Het Hilton Chicago, voorheen het Stevens Hotel, Conrad Hilton Hotel en Chicago Hilton and Towers genoemd, is een zwerver hotel gebouwd in 1927 in Chicago in de Verenigde Staten. Het hotel kijkt uit over het Grant Park, het Michiganmeer en de Museum Campus van de stad.
Het Hilton Chicago was het grootste hotel ter wereld, tot in 1967 het nog grotere Hotel Rossija werd geopend in Moskou. Gerekend naar het aantal gastenkamers is het het op drie na grootste hotel van Chicago. Het heeft het grootste totale oppervlak aan ontmoetingsruimtes en vergaderzalen van alle hotels in de stad. Het hotel bood sinds zijn opening in 1927 onderdak aan vele beroemdheden en tevens aan alle presidenten van het land. – Welcome to the Hilton Chicago, 16 november 2008 Het gebouw vormde het decor van vele speelfilms.
Het Hilton Chicago speelde gedurende een lange periode een belangrijke rol als vergaderlocatie en verblijfslocatie in de geschiedenis en de ontwikkelingen van de stad en het land.
Geschiedenis thumb|Balzaallobby met klok en plafondschildering "Windows to the Sky" thumb|Corridor met marmeren wanden thumb|Hotelgang thumb|Plafondschildering rondom de lampen in de ballroom thumb|Eregast op de hotelopening Amelia Earhart thumb|Zwaan in de hotellobby thumb|Adelaar in de hotellobby thumb|Koperen bloemornament op ommegang in lobby van balzaal thumb|Grote balzaal in 2011 thumb|John Paul Stevens, zoon van de oprichter
Ontwerp en bouw Architecten Het hotel werd begin jaren twintig van de 20e eeuw ontworpen door de architecten William Holabird en Martin Roche van het gelijknamige architectenbureau Holabird and Roche in de beaux-arts-architectuurstijl. (1991), hoofdstuk 2, p. 241 Dat bureau had in Chicago al meerdere hotels en grote gebouwen ontworpen, waaronder het Congresgebouw.
Het bouwontwerp kenmerkte zich door zijn pompeus opgezette, symmetrische vormen met afwerking in natuursteen. Zowel van binnen als van buiten waren de balustrades, pilaren en deklijsten aangekleed met monumentale, klassieke versieringen, kenmerkend voor de beaux-arts-stijl. Binnen werden er brede, imposante trappenpartijen gebruikt met symmetrische wijde bogen. – Hilton Chicago, Designslinger architectuursite Voor het interieur werd gekozen voor een luxueuze uitvoering met gebruik van veel marmer, verguldsel en zware tapijten. Er werd in totaal meer dan 600.000 dollar aan het marmer besteed.
De inrichting en indeling werden groots opgezet. Naast de 3000 kamers en suites, werden er grote balzalen, vergaderruimtes en conventiezalen aangelegd, zodat het hotel kon dienen als het grootste conventie- en vergadercentrum van het land. Bij de opening in 1927 was het het grootste hotel van de wereld. – Hotels – in Encyclopedia Chigaco History
Interieur en inrichting De architecten lieten de indeling van het hotel grotendeels over aan Ernest Stevens, de zoon van de opdrachtgever. Hij richtte het gebouw in en werkte de werktekeningen uit. Stevens' interieurarchitect Norman Tolson ontwierp de uiteindelijke inrichting van het hotel. (2011) Revolutionair voor die tijd was dat elke hotelkamer een eigen badkamer kreeg met spiegels geflankeerd door grote glazen lampen. De krant Chicago Daily News wist te melden dat de reden daarvoor was dat "een man die zich stond te scheren tenminste beide kanten van zijn gezicht kon zien zonder te hoeven raden."
In de hotellobby kwamen drie grote beelden te staan, waarvoor drie van de vier zonen van Ernest poseerden. (2001), p. 12 Er werd een bioscoop aangelegd met 1200 zitplaatsen en een bibliotheek waar de gasten boeken konden lenen. (2005) Ook was er een speelgoedwinkel, een kapsalon met 27 stoelen, een bowlingbaan met vijf banen, een drogisterij die het hele etmaal open was, en een ziekenhuis met twee afdelingen en een operatiekamer. De gangen werden voorzien van marmeren wanden. (2005), p. 45 e.v. Gearchiveerd op 30 juli 2023.
Om het hotel verder in te richten werden er vanuit Pennsylvania zeven vrachtwagens vol met glaswerk en tien vrachtwagenladingen met 300.000 stuks serviesgoed uit een fabriek uit New Jersey aangevoerd. De firma Scammell, die toen bekendstond om haar in art-decostijl ontworpen serviezen voor de hotelbranche en spoorwegmaatschappijen, kreeg de opdracht. Zij leverde de partij in een aardewerk-porseleinmelange die toen populair was en "Lamberton China" heette. – Another Serving of Restaurant China artikel in Suite101.com uit 2007 Op de bestelde dinerborden stond het silhouet van de vrouw van Ernest afgebeeld. (2006)
Drie vrachtwagens met gewapende beveiligers aan boord vervoerden het bestelde zilverwerk vanaf de fabriek ter waarde van 300.000 dollar. Hieronder bevonden zich 1000 oestervorkjes – het hotel had in de keukens een speciale pantry waar de verse oesters bewerkt en geserveerd werden. Alles wat voor de inrichting benodigd was zoals het hotelzilver, het glaswerk, de schilderijen, decoraties, de glasserviezen en de ornamenten werd speciaal voor het hotel vervaardigd en afgeleverd in enorme hoeveelheden.
Bouwkundige gegevens Boven op het hotel werd een overdekte wandelpromenade gebouwd en een suite in de vorm van een miniatuur Romeinse tempel. De totale hoogte van het gebouw werd hiermee 103 meter en 63 cm. Het gebruikte geraamte was een staalconstructie die daarna met bakstenen omsloten werd en deels verder afgewerkt met natuursteen en marmer. In de hotellobby werd een 33 meter lange plafondschildering aangebracht van hemel en wolken geheten "Windows to the Sky" geschilderd door A. Bonanno. – Landmark gegevens op de Emporis architectuursite
In het jaar van de opening lag er in alle hotelkamers een brochure van het architectenbureau, waarin alles over het hotel bouwkundig en qua inhoud werd beschreven. Het boekje behandelde de gekozen strakke variant van de beaux-artsarchitectuur met de bouwkundige opzet met negen indentaties aan de achterzijde waardoor alle kamers ondanks het volume uitkeken op de tuinen beneden of het Michiganmeer. Ook werd het interieur besproken, de opzet van de entree met de enorme lobby en hal met de trappen, de (nu niet meer bestaande) fontein met de bronzen beelden van de zoons van de eigenaar, ontworpen door Frederick Hibbard, de (nu ook niet meer bestaande) dakpromenade met de tegels van 90 vierkante centimeter onder een colonnade, de Japanse lunchroom met Japanse wandbeschilderingen op zijde, de bibliotheek met 20.000 boeken, de inrichting van de kamers met leeslampen en andere luxe, de eigen telefooncentrale en de eigen energiecentrale. – The Stevens – The World's Greatest Hotel, uitgave Holabird & Roche, 1927. Gearchiveerd op 6 maart 2016.
Bijzonder was de Grote Balzaal waar door het plaatsen van een frame langs de muren, dat bestond uit 350 stalen pilaren met dwarsverbindingen, voorkomen kon worden dat er gewerkt moest worden met pilaren in de ruimte zelf. Hierdoor ontstond een enorm ruimtelijk effect. De balzaal werd beschilderd met frescoschilderingen die gekopieerd waren van de muurschilderingen in het paleis van Versailles in Frankrijk. Aan het plafond hingen tien kristallen kandelaars met een aanschafprijs van 100.000 dollar per stuk en de zaal was aangekleed met drieduizend stoelen met bladgoudvergulsel. Naast deze grote balzaal waren er nog drie andere balzalen, drie grote restaurants en twintig royaal ingerichte toiletruimtes.
Vooroorlogse periode Eerste eigenaren De opdrachtgevers en initiators voor de bouw, die hiertoe heel het blok kochten, waren James W. Stevens en zijn zoon Ernest James Stevens. Zij waren samen met hun familie reeds de eigenaren van een verzekeringsbedrijf, de Illinois Life Insurance Company en hadden ook al een hotel in eigendom in Chicago, het LaSalle. De opgestelde begroting leverde een investeringsbedrag voor de bouw van het hotel op van 28 miljoen dollar. James Stevens was in 1886 als handelaar naar Chicago verhuisd vanuit Colchester in Illinois. Hij had daar een zakenimperium opgebouwd met zijn verzekeringsmaatschappij, aangevuld met een vastgoedportefeuille. Met zijn twee zonen, Raymond die de verzekeringstak runde en Ernest die het LaSalle hotel runde, besloot hij om het grootste hotel van Chicago te gaan bouwen. Ter financiering werd in 1925 de Stevens Hotel Company opgericht en werden er aandelen uitgegeven om de bouw te kunnen bekostigen. Met een positieve lancering in de financiële pers in die dagen en de te verwachten jaarinkomsten van 2,8 miljoen dollar netto op jaarbasis, liep de aandelenverkoop voorspoedig. Familieleden van de bedrijfseigenaren stapten voor tonnen in de onderneming.
Op 16 maart 1926 werd de eerste steen, de hoeksteen, gelegd door de familie op de hoek van de Michigan Avenue en Seventh Street. Onder de steen werd een artikel uit de Chicago Tribune begraven, opgeslagen in een koperen kistje. In het artikel stond een lovend redactioneel commentaar over de onderneming. (1926) De bouw werd voortvarend ter hand genomen en eind mei was het hoogste punt bereikt en kon daar de vlag gehesen worden. Alle werknemers ontvingen cash uit de handen van Ernest Stevens een bonus. Een blijk van waardering, zo vertelde hij hen, "voor het bijdragen aan de constructie van het grootste en mooiste hotel van de hele wereld." Toen hij er korte tijd later achter kwam dat een concurrent van plan was om naast zijn hotel in wording er een van 25 verdiepingen te gaan neerzetten, kocht hij snel het betreffende stuk land op voor een bedrag van 1 miljoen dollar.
Opening en festiviteiten Ten tijde van de oplevering en opening van het hotel in 1927 spraken de kranten over een "Nieuw Versailles dat was ontstaan op South Michigan Avenue", zoals onder meer het blad Hotel World Magazine het omschreef. – New Versailles on S. Michagan Avenue, Hotel World Magazine, weekblad d.d. 30 april 1927 Qua luxe en grandeur was het hotel onovertroffen in die dagen met zijn zeer royale afmetingen, voorzieningen en luxe interieur. Het grootste hotel ter wereld was tot stand gekomen. De voorzieningen als een minigolfbaan op het dak in de "Hi Ho Club", de ijssalons door het hele gebouw, waar per uur 550 liter vers gemaakt ijs te verkrijgen was, de exclusieve restaurants binnenshuis en de grote balzalen met handgeschilderde fresco's en gestucte muren met beeldhouwwerken waren ongezien in die dagen.
De officiële opening als Stevens Hotel was op 2 mei 1927. Overeenkomend met het aantal kamers had men ervoor gekozen om 3000 gasten uit te nodigen uit de hogere kringen van Chicago. Elke gast ontving bij aankomst een bronzen souvenir. De mannen kregen een asbak, de vrouwen een set boekensteunen. Op de geschenken stonden in reliëf portretten van de twee zoons van Stevens afgebeeld. Het eigen hotelorkest, de "Stevens Hotel Orchestra" verzorgde de dansmuziek en de hele society van de stad danste en dineerde in de grote balzaal en de eetzalen.
De eerste gast die zich die dag inschreef was de toenmalige vicepresident van de Verenigde Staten, Charles Dawes en de tweede was de Cubaanse president Gerardo Machado. De vicepresident van Amerika hield een toespraak ter ere van de opening en het bezoek van de Cubaanse president tijdens het diner.
De zoon van Ernest Stevens, Jean Paul, was toentertijd zeven jaar oud en mocht lang opblijven. Hij ontmoette daar een van de gasten tijdens het diner ter ere van Machado, de beroemde pilote Amelia Earhart die hem vroeg "Is het niet wat laat voor je aan het worden want je moet morgen toch weer naar school?" – The Dissenter, artikel in dagblad The New York Times d.d. 23 september 2007, p. 3
Twee dagen later was de landelijke inhuldiging voor de film en theaterwereld met het Motion picture Association Ball. Wederom waren er 3000 gasten genodigd waaronder beroemdheden als de filmproducent Cecil B. DeMille, de bokser en filmacteur Victor McLaglen en de toentertijd beroemde filmster uit Chicago zelf, Milton Sills.
Management