thumb|De belangrijke handelsroutes: in rood de zijderoutes door Centraal-Azië en in blauw het overzeese verkeer. De specerijenhandel is een commerciële activiteit, waarbij in de oudheid, middeleeuwen en vroegmoderne tijd specerijen en andere exotische Aziatische producten naar Europa werden geëxporteerd in ruil voor goud en zilver. De specerijen waren destijds in de keuken zeer gewild als smaakstoffen en conserveringsmiddelen. Ook schreef men er gunstige geneeskundige werkingen aan toe. Zelfs meende men in de middeleeuwen dat de specerijen onmiddellijk uit het paradijs kwamen.Memoires de Jean Sire de Joinville. Edit. Didot, 1858, pag. 59. Door hun schaarste waren specerijen ultieme luxeproducten voor de elite van de westerse rijken.
Deze specerijenhandel heeft een grote invloed uitgeoefend op de wereldgeschiedenis. Een netwerk van handelsroutes verbond ver van elkaar gelegen gebieden in Europa en Azië. Langs deze routes werden eeuwenlang behalve goederen ook kennis en ideeën uitgewisseld. In tegenstelling tot de zijderoute, die China door middel van karavaanroutes met het Midden-Oosten verbond, verliep de handel in specerijen vooral over zee. De Indische Oceaan met zijn regelmatige moessonwinden was al heel vroeg een belangrijke verkeersader voor de Aziatische handel. In het westen van deze oceaan vormden de Rode Zee en de Perzische Golf de toegangspoorten tot de Europese afnemers van de specerijen.
Een eerste bloeiperiode kende de specerijenhandel in de Hellenistische en Romeinse tijd. Alexander de Grote (356 v.Chr.–323 v.Chr.) had de landroute naar India verkend. Vanuit Egypte organiseerden eerst de Ptolemaeën en later de Romeinen een directe handel met India over de Arabische Zee. Met de ineenstorting van het Romeinse Rijk kwam deze directe handel ten einde. De islamitische veroveringen in de zevende eeuw sneden het christelijke Europa helemaal af van de Indische Oceaan, die eeuwenlang gedomineerd werd door Arabische zeevaarders en handelaren. In het kielzog van deze zeevaarders kreeg de islam vaste voet aan de grond in de Aziatische kustgebieden.
Door de toenemende Europese welvaart na het jaar 1000 en onder invloed van de kruistochten kwam de specerijenhandel met Europa weer tot leven. Italiaanse maritieme republieken als Genua en vooral Venetië domineerden de handel in de Middellandse Zee. De Italianen kochten hun waren in Alexandrië en distribueerden ze over heel Europa. Voor Venetië was deze handel de grondslag voor haar rijkdom, net als voor de mammelukken, de Egyptische machthebbers.
Voor andere Europeanen was de wens om directe toegang te verkrijgen tot de rijkdommen van Azië een belangrijke stimulans voor de grote ontdekkingsreizen rond het jaar 1500. Christoffel Columbus ontdekte in 1492 een Nieuwe Wereld op zoek naar een westwaartse route naar Azië. De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama slaagde erin 1498 als eerste Europeaan in om India via het omzeilen van Afrika te bereiken. De Portugezen wisten de specerijenhandel naar Europa een tijdlang naar zich toe te trekken, maar slaagden er uiteindelijk niet in de handelsroute via de Rode Zee naar Egypte te elimineren.
Uiteindelijk wist de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie een gedeeltelijk monopolie op de handel te verkrijgen. Dit vormde de basis voor het koloniale rijk Nederlands-Indië. Na de 17e eeuw werden de specerijen echter meer en meer een normaal handelsartikel en verloren ze hun betekenis als drijvende kracht in de wereldhandel.
De specerijen
Een specerij is een natuurlijke aromatische plantaardige stof die aan voedsel kan worden toegevoegd als smaakmaker en geurmiddel. Vanuit botanische, chemische, culinaire of historische perspectieven zijn de indelingen echter steeds verschillend. In de specerijenhandel ging het concreet om een aantal producten van tropische planten uit Azië, met als belangrijkste: peper, kruidnagel, nootmuskaat, foelie en kaneel.Turner, pagina 30
Peper was commercieel gezien de belangrijkste van de specerijen. Het is de vrucht van de piper nigrum, een inheemse struik in Kerala in India, waarvan zwarte, witte en groene peperkorrels worden geoogst. Zwarte peper wordt geoogst als de korrel nog onrijp is. Na kort in water gekookt te zijn wordt de korrel in de zon gedroogd. Net als de andere specerijen is de gedroogde peperkorrel jarenlang houdbaar. Zonder deze eigenschap zou de langeafstandshandel onmogelijk zijn geweest. Kaneelstokjes worden gemaakt van de bast van de kaneelboom (Cinnamomum zeylanicum), inheems op Ceylon. Verwant aan de kaneel is de van oorsprong Zuid-Chinese kassie. De andere drie specerijen hadden een nog exotischer herkomst. Kruidnagel groeide alleen op vijf kleine vulkanische eilandjes van de Noord-Molukken, waarvan Ternate en Tidore de belangrijkste waren. Het is de gedroogde, onrijpe bloemknop van de acht tot tien meter hoge kruidnagelboom (Syzygium aromaticum). De muskaatboom (Myristica fragrans) kwam oorspronkelijk alleen voor op de negen Zuid-Molukse Banda-eilanden. Als de geelachtig oranje vruchten van deze boom gedroogd worden, komt de harde, geurige noot tevoorschijn. Het omhulsel is de foelie. + De belangrijkste specerijen150px150px 150px 150px 150px Peper Kaneel Kruidnagel Nootmuskaat Foelie (Kerala) (Ceylon) (Ternate & Tidore) (Banda-eilanden) (Banda-eilanden)
Gebruik De aromatische specerijen speelden een belangrijke rol als smaakmaker in de keuken van de oudheid en de middeleeuwen. De Romeinen waren de eerste Europeanen, die specerijen en dan vooral peper royaal gebruikten. In De Re Coquinaria, het kookboek van de rijke Romeinse gourmet Apicius, werden 349 van de 468 recepten met peper bereid. De toepassingen omvatten allerlei sauzen, gekruide wijnen, zoete nagerechten, evenals buitenissige gerechten zoals met peper en noten gevulde slaapmuizen.Turner, pagina 109 e.v.
Een dieet van veel vlees en vis was in de middeleeuwse keuken de norm voor het rijkere deel van de bevolking. Door gebrek aan wintervoedsel werd een groot deel van het vee in het najaar geslacht en ingezouten. Ook vis werd veelal in gezouten vorm genuttigd. Dankzij de specerijen kon men de eentonige sleur van dit voedsel doorbreken. Voor wijn gold een vergelijkbaar verhaal: door oxidatie in de slecht afgesloten tonnen kreeg wijn al snel een muffe, bittere smaak die alleen met kruiden bestreden kon worden. Dit probleem werd pas in de zestiende eeuw door het gebruik van flessen en kurken verholpen.
Men dichtte specerijen ook conserverende eigenschappen toe. De oudst gevonden toepassing hiervan kan worden toegeschreven aan de peperkorrels in de neus en buik van de mummie van de Egyptische farao Ramses II. De gewoonte om specerijen te gebruiken bij begrafenissen hield lang stand. De evangelisten Lucas en Johannes meldden, dat het lichaam van Jezus werd ingesmeerd met specerijen.Turner, pagina 205 Uiteraard vond dit voorbeeld navolging onder zijn aanhangers. De Romeinen verbrandden hun doden samen met specerijen. Ook in de heidense tempels van de oudheid was het verbranden van grote hoeveelheden specerijen een vast onderdeel van de plechtigheden.
De heilzame werking van specerijen beperkte zich niet tot het terrein van religie en magie. In de geneeskunde maakte men veelvuldig gebruik van specerijen, in navolging van de toonaangevende Grieks-Romeinse arts Galenus. Nog in het Engeland van de zeventiende eeuw meende de dichter John Donne dat de welriekende geuren van specerijen bescherming boden tegen de slechte lucht, die de pest zou verspreiden.Turner, pagina 234 De hete en vurige specerijen werden ook beschouwd als lustopwekkend, een associatie met seks die al in het Bijbelse Hooglied werd gelegd en tot de dag van vandaag stand heeft gehouden.
Ten slotte waren de specerijen door hun schaarste en prestige uitermate geschikt als statussymbolen. Zowel in de oudheid als de middeleeuwen etaleerden de rijken hun vermogen door het gebruik van grote hoeveelheden specerijen. Deze overdaad riep dan weer een reactie op van meer ascetisch ingestelde personen als de Romeinse schrijver Plinius de Oudere en de Franse abt Bernardus van Clairvaux.
De handel in de Oudheid thumb|left|Munt van de Romeinse keizer Augustus, opgegraven in India De oorsprong van de specerijenhandel gaat duizenden jaren terug. In het huis van Puzurum in de Mesopotamische nederzetting TerqaBij het hedendaagse Tell Ashara in Syrië. aan de Eufraat, hemelsbreed 10.000 kilometer van de Molukken, zijn bij opgravingen kruidnagels gevonden. Deze konden gedateerd worden op het jaar 1721 v.Chr.Terqa and Haradum: a comparative analysis of old Babylonian period houses along the Euphrates, Mark W. Chavalas, University of Wisconsin-La Crosse Deze kruidnagels waren gedurende hun lange reis van de ene handelaar naar de andere overgedragen. Een belangrijke schakel in deze keten was het legendarische eiland Dilmun (nu Bahrein) in de Perzische Golf, waar zoet water uit de zee opwelde. Dit handelscentrum verbond Mesopotamië met de Indusbeschaving.
Vanuit Egypte organiseerden de farao's expedities naar het land Punt in het zuiden van de Rode Zee. Een van de bekendste is die van de vrouwelijke farao Hatsjepsoet (ca. 1508 v.Chr.–1458 v.Chr.). Ook de Israëlische koning Salomo zond in de tiende eeuw v.Chr. met behulp van de Feniciërs handelsvloten naar het zuiden. Via de zogenaamde wierookroute werden wierook en mirre uit Zuid-Arabië, specerijen uit India en ivoor en goud uit Afrika geïmporteerd.
De verovering van het Perzische rijk door Alexander de Grote bracht Europeanen voor het eerst in direct contact met dit deel van de wereld. Alexander bereikte de Indusvallei voordat zijn soldaten hem dwongen terug te keren. Zijn vlootvoogd Nearchus verkende bij de terugkeer naar Babylon de kust tussen de monding van de Indus en de Perzische Golf. De opkomst van het Parthische rijk in de tweede eeuw v.Chr. sneed de weg naar India via de Perzische Golf echter af voor de Grieken.
Meer succes hadden de Ptolemaeën, de heersers over Egypte. In opdracht van Ptolemaeus VIII ondernam Eudoxos van Cyzicus (ca. 130 v.Chr.) een succesvolle tocht naar India via de Rode Zee. Zijn navolger (en mogelijke stuurman) Hippalus pionierde een nieuwe, snellere route naar India. De moessonwinden waaiden in de zomermaanden vanuit het zuidwesten en in de winter vanuit het noordoosten. De zomermoesson was vaak stormachtig maar sloot wel goed aan op de in die maanden heersende noordenwind in de Rode Zee. De sterke, bespijkerde Griekse schepen waren in staat de zomermoesson te trotseren en in één ruk vanuit de Rode Zee de Arabische Zee naar Zuid-India over te steken. De fragielere Arabische dhows volgden de langzame kustroute tijdens de rustigere noordoostmoesson.
De Romeinse keizer Augustus veroverde in 30 v.Chr. Egypte. Zijn regering luidde een bloeitijd van het Romeinse rijk in. De Romeinen pakten de specerijenhandel voortvarend aan. Waar de Grieken met ongeveer 20 schepen naar India voeren, meldde de historicus Strabo (ca. 64 v.Chr.-19 na Chr.) dat 120 Romeinse schepen jaarlijks de tocht maakten.Turner, pagina 97 Een onbekende Griekse handelaar beschreef in de Periplus van de Erythreïsche Zee de routes, de havens, de goederen die bij deze handel een rol speelden. De Romeinen dienden flink in de buidel te tasten: Plinius schatte dat er jaarlijks voor 50 miljoen sestertiën naar India verdween.Plinius, pagina 129 Op den duur konden de Romeinen zich deze luxe niet meer permitteren. In India zijn bij opgravingen veel Romeinse munten aangetroffen, maar slechts een zeer gering aantal daarvan is gedateerd na de regering van Caracalla (gestorven in 217 na Chr.).
Middeleeuwen thumb|Dhow op de Indische Oceaan