Iserlohn is een stad en gemeente in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in de Märkischer Kreis in Sauerland. De gemeente telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners () op een oppervlakte van 125,51 km², en 93.326 inwoners per 31 december 2024. Omwille van de grote beboste oppervlakte, draagt Iserlohn de bijnaam „Waldstadt“ (woudstad).
Stadsdelen
De vijf stadsdistricten (Stadtbezirke) van Iserlohn zijn: Iserlohn-stad (Kernstadt) Letmathe Sümmern Kesbern Hennen.
BevolkingscijfersBron: Gemeentewebsite Iserlohn Peildatum: 31 december 2019. Achtereenvolgens: district (en onderliggende stadsdelen en -wijken): aantal inwoners in totaal; aantal permanent ter plaatse wonende personen; aantal ter plaatse ingeschreven personen, die ofwel een tweede woning te Iserlohn hebben, maar hun hoofdverblijf elders, ofwel buitenlanders met tijdelijke verblijfsvergunning zijn.Deze personen moeten volgens de Duitse wetgeving in beide gemeenten (Haupt- und Nebenwohnsitz) bij het bevolkingsregister ingeschreven zijn. De meeste Duitse gemeentes houden hun eigen bevolkingsstatistieken bij inclusief de tweede-woningbezitters e.d., wat verschillen veroorzaakt met bevolkingsstatistieken van hogere overheden, waarin deze groep, om doublures te voorkomen, niet wordt meegeteld.
District 0-3 Stadtbezirk Iserlohn: 52.540; 52.010; 530 0 Zentrum Iserlohn: 21.691; 21.449; 242 01 Stadtkern - Mitte: 1.984; 1.966; 18 02 Stadtkern - Nord: 2.786; 2.768; 18 03 Stadtkern - Ost: 3.057; 3.034; 23 04 Stadtkern - Süd: 2.055; 2.042; 13 05 Stadtkern - West: 2.914; 2.883; 31 06 Dördel: 2.401; 2.376; 25 07 Bömberg/Tyrol: 3.988; 3.924; 64 08 Wiemer/Hardtstraße: 2.506; 2.456; 50 1 Zentrumsrand Iserlohn: 20.079; 19.871; 208 11 Ackenbrock: 3.730; 3.687; 43 12 Dröscheder Feld: 1.715; 1.696; 19 13 Nußberg/Hemberg: 4.743; 4.698; 45 14 Seilersee/Löbbeckenkopf: 2.995; 2.946; 49 15 Wermingsen/Wiesengrund: 6.896; 6.844; 52 2 Nordwest - Stadtteile Iserlohns: 9.820; 9.747; 73 21 Wolfskoben: 2.378; 2.356; 22 22 Gerlingsen: 3.971; 3.933; 38 23 Hombruch: 2.562; 2.553; 9 24 Iserlohner Heide/industrieterrein: 909; 905; 4 3 Obergrüne/Stadtwald: 950; 943; 7 31 Obergrüne/Stadtwald: 950; 943; 7 4-6 Stadtbezirk Letmathe: 25.240; 25.013; 227 4 Zentrum Letmathe: 10.482; 10.405; 77 41 Letmathe - Mitte: 4.692; 4.649; 43 42 Volksgarten/Mühlenstraße: 2.537; 2.522; 15 43* Nordfeld/Dümpelacker: 3.253; 3.234; 19 5 Nördl. Rand Letmathe: 8.216; 8.132; 84 51 Stübbeken/Grürmannsheide: 1.153; 1.132; 21 52 Dröschede: 4.060; 4.018; 42 53 Oestrich: 3.003; 2.982; 21 6 Südl. Rand Letmathe: 6.542; 6.476; 66 61 Untergrüne: 1.760; 1.744; 16 62 Roden: 1.470; 1.452; 18 63 Lössel/Pillingsen: 1.409; 1.388; 21 64 Genna/Lasbeck: 1.903; 1.892; 11 7 Hennen/Kalthof: 9.422; 9.313; 109 71 Hennen/Rheinen: 5.031; 4.977; 54 72 Drüpplingsen: 1.014; 982; 32 73 Kalthof/Umland: 3.377; 3.354; 23 8 Sümmern: 6.789; 6.692; 97 81 Sümmern - Süd: 4.053; 4.005; 48 82 Sümmern - Nord: 1.997; 1.963; 34 83 Griesenbrauck/Bilveringsen: 739; 724; 15 9 Kesbern: 381; 376; 5 91 Kesbern: 381; 376; 5
Totaal gehele stad Iserlohn: 94.372; 93.404; 968
Verkeer en vervoer Iserlohn ligt in een aantal vrij diepe rivier- en beekdalen (waaronder dat van de Lenne) in het westelijke deel van het Sauerland. Geologisch wordt dit gerekend tot het noordoostelijke deel van het Rijnlands leisteenplateau. De meeste stadsdelen zijn langgerekte wijken, die deze dalen hebben doen verstedelijken. De dalen liggen op 160 à 200 meter boven zeeniveau, terwijl de omringende heuvels tot ruim 400 meter hoog reiken.
Wegverkeer Door de gemeente loopt van west naar oost de Autobahn A46, met op het gebied van de gemeente afritten 45 t/m 48. Aan de oostrand van de gemeente gaat deze Autobahn over in de Bundesstraße 7. Plannen, om deze Autobahn langs Hemer in oostelijke richting door te trekken, stuiten op vooralsnog onoplosbare problemen: het tracé zou door sterk heuvelachtig terrein gaan lopen, wat de bouw van kostbare tunnels of viaducten nodig maakt; verder zijn er uit milieu-oogpunt bedenkingen tegen meer Autobahnen in deze aan natuurschoon rijke regio.
De Bundesstraße 236 komt vanuit Schwerte in het noorden tot in het Iserlohner stadsdeel Oestrich en kruist daar de A46 bij afrit 46. Verder zuidelijk loopt deze Bundesstraße dan langs de Lenne naar Altena, Werdohl en Plettenberg.
In Iserlohn begint bij afrit 48 van de A46 de noordwaarts lopende Bundesstraße 233 richting Unna. Openbaar vervoer Op het grondgebied van Iserlohn lopen twee spoorlijnen, waarop passagiersvervoer plaatsvindt: De lijn Letmathe–Iserlohn (RE 16 en RB 91). De verlenging ervan naar Hemer werd opgebroken. Het traject Letmathe-Iserlohn Stadtbahnhof is de spoorlijn, waar de trein ook bij het station aan de Dechenhöhle stopt. Op het station Iserlohn-Letmathe, ten westen van Iserlohn Stadtbahnhof, worden de treinen vanuit Iserlohn aangekoppeld aan, en de treinen naar Iserlohn afgesplitst van de treinen die tussen o.a. Hagen en Siegen rijden over de spoorlijn Hagen - Haiger. Deze spoorlijn is op het bovenstaande kaartje van hoofdverkeersaders linksonder zichtbaar als een omgekeerde letter U. Op station Iserlohn-Letmathe stoppen de RB91 en RE16. Eventuele intercity-treinen voeren de (ont-)koppeling te Letmathe uit zonder dat reizigers er in of uit kunnen stappen. De Ardey-Bahn (RB 53): Iserlohn–Schwerte–Dortmund
Er zijn nog zes stations of haltes in gebruik. Het belangrijkste daarvan is Iserlohn Stadtbahnhof, dat zich iets ten westen van het stadscentrum bevindt. Bij dit hoofdstation bevindt zich de ZOB (het busstation) van de stad. Dit busstation wordt door enige redelijk frequent rijdende streek- en stadsbusdiensten aangedaan. Het station is schakel in enige langeafstands-wandelroutes door o.a. het Sauerland en heeft daarom in 2010 de betiteling Wanderbahnhof verkregen. Het station herbergt ook een volkshogeschool en het toeristische informatiepunt van de gemeente Iserlohn.
Het spoorwegstation Iserlohn-Letmathe is van belang voor regionaal goederentransport. Het is voor een deel speciaal ingericht voor truck-rail-overslag van ter plaatse geproduceerde metalen halfproducten, die in de plaatselijke metaalindustrie vervaardigd zijn, alsmede voor rail-truck-overslag van van elders voor die industrie aangevoerde grondstoffen.
Het spoorwegstation Iserlohn Ost is sinds 1989 gesloten.
Nabij het Stadtbahnhof bevindt zich het busstation (ZOB) van Iserlohn, vertrekpunt van verscheidene streek-, stads- en scholierenbussen.
Overig verkeer De rivier de Lenne is, evenals de kleinere zijbeken ervan in Iserlohn (Baarbach; Grüner Bach), niet bevaarbaar. De rivier de Ruhr vormt de uiterste noordgrens van de gemeente.
Hoewel er een aantal fietspaden door de gemeente lopen, wordt het gebruik van de fiets bemoeilijkt door de hoogteverschillen en door de omstandigheid, dat de meeste hoofdwegen door de beekdalen lopen, en fietsers deze vaak met autoverkeer moeten delen.
Door de gemeente lopen enige langeafstands-wandelroutes, die met name toeristisch van aard zijn.
Geschiedenis Ongeveer 390 miljoen jaar geleden, tijdens de geologische periode Devoon, vormde zich bij het huidige Iserlohn een dikke laag kalksteen, waarin later talrijke grotten ontstonden. De Dechenhöhle is daarvan de bekendste. Tienduizenden jaren lang, vanaf de Oude Steentijd, dienden deze grotten als schuil- of tijdelijke woonplaats voor mens en dier. Talrijke door archeologisch onderzoek ontdekte artefacten en dierenbotten getuigen hiervan.
Rond 985 werd de St. Pancratius van Iserlohn als dochterkerk van de St. Vincentiuskerk te Menden gebouwd. Rondom dit godshuis ontstond de eerste nederzetting van betekenis. In 1150 wordt deze als Lon ( "bij het bos met open plekken") vermeld. De aanwezigheid van winbaar ijzererts in de omgeving zorgde voor het voorvoegsel Iser-, zodat de plaatsnaam kan worden verklaard als bij het aan ijzer rijke open bos. Een tweede nederzetting ontstond rondom de huidige Mariakerk; deze twee stadsdelen groeiden pas in de 19e eeuw tot de huidige stad aaneen. In de middeleeuwen lag Iserlohn aan de rand van het Graafschap Mark, bij de grens met de noorderbuur het Graafschap Limburg (Lenne) (waarvan het huidige stadsdeel Letmathe deel uitmaakte; in de middeleeuwen was iemand uit Letmathe voor iemand uit Iserlohn dus een buitenlander). Graaf Adolf I van der Mark verleende Iserlohn in 1237 stadsrechten. Rond 1300 werd het stadje uitgebreid en van een nieuwe, stenen stadsomwalling voorzien. Met name in de vroege 14e eeuw was Iserlohn een bloeiend en niet onbelangrijk stadje. Dit kwam niet in het minst, doordat in deze streek al sedert de 14e eeuw ijzererts werd gewonnen, en wel het zogenaamde Osemund-erts. Dit is specifiek geschikt voor de productie, door middel van draadtrekken, van ijzerdraad en maliënkolders. Hout om de smidsvuren mee te stoken was in de omliggende bossen rijkelijk aanwezig, en de vele, soms snelstromende, beken maakten de bouw van hamermolens mogelijk, waardoor de productie groter kon worden. Van de 15e tot de 19e eeuw werd bovendien zinkcarbonaat of galmei gedolven, een grondstof voor messingDe winning van deze delfstof, en het niet volstorten van de gangen van uitgeputte mijnen, heeft hier en daar in de stad tot schade aan gebouwen door bodemverzakking geleid. Ook het in 1974 gebouwde nieuwe stadhuis is enkele centimeters verzakt.. In de late middeleeuwen is Iserlohn als bijstad van Unna of HammBron. Gearchiveerd op 31 augustus 2021. lid van de Hanze geweest. Tussen 1448 en 1712 werd Iserlohn in totaal ten minste negen keer door een stadsbrand geheel of gedeeltelijk verwoest. Tot die tijd waren veel smederijen in het stadje gevestigd, wat het brandgevaar tussen de houten vakwerkhuizen vergrootte.
Als gevolg van de Gulik-Kleefse Successieoorlog kwam het bij de reformatie in de 16e eeuw overwegend protestants geworden Iserlohn in 1609 aan de Mark Brandenburg en tien jaar later aan het Hertogdom Pruisen. Dit ging in 1701 weer over in het Koninkrijk Pruisen.
De 18e eeuw was een economische bloeiperiode voor Iserlohn. De metaalproductie kreeg een vroeg-industrieel karakter. Naast draad en naalden werden vanaf 1755 ook in geheel Duitsland beroemd geworden tabakdozen van messing gemaakt. In deze dozen werden op kunstige wijze Pruisische propagandistische afbeeldingen en symbolen aangebracht. De door de oorlogen van de Napoleontische tijd gedurende circa 20 jaar onderbroken bloeiperiode duurde tot circa 1840. In deze tijd was Iserlohn een industriestad, die even groot en belangrijk was als Dortmund, en die tienduizend inwoners telde. De stad had veel, vooral rooms-katholieke, arbeiders uit de omgeving aangetrokken. Sedertdien is het aantal protestantse en katholieke christenen in de stad ongeveer gelijk.In 2019 is het aantal rooms-katholieke en protestantse inwoners van Iserlohn elk ongeveer 30% van het totaal. De overige 40% zijn niet-kerkelijk christenen, moslims, aanhangers van andere gezindten of atheïsten.