De Sint-Waldetrudiskerk is een kruiskerk in Herentals, gebouwd in de Brabants-gotische stijl, voornamelijk tijdens de veertiende en vijftiende eeuw. Gillis van den Bossche geldt als belangrijkste bouwmeester, die het laatgotische koor deed aansluiten bij de oudere en erg ongewone vieringtoren.

Geschiedenis In de 14e eeuw brengt de bloeiende lakenhandel welvaart naar Herentals. Naast het wereldlijke project van de Lakenhal van Herentals, zoekt ook de kerkfabriek naar een manier om de situatie van de welgestelde bevolking op een religieuze manier te uiten. Dit initiële project om de oude Romaanse kerk te vervangen (een gebouw waarover overigens nagenoeg niets geweten is) werd gekozen om eerst de vieringtoren te bouwen, en de twee lage transepten (mogelijk gebouwd op de hoogte van het schip van de oude Romaanse kerk). Historisch gezien werd een zulke renovatie meestal aangevangen met het koor. De beslissing om in Herentals te beginnen met een vieringtoren, tevens uitzonderlijk voor de Brabantse Gotiek, verwijst mogelijk naar de afwezigheid van een hoge toren bij de Romaanse kerk, en de afwezigheid van een belfort in de stad. miniatuur|Grondplan van de kerk

In 1417 begint men met het herbouwen van het koor. Tien jaar later, in 1427, maakt Priester Petrus Zeelmaeckers, kapelaan van de Brusselse St.-Michiels- en St.-Goedelekerk een substantiële schenking aan zijn geboortestad, om de afwerking van het koor te garanderen. Hierbij rekent hij op Gillis van den Bossche, tevens bouwmeester van de Brusselse Kathedraal, om het koor, de koorgang, en de koorkapellen tegen 1449 af te werken tot een hoogte van 18,80 meter, in laatgotische stijl. Kort daarop, in 1453, begint men aan de bouw van het driebeukige schip. Geweten is dat het schip nog niet afgewerkt was in 1479, lang na het overlijden van Van den Bossche in 1460. Het schip sluit in hoogte aan bij het koor, maar is qua stijl veel soberder.

Herentals ontsnapt grotendeels aan de Beeldenstorm van 1566. Toch had het vooruitziende stadsbestuur het retabel van St.-Crispien en Crispiniaan en de orgelkast op voorhand in veiligheid gesteld. Pas in 1580, onder bewind van de Calvinisten, werd de kerk 'ideologisch gezuiverd'. Veel van de schatten en kunstobjecten die de Beeldenstorm veertien jaar eerder hadden overleefd, werden nu wel vernietigd. Kort daarop, in 1584, heroverden de Spanjaarden Herentals, wat een restauratie en renovatie van de leeggemaakte kerk met zich meebracht. De maniëristische schilders van voornamelijk het Herentalse schildersgeslacht Francken, vulden de twintig altaren van de kerk in de komende twee eeuwen met hun werk.

Onder invloed van de neogotische heropleving onderging de kerk tussen 1878 en 1884 een reeks neogotische restauraties. Hierbij werden de totaal vervallen gotische borstwering en ornamenten hersteld en werden diverse inrichtingen vervangen door gotisch getinte alternatieven. De originele glas-in-loodramen werden in een volgende fase tot 1920 vervangen. Hierbij gingen 16de eeuwse ramen met onder meer aan de rechter zijbeuk de wapenschilden van de gemeente en de families Bruhese en Van den Bolcke verloren. Aan de linkerzijde betrof dit onder andere ramen met de wapenschilden van de familie Van Halmale en Spanje.

In 1901 werd de gotische spitse torennaald in ere hersteld en in 1934 werd de in de 18de eeuw ingemetselde hoofdpoort terug vrijgemaakt. Om deze praktisch te kunnen gebruiken, werd de kerkhofmuursectie tegenover de poort afgebroken en vervangen door een neogotisch hek.

Architectuur en kunst De toren, het enige overblijfsel van de kerk uit de 14e eeuw, staat op een ongebruikelijke plaats, tussen koor en beuk. De hoge spits, uit 1901, vervangt een oudere bolvormige spits uit 1796. Nog opmerkelijker is de wijze waarop de kruisribgewelven van het middenschip en van het hoogkoor worden geschraagd, die bijna uniek is in de architectuurgeschiedenis. Het is tevens onduidelijk waarom het schip en koor niet loodrecht op de dwarsbeuk staan, en of er ooit plannen waren om deze niet-loodrechte, lage dwarsbeuk te vervangen.

De kerk bevat een interessant altaarstuk uit het begin van de 16e eeuw van Passier Borreman dat de marteldood van de HH. Crispijn en Crispinianus, beschermheiligen van schoenmakers en leerlooiers voorstelt (Vlaamse Meesters in Situ) en verder schilderijen van Frans Francken (I) en Pieter-Jozef Verhaghen (18e eeuw), een bewerkt koorgestoelte uit de 17e eeuw en een Romaanse doopvont).

Orgel

Het huidige orgel werd gebouwd tussen 1767 en 1770 door de Geelse gebroeders Fredericus Jacobus en Ludovicus Franciscus Verbuecken. Dit nieuwe orgel werd op een rococo-oksaal tegen de westgevel geplaatst, waarna vermoedelijk het grote westraam en het portaal werden dichtgemetseld. De orgelkast werd door meerdere mensen vervaardigd.

In 1927 werd het herbouwd door de weduwe F. Joris en haar zonen uit Zichem, maar al in 1942 was een nieuw herstel nodig, uitgevoerd door de Leuvenaar Hubert Van De Loo. Deze twee 'restauraties' werden in 1949 als rampzalig beschouwd door Flor Peeters, die het in zijn collegetijd (1916-1917) nog bespeeld had. Tussen 1967 en 1968 voerde Bernard Pels-D'Hondt eindelijk de restauratie uit, onder supervisie van Flor Peeters. Ook het aantal registers en orgelpijpen werd uitgebreid.

Nog een restauratie, ditmaal door Pieter Vanhaecke uit Watermaal-Bosvoorde, gebeurde van 2001 tot 2003.

Grafstenen Langs beide zijden van de kerkbeuk bevinden zich grafstenen. Een aantal kleine vierkanten met enkel de namen liggen in de hoeken. Aansluitend langs de gangpaden liggen grote grafstenen met uitgebreide teksten en soms met de familiewapens. De namen beginnende met J worden nog regelmatig met I geschreven, zoals Ioannes voor Johannes.

Glas-in-loodramen Originele ramen Van de ramen die voor 1880 de kerk sierden zou nog enkel dat met een afbeelding van Sint-Antonius-Kluizenaar van 1588 en gerestaureerd in 1878, in de Sint-Antoniuskapel bewaard zijn. Mogelijk stond het origineel ook al op deze locatie gezien Edmond Lévy een versie beschrijft die gedoneerd zou zijn door de familie Van Leefdale in 1588: Sint-Antonius-kluizenaar met een boek in zijn linkerhand en geflankeerd door de wapens van de broederschap. Er zouden ook nog fragmenten van de ramen van de wevers- en de bakkersgilde overleefd hebben.

Rechter zijbeuk het wapen van Herentals het wapen van de familie Bruhese met de datum 1519 het wapen van de familie Van den Bolcke met de datum 1520 het Sint-Antoniusraam van de kolveniers. (Enkele oude stukken zouden opnieuw ingewerkt zijn). vijfde raam: Christus aan het kruis

Linker zijbeuk het wapen van de familie Van Halmale diverse wapens vierde raam: een prins en een abdis, Spaanse wapens, gedateerd 1528 vijfde raam: twee gemijterde bisschoppen zesde raam: het onderraam was van de bakkersgilde met wapens, gedateerd 1620 en met opschrift: "Jasper Alen, deken der bakkers, ende Aley dis Dierckx syne huysvrouwe A. 1620." zevende raam: Sint-Waldetrudis, gedateerd 1528. Het onderraam was van de lakengilde

Overige De Sint-Annakapel had een raam met het wapen van de broederschap van Sint-Joris en in de kooromgang was er één met Sint-Sebastiaan. In de zijbeuken waren er ook drie glasramen uit de 17de eeuw.

Nieuwe ramen De nieuwe glas-in-loodramen werden tussen 1880 en 1920 gemaakt door het Antwerpse atelier van Auguste Stalins en Alphonse Janssens.

Externe linken

Bronverwijzing

Categorie:Onroerend erfgoed in Herentals Categorie:Beschermd monument in Vlaanderen Waldetrudis Waldetrudis Waldetrudis