De psychologie van arbeid en gezondheid (PAGO, ook wel occupational health psychology (OHP) genoemd) is ontstaan uit twee aparte toegepaste disciplines binnen de psychologie, namelijk de gezondheidspsychologie en de arbeids- en organisatiepsychologie.Everly, G. S., Jr. (1986). An introduction to occupational health psychology. In P. A. Keller & L. G. Ritt (Eds.), Innovations in clinical practice: A source book, Vol. 5 (pp. 331-338). Sarasota, FL: Professional Resource Exchange. Het veld wordt gewoonlijk gezien als onderdeel van de arbeidspsychologie.
De PAGO houdt zich bezig met de psychosociale kenmerken van de werkomgeving die bijdragen aan de ontwikkeling van gezondheidsgerelateerde problemen in de werkende mens.National Institute for Occupational Safety and Health. (2009) Occupational health psychology. Ook wordt onderzocht hoe de werkomgeving zodanig aangepast kan worden dat de gezondheid en het welzijn van werknemers toeneemt, zonder dat hun productiviteit daaronder lijdt.
Onderzoekers in deze discipline houden zich bezig met een verscheidenheid aan psychosociale werkkenmerken die gerelateerd zouden kunnen zijn aan lichamelijke en mentale klachten. De lichamelijke gezondheidsklachten variëren van door ongelukken ontstane klachten tot cardiovasculaire problematiek. Mentale gezondheidsklachten betreffen bijvoorbeeld werkstress, burn-out en depressie. Daarnaast bestudeert deze discipline ook de relatie tussen enerzijds werkkenmerken en anderzijds gezondheidsgedrag (zoals roken en alcoholconsumptie) en attituden zoals tevredenheid, betrokkenheid en bevlogenheid. Voorbeelden van dergelijke psychosociale werkkenmerken die gerelateerd zijn aan gezondheid zijn bijvoorbeeld werkdruk en autonomie in het werk,Karasek, R. A. (1979). Job demands, job decision latitude, and mental strain: Implications for job redesign. Administrative Science Quarterly, 24, 285-307. de balans tussen inspanning op het werk en de beloning daarvoor (denk aan het salaris, erkenning, status, promotiemogelijkheden),Siegrist, J. (1996). Adverse health effects of high effort-low reward conditions at work. Journal of Occupational Health Psychology, 1, 27-43. en de mate waarin leidinggevendenMoyle, P. (1998). Longitudinal influences of managerial support on employee well-being. Work & Stress, 12, 29-49. en collega'sBeehr, T. A., Jex, S. M., Stacy, B. A., & Murray, M. A. (2000). Work stressors and coworker support as predictors of individual strain and job performance. Journal of Organizational Behavior, 21, 391 405 ondersteuning bieden op het werk. Een ander belangrijk onderzoeksgebied betreft de mate waarin ervaringen op het werk het functioneren thuis (en vice versa) beïnvloeden.Haines, V. Y. III, Marchand, A., & Harvey, S. (2006). Crossover of workplace aggression experiences in dual-earner couples. Journal of Occupational Health Psychology, 11, 305-314..
Professionele organisaties Drie belangrijke internationale organisaties die zich bezighouden met de psychologie van arbeid en gezondheid zijn de Society for Occupational Health Psychology (SOHP), de European Academy of Occupational Health Psychology (EA-OHP), en de International Commission on Occupational Health's committee on Work Organisation and Psychosocial Factors (ICOH-WOPS). Twee belangrijke tijdschriften in dit veld zijn het Amerikaanse Journal of Occupational Health Psychology (JOHP) en het Europese Work & Stress (W & S). Deze tijdschriften zijn verbonden met twee van de hiervoor genoemde organisaties (JOHP met de SOHP; W & S met de EA-0HP).
Oorsprong Voorlopers De fundering van de PAGO is gelegd door diverse personen. De Industriële revolutie in de 19de eeuw zorgde ervoor dat denkers en practici belangstelling kregen voor de aard van het werk, bijvoorbeeld Marx'Marx, K. (1967/1845). The German ideology. In L. D. Easton & K. H. L. Guddat (Red. and vert.), Writings of the young Marx on philosophy and society. Garden City, NY: Doubleday. theorie over de vervreemding van arbeid is bijvoorbeeld zeer invloedrijk gebleken. Taylor's (1911) Principles of Scientific ManagementTaylor, F. W. (1911). Principles of Scientific Management. Norwood, MA: The Plimpton Press. en Mayo’s onderzoek in 1920-1930 naar het zogenaamde Hawthorne effectMayo, E. (1933) The human problems of an industrial civilization. New York: MacMillan. zorgde ervoor dat de arbeider en diens werkomgeving een legitiem onderwerp voor psychologisch onderzoek werd. Marie Jahoda, Paul Lazarsfeld en Ziesels (1971/1932) baanbrekende werk over de impact van werkloosheid op het leven in een kleine Oostenrijkse gemeenschapJahoda, M., Lazarsfeld, P.F., & Ziesel, H. (1971/1932). Marienthal: The sociography of an unemployed community [Originally published as Die Arbeitslosen von Marienthal]. Chicago: Aldine. droeg eveneens bij aan de ontwikkeling van de PAGO.
Tweede Wereldoorlog – 1970 De start in 1948 van het Institute for Social Research aan de Universiteit van Michigan was een belangrijke stimulus voor onderzoek naar de relatie tussen werkkenmerken en gezondheid, vanwege het interdisciplinaire karakter van het onderzoek dat daar plaatsvond. Veel invloedrijke psychologische en sociologische studies naar arbeid en gezondheid werden opgezet door onderzoekers die aan dit instituut waren verbonden.Quinn, R.P. et al. (1971). Survey of working conditions: Final report on univariate and bivariate tables, Document No. 2916-0001. Washington, DC: U. S. Government Printing Office.House, J.S. (1980). Occupational stress and the mental and physical health of factory workers. Ann Arbor: Survey Research Center, Institute for Social Research, University of Michigan.Caplan, R. D., Cobb, S., & French, J. R. P., Jr. (1975). Relationships of cessation of smoking with job stress, personality, and social support. Journal of Applied Psychology, 60, 211-219. Onderzoek van Trist en Bamforth (1951) dat liet zien dat de afname in de autonomie van werknemers die gepaard gaat met organisatieveranderingen negatief effect had op hun attituden ten aanzien van het werkTrist, E. L., & Bamforth, K. W. (1951). Some social and psychological consequences of the longwall method of coal getting. Human Relations, 14, 3-38. was eveneens zeer invloedrijk.
1980 – heden De term occupational health psychology kwam internationaal op in de jaren 1980. In 1987 werd het eerste wetenschappelijke tijdschrift dat gewijd was aan PAGO (W & S) gelanceerd.Cox, T., Taris, T., & Tisserand, M. (2009). Across the pond: The journal Work and Stress. Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 6, 17. In 1990 formuleerden Raymond, Wood en Patrick een baanbrekend artikel in de American Psychologist (het verenigingsorgaan van de invloedrijke American Psychological Association, APA) het idee dat één doel van de psychologie zou moeten zijn om 'gezonde werkplekken' te creëren.Raymond, J., Wood, D., & Patrick, W. (1990). Psychology training in work and health. American Psychologist, 45, 1159-1161. In 1996 verscheen het eerste nummer van het Amerikaanse tijdschrift Journal of Occupational Health Psychology.Quick, J.C. (2010). The founding of the Journal of Occupational Health Psychology. Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 9, 13, 15-16. In 1998 organiseerde de ICOH-WOPS een eerste internationale conferentie in Kopenhagen over arbeid en gezondheid.The Second International Conference on Psychosocial Factors at Work (2005). In 1999 werd de European Academy of Occupational Health Psychology (EA-OHP) opgericht.Houdmont, J. (2009). Across the pond: A history of the European Academy of Occupational Health Psychology. Newsletter of the Society of Occupational Health Psychology, 7, 4-5. De EA-OHP initieerde een eigen serie internationale conferenties over de psychologische aspecten van arbeid en gezondheid. De Amerikaanse tegenhanger van de EA-OHP, de Society for Occupational Health Psychology (SOHP) werd in 2005 opgericht.Hammer, L. B., & Schonfeld, I. S. (2007). The historical development of the Society for Occupational Health Psychology (SOHP). Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 1, 2.
In Nederland werd de eerste (en tot op heden enige) leerstoel in de psychologie van Arbeid en Gezondheid ingesteld in 1995, toen Wilmar Schaufeli aan de Universiteit Utrecht werd aangesteld als hoogleraar op dit terrein. Inmiddels kent Nederland een aantal internationaal bekende onderzoekers op dit terrein; naast Schaufeli zijn dat onder anderen Arnold Bakker (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Jan de Jonge (Technische Universiteit Eindhoven). Gezamenlijk redigeerden deze onderzoekers de eerste editie van het bekendste Nederlandstalige leerboek op het terrein van arbeid en gezondheid.Schaufeli, W.B., Bakker, A.B., & De Jonge, J. (red., 2003). De psychologie van arbeid en gezondheid. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
Onderzoek Deze sectie beoogt niet een uitputtend overzicht te bieden van al het onderzoek dat tot op heden heeft plaatsgevonden op dit gebied. Wel geeft het onderzoek hieronder een indruk van de breedte en het type onderzoek dat wordt uitgevoerd en het type resultaten dat dit onderzoek oplevert.
Werkstress en cardiovasculaire klachten thumb|Model van Robert Karasek. Er is een aantal factoren bekend dat het risico op cardiovasculaire klachten vergroot. Deze risicofactoren omvatten onder andere roken, overgewicht, LDP cholesterol, gebrek aan beweging, en hoge bloeddruk. Echter, ook het werk zou invloed kunnen hebben op het ontstaan van dit soort klachten; daarbij zou het met name gaan om de combinatie van weinig zeggenschap/autonomie op het werk en een hoge werkdruk.. Op basis van twee grootschalige Amerikaanse datasets rapporteerde Murphy (1991) dat ook de werkzaamheden die mensen beroepshalve uitvoeren hierop van invloed zijn, naast de hiervoor genoemde risicofactoren. Het gaat daarbij om werk dat continue waakzaamheid vereist en beroepen waarbij mensen grote verantwoordelijkheid dragen voor anderen.Murphy, L. R. (1991). Job dimensions associated with severe disability due to cardiovascular disease. Journal of Clinical Epidemiology, 44, 155 166. Denk daarbij aan werk in de transportindustrie (luchtverkeersleiders, piloten, buschauffeurs) en leraren. De bevinding dat werkstress bijdraagt aan het ontstaan van cardiovasculaire problematiek is sindsdien vaak gerepliceerd.Belkić, K., et al. (2000). Psychosocial factors: Review of the empirical data among men. Occupational Medicine: State of the Art Reviews, 15, 24-46. Brisson, C. (2000). Women, work, and cardiovascular disease. Occupational Medicine: State of the Art Reviews, 15, 49-57. .
Effort-reward imbalance en cardiovasculaire klachten Een bekend werkstressmodel is het effort-reward imbalance model van Siegrist en collega's.Siegrist, J., & Peter, R. (1994). Job stressors and coping characteristics in work-related disease: Issues of validity. Work & Stress, 8, 130-140. Het model veronderstelt dat een hoge inspanning (effort) gekoppeld aan weinig intrinsieke en extrinsieke beloningen (rewards) leiden tot een toename van cardiovasculaire klachten. Deze gedachte is inmiddels diverse malen empirisch ondersteund.Landsbergis, P., et al. (2003). The workplace and cardiovascular disease: Relevance and potential role for occupational health psychology. In J. C. Quick & L. E. Tetrick (red.), Handbook of occupational health psychology (pp. 265-287). Washington, DC: American Psychological Association.
Ontslag