Het arrest Van Duyn/Home Office is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 4 december 1974 (zaak 41/74), met betrekking tot het vrije verkeer van werknemers tussen lidstaten van de EEG (thans: Europese Unie).
thumb|300px|Stempel in Van Duyns paspoort na aankomst op Gatwick in 1973. Het kruis geeft aan dat de toegang is geweigerd.
Casus De Nederlandse Yvonne van Duyn was lid van de Scientology beweging en werkte in Amsterdam als secretaresse bij deze organisatie. Haar werd de toegang tot het Verenigd Koninkrijk geweigerd, toen zij voor dezelfde organisatie in Sussex als secretaresse zou gaan werken.
Ze is dezelfde dag teruggereisd. Deze gang van zaken was in overeenstemming met toenmalig beleid van de Britse regering om buitenlanders die waren gelieerd aan de Scientologybeweging de toegang te weigeren, omdat de activiteiten van deze organisatie als een gevaar voor de maatschappij werden beschouwd.
Op 25 juli 1968 verklaarde de Minister van Volksgezondheid in het Lagerhuis dat de regering overtuigd is van de sociale schadelijkheid van scientology. In de verklaring werd onder meer gezegd:
Dit beleid werd gecontinueerd nadat het Verenigd Koninkrijk met ingang van 1973 was toegetreden tot het Verdrag van Rome. (Het beleid bleek in de praktijk niet effectief te handhaven; scientologen vanuit heel Europa bleven naar East Grinstead komen en studeerden of werkten er; het was vooral een propagandamaatregel. De ban leidde wel tot langdurig gelobby van Engelse scientologen in het Lagerhuis en tot toenemende druk op het Home Office vanwege de frictie ervan met de mensenrechten. Enkele vooraanstaande scientologen, waaronder een gravin en een Deens parlementslid, werden stilzwijgend toegelaten om een internationaal schandaal te voorkomen. Op 17 juli 1980 ontving klaagster, inmiddels getrouwd en met haar echtgenoot en 2 kinderen opnieuw naar East Grinstead afgereisd, haar 'Leave to enter the United Kingdom for nationals of EEC countries card', ten teken dat het beleid was losgelaten. Daarmee werd zij tevens de eerste officieel weer tot Engeland toegelaten scientoloog en werd zaak van Yvonne van Duyn afgesloten.)
Procesverloop Mevrouw Van Duyn (eiser) ondernam actie tegen de weigering van toegang, onder verwijzing naar het vrije verkeer van werknemers krachtens (Verdrag van Rome).
De Britse immigratiedienst (Home Office) bleef bij zijn beslissing om de toegang te weigeren. Deze weigering was (dus) gebaseerd op het oordeel dat eiser door haar actieve deelname in de Scientology organisatie een gevaar zou vormen voor de maatschappelijke orde (in het Verenigd Koninkrijk).
Eiser deed een beroep op (rechtstreekse werking van) en artikel 3, lid 1, in . Beide partijen meenden hun gelijk te kunnen baseren op het voorschrift dat in deze twee bepalingen is vervat.
Artikel 3 in richtlijn 64/221 heeft betrekking op dit artikel 48. Het eerste lid luidt:
Derhalve mag een lidstaat een onderdaan van een andere lidstaat de toegang weigeren als maatregel van openbare orde, indien deze beslissing uitsluitend berust op het persoonlijk gedrag van de betrokkene. De twee betrokken advocaten stonden lijnrecht tegenover elkaar wat betreft de vraag of de weigering om klaagster toegang te verlenen "uitsluitend berustte op het persoonlijk gedrag van de betrokkene" (eiser: neen! – Home Office: ja!):
In dit geschil heeft het High Court zich tot het Hof van Justitie gericht met het verzoek om een prejudiciële beslissing.
Richtlijn
Rechtsvragen Heeft rechtstreekse werking? (Ja.) Heeft artikel 3 lid 1 van rechtstreekse werking? (Ja.) Is het weigeren van toegang in overeenstemming met deze bepalingen van gemeenschapsrecht? Ofwel: Is de weigering om eiser toegang te verlenen uitsluitend gebaseerd op haar persoonlijk gedrag in de zin van deze twee bepalingen?
Uitspraak Hof directe werking van artikel 48 EEG-verdrag Het hof stelt vast dat artikel 48 EEG-verdrag directe werking toekomt.
directe werking van artikel 3 in richtlijn 64/221 Het Hof beredeneert dat directe werking van bepalingen in een Europese richtlijn in het algemeen niet is uit te sluiten.
Vervolgens stelt het Hof vast dat artikel 3, lid 1, van richtlijn 64/221 directe werking toekomt.
derde rechtsvraag: persoonlijk gedrag van de betrokkene
Conclusie De beslissing om klaagster geen toegang te verlenen tot het Verenigd Koninkrijk, was niet in strijd met het gemeenschapsrecht. Artikel 48, lid 3, EEG-verdrag bevat een uitzondering op het vrije verkeer van werknemers. Een lidstaat mag een onderdaan van een andere lidstaat de toegang weigeren als maatregel van openbare orde, indien deze beslissing uitsluitend berust op het persoonlijk gedrag van de betrokkene. Dat zij actief participeerde in de Scientology beweging kon worden beschouwd als persoonlijk gedrag van klaagster.
Betekenis Wat betreft de eerste rechtsvraag: In het arrest Reyners (eveneens 1974) was reeds beslist, dat artikel 55 (vrijheid van vestiging) rechtstreekse werking heeft. Nu is vastgesteld dat dit ook geldt voor artikel 48 (het vrije verkeer van werknemers). Het arrest is vooral belangrijk vanwege het antwoord op de tweede rechtsvraag. Het Hof heeft vastgesteld dat een bepaling in een richtlijn rechtstreekse werking kan hebben, en dat zulks in casu het geval is.
Deze uitspraak is bevestigd in de arresten Ratti (1979, strafzaak) en Becker (1982, belastingzaak). Een volgende stap in de ontwikkeling is te vinden in de arresten Faccini Dori (1994) en Kolpinghuis (1987).
Duyn, van Categorie:Scientology