thumb|1989: een bord geeft in het Engels, Afrikaans en Zoeloe aan dat dit strand in Durban bedoeld is vir die uitsluitlike gebruik van lede van die blanke rassegroep. Apartheid in Zuid-Afrika was het officiële systeem van rassensegregatie dat tussen 1948 en 1990 in Zuid-Afrika en Zuidwest-Afrika (het huidige Namibië) in werking was. In Zuidwest-Afrika werd de apartheid officieel ingevoerd door Zuid-Afrika, dat het land tussen 1919 en 1966 officieel bestuurde als mandaatgebied. Ook in enkele andere landen in Zuidelijk Afrika, zoals de Britse kolonie Republiek Rhodesië en de Portugese kolonie Angola, werd een apartheidsbewind gevoerd door een blanke minderheid.
Het woord apartheid evolueerde in het Afrikaans van het oorspronkelijke "het afgezonderd leven" tot het latere "het afgescheiden leven op grond van ras" in een politiek systeem. Het woord is in de meeste andere talen onvertaald overgenomen en werd een synoniem voor elke vorm van rassenscheiding. Apartheid hing samen met het systeem van baasskap, de superioriteit van de blanke minderheid.
In het internationaal recht is apartheid als politiek systeem aangemerkt als misdaad tegen de menselijkheid.
Etymologie Het begrip apartheid is synoniem met rassenscheiding en rassensegregatie. Het woord komt uit het Afrikaans en is een samenstelling van het Oudfrans 'a part' (per deel), wat (per deel) gescheiden betekent, en het achtervoegsel 'heid' van Middelnederlands -heide, -heit, -heet, -hede.(van het Protogermaans *khaidus/eer, waardigheid van). In Zuid-Afrika vóór de invoering van de apartheidspolitiek betekende 'apart' "die toestand van afgeskeie of afgesonder te wees" (het afgezonderd of verdeeld zijn).apartheid - (rassenscheiding). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands en N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd/Uitleenwoordenbank 2015 en N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek. Op Etymologiebank.nl (juni 2020 bekeken). Gearchiveerd op 16 september 2021.https://www.etymonline.com/word/apartheid. Gearchiveerd op 19 oktober 2021.
Na het opkomen van de apartheid kreeg het de tegenwoordige betekenis van ‘rassensegregatie’ ofwel ‘segregatie (verdeeldheid) op grond van ras’. In die betekenis is het als leenwoord in de meeste andere talen onvertaald overgenomen en werd het een synoniem voor elke vorm van opgelegde rassenscheiding.
Als verwijzing naar een politiek systeem van apartheid zou het woord voor het eerst zijn gebruikt in 1948 in een verkiezingsmanifest van de (Herenigde) Nasionale Party. Deze partij wilde een gescheiden ontwikkeling van blanken, zwarten, kleurlingen en Indiërs, om de identiteit van elk ras in Zuid-Afrika te verzekeren.Afrikaanse taal: kom ons praat Afrikaans. InfoZuidAfrika, 2009; of op web.archive.org.
Kolonisatie In de 19de eeuw begonnen rivaliserende westerse landen – op zoek naar grondstoffen en koloniale producten – met de massale kolonisatie van Afrika. Daarnaast werden – als rechtvaardiging van deze kolonisatie, alsook om de uitvoering ervan praktisch te ondersteunen – de plaatselijke bevolkingen tot het christendom bekeerd en hen de westerse normen en waarden opgelegd. De belangrijkste koloniserende machten waren in Afrika met name het Britse Rijk en het Franse koloniale rijk en in Zuidelijk Afrika ook Portugal en het Duitse Keizerrijk.
Ideologie Europese kolonisten vonden dat zij het recht hadden om na Amerika ook Afrika te koloniseren. Aan de hand van Bijbelteksten redeneerden zij dat het goed zou zijn als de verschillende volken apart zouden leven en in hun eigen gebied hun leefwijze en cultuur verder zouden ontwikkelen, met de blanke cultuur als superieur lichtend voorbeeld. Zo zouden de Afrikanen in hun ogen, tot op zekere hoogte, geleidelijk volgens opgelegde Europese normen en waarden beschaafd worden.
Vanuit de Nederduitse Gereformeerde Kerk (NGK) werd apartheid verdedigd met een beroep op God als Hammabdil of Skeidingmaker na de toren van Babel. Totius (J.D. du Toit) baseerde zijn ideeën vooral op die van Abraham Kuyper.Saul Dubow, Afrikaner Nationalism, Apartheid, and the conceptualisation of "Race". Gearchiveerd op 14 oktober 2021. "Du Toit adopted a wide-ranging approach, mixing biblical exegesis with a global conception of Afrikaner history and philosophy. At the core of his argument is the notion of God as "Hammabdir - the Great Divider. Not only did God separate light and dark, heaven and earth, man and woman, he also ordained the separation of one nation from the other."
In 1944 schreef Totius:
Ek begin met die eerste bladsy van die Skrif. God sal ‘n kosmos skep, ‘n skone eenheid. Hoe tree Hy op? As Hammabdil, d.w.s. as Skeidingmaker. [...] Enersyds is dit God die Here wat die mense uit Babel vandaan “oor die hele aarde verstrooi” (Gen. 11:9), en andersyds is dit die nasies op die aarde wat hulle “verdeel het na die vloed.” (Gen. 10:32). [...] Die volke moet hulleself dus handhaaf, en dit teenoor die Babiloniese gees van eenmaking. [...] Slawerny is, dank aan God, afgeskaf. Dit was ‘n gruwel. Hier het die Christelike beginsel deurgewerk. Desondanks bly daar egter ‘n onderhorigheid, ‘n sosiale gesag, ‘n verskeidenheid van staat (status). Ten opsigte van die naturelle spreek ons meer van die Christelike voogdyskap oor hulle.J.D. du Toit, Die Godsdienstige Grondslag van ons Rassebeleid — Referaat gelewer op die “Volkskongres oor die Rassebeleid” (1944). In: Wat het Totius van apartheid gedink? Afrikaner Volksparty, 24 juni 2009
Deze theologische uitleg rechtvaardigde een hiërarchisch racisme. De (blanke) Afrikaners zouden een uitverkoren volk zijn. Er werden aparte kerken voor niet-blanken opgericht onder voogdij van blanken. In Nederland werd dit standpunt bij de protestanten lang verdedigd door onder meer de Gereformeerde Bond, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken. De NGK ging daarbij uit van Kuyper's idee van soevereiniteit in eigen kring. De Nederlandse Hervormde Kerk en vooral de Gereformeerde Kerken in Nederland waren juist vroege tegenstanders.
Bestuur en systeem Pre-apartheid De basis voor de apartheid werd feitelijk al gelegd na de Tweede Boerenoorlog, (1899-1902) in de Unie van Zuid-Afrika, de voorloper van Zuid-Afrika die vanaf 1910 als volledig zelf-regerend dominion van het Britse Rijk werd bestuurd door een blanke minderheidsregering. In de kolonies die de Unie vormden werden zelfs al eerder diverse wetten ingevoerd om landbezit en stemrecht voor niet-blanken in te perken; in 1855 en 1886 in Transvaal, in 1891 in Oranje Vrijstaat en tussen 1887 en 1902 in de Britse Kaapkolonie. In 1902 werden in de Kaapkolonie met de Native Reserve Location Act No 40 de eerste townships van Cape Town gevestigd, waarheen niet-blanken konden worden gedeporteerd.List of Laws on Land Dispossession and Segregation. SAHO, 8 feb 2016. Gearchiveerd op 5 januari 2022. De blanke bevolking bestond voor een groot deel uit Boeren, afstammelingen van eerder gevestigde Nederlandse blanke kolonisten, en daarnaast Britse blanke kolonisten.
Tussen 1910 en 1948 werd onder de diverse regeringen van de generaals Louis Botha, Jan Smuts en James Hertzog al veel discriminerende en racistische wetgeving ingevoerd. Zo werd in 1912 met de Land Settlement Act No 12 veel staatsland aan blanke boeren toegewezen. Ook werd in 1913 de Wet op Naturellengrond (Natives Land Act No 27) ingevoerd, die landeigendom en pachtrechten voor naturellen oftewel inheemsen of natives beperkte tot bepaalde niet-blanke gebieden en van 93% van alle Zuid-Afrikaanse land uitgesloten. In 1921 volgde de Durban Land Alienation Ordinance No 14, die zulke rechten in blanke wijken van Durban verbood voor Indiase arbeidsmigranten,Anti-Indian Legislation 1800s - 1959. SAHO, 3 okt 2016. Gearchiveerd op 5 januari 2022. en in 1923 de Naturellen-Stadsgebieden-Wet, No. 21 (Natives (Urban Areas) Act No 21), die voor heel Zuid-Afrika niet-blanke townships buiten de blanke gebieden instelde.Apartheid Legislation 1850s-1970s. SAHO, 27 aug 2019. Gearchiveerd op 5 januari 2022. Tot 1948 volgde nog veel van dergelijke wetgeving. Zulke segregatiewetten waren ook gebruikelijk in andere Britse gebieden zoals Kenia en Rhodesië.
De kabinetten van James Hertzog realiseerden een verdere politieke segregatie van blank en zwart. Een mijlpaal was de Representation of Natives Act No 12 van 1936. Niet-blanke kiezers van de Kaap werd daarmee, in navolging van de andere provincies, het algemene kiesrecht ontnomen. In plaats daarvan mochten de 'naturellen' alleen nog maar worden vertegenwoordigd door een blanke afgevaardigde in een adviesorgaan (de Natives Representative Council of NRC), dat zelf geen onderdeel van het parlement was. Bij de invoering van de Promotion of Bantu Self-Government Act No 46 in 1959 werd deze vertegenwoordiging alsnog afgeschaft.
Apartheid Invoering Kleine apartheid Hendrik Verwoerd wordt naast D.F. Malan gezien als een van de architecten van de officiële apartheid vanaf 1948. Als hoogleraar sociologie zocht hij in de jaren 30 voor de Nasionale Party een methode om de armoede en werkloosheid onder de blanke Afrikaners te bestrijden. De oplossing die hij bedacht was het volledig scheiden van blank en zwart, alle rassen hun eigen gebied geven en hun eigen werk. De zwarten in reservaten, thuislanden genoemd, zouden aan hun eigen samenleving en zelfrespect kunnen bouwen.Amsterdammer Hendrik Verwoerd was architect van de apartheid. Het Parool, 20 mei 2015. Gearchiveerd op 26 mei 2021.
In 1948 won de Nasionale Party de verkiezingen. De regeringen van de Nederduits Gereformeerde theoloog D.F. Malan maakten haast met de invoering van vrijwel onomkeerbare wetgeving, om volgende kabinetten voor voldongen feiten te plaatsen.Legislative Implementation of Apartheid. U.S. Library of Congress, 1996. Gearchiveerd op 27 september 2021. Begonnen werd met de wijziging van artikel 1 van de Grondwet, die nu bepaalde dat het volk van de Unie van Zuid-Afrika "die soewereiniteit en leiding van die Almagtige God erken".
Verwoerd voerde van 1950 tot 1958 als minister van Naturellen Zaken (zaken betreffende de inheemsen of 'natives') in de regering van de Nasionale Party de eerste rassenwetten in. Van 1958 tot 1966 mocht hij als premier verder aan zijn ideeën uitvoering geven. In 1950 begon de Kleine apartheid of Petty Apartheid met de invoering van de Wet op bevolkingsregistratie (Population Registration Act No 30), waarmee de bevolking werd ingedeeld in rassen, te weten de zwarten, de blanken en de kleurlingen. Daarmee kon uitvoering worden gegeven aan de Wet op verbod van gemengde huwelijken (1949) en de Ontuchtwet (1950), een uitbreiding van Ontuchtwet No 5 van 1927, zodat het verbod op onderlinge seksuele omgang tussen blanken en zwarten werd uitgebreid tot personen met een bruine huidskleur. Voor de praktische uitvoering werd voor niet-blanken tevens het dragen van een identiteitspas met vingerafdrukken, foto en andere info, "dompas" genaamd, verplicht. De Groepsgebiedenwet (Group Areas Act No 41), die ook in 1950 werd aangenomen, was een uitbreiding van het townships-beleid en liep vooruit op de Grote apartheid, door de massale deportatie van niet-blanken naar townships en de afbraak van de oude gemengde wijken mogelijk te maken.Unit 3. The Rise of Apartheid-2. MSU (mei 2021 bekeken). Gearchiveerd op 26 mei 2021.