Het arrest Tanja Kreil oftewel Kreil/Duitsland van 11 januari 2000 (zaak C-285/98) is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie inzake het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.
Casus en procesgang Krachtens Duitse wetgeving konden vrouwen (tot 2001) geen functies vervullen in de gewapende dienst van de Bundeswehr en konden zij enkel worden aangesteld bij de geneeskundige dienst en de militaire muziekkorpsen. Na een elektronica-opleiding solliciteerde Tanja Kreil (1977) naar een aanstelling bij de Duitse Bundeswehr.
Rechtsvraag Dit geschil is als prejudiciële vraag voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie, waarna de vraag is geherformuleerd:
Dit betreft:
Uitspraak Hof Het Hof ging niet akkoord met zo'n algemeen geformuleerde uitsluiting van vrouwen voor functies in de krijgsmacht.
Het Hof komt tot de conclusie:
Betekenis Dit arrest hangt samen met het arrest Sirdar dat 2½ maand eerder is gewezen. Het arrest Sirdar geeft een algemene regel, terwijl de hele zaak draait om een uitzondering die wordt toegestaan. In het arrest Tanja Kreil is de algemene regel wél van toepassing.
Vervolg Na dit arrest werd de Duitse wetgeving aangepast en in 2001 kregen de eerste vrouwen een aanstelling in de gewapende dienst van de Duitse krijgsmacht. Tanja Kreil heeft echter nooit in het leger gediend.
Kreil, Tanja Categorie:Vrouwenrechten Categorie:Feminisme Categorie:Mensenrechten Categorie:Arbeidsrecht