De Orde van het Britse Rijk (Engels: The Most Excellent Order of the British Empire, afkorting: OBE) is een Britse ridderorde, opgericht op 4 juni 1917 door koning George V. In principe wordt de onderscheiding toegekend aan staatsburgers van het Verenigd Koninkrijk of andere landen waarvan de Britse koning het staatshoofd is, maar ook inwoners van andere landen kunnen deze onderscheiding ontvangen. In 1918 werd de orde gesplitst in een militaire en een civiele afdeling, "Division" genoemd. De kleinoden en sterren zijn voor beide divisies, de Militaire Divisie en de Civiele Divisie gelijk, maar de militairen dragen een lint met een dunne grijswitte middenstreep. De Orde kent een soeverein, een grootmeester en vijf graden. Het motto van de orde is: "For God and the Empire".

De vijf rangen De soeverein van de Orde van het Britse Rijk is de regerend koning of koningin van het Verenigd Koninkrijk.

De Britse regering benoemt een grootmeester, sinds 2024 is dat koningin Camilla. Haar voorgangers waren Edward, prins van Wales (1917–1936), koningin Mary (1936–1953), en prins Philip, hertog van Edinburgh (1953–2021). Van 2021 tot 2024 was de functie vacant. Officieel is zij Grand Master and First and Principal Knight Grand Cross of the Most Excellent Order of the British Empire. Ridder en dame-grootkruis De ridders en dames-grootkruis (Knights en Dames Grand Cross) dragen het kruis van de orde aan een keten of aan een breed lint over de rechterschouder. Op de linkerborst dragen de grootkruisen een zilveren ster. De grootkruisen dragen bij bijzondere gelegenheden een roze satijnen met parelgrijs satijn gevoerde mantel met de ster van de orde op de linkerschouder. Zij mogen de letters GBE achter hun naam plaatsen en verkrijgen het persoonlijke adeldom. Dat houdt in dat de echtgenote of weduwe van een Knight Grand Cross: "Lady ....." genoemd wordt.

Ridder en dame-commandeur De ridders en dames-commandeur (Knights en Dames Commander) dragen het kruis van de orde aan een lint om de hals. Op de linkerborst dragen zij een zilveren plaque. Zij mogen de letters KBE (Knights) of DBE (Dames) achter hun naam plaatsen en verkrijgen het persoonlijke adeldom (en mogen het predicaat Sir of Dame voeren). Dat houdt in dat de echtgenote of weduwe van een Knight Commander: "Lady ....." genoemd wordt.

Commandeur De commandeurs (Commanders) dragen het kruis van de orde aan een lint om de hals of, in het geval van dames, aan een strik op de linkerschouder. Zij mogen de letters CBE achter hun naam plaatsen.

Officier De officieren (Officers) dragen het gouden, niet-geëmailleerde, kruis van de orde aan een lint of strik op de linkerschouder. Zij mogen de letters OBE achter hun naam plaatsen.

Lid De leden (Members) dragen het zilveren, niet-geëmailleerde, kruis van de orde aan een lint of strik op de linkerschouder. Zij mogen de letters MBE achter hun naam plaatsen.

De ketens worden in bruikleen gegeven, alle andere versierselen zijn eigendom van de gedecoreerde personen.

De medaille right|200px|thumb|Tweemaal de medaille, voor verdienste en voor dapperheid Aan de orde is ook een medaille, de British Empire Medal, voor 1922 Medal of the Order of the British Empire geheten, verbonden, die aan het lint van de orde worden gedragen. Militairen dragen een lint met een smalle grijswitte middenstreep. Het is (ook voor buitenlanders) gebruikelijk om de letters: "B.E.M.", achter de naam te plaatsen. Wanneer deze medaille, die ook naast de orde kan worden gedragen en verleend, voor dapperheid werd toegekend, worden op het lint twee ineengestrengelde zilveren eikenbladeren bevestigd.

Op de medaille is een zittende Brittania afgebeeld onder een zon. Op de afsnede van de medaille is ruimte voor de tekst: "MERITORIOUS SERVICE" of "GALLENTRY".

De medaille kreeg sterk het karakter van een "medaille voor de gewone man". De zeer standsbewuste Britse regering verleende de medaille aan personen die niet voor een ridderorde in aanmerking kwamen, bijvoorbeeld omdat zij met hun handen werkten. De dragers van de medaille waren dan ook geen lid van de Orde van het Britse Rijk.

De medaille voor moed was zeer in aanzien en werd alleen na bijzondere daden die getuigden van dapperheid en opofferingsgezindheid uitgereikt. De dragers van de medaille kregen gelegenheid om de medaille in te ruilen voor een George Cross, de op een na hoogste Britse onderscheiding. Niet iedereen heeft daarvan gebruik gemaakt.

In het Verenigd Koninkrijk werd de medaille tussen 1992 en 2012 niet meer verleend, een aantal landen van het Gemenebest kende deze onderscheiding nog wel toe. Daaronder zijn Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Papoea-Nieuw-Guinea, de Bahama's en de Cookeilanden.

In 2012 kwam de conservatieve regering van premier Cameron terug op het besluit van de regering-Major. John Major had het element van klasse-onderscheid willen verminderen door de medaille te schrappen. In de Birthday Honours List van 2012 keerde de medaille weer terug als: "working-class honour".Honours for Branagh and Jowell, BBC News De herintroductie werd goed ontvangen.

De titels en afkortingen thumb|Ster van ridder Grootkruis Iedereen die in de Orde van het Britse Rijk is opgenomen is gerechtigd de afkorting van de verkregen rang, zogeheten postnominale letters achter zijn naam te zetten. Dat geldt ook voor de buitenlandse ‘honoraire’ leden. Ook in de Verenigde Staten van Amerika worden deze letters gebruikt. De buitenlandse leden verkrijgen geen Brits adeldom. Toch is het niet ongebruikelijk om een honorair ridder-commandeur of honorair ridder-grootkruis beleefdheidshalve met: "Sir" of "Dame", aan te spreken.http://www.discogs.com/artist/Bernard+Haitink?anv=Sir+Bernard+Haitink&filter_anv=1 2012

De hoogste twee rangen zijn 'knightly', wat wil zeggen dat er een adellijke, ridderlijke titel aan is verbonden: heren plaatsen de titel Sir voor hun naam en dames de titel Dame (met de afkorting van rang achter de naam). Het is hierbij de gewoonte dat de echtgenote van een 'knight' de titel Lady voert (zoiets geldt echter niet voor de echtgenoot van een 'dame'). Knights en Dames Grand Cross en Knights en Dames Commander die geen onderdanen zijn van de Britse koning (m.a.w. geen Brits staatsburger of van een ander land waarvan de koning het staatshoofd is) mogen niet de ridderlijke titel voeren. Voorbeeld is Bill Gates die geridderd was tot Knight Commander of the British Empire en zich dus niet "Sir William" mag noemen maar wel "William Henry Gates III, KBE" (tenzij hij zich laat naturaliseren tot Brits staatsburger). De onderscheiding van dame-commandeur wordt veel vaker verleend dan die van ridder-commandeur. Dat komt doordat hooggeplaatste vrouwelijke rechters geen Knight Bachelor (ridder, maar niet in een ridderorde) kunnen worden zoals hun mannelijke collegae. Zij worden daarom in de Orde van het Britse Rijk benoemd.

De postnominale letters thumb|150px|Linten van de civiele en militaire divisies van de Orde van het Britse Rijk. In het Verenigd Koninkrijk en in het Gemenebest is het gebruikelijk om het bezit van onderscheidingen, titels en lidmaatschap van bepaalde instituten aan te duiden met postnominale letters achter de naam. Voor de Orde van het Britse Rijk zijn de volgende postnominale letters voorgeschreven:

GBE KBE en DBE CBE OBE MBE

De letters GMBE (Grand Master of the Order of the British Empire) zijn niet gebruikelijk.

Versierselen thumb|Plaque van een ridder-commandeur Het kruis is een gouden, lichtblauw geëmailleerd kruis met afgeronde punten. In het midden is een gouden medaillon geplaatst met de portretten van de gekroonde George V en koningin Mary. Daaromheen is een rode band met het motto van de orde in gouden letters gelegd. Op de keerzijde is het gouden monogram van George V als koning en keizer van het Verenigd Koninkrijk en India aangebracht. Boven het kleinood is als verhoging een gouden kroon aangebracht. Het grootkruis is vrij zwaar en groot maar de kruisen worden steeds iets kleiner bij de lagere rangen in de orde. Voor 1937 was Brittania, de Britse maagd, afgebeeld in het medaillon. Het lint was tot 1937 paars of in de Militaire Divisie, paars met een brede rode streep in het midden.

De gouden geëmailleerde keten heeft elf grote en twaalf kleine schakels. De grote schakels stellen zeeleeuwen met drietanden voor, de kleinere schakels tonen het koninklijk wapen en de initialen: "GRI". De ster is van zilver en heeft acht punten Op de ster is het medaillon van de orde gelegd. De plaque is van zilver en heeft vier korte en vier lange stralen. Op de plaque is het medaillon van de orde gelegd. Het lint was tot 1937 paars, maar is nu rozerood met parelgrijze randen. De militaire divisie kent een grijze middenstreep die vroeger rood was. De mantel was bij de oprichting van paars satijn, maar werd in 1937 opnieuw ontworpen, nu in roze zijde.

Op de zilveren medaille is Brittania afgebeeld. Rondom haar is de tekst: "For God and the Empire" en "For Merituous Service" (voor verdienstelijke dienst) geplaatst. Op de keerzijde staat het monogram van de stichter.

Alle graden en de medaille worden op rokkostuum en soms op smokingjasjes als miniaturen gedragen. Militairen dragen modelversierselen, opgemaakte versieringen, miniaturen of, op dagelijks uniform, een baton.

Beambten of officieren De Britse orden kennen ‘officers’ die de orde besturen en de ceremoniële taken vervullen. De Orde van het Britse Rijk kent als enige orde officieren als graad in de orde en daarom heten de ‘officers’ hier ‘officials’. Er is een prelaat, dat is de bisschop van Londen, een deken, een secretaris, een archivaris, een wapenkoning en een ceremoniemeester, de ‘Gentleman Usher of the Purple Rod’. Er zijn in de 20e eeuw vijf purple rods geweest, de huidige purple rod sinds 30 november 2000 Alexander Graham. Zijn voorgangers werden allen als ridder-grootkruis in de orde opgenomen.

Geschiedenis right|200px|Keten en ster De orde is de meest recente en heeft meer leden dan de andere Britse ridderorden. Koning George V stelde de orde in omdat zijn land in de Eerste Wereldoorlog democratischer was geworden en een onderscheiding nodig was voor de talloze mensen die zich voor de koning en het rijk hadden ingezet. De orden van het Bad en Sint-Michaël en Sint-George werden alleen aan de regerende elite verleend. In de eerste jaren na de oprichting werd door velen erg op de Orde van het Britse Rijk neergekeken.

De instelling van een nieuwe ridderorde van de Britse staat, voor het eerst sinds honderd jaar, was het antwoord op de ongeëvenaarde wijze waarop de Britse bevolking in de Eerste Wereldoorlog bij de oorlogsvoering werd betrokken. Voor het eerst was de oorlog geen zaak van huurlingen en adellijke officieren die een kabinetsoorlog uitvochten, voor het eerst werd de gehele de bevolking in de oorlogsvoering betrokken. De totale oorlogen van de 20e eeuw vroegen om grotere offers, aan het front en aan het thuisfront, dan ooit tevoren. De Orde van het Britse Rijk was de eerste Bitse ridderorde waarin ook vrouwen werden opgenomen. De orde werd ook gebruikt om vreemdelingen te belonen die de Britten in de strijd, voornamelijk tegen Duitsland en Turkije, hadden bijgestaan. In het begin van de oorlog was het voor de ambtenaren in Londen een bittere pil dat het leger en de marine zo'n groot beslag legden op de enige beschikbare orden, de exclusieve Orde van het Bad en de even aanzienlijke Orde van Sint-Michaël en Sint-George.

In 1918 werd de Orde van het Britse Rijk in een Militaire Divisie en een Civiele Divisie opgedeeld. Tussen de twee divisies is geen verschil in rang, wanneer een militair voor verdiensten in het leger een MBE met een zilveren middenstreep (kenmerk van de Militaire Divisie) heeft ontvangen zal deze na verdiensten in het burgerleven worden vervangen door een OBE van de Civiele Divisie, zonder de middenstreep.