De Mayacultuur was een Meso-Amerikaanse beschaving. Het is de enige precolumbiaanse beschaving waarvan bekend is dat ze een volledig ontwikkeld schrift had. Verder valt deze beschaving op door de indrukwekkende bouwkunst, complexe kalender, landbouwtechnieken en kennis van wiskunde en astronomie.
De Mayacultuur ontstond aanvankelijk in de formatieve periode (circa 2000 v.Chr.), maar veel Mayasteden kenden hun hoogtepunt tijdens de klassieke periode (250 tot 900). Daarna bleef de beschaving nog bestaan tot de komst van de Spaanse ontdekkingsreizigers.
De Mayacultuur vertoont veel overeenkomsten met andere Meso-Amerikaanse beschavingen. Invloeden van de Mayacultuur zijn nog terug te vinden tot in Honduras, Belize, Guatemala, het noorden van El Salvador en Mexico. Het volk van de Maya's bestaat nog altijd, ondanks dat hun klassieke cultuur grotendeels verdwenen is. Veel Mayatalen worden vandaag de dag nog altijd gesproken.
Geografie 300px|thumb|Verspreiding en belangrijkste steden van de precolumbiaanse Maya's De Mayacultuur strekte zich uit tot in de Zuid-Mexicaanse staten Chiapas, Tabasco en het schiereiland Yucatán. Ook in het noorden van Centraal-Amerika waren sporen van de Mayabeschaving te vinden.
Het totale leefgebied van de Maya’s wordt traditioneel onderverdeeld in drie kleinere gebieden: de zuidelijke hooglanden, de centrale laaglanden, en de noordelijke laaglanden.
Geschiedenis
Het Amerikaanse continent is relatief recent bevolkt: de mens verscheen pas aan het eind van het paleolithicum. Tussen 50.000 en 12.000 voor Christus bereikten de eerste mensen de Nieuwe Wereld, en al vrij snel was het hele Amerikaanse continent door mensen bevolkt.
Aan de kusten van Quintana Roo, tussen Tulum en Playa del Carmen, zijn in drie cenoten (onderaardse grotten) 'op meer dan 20 meter diepte menselijke resten en botten van uitgestorven diersoorten' gevonden. In een grot vond men de skeletresten van een vrouw van 20 - 30 jaar 'uit de tijd tussen 13.700 en 13.370 v. Chr.' In het noorden van Yucatán was 'aan het eind van de ijstijd en het begin van het holoceen' de mens dus al aanwezig. In de grot van Loltun in de Sierra de Ticul is botmateriaal uit de ijstijd gevonden, naast gereedschap van lokale of geïmporteerde vuursteen ook de botten van een 'soort paard dat omstreeks 1840 v. Chr. is uitgestorven.'Van Vilsteren, V.T. (2016), Maya's, WBOOKS/Drents Museum, Assen, p.10,11
Uit taalkundige en archeologische onderzoeken blijkt dat de Maya's al rond 2000 voor Chr. een herkenbaar eigen cultuur gehad moeten hebben. De etnogenese van de Maya's heeft naar alle waarschijnlijkheid plaatsgevonden in de Sierra de los Cuchumatanes in West-Guatemala. De archeologie heeft laten zien dat de Maya's al vanaf die tijd begonnen zijn bouwwerken neer te zetten voor ceremoniële doeleinden. Van deze vroege tijd is het echter niet heel duidelijk waar de grenzen liggen tussen de eigenlijke Maya's en hun buren, de Olmeken. De twee culturen schijnen elkaar beïnvloed te hebben. Uiteindelijk verdween de Olmeekse cultuur, na haar invloed over het schiereiland Yucatán en het huidige Guatemala uitgebreid te hebben.
De belangrijkste Mayacentra van de preklassieke periode waren Izapá, El Baul en Kaminaljuyú.Longhena, M. (1998), Het Oude Mexico, Nederlandse vertaling, Zuid Boekproducties, Lisse, p.52 De oudste is waarschijnlijk Izapá, waar aarden heuvels zijn gevonden, bedekt met keien en stenen, uit 800 v. chr. Er zijn stèles en monolithische altaren gevonden, met daarop de 'Kosmische Boom', Chac (regengod) en thema's uit de Popol Vuh.
Volgens de Popol Vuh zelf, kwamen de voorouders van de Maya's uit het oosten naar Tulan en trokken ze vanuit Tulan verder westwaarts.Cordan, W. (1975), Nederlandse vertaling, Ankh Hermes, eerste druk 1977, 'Uit Tulan kwam hun macht en grote wijsheid. In het duister van de nacht volbrachten zij al hun werken. Dan trokken zij weg, rukten zich los, lieten het oosten achter zich' (p.151), 'Zich opheffend bleven zij in afwachting van de ster, het voorteken van de zon. Want dat zou het teken van de dageraad zijn, dat geloofden zij toen zij opbraken uit het oosten.' (p.153) 'Want zij zagen dat die [de vaderen] niet aan hun goden twijfelden (..), sedert zij waren opgebroken vanaf de Tulangrot, ginds in het oosten.' (p.157) Door een niet verder beschreven ramp, lieten ze hun vaderland achter zich en kwamen koud en berooid, zonder vuur, naar Tulan. Daar kregen ze hun goden en vuur. Toen trokken ze in de duisternis verder door de zee, die zich 'deelde', naar de berg Hacavitz, waar hun eerste stad werd gebouwd. Toen kwam eindelijk de (nieuwe) zon op en werd het aardoppervlak gedroogd.
De stèles van Izapá hebben meer decoratieve elementen dan die van de Olmeken in Tres Zapotes. Kaminaljuyú ontwikkelde zich vanaf ca. 400 v. Chr. In de oudste Mayavindplaatsen in het hoogland zouden schrift, kalenders en beeldhouwwerk zich hebben ontwikkeld.
Oude Mayacentra in het laagland waren El Mirador, Cerros en Uaxactún met stenen piramiden waarvan de buitenkant versierd was met grote stuc-maskers.
De klassieke Mayacultuur De vroegste monumenten bestaan uit eenvoudige, soms met cement bedekte grafheuvels waarvan er een aantal in nog vrijwel intacte staat te vinden zijn in El Salvador (Tazumal en San Andrés). Deze zouden zich echter in latere tijden tot imposante, uit steen opgetrokken piramides ontwikkelen. In Cival in het laagland van Guatemala zijn daarvan al voorbeelden daterend uit de 3e eeuw v.Chr. In latere tijden ontstonden de beroemde steden Tikal, Palenque, Copán en Calakmul, naast Dos Pilas, Uaxactun, Altun Ha en vele andere. 135px|thumb|Stèle in Copán
Er ontstond een stadstatencultuur die was gebaseerd op intensieve landbouw. De piramiden, die werden gebouwd in hun religieuze centra, zijn hiervan de meest indrukwekkende overblijfselen. Zij gaan vergezeld van de paleizen van hun koningen. Andere belangrijke overblijfselen zijn de opgerichte stenen die stèles genoemd worden, en hun vlotten die in die tijd veel gebruikt werden, ook door andere volkeren. De Maya's zelf noemden ze Tetun ofwel boomstenen. Zij stellen de heerser voor, meestal voorzien van een hiërogliefentekst die de daden van de koning beschrijft. De maatschappij van de Maya’s kende een strikte hiërarchie en was onderverdeeld in klassen, zoals die van ambachtslieden, kooplieden en boeren.
Verval van de stedelijke cultuur in het Zuiden Vanaf de 8e en 9e eeuw trad het verval van de Mayacultuur in. De meeste steden van het centrale laagland werden verlaten. Oorlog, de gevolgen van roofbouw en droogte worden vaak genoemd als reden voor de neergang, alleen of in combinatie. Er zijn inderdaad archeologische aanwijzingen voor oorlog, opstand en hongersnood uit een aantal plaatsen in het laagland. De Mayacultuur is echter nooit verdwenen, zoals wel wordt beweerd, maar zette zich voort aan de randen van het oude kernland: op het noorden van het schiereiland Yucatán en in de hooglanden van Guatemala.
De Mayasteden van het noordelijk laagland van Yucatán bleven echter nog een aantal eeuwen floreren. Dit waren steden als Chichén Itzá, Uxmal, Edzná en Cobá. Na het verval van de heersende dynastieën van Chichen en Uxmal, heerste Mayapán over geheel Yucatán tot een opstand in 1450. Daarna viel het gebied weer uiteen in stadstaten tot de verovering door de Spanjaarden.
In de postklassieke periode bleven er ook bloeiende stadstaten in het zuidelijke hoogland. Een van deze staten, het K'iche'rijk van Q'umarkaj is verantwoordelijk voor de Popol Vuh, het bekendste Mayaboek. Het is een van de weinige geschriften die de opzettelijke vernietiging door de Spanjaarden ontsprongen. Het handelt over mythologie, geschiedenis en genealogie.
Onderwerping Christoffel Columbus kwam op zijn vierde reis in 1502 naar alle waarschijnlijkheid al in contact met Mayahandelaren, maar men gaat ervan uit dat Diego de Nicuesa, de leider van de mislukte Spaanse expeditie van 1511, de eerste Europeaan was die de Mayabeschaving heeft aangetroffen. In 1511 kwamen de overlevenden van de schipbreuk aan land. Een van hen, Gonzalo Guerrero, paste zich aan, trouwde de dochter van een Mayaleider en werd adviseur in een lokale gemeenschap nabij het tegenwoordige Chetumal.
Later werden er Spaanse expedities geleid door Córdoba in 1517, Grijalva in 1518 en Cortés in 1519.
miniatuur|El Castillo, Chichen Itza De Spanjaarden begonnen rond 1520 aan de verovering van het Mayagebied. Pedro de Alvarado onderwierp in 1523 en 1524 de K'iche' en Kaqchikel in het Guatemalteekse hoogland. Tussen 1528 en 1540 mislukten verschillende pogingen van Francisco de Montejo om Yucatán te veroveren. Zijn zoon Francisco de Montejo, el mozo, de Jongere, slaagde evenmin. Hij verloor op een dag bij Chichen Itza 150 man. Europese ziekten, massaal rekruteren van inheemse krijgers van Campeche en Champoton, interne haat tussen de Xiu Maya en de heren van Cocom, leidden er toe dat in 1542 de westelijke peninsula van Yucatán zich aan hem overgaf. In 1546 wist Montejo de Jongere geheel Yucatán te onderwerpen door handig gebruik te maken van onderlinge rivaliteit tussen de Mayasteden. Chichen Itza werd in 1570 ingenomen. Een aantal van de Mayastaten bood taai verzet en het gebied was pas in 1697 met de val van Tayasal, de residentie van de Itza's in het Meer van Petén Itzá, volledig in Spaanse handen, hoewel er nog regelmatig opstanden uitbraken.
Nog in de 19e eeuw raakte de Mexicaanse regering haar greep op Yucatán bijna volledig kwijt toen de Maya's tijdens de Kastenoorlog in opstand kwamen. De laatste schermutselingen vonden plaats in 1933.
De onafhankelijkheid bracht echter weinig verbetering. De liberale opvattingen over grondbezit zorgden er aan het eind van de 19e eeuw voor dat Maya's hun gemeenschapsgronden kwijtraakten aan grootgrondbezitters en zich gedwongen zagen als peones te werken op hun haciënda. In de kustgebieden van Guatemala en Chiapas kwam seizoensmigratie op, waarbij Maya's een deel van het jaar hun eigen gronden bewerkten en een deel van het jaar werkten op koffieplantages van meestal Duitse en Engelse grondbezitters.
Kunst en cultuur Kunst en architectuur De kunst en architectuur van de klassieke periode (ong. 200-1200) A.D. wordt algemeen als de mooiste van de antieke Nieuwe Wereld beschouwd. Vooral het beeldhouwwerk en de stucreliëfs van Palenque en de beelden van Copán zijn zeer verfijnd. Zij tonen een gratie en nauwkeurigheid in het observeren van de menselijke vorm die de vroege archeologen deed denken aan de Klassieke Periode van de antieke Oude Wereld, wat de naam van het tijdperk verklaart. Een indruk van de schilderkunst van de klassieke Maya's kan men krijgen door de muurschilderingen van Bonampak (8e eeuw), die van de Mayakolonie in Cacaxtla (nabij Teotihuacán), en door de enkele eeuwen oudere van San Bartólo; daarnaast door talloze beschilderde schalen en vazen, die qua stijl weer deels verwant zijn aan (vooral) de codex van Dresden. Nu het schrift van de Maya's deels ontcijferd is, is duidelijk geworden dat de Mayakunstenaars soms hun werk signeerden, wat maar bij weinig beschavingen het geval is.
Schrift Het schrift van de Maya's wordt vaak, naar analogie van dat van het oude Egypte, een hiërogliefenschrift genoemd. Hoewel er geen verwantschap is, bestaat het inderdaad uit ideografische tekens. Het is het enige schrift van de precolumbiaanse beschavingen dat in staat was de gesproken taal in vergelijkbare mate weer te geven als dat in de Oude Wereld het geval was.
miniatuur|De leesrichting