K.A.V. Lovania Leuven (Duits: KAV Lovania zu Löwen) is een katholieke kleurdragende studentenvereniging die in 1896 werd opgericht aan de Katholieke Universiteit Leuven. De vereniging is gestructureerd naar Duits model en heeft een wezenlijke invloed gehad op het ontstaan en de ontwikkeling van de studententradities in Leuven (en bij uitbreiding in Vlaanderen, België en zelfs voor een klein stukje in Nederland). Haar wapenspreuk is: "Der Geist lebt in uns allen!" – "Semper excelsius!" en is door een vriendschapsverdrag met het Cartellverband der katholischen deutschen Studentenverbindungen verbonden.
Geschiedenis Oprichting De Katholieke Universiteit Leuven werd in 1834 heropgericht en stond onder het toezicht van de Belgische bisschoppen. Als katholieke universiteit trok Leuven tijdens de Kulturkampf, een aanval op katholieke invloed in cultuur en samenleving in Duitsland door de protestant Otto von Bismarck, veel katholieke studenten aan, voornamelijk uit Duitsland en Zwitserland. Eerst organiseerde men zich in Zwitserse katholieke studentenvereniging Helvetia Lovaniensis (1872-1875), die ook voor Duitse theologen openstond, en in de algemeen-Duitse katholieke studentenvereniging Tungria (1877-1879). Daarbuiten ontstond in 1880 op streekgebonden niveau de studentenvereniging van de Letzebuergers, die studenten uit het Groot-Hertogdom Luxemburg verenigde.
De aanleiding voor de oprichting van Lovania was een voordracht van de Leuvense kanunnik Armand Thiéry v. Toby, over studentenliederen aan de Duitse universiteiten. Thiéry was Philister (oud-student) van Bavaria Bonn en hield deze voordracht op 21 januari 1896 voor de Société Générale des étudiants, de Belgische studentenvereniging in Leuven, waar de Luxemburgers enkele studentenliederen zongen. Sterk onder de indruk besloot de Duits-Belgische ingenieurstudent Theo Schmitz uit Antwerpen om in Leuven een Duitse studentenvereniging te laten ontstaan. Nog op de avond van 21 januari 1896 richtte hij samen met de twee Luxemburgers Ludwig Hartet en Joseph Wagner net als Robert en August Peel, Alfred Habets en Georg Clement Lovania op. Op de eerste zitting van Lovania op 6 februari 1896 konden de eerste dertien Füxe (schachten) opgenomen worden. Weldra groeide de aktivitas onder haar eerste senior Theo Schmitz tot 22 leden. Professor Thiéry werd tot erevoorzitter benoemd.
De Lovanen legden op het feest van de heilige Jozef, op 19 maart 1896, de samengenaaide kleuren groen-wit-rood op, maar hadden echter nog geen studentenpet. Groen is de Sint-Jozefskleur en wit en rood zijn de kleuren van de stad Leuven. Op de Kneipen (cantussen) en conventen werd het Duits als officiële taal gebruikt. De statuten en de comment (de oorspronkelijke Duitse studentenregels waarop de blauwe bladzijden werden gebaseerd) richtten zich naar de katholieke studentenverenigingen in Duitsland, en waren in het bijzonder geïnspireerd op Bavaria Bonn. De cantuszaal was een kleine kamer in het Café du Cercle, dat men omwille van het groeiende aantal leden snel weer diende te verlaten om een grotere zaal in Gilde-Franciscushof te betrekken. Hier bracht Lovania voor het eerst haar wapen aan en vierde ze op 12 mei 1896 haar eerste Stiftungsfest (dies natalis), nadat de vereniging enkele dagen voorheen de erkenning door het rectoraat had gekregen. Einde 1896 kon men ook de eerste petten opzetten.
Op 27 januari 1897 kreeg Lovania nieuwe statuten en comment. In hetzelfde jaar groeide het verlangen naar dichtere contacten met de Duitse katholieke kleurdragende verenigingen, het Cartellverband der katholischen deutschen Studentenverbindungen (CV). Aan Markomannia Würzburg, die toen het Vorort (praesidium) van de koepel voerden, werd voorgesteld om een bevriende vereniging van het Cartellverband te worden. Eind augustus 1897 keurde de 33e Cartellversammlung in Landshut het voorstel met een nipte meerderheid goed, waarbij vooral Bavaria Bonn zich voor Lovania had ingezet. Eind 1897 had Lovania (officiële afkorting: Lov) 12 actieve Burschen (ouderejaars), zes Füxe en 17 inactieven extra loco.
In januari 1899 verscheen Lovania voor de eerste maal bij het Cartellverband in Vollwichs (militair studentenuniform), en dit ter gelegenheid van het Publikationsfest van Franconia Aachen. Franconia, net als Bavaria Bonn, waren daarom ook steeds aanwezig op het Stiftungsfest van Lovania. Bij het 4de Stiftungsfest in maart 1899 vond de wijding van de door professor Thiéry geschonken vlag plaats, welke de vereniging een jaar later op de 36ste Cartelversammlung in Bonn aan het Cartellverband voorstelde.
Tot 1900 worden in Brussel naar het voorbeeld van Lovania, weliswaar op faculteitbasis, de Duitstalige studentenverenigingen Nervia (geneeskunde), Mercuria (handel), Themisia (rechten) en Congolesia (handel en koloniën) gesticht, die echter slechts vier jaar bleven bestaan. Themisia legde haar Duits karakter af. Tijdens hun bestaan had Lovania met deze verenigingen een goed contact.
Op 9 november 1902 werd in Brussel een CV-Philisterzirkel (regelmatige stammtisch voor oud-studenten) opgericht, die zich op 15 maart 1903 definitief ontwikkelde, en waar volgens de statuten ook Philisters (oud-leden) van Lovania lid van konden worden. In praktijk bestond het enkel uit Philisters van Lovania, vormde dus eigenlijk haar Altherrenschaft. Het had tevens een ondersteuningskas voor noodlijdende leden. De eerste Zirkelsenior was Josef Schmidt (Lov, Sax).
thumb|left|Couleurkarte van K.A.V. Lovania Leuven (1914). Gedrukt bij Drukkerij F. Giele in Leuven.
Aan het 10e Stiftungsfest van 8 tot 10 april 1905 nam de hele studentenwereld van Leuven deel. Vanaf 1906 stelde professor Thiéry zijn huis aan het Leo XIII-seminarie – met uitzondering van de eerste verdieping – Lovania als Verbindungshaus (verenigingshuis) ter beschikking. Dit moest de vereniging echter reeds in 1907 opgeven en op 8 oktober trokken ze in een centraal gelegen huis op de Vismarkt. Op 2 maart 1906 herzag Lovania haar statuten en comment. Deze omvatte 136 paragrafen, waaronder 38 m.b.t. de drinkcomment. De belangrijke waarde van de comment toont zich hierin, dat in het WS (Wintersemester) 1908/09 de senior werd uit de vereniging gezet nadat hij in Vollwichs op een gemaskerd bal was verschenen.
In hetzelfde WS 1908/09 verlegde Lovania op vraag van twee adellijke leden haar woonst naar de eerste verdieping van Hotel Cosmopolite in de Bondgenotenlaan. In het WS 1909/10 betrok Lovania ook de tweede verdieping, ingewijd op 18 november 1909. Consenior Karl baron de t’Serclaes richtte het huis prachtig op eigen kosten in. Hier bracht Lovania feodale jaren door waarbij de financiële situatie van de vereniging steeds slechter werd. Om het huis te kunnen behouden moest Lovania op 21 mei 1911 de Philisterzirkel hervormen.
De kosten van het uitbundige verenigingsleven schenen nieuwe leden af te schrikken. Voor het WS 1911/12 wordt gemeld dat het aantal Lovanen zeer beperkt was, de kosten zeer hoog en de schulden nog groter waren. In 1910 waren er nog 26 actieve leden. In 1911 moest een in Antwerpen samengekomen Altherrenconvent (officiële vergadering van de niet-meer studerende, werkende leden) de actieve Lovanen bewaren van de financiële ondergang.
In het WS 1913/14 bestond de activitas uit zes Burschen, vier Füxen en vier Conkneipanten (geassocieerd lid). Karl baron de t’Serclaes zorgde voor een prijsvoordeliger huis. In de Schrijnwerkersstraat 9 bezat hij een huis, waarvan hij een deel ter beschikking stelde van Lovania. Daar zouden, volgens een schriftelijk bericht van de Ferienkommissar (vakantiepraeses) van 15 juli 1914 de opnieuw veranderde hoofddeksels – groene petten – ingewijd zijn. Dit schrijven was het laatste levensteken van Lovania tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1916 wordt nog gemeld dat het huis van Lovania te midden van de puinhopen geheel ongedeerd is gebleven.
Eerste heroprichting In 1919 werd een collegebond Ick Dien in Leuven opgericht, waaruit later K.V.H.C. Lovania Leuven binnen het SK/KVHV met de kleuren rood-wit-rood ontsproot. Dit is een streekgebonden club voor de in Leuven studerende inwoners van Leuven. In 1925 werd de Duitstalige Katholische Studentenverbindung Eumavia met de kleuren groen-wit-rood opgericht. In 1970, naar aanleiding van de splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven in een Vlaamse en een Waalse universiteit, verplaatste deze vereniging, samen met de Luxemburgse verenigingen haar werking naar Louvain-la-Neuve. Zij heeft sedertdien haar Duitse tradities opgegeven en is geëvolueerd naar een studentenclub met typische Waalse tradities.
In het SS (Sommersemester) 1927 werd Lovania door Vlaamse studenten, namelijk enkele presidiumleden van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond van Leuven, onder meer Edmond de Goeyse, Willem Melis, Paul Lebeau en professor Lodewijk Scharpé, net als door meerdere studenten uit Luxemburg, Zwitserland, Nederland, Oostenrijk en door zeven Duitstalige studenten van Studentenverbindung Eumavia Lovaniensis uit de Oostkantons (Eupen, Malmedy en Sankt-Vith) heropgericht. Eén semester lang werden conventen, Kneipen (cantussen) en vergaderingen georganiseerd. De senior, Peter Maraite, was een stichtend voorzitter van Eumavia, Edmond de Goeyse was Fuxmaior.
Lovania was toen een katholieke studentenvereniging, die zich als kring van Germaanstalige studenten in Leuven bestempelde. Door de politieke en binnenlandse problemen van de jaren twintig werd het verenigingsleven in het WS 1927/28 opnieuw pro tempore opgeschort. In het WS 1928/29 probeerden de Vlamingen, onder leiding van Edmond de Goeyse een tweede maal, stijl en orde in het Leuvense studentenleven te brengen door het eerste Vlaamse Seniorenkonvent op te richten, het Seniorenkonvent Leuven.
Tweede heroprichting In het SS 1996 werd Lovania nieuw leven ingeblazen. Op dit ogenblik studeerde Jens Mersch (Cp, BvBo, KVHV) in Louvain-la-Neuve terwijl hij woonde in Leuven. Hij had zich actief gemeld bij het KVHV. Daar leerde hij verschillende studenten kennen, die in het presidium, in het Verbond of Leuvense streekclubs actief waren, onder andere Stijn Calle (KVHV, KSC, Ml). Op hetzelfde ogenblik studeerde in Brussel Bernd Sunderdiek (R-GK) en de Vlaming Steven Janssen (Fl) in Freiburg. Gido Karges (PM) was Auslandsreferent (buitenlandverantwoordelijke) van het Cartellverband der katholischen deutschen Studentenverbindungen en had in deze hoedanigheid reeds meerdere keren Leuven bezocht.
Op 12 januari 1996 vond in Aken het jaarlijkse twee-verenigingstreffen tussen KVHV en CV plaats. Een daar ontstaan misverstand leidde tot de heropleving van Lovania naar aanleiding van haar 100e verjaardag. De aanwezige CV’ers stelden - overigens verkeerdelijk – dat het KVHV het CV gevraagd had, in Leuven een Duitse studentenvereniging op te richten, als reactie op het pas opgerichte Corps Flaminea. Gido Karges meldde dit aan zijn vriend, Jens Mersch, die vertrouwd was met de geschiedenis van het oude Lovania, een dochtervereniging van Bavaria Bonn. De idee van een heropleving nam snel concrete vormen aan. Het convent van Bavaria gaf Jens Mersch officieel de opdracht om haar petekindvereniging te doen herleven.