Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van Spanje.

Prehistorie Hoewel het waarschijnlijk is dat Homo erectus ook in Spanje geleefd heeft zijn daar nog geen bewijzen voor gevonden. In Atapuerca in de buurt van Burgos werden de oudste fossielen van de vroege mens (geslacht Homo) in Europa ontdekt: Homo antecessor van ca. 780.000 jaar geleden.bron: Casa de Flandes Vanaf de Saalien-ijstijd zo'n 250.000 jaar geleden leefden de neanderthalers in Spanje. De eerste vroege moderne mensen vestigden zich aan het eind van de laatste ijstijd vanuit Zuid-Frankrijk waarna de neanderthalers geleidelijk verdreven werden of uitstierven. Ondanks de nabijheid van Afrika lijken de vroegste migraties niet via de Straat van Gibraltar plaatsgevonden te hebben, maar via de noordelijke Middellandse-zeekust.

In de tijd van de beroemde grotschilderingen in Lascaux, Frankrijk, leefden er soortgelijke kunstenaars in de omgeving van de havenstad Santander. Zij schiepen de al even beroemde schilderingen in de grotten van Altamira (een replica ervan is nog steeds te bezichtigen), die enkele kleinere zusjes hebben in Puente Viesgo en Cantabrië. Recent werden ook in de grotten van Nerja schilderingen gedateerd op 42.000 jaar oud, wat hen tot de oudste ter wereld zou maken.¿La obra de arte más antigua de la Humanidad?. Gearchiveerd op 13 maart 2023.

Neolithicum Met het verschijnen in het 6e millennium v.Chr. van het La Almagra-aardewerk in Zuid-Spanje en omstreeks 5.500 v.Chr. de impressokeramiek in West-Spanje begint het neolithicum met de eerste landbouwers.

Koper- en Bronstijd Spanje, en dan vooral het zuiden ervan, is zeer rijk aan allerlei waardevolle ertsen zoals ijzer, koper, kwik, zilver en goud. Al in de vroege kopertijd, rond 4000 v.Chr., werden er kopermijnen aangelegd en dat breidde zich in de loop der eeuwen uit tot andere metalen.

Een van de oudste ommuurde nederzettingen in Spanje werd gevonden bij Los Millares, gedateerd op ± 3200 v.Chr. In El Argar vormde zich onder Centraal-Europese invloed de eerste Bronstijdcultuur van Spanje. Het schiereiland werd deel van de Atlantische bronstijd.

Spanje kende meerdere opeenvolgende lokale culturen in de bronstijd, de eerste twee genoemd naar de vindplaatsen. Dit zijn: 3200 tot 2250 v.Chr.: Los Millares 2200 tot 1500 v.Chr.: El Argarcultuur 1000 v.Chr. (daarna samensmelting met Feniciërs): Iberische cultuur

Oudheid Dit is de periode waarvoor er schriftelijke bronnen zijn.

Feniciërs, Grieken en Keltiberiërs De eerste bekende beschaving die zich vestigde in het gebied van het huidige Andalusië aan het eind van de Bronstijd rond het jaar 1000 v.Chr. was de Fenicische. Vanuit hun belangrijkste havens Tyrus en Sidon stichtten zij o.a. de kolonie Gades. Deze Feniciërs gaven, volgens de meest geaccepteerde theorie, de naam Spanje aan dit schiereiland. In het Fenicisch betekende deze naam "Kust der konijnen". De Feniciërs troffen een reeds ontwikkelde Iberische cultuur aan, die omstreeks 1000 BC is ontstaan.This 2,400-year-old statue reveals insights into ancient Spain; National Geografic, november 24 2020. Gearchiveerd op 27 januari 2021. Dit was, zoals de Grieken het noemden, de mythische stadstaat en koninkrijk Tartessos. Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotos hadden Griekse zeevaarders contacten met Tartessos en vestigden zich ook Griekse kolonisten in het Tartessische gebied in Zuid-Spanje wat ongeveer het huidige Andalusië omvatte. Volgens enkele vermeldingen bij schrijvers uit de oudheid zou de stad Malaga door Grieken zijn gesticht maar archeologische bewijzen daarvoor zijn tot op heden nog niet gevonden. Tartessos (de latere Romeinen noemden de stad Tartessus) werd waarschijnlijk rond 500 v.Chr. vernietigd door de oorspronkelijk Fenicische kolonie en stadstaat Carthago. De invloed van Carthago op haar beurt ging verloren door de voor hen ongelukkige afloop van de Punische oorlogen tegen de Romeinen. Er trad ook vermenging op met Grieken, afkomstig meest uit de omgeving van de Griekse stad Massilia in de Provence, die vooral het noordoosten van Spanje koloniseerden, en met Kelten die ± 900-600 v.Chr. vanuit Midden-Europa over de Pyreneeën het noorden van Spanje binnentrokken.

Er ontstond een mengvorm van Kelten en Iberiërs, de Keltiberiërs. In het Parque natural de Arribes del Duero zijn onder andere "verracos", "castros", en "estellas" van deze bevolkingsgroep te zien. Galicië en Asturië is de regio van de castrocultuur.

Romeinse periode thumb|De Romeinse verovering van Hispania in fasen. Onder leiding van Scipio Africanus vielen de Romeinen in 206 v.Chr. tijdens de Tweede Punische Oorlog, Spanje binnen. Met de Keltiberiërs in Centraal Spanje, alsmede met de stammen in het noorden en noordwesten had Rome nog een tiental jaren te strijden voordat deze definitief onderworpen waren. Na het beleg en de val van Numantia in 133 v.Chr. was alle weerstand definitief gebroken. De verdere uiteindelijke verovering van het gehele Iberische Schiereiland verliep moeizaam; het duurde van 220 tot 19 v.Chr. eer alle uithoeken door de Romeinen waren onderworpen. Hispania werd aanvankelijk opgedeeld in twee provinciae: Citerior en Ulterior, in 27 v.Chr., ten tijde van keizer Augustus, heringedeeld tot Hispania Tarraconensis (hoofdstad Tarraco (Tarragona)), Hispania Lusitania (hoofdstad Emerita Augusta (Mérida)) en Hispania Baetica (hoofdstad Corduba (Córdoba). Een andere belangrijke stad was Hispalis (Sevilla)), hoofdstad van Hispania Baetica, de belangrijkste en rijkste provincie. De welvaart kwam tot grote bloei, vooral door de exploitatie van vele mijnen.

De Romanisering was in Spanje zeer intens, vandaar ook, dat het Latijn, de grondtaal werd van het tegenwoordig gesproken Spaans. Bijna alle grote schrijvers van het tijdperk na keizer Augustus stammen uit Spanje.

Om de steden met elkaar te verbinden legden de Romeinen wegen aan. De loop van de wegen is tot in deze tijd vrijwel onveranderd gebleven. De latere opkomst van Madrid heeft wat afwijkingen in de loop veroorzaakt. Toletum was in de Romeinse tijd een knooppunt van wegen. Er ontstonden nieuwe steden o.a. León.

Scipio stichtte in 206 v.Chr. eveneens de stad Itálica. Deze stad bracht onder andere de keizers Trajanus en Hadrianus voort, wat gepaard ging met een stevige Spaanse vertegenwoordiging in de Romeinse Senaat. Julius Caesar, die later beroemd zou worden als veroveraar van Gallië, werd in 61 v.Chr. gouverneur van Hispania Ulterior.

In de 3e eeuw maakte het Romeinse Rijk een ernstige crisis door. Ook de Spaanse provincies werden hierdoor getroffen. Germaanse plunderaars bereikten het Iberische eiland en de handel en welvaart liepen sterk terug. Het was een voorbode van wat het rijk in de 5e eeuw stond te wachten. Onder het Dominaat en Tetrarchie in de 4e eeuw keerde de rust terug en herstelde de provincies van de opgelopen schade. Archeologisch onderzoek laat een toename zien van Romeinse villa's op het platteland. Diocletianus breidde het aantal provincies uit in Spanje uit naar zes en bracht deze samen in de Diocees Hispania. In 395 werd het Rijk opgedeeld in tweeën en werd Spanje bij het westelijke deel gevoegd.

Periode van volksverhuizingen Begin 5e eeuw maakte het Romeinse Rijk opnieuw zware tijden door. Zowel het oostelijk als westelijk deel werd bedreigd door barbaarse volken. In 405/406 trokken na de Rijnoversteek verschillende barbaarse stammen het rijk binnen die voor chaos zorgden. Er brak een burgeroorlog waar ook Spanje de gevolgen van ondervond. De neven van Honorius keerden zich tegen de komst van Constans II naar Spanje, maar werden verslagen. Constans II zelf werd verjaagd door zijn opstandige generaal Gerontius die Maximus als keizer uitriep. Gerontius trok met het leger ten strijde tegen de keizer in Gallië.

Vanaf 409 Spanje drongen vanuit Gallië barbaarse stammen Spanje binnen: de Sueven, de Vandalen (onderverdeeld in Silingen en Asdingen), en de niet-Germaanse Alanen. Hun invloed nam snel toe omdat door de burgeroorlog het Romeinse leger grotendeels aan Spanje onttrokken was. Een Gotische leger herstelde in 418 het Romeins gezag.

Van de nieuw gekomen volken kregen de Vandaalse Asdingen de status van foederati van de Romeinen en werden in het noordwesten van Spanje een belangrijke macht. Zij probeerde vaste voet in Andalusië te krijgen en versloegen in 422 het Romeinse leger in Spanje, daarna veroverden ze Carthagena. Hier bouwden zij een vloot en veroverden de Balearen. In 429 gingen zij scheeps onder leiding van hun koning Geiserik naar Noord-Afrika. Na hun vertrek vulden de Sueven de leemte op die de Vandalen in Spanje achterlieten. In de regio Galicië (Spanje) met Braga (stad) als hoofdstad breidden zij gestaag hun macht uit. Vanaf 438, onder leiding van Rechila, veroverden zij steeds meer land op de Romeinen. Een Gotische leger herstelde in 456 opnieuw het Romeins gezag door de Sueven te verslaan.

Middeleeuwen Vroege middeleeuwen Visigoten

Na de verloren Vandaalse oorlog in 468 verdween de Romeinse macht in het westen in een rap tempo. De Visigoten die meerdere keren militaire taken voor de Romeinen in Spanje maakten tijdens de Spaanse Oorlog van Eurik een einde aan het Romeins bewind en sindsdien speelden de Sueven slechts een marginale rol. Dit betekende echter niet dat Spanje nu rechtstreeks onder Gotisch bestuur viel. Het Iberische schiereiland herbergde namelijk tal van autonome spelers zoals de grote steden, de Basken in het noorden en zelfstandige spelers als Burdunellus, waarmee de Goten strijd voerden. De hoofdstad van de Visigoten was aanvankelijk Toulouse (Tolosa) in het huidige Zuid-Frankrijk, maar door de Visigotische nederlaag tegen de Franken in de Slag bij Vouillé (507) werd deze verplaatst naar Toledo (Toletum) in Zuid-Spanje en sindsdien verstevigden zij hun machtspositie op het Iberische schiereiland.

Halverwege de 6e eeuw raakten de Visigoten in oorlog met het Oost-Romeinse Rijk. In 554 veroverden deze onder leiding van Belisarius de Spaanse zuidkust en stichtten een Byzantijnse provincie, Spania. Ten tijde van de koningen Athanagild en Leovigild verzwakte de Byzantijnse macht en werd Spania beetje bij beetje heroverd. Onder Sisebut en ten slotte onder Swinthila (in 624) kwam de hele provincie, met uitzondering van de Balearen, weer in Visigotische handen.

De Visigoten veroverden ten slotte in 575 ook het Suevenrijk en op Baskenland na heersten zij over het hele Iberische Schiereiland. Ze hingen tot 589 het ariaanse christendom aan, maar bekeerden zich toen tot het katholicisme. De Romeinse grootgrondbezitters werd het grootste deel van hun bezit ontnomen en op hun landerijen werd hun plaats ingenomen door Visigotische edelen. De Romeinse beschaving bleef echter bestaan omdat wel de elite vervangen was maar de Romeinse organisatie intact werd gelaten. Ook de steden behielden de Romeinse organisatie en de kerk behield haar bisschoppen en haar katholieke cultus. De boeren werden, zoals voorheen onder de Romeinen al het geval was, onderdrukt door de edelen en de geestelijken. De bisschoppen met hun jaarlijkse concilies, die als rijksvergaderingen wetgevende macht bezaten, waren machtig en onverdraagzaam tegenover andersdenkenden.

In Toledo is een Visigotisch museum te vinden in een museumkerk in Mérida. Van die tijd zijn weinig sporen meer te zien: wat resten in Toledo, een half kerkje in Burgos (Quintanilla de las Viñas), een icoon van een kerkje in Palencia (Baños de Cerrato, het kerkje van San Juan Bautista uit 661) en een pracht van een heropgebouwde iglesia uit Almendra in Zamora (San Pedro de la Nave in Campillo).

Moorse periode thumb|De kathedraal van Córdoba, de Mezquita, is een omgebouwde moskee.