenbüttel kreeg de saline (zoutziederij) in persoonlijk leen van de keizer. Hierdoor ontstond een apart dorp met afwijkend, hertogelijk bestuur, met de naam Salzliebenhall. De rest van Salzgitter was van 1523-1643 Brunswijks, en verarmde, doordat de hertog veel van de rijke opbrengsten van het zout in eigen zak stak. De Salzgitterse arbeiders ontvingen alleen een karig arbeidsloon voor het werk in de zoutwinning. maar vanaf 1643 weer in HildesheimOp de Blaeu-kaart uit 1645 zijn rechtsboven de huidige Salzgitter Ortsteile Salzlibenthal en Levenburg te herkennen, gelegen in het Amt Levenborg van het Prinsbisdom Hildesheim., ten tijde van Napoleon tijdelijk in het Koninkrijk Westfalen, en in Frankrijk, en na 1815 in Pruisen.

Het dorp Thiede, in het noordoosten van de gemeente, bestaat zeker al sinds de 8e eeuw. Rond het jaar 1000 werd hier het sticht Steterburg in het leven geroepen.Dit sticht werd pas in 1939 tot een gewoon woonwijkje heringericht. De 18e-eeuwse, zeer bezienswaardige stichtskerk bestaat nog. Bijna een kilometer ten noordoosten van Thiede, op de heuvel Lindenberg, werd in 1692 door arbeiders in een steengroeve een aantal botten gevonden, die nog door de geleerde Gottfried Wilhelm Leibniz zijn onderzocht, en die later van een mammoet bleken te zijn. In de 19e eeuw ontdekte men nog veel meer mammoetskeletten op deze locatie.

Het tegenwoordig grootste stadsdeel van Salzgitter, Lebenstedt, wordt als dorp in 1129 voor het eerst vermeld als Livenstede. Het was tot de 15e eeuw een welvarend dorp van boeren, die op de vruchtbare lössgrond akkerbouw bedreven.

Tijdens de Dertigjarige Oorlog behaalde de katholieke coalitie onder bevelhebber Tilly niet ver ten westen van Salzgitter een grote overwinning in de Slag bij Lutter (augustus 1626).

Tussen plm. 1700 en 1880 waren veel inwoners van Salzgitter zeer arm. Zij vonden een oplossing, door zich te bekwamen in de muziek, en rondtrekkende muziekgroepen te gaan vormen, zogenaamde Klesmer. Tot zo'n groep behoorde vaak een zangeres, en mensen, die de harp, de fluit en de viool bespeelden. Het repertoire was doorgaans populair (volksliedjes, dansmuziek). De gelijkenis met de naam klezmer voor joodse volks- en dansmuziek, berust geheel op toeval: de naam klezmer is van Hebreeuwse oorsprong. Onder de Salzgitter Klesmer waren, voor zover bekend, geen joden. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw trad economisch herstel in, er kwamen banen in fabrieken, en de muzikantentraditie verdween bijna geheel.

Vanaf 1856 had het gebied aansluiting op het spoorwegnet. Van 1858 tot rond de Tweede Wereldoorlog was te Salzgitter textielindustrie aanwezig. Een hoogoven was vanaf 1869 te Salzgitter-Bad in bedrijf. Door een aantal dodelijke bedrijfsongevallen en concurrentie uit het in 1871 in de Frans-Duitse Oorlog geannexeerde Elzas-Lotharingen moest de hoogoven in 1874 sluiten. Van 1856 tot 1967 was de ijzerertsmijn Hannoversche Treue, tussen de huidige stadsdelen SZ-Engerode en SZ-Calbecht in bedrijf. In de heuvelrug ten westen van SZ-Bad is ook vanaf plm. 1860 tot de Tweede Wereldoorlog, ten dele in dagbouw, ijzererts gedolven (zie het bovenstaande kaartje).

Vanaf 1879 was Salzgitter door de zoutwinning, die ook voor geneeskrachtige baden gebruikt ging worden, een kuuroord geworden. De officiële erkenning van Salzgitter-Bad als kuuroord was overigens pas in 1985 en werd door de deelstaat Nedersaksen in 2010 verlengd.

In de 19e en vroege 20e eeuw was de mijnbouw en zware industrie in de streek onderhevig aan regelgeving door tientallen verschillende autoriteiten en instanties. Deze versnippering maakte het bestuur en de bedrijfsvoering inefficiënt. Daarom kwam men in de nazi-periode op het idee, om deze gehele bedrijfstak in één onderneming te concentreren, en het hele gebied ook onder één bestuur samen te voegen. Daarom kwam in 1942 de fusie van de diverse gemeenten tot de stad Watenstedt-Salzgitter tot stand.