Anatomy of a Murder is een Amerikaanse film uit 1959 van Otto Preminger met in de hoofdrollen James Stewart, Lee Remick en Ben Gazzara.
De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van rechter John D. Voelker. Voelker schreef de roman onder het pseudoniem Robert Traver. Voelker baseerde zijn roman op een rechtszaak naar aanleiding van een echt gepleegde moord in 1952. Hij trad daarbij op als de advocaat van de verdachte. Anatomy of a Murder was een van de eerste grote Amerikaanse films waarin zonder terughoudendheid over seks en verkrachting gesproken werd.
De film was een groot succes in de bioscopen en werd uiteindelijk de best lopende film uit 1959. Ook de kritieken waren uiterst positief en de film kreeg zeven Oscarnominaties.
Verhaal
Advocaat Paul Biegler is niet herkozen als openbaar aanklager (officier van justitie) van Iron City, Michigan en brengt zijn dagen door met vissen en pianospelen. Menselijk contact heeft hij met zijn vriend en collega Parnell McCarthy, een doorgewinterde alcoholist en zijn secretaresse Maida Rutledge. Een telefoontje rukt Biegler uit zijn zelfgekozen isolement. Tijdens zijn vistripje is er een moord gepleegd en de echtgenote van de vermeende dader, Laura Manion, smeekt hem om haar man te verdedigen. McCarthy licht Biegler in over de details. De barman van de Thunder Bay Hotel, Barney Quill, is vermoord door luitenant Frederic Manion, een militair gestationeerd op een legerbasis in de buurt van Iron City. De laatste ontkent niet Quill te hebben vermoord, maar zegt dat hij zijn daad pleegde om zijn vrouw te beschermen. Quill zou Laura hebben verkracht, waarna Manion door het lint ging. Biegler heeft zijn twijfels over de motieven van luitenant Manion, zeker ook omdat snel blijkt dat zijn vrouw nogal een flirterig type is, die snel aanpapt met andere mannen. Parnell, die Biegler zal assisteren, dringt erop aan dat ze de zaak aannemen, omdat hij geld nodig heeft. Samen denken ze een verdedigingsstrategie uit en besluiten het te gooien op 'tijdelijke krankzinnigheid'. thumb|de begintitels Als Biegler aan luitenant Manion doorgeeft dat hij de verdediging op zich neemt, zegt de militair dat hij niet over voldoende geld beschikt. Voorlopig neemt Biegler genoegen met een schriftelijke verklaring dat Manion zal betalen. Intussen schrikt Biegler als hij Laura met soldaten ziet dansen in aanstootgevende kleding. Hij waarschuwt haar en schrikt als Laura opmerkt dat wat haar betreft haar man beter kan worden opgesloten. Ter voorbereiding op de rechtszaak onderzoekt een psychiater Manion. Hij constateert dat de moord het gevolg was van een "onweerstaanbare impuls" om te schieten op Quill. In een oud wetboek vindt Biegler een zaak uit 1886 waarbij een verdachte werd vrij gesproken vanwege eenzelfde oncontroleerbare impuls.
De volgende maandag begint het proces en de officier van justitie, Mitch Lodwick, heeft de hulp ingehuurd van Claude Dancer, een hulpofficier van justitie uit een grote stad. Als Paul Biegler het woord krijgt, gaat hij gelijk in de aanval en eist dat de aanklagers niet langer de bewijzen van de verkrachting weglaten. Als een van de getuigen, een politieman, de verkrachting afdoet als 'wat problemen', krijgt Paul het voor elkaar dat de verkrachting wordt opgenomen. De politieman zegt vervolgens dat het slipje van Laura Manion nooit gevonden is. Vervolgens probeert Dancer Laura weg te zetten als een verleidster. De verdediging zit in de problemen en die lijken groter te worden als Parnell onder invloed van drank de volgende dag een auto-ongeluk krijgt. Hij was in Canada om de achtergrond te onderzoeken van Mary Pilant, de vermeende minnares van barman Quill.
Als de rechtszaak wordt hervat, komt ook Pilant naar de rechtszaal. Dancer zaagt Laura Manion verder door en claimt dat ze de verkrachting heeft verzonnen om te voorkomen dat haar extreem jaloerse man haar in elkaar zou slaan. De verdediging krijgt weer het woord en Biegler laat de psychiater getuigen over de "onweerstaanbare impuls". Op zijn beurt vraagt Dancer aan de psychiater of de verdachte het verschil wist tussen 'goed en kwaad'. Als de psychiater dit bevestigt, vraagt Dancer een gesprek aan in de kamer van de rechter. Volgens de aanklager kan 'tijdelijke krankzinnigheid' niet worden gebruikt omdat Manion goed en kwaad kon onderscheiden. Hierop toont Biegler het vonnis uit 1886 en Dancer ziet nu voor het eerst dat hij een formidabele tegenstander heeft in plaats van een derderangs advocaat. Hij brengt gelijk zwaar geschut in stelling met een onverwachte getuige, gevangene Duke Miller. Miller zat in dezelfde cel als Manion en zweert dat de laatste beweerde dat hij zijn advocaat, psychiater en de jury in de maling neemt en dat er helemaal geen 'impulsen' waren. Biegler weet Miller af te schilderen als een leugenaar en een doorgewinterde crimineel. Hij roept nu Mary Pilant op die getuigt dat zij het gescheurde slipje van Laura heeft gevonden na de moord. Als Dancer haar probeert in diskrediet te brengen, onthult Mary dat ze niet de minnares was van Quill, maar zijn dochter. De jury die toch al op de hand was van de 'simpele boerenadvocaat' Biegler is nu vol sympathie voor de verdachte en spreekt hem vrij. Na de vrijlating van Manion rijdt Biegler met Parnell naar diens caravan om zijn geld te innen. Ze vinden echter alleen een briefje waarin staat dat de Manions zijn vertrokken vanwege een 'onweerstaanbare impuls' om te vluchten.
Rolverdeling thumb|Regisseur Otto Preminger en schrijver John D. Voelker
||| Paul Biegler |- ||| Laura Manion |- ||| luitenant Frederick Manion |- ||| Parnell Emmett McCarthy |- ||| Maida Ruthledge |- ||| Mary Pilant |- ||| Claude Dancer |- ||| rechter Weaver |- ||| George Lemon
Betekenis Anatomy of a Murder laat zien hoe de menselijke factor in rechtszaken de rechtsgang negatief kan beïnvloeden. Hoewel de 'waarheidsvinding' hoog in het vaandel staat bij een rechtszaak, lijkt het alsof iedereen zijn eigen beeld van de waarheid vormgeeft en uitdraagt. Zowel de verdediging als de aanklager, de verdachte en zijn vrouw, hebben een eigen idee van wat recht is en wat krom. Integriteit, rechtvaardigheid, moraliteit en ethiek worden begraven onder slimme juridische spelletjes en het in diskrediet brengen van getuigen. De verdachte krijgt de optie om zich te beroepen op tijdelijke krankzinnigheid bijna door zijn strot geduwd door zijn advocaten. Getuigen worden gecoacht, feiten zo verdraaid dat ze passen in bepaalde theorieën en niet zelden wordt voortgebouwd op aannames die nauwelijks door getuigenissen of feiten worden ondersteund. Getuigen liegen of baseren hun getuigenis op herinneringen die zijn beïnvloed door beelden en foto's van de zaak. Zowel de verdediging als de aanklagers proberen gaten in de herinneringen van getuigen aan te vullen of hen woorden in de mond te leggen. Preminger wilde met deze film laten zien dat het rechtssysteem in de VS niet noodzakelijk de waarheid boven tafel krijgt, maar meer wat de advocaten en aanklagers als waarheid zien. Als een rechter en jury daardoor zo worden beïnvloed dat verdachten ten onrechte worden veroordeeld of vrijgesproken, dan is de rechtsorde volgens hem in gevaar. Dat de film een snaar raakt, blijkt wel uit de ontvangst die de film kreeg bij vertegenwoordigers van het rechtssysteem. Michael Asimov, professor strafrecht aan de UCLA, noemde de film een van de meest pure rechtbankfilms die ooit is gemaakt. Terwijl de American Bar Association (de vereniging van Amerikaanse strafpleiters) de film prees vanwege de manier waarop de werkzaamheden van strafpleiters in beeld worden gebracht, met name het onderzoek. Ook werd de film regelmatig gebruikt bij opleidingen van advocaten om het proces van de Amerikaanse rechtsgang te laten zien, van het ondervragen van de verdachte door de advocaat en de verschillende fases van het proces. thumb|Advocaat Biegler (James Stewart) in de aanval
Voorgeschiedenis In de vroege morgen van 31 juli 1952 schoot luitenant Coleman A. Peterson, barman Maurice Chenoweth dood in Big Bay, Michigan. Het motief voor de moord was de verkrachting van Petersons vrouw door Chenoweth. Advocaat John D. Voelker nam de verdediging van Peterson op zich en wist hem vrij te krijgen op basis van 'tijdelijke krankzinnigheid'. In de jaren daarna schreef Voelkner een roman over de zaak. Onder pseudoniem Robert Travis publiceerde hij het boek in 1958 met als titel Anatomy of a Murder. Het werd een bestseller en al snel werd Voelkner benaderd door toneelschrijver John van Druten om er een toneelstuk van te maken. Van Druten en Voelkner onderhandelden vervolgens met Ray Stark Seven Arts Productions Inc. over de filmrechten. Het duo zou 100.000 dollar krijgen plus een aandeel in de winst. De vroege dood van Van Druten gooide echter roet in het eten en het theaterstuk kwam er niet. Aangezien ook de onderhandelingen met Ray Stark niet waren afgerond, werden ook de filmrechten niet verkocht. De uitgever van Voelkner, St. Martin's Press, verkocht de rechten vervolgens voor 150.000 dollar aan Otto Preminger. Zowel de erfgenamen van Van Druten als Ray Stark Seven Arts Productions spanden een proces aan tegen Preminger en Columbia. Beide partijen voelden zich benadeeld en waren van mening dat zij recht hadden op de filmrechten. Uiteindelijk werd de zaak geschikt en ontvingen de erven van Van Druten 50.000 dollar voor de rechten van het toneelstuk. Ray Starks bedrijf kreeg een aandeel in de winst van de film van Preminger.
Scenario
Het filmscenario volgt het boek vrijwel op de voet. Het enige verschil is het einde. In het boek wordt al vrij vroeg onthuld dat Mary Pilant de dochter is van Barney Quill. In de film wordt dit pas aan het eind onthuld als Pilant het feit zelf noemt op een vraag van de aanklager. Een ander verschil is de karaktertekening van sommige personen. In het boek is het karakter van Parnell McCarthy bijvoorbeeld beter uitgewerkt. Sommige zaken zijn weggelaten, zoals het kruisverhoor van de psychiater door de aanklager Dancer. Het boek is rijk aan details over strafzaken, strategieën en tactieken van advocaten en aanklagers, rechtsprocedures, onderzoek en rechtzaaltradities. Ook dit komt in de film in mindere mate terug. Het boek weet ook de 'tijdelijke krankzinnigheid' beter uit te werken. Zo is er een scène waarbij Biegler gehakt maakt van de getuige-deskundige over psychiatrie van de aanklager. Het blijkt dat deze expert de gedachte nog nooit heeft gesproken en een psychiatrisch rapport schreef op basis van wat hij hoorde en las over de zaak. Deze scène zit niet in de film. thumb|James Stewart in de trailer
Acteurs Preminger begon al snel met het zoeken naar de juiste acteurs. Voor de rol van de rechter wilde hij eerst Spencer Tracy, maar die weigerde. Ook zijn tweede keus Burl Ives wilde de rol niet. Vervolgens kreeg Preminger de tip een echte rechter uit te kiezen. Al snel selecteerde de regisseur-producent Joseph N. Welch. Welch had als advocaat opgetreden voor het Amerikaanse leger tijdens de Army-McCarthy hearings in 1954. (Senator Joseph McCarthy beschuldigde in 1954 officieren van het leger van communistische sympathieën, maar werd succesvol afgestopt tijdens de senaatshoorzittingen hierover). Jazz-musicus Duke Ellington die aanwezig was om de filmmuziek te schrijven tijdens de opnames kreeg een kleine rol als musicus Pie-eye.