Minden is een stad en gemeente in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen en de Kreisstadt van de Kreis Minden-Lübbecke. De gemeente telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners () op een oppervlakte van 101,08 km².

De 19 stadsdelen in kort bestek left|thumb|150px|Façade van de dom thumb|Stadsdelen van Minden (Het getal achter de naam van het stadsdeel is het aantal inwoners per 31 december 2017) Innenstadt (binnenstad) (10.806): Minden is in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd. Dat geldt ook voor de dom, die uit de tijd van Karel de Grote dateert en na het bombardement van 28 maart 1945 in zijn oude staat werd herbouwd. Het stadhuis werd op die dag eveneens verwoest, en is grotendeels vervangen door nieuwbouw. Midden in de binnenstad, die van 1648-1873 een Pruisische vesting was, is een groot winkel- en parkeerplein met de naam Scharn. Hier was van 2018-2025 een groot stadsvernieuwingsproject in uitvoering. Beter bewaard bleef het vroeg 19e-eeuwse kazernegebied en het hoger gelegen deel van de binnenstad, waar zich onder meer de Alte Münze en een als museum gebruikte rij vakwerkpanden in de stijl van de Wezerrenaissance bevindt. Ook elders in de binnenstad is deze stijl te vinden, bijvoorbeeld in het monumentale Haus Hagemeyer uit 1592. Aan de noordoostkant van de binnenstad en langs de Wezer ligt de Fischerstadt, waar delen van de oude stadsmuur bewaard gebleven zijn.

Bärenkämpen (6.940): multi-etnische flatwijk uit de jaren 1960-70 direct ten noordwesten van het centrum. Bölhorst (900): oud mijnwerkersdorp ten zuiden van het centrum; van 1638 tot 1886 was hier een grote steenkoolmijn. Dankersen (5.066): in de 11e eeuw ontstaan, voormalig zelfstandig dorp oostelijk van de Wezer; het dorp heeft nog enige oude, schilderachtige vakwerkhuizen; Dankersen is de thuisbasis van de bekende handbalclub GW Dankersen Minden. Dützen (3.753): hier, aan de zuidgrens van de gemeente en de noordhelling van het Wiehengebergte, bevindt zich een pretpark met de naam potts park. Haddenhausen (1.566): in het uiterste zuidwesten van de gemeente; het dorp heeft een kasteel uit 1615, dat door een adellijke familie bewoond wordt. Hahlen (3.826): al lang bestaand dorp in het uiterste westen van de gemeente Minden. Hier, in Todtenhausen, en in het iets noordelijker Stadtteil Minderheide, vond in 1759 de Slag bij Minden plaats. Na 1900 werd de oostelijke helft van Hahlen geleidelijk een voorstadje van Minden. De westelijke helft heeft zijn dorpse karakter bewaard. Häverstädt (3.489): in dit aan de zuidkant van de gemeente, op de grens met Porta Westfalica, liggende stadsdeel staat het grootste ziekenhuis van Minden; van 1935 tot 1968 was hier een ijzerertsmijn. Königstor (8.944): uitgestrekte stadswijk ten westen van het centrum; op de Museumseisenbahn naar Hille, die door deze wijk loopt, worden in de zomer toeristische ritten met stoomtreinen gehouden. Kutenhausen (1.801): tijdens de Slag bij Minden was hier de uitgangsstelling van de Pruisische en Britse troepen. Het dorp ligt in het noordwesten van de gemeente Minden. Leteln-Aminghausen (3.132): bestaat uit twee voormalige boerendorpen ten noorden van het Mittellandkanal en ten oosten van de Wezer. Meißen (3.337): in het uiterste zuidoosten van de gemeente; van 1820 tot 1958 was hier een grote steenkoolmijn. Minderheide (4.077): deels sterk agrarisch gebied in de noordwesthoek van de gemeente. Nordstadt (7.240): stads- en industriewijk direct ten noorden van het centrum; het Wasserstraßenkreuz Minden ligt in dit gebied. Päpinghausen (385): voormalig dorp in het noordoosten van de gemeente; maakte grotendeels plaats voor haven- en industrieterreinen. Rechter Wezeroever (4.785): in deze oude arbeiderswijk staat onder andere het station van de stad en een grote chemische fabriek, die grondstoffen voor medicijnen maakt. Rodenbeck (8.929): woonwijk ten zuidwesten van het centrum, waar na de Tweede Wereldoorlog vrij veel Heimatvertriebene onderdak vonden. Door de wijk loopt een beekje, de Bastau. Stemmer (1.668): oud boerendorp in het uiterste noordwesten van de gemeente, behoorde vroeger tot buurgemeente Petershagen Todtenhausen (3.316): locatie van de Slag bij Minden (1759); hier staat ook het gedenkteken, waar deze slag ieder jaar nog herdacht wordt; richting Petershagen zijn enige kleine natuurreservaten.

Totaal aantal inwoners 31-12-2017: 83.960Op de Duitse Wikipedia-pagina van Minden kan een plattegrond worden gedownload met de situering van deze stadsdelen. Deze heeft echter de extensie .svg en kan niet naar andere Wikipedia's gekopieerd worden. Wie deze wil raadplegen, dient deze kaart af te drukken.

Ligging, verkeer, vervoer Minden ligt aan de Wezer, even ten noorden en stroomafwaarts van de Porta Westfalica, waar de rivier tussen het Wiehengebergte aan de westzijde en het Wezerbergland aan de oostzijde doorbreekt. De stad ligt daarmee nog net in de Noord-Duitse Laagvlakte. De streek rond de stad wordt het Mindener Land genoemd. De bruggen over de Wezer bieden uitzicht op Porta Westfalica, de zuidelijke buurgemeente.

De ontsluitende wegen (geen autosnelwegen) zijn de Bundesstraßen B61 en B65, die elkaar ongelijkvloers kruisen ten zuiden van de stad. De B61 leidt van Minden noordwaarts naar Petershagen, Sulingen, Bassum en Bremen. Zuidwaarts loopt de B61 door de Weserauentunnel naar Porta Westfalica en Bad Oeynhausen, waar aansluiting is op de Autobahn A2 en de Autobahn A30. De B65 loopt westwaarts naar Lübbecke via Ostercappeln naar Osnabrück, en oostwaarts naar Stadthagen.

De binnenstad ligt op de west- of linkeroever van de rivier. In het stadsdeel op de oost- of rechteroever bevindt zich het station dat aan de spoorlijn tussen Osnabrück en Hannover ligt. Minden heeft een uitgebreid net stads- en streekbussen. De meeste hebben hun eindpunt niet bij het spoorwegstation, maar bij een apart busstation aan de westkant van de Glacisbrücke.

Minden ligt aan enkele langeafstandsfietsroutes.

Ten noorden van het stadscentrum kruist het Mittellandkanaal de 13 m lager stromende Wezer. Ten gerieve van de scheepvaart op beide waterwegen is een geavanceerd systeem van waterwerken ontstaan, het Wasserstraßenkreuz Minden. Zie ook: Kanaalbrug Minden.

Economie Bij het Wasserstraßenkreuz Minden, waar twee belangrijke waterwegen, het Mittellandkanal en de Wezer, elkaar kruisen, bevindt zich een grote binnenhaven met een containerterminal en andere moderne faciliteiten, die nog voortdurend worden vernieuwd en uitgebreid. De haven heeft ook een groot emplacement voor goederentreinen. Rondom deze haven ontstond al sinds de bouw ervan (rond 1915) een gebied voor zware industrie, waaronder een, inmiddels niet meer bestaande, scheepswerf.

Belangrijke ondernemingen in de stad zijn onder andere: de firma Melitta, die onder meer koffiefilters en koffiezetapparaten maakt drie middelgrote chemische fabrieken, waaronder één op de rechter Wezeroever, die grondstoffen voor medicijnen maakt een distributiecentrum van de Edeka-supermarktketen een fabrikant van cirkelzagen enige producenten van materialen voor elektro- en computertechniek; het grootste bedrijf in deze sector is het verkoopkantoor van het te Espelkamp gevestigde Harting-concern; het is gevestigd in een door de Zwitserse architect Mario Botta ontworpen gebouw, waarvan in de gevel de letter H van het bedrijfslogo herkenbaar is middelgrote voedingsmiddelenbedrijven (vruchtensap; elders af te bakken brooddeeg; huisdierenvoeders) hoofdkantoren van vier kleine coöperatieve banken

In de dienstensector zijn vermeldenswaard: een filiaal van de Fachhochschule Bielefeld, in feite een soort technische universiteit, waar men onder meer ingenieur kan worden, met eigen campus een van de academische ziekenhuizen van de Ruhr-Universität Bochum enige regionale rechtbanken een kazerne van de Bundeswehr enige regionale bestuurscolleges een eigen water- en elektriciteitsbedrijf

In de landelijke delen van de gemeente zijn nog veel landbouwbedrijven.

Geschiedenis Al vanaf de derde eeuw v.Chr. hebben op de plek waar Minden nu ligt, mensen, na het begin van onze jaartelling zeker Germanen, gewoond. Hier bevond zich een voorde in de Wezer. De plek was een schakel in een oude oost-west verlopende handelsroute, die in de middeleeuwen ook het oostelijke uiteinde van de Westfaalse Hellweg was.

In de Frankische kroniek Annales regni Francorum wordt Minda in het jaar 798 voor het eerst schriftelijk vermeld.Karel de Grote hield er toen een vergadering met zijn rijksgroten. De omgeving van de stad was in de jaren 775-779 door de heilige en missionaris Sturmius gekerstend. Karel de Grote stichtte er rond 800 het Bisdom Minden. In 977 kreeg Minden van de bisschop, die het stadsbestuur aan een door hem benoemde functionaris met de speciale titel wichgraf delegeerde, markt-, munt- en tolrecht. Vanaf ongeveer 1220 had dit bisdom ook wereldlijke macht. Zie daarvoor: Vorstendom Minden.

In 1062 werd de stad bij een stadsbrand verwoest. Ook de Dom moest hierna herbouwd worden. In 1168 kwam Minden in de schijnwerpers van de Europese machtspolitiek te staan. Hendrik de Leeuw, hertog van Saksen, neef en rivaal van keizer Frederik I Barbarossa, trad in de Dom van Minden in het huwelijk met Mathilde Plantagenet, dochter van Hendrik II van Engeland. Uit dit huwelijk werd onder anderen de latere Keizer Otto IV geboren.

Vanaf circa 1230 wist de koopliedenstand van Minden van de bisschop meer invloed, onder meer volledige stadsrechten, af te dwingen. In 1258 werd een vaste brug over de Wezer en in 1260 het stadhuis gebouwd. In 1295 was de stad, blijkens een bewaard gebleven oorkonde, lid van de Hanze. Minden verkreeg ook het stapelrecht. Met name in de graanhandel waren de Mindenaren zeer succesvol. De bisschop van Minden verhuisde in 1307 naar een kasteel in het noordelijker gelegen Petershagen. In 1529 werd, na woelingen tussen katholieken en mensen, die zich na de Reformatie tot het lutheranisme hadden bekeerd, een nieuw type stadraad met 36 leden ingevoerd. Het jaar daarop werd vanaf de kansel van de Martinikerk de protestantse kerkorde van kracht verklaard. Minden was nu een lutherse stad.

Van 1584-1639 en van 1669-1684 vonden in de stad veel heksenprocessen plaats. Ongeveer 170 vrouwen vonden hierdoor een gruwelijke dood.

In de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) was Minden van 1625-1634 in handen van de katholieke, keizerlijke troepen en van 1634-1648 in handen van de protestantse Zweden.Dat de naam van restaurant Schwedenschänke op klandizie door Zweedse soldaten uit de jaren 1630 teruggaat, is niet bewezen.

Van 1648 onder Frederik Willem I van Brandenburg, die de vesting liet bouwen, tot 1873 was Minden, zoals bij de Vrede van Münster was bepaald, in het Hertogdom Brandenburg en uiteindelijk in het Koninkrijk Pruisen komen te liggen. De stad werd een Pruisische vesting met bijbehorende vestingwerken. Pas na de ontmanteling van deze versterkingen kon de stad verder groeien. In 1711 werd het stadsbestuur hervormd.

In 1759, tijdens de Zevenjarige Oorlog, vond ten westen van het stadscentrum, in de huidige stadsdelen Hahlen, Kutenhausen, Todtenhausen, en in het iets noordelijker Stadtteil Minderheide, de Slag bij Minden plaats. Twee jaar eerder hadden de Fransen Minden veroverd. In de winter van 1758 hadden de geallieerden (onder andere Groot-Brittannië en Pruisen) de stad bevrijd, maar in de zomer van 1759 was Minden weer in Franse handen gevallen. Na de Slag bij Minden op 1 augustus werd de stad definitief Brandenburg-Pruisisch.

Een klein deel van de stad, de zogenaamde Domfreiheit rondom de Dom van Minden, was een apart, door het rooms-katholieke Domkapittel bestuurd gebied, tot aan de verovering door Napoleon Bonapartes Fransen in 1806. Na de Volkerenslag bij Leipzig (1813) werd Minden weer Pruisisch.