thumb|Animatie over de stad Carthago thumb|300px|Carthago, 1880 Carthago (Punisch: Qart Hadasht (15px15px15px 15px15px15px15px; "nieuwe stad"); Oudgrieks: Καρχηδών, Karchēdṓn; Nederlands, verouderd: Karthaag, Karthago) was een belangrijke Fenicische handelsstad in Noord-Afrika. In de oudheid was Carthago de hoofdstad van het Carthaagse imperium (met Afrika, de Balearen en delen van Spanje, van Sardinië en van Sicilië). De inwoners van Carthago werden door de Romeinen Puniërs (Latijn: Punici) of Carthagers genoemd.
In de 3e eeuw v.Chr. was het Carthaagse Rijk de grootste rivaal van het Romeinse Rijk. Na de nederlaag van de stad in de oorlog tussen Rome en de Carthaagse generaal Hannibal, verloor Carthago in 202 v.Chr. alle bezittingen buiten Noord-Afrika. Carthago werd tijdens de slotfase van de Derde Punische Oorlog door de Romeinen in 146 v.Chr. geheel verwoest en het resterende deel van de Carthaagse invloedssfeer werd als de provincie Africa onderdeel van het Romeinse Rijk. In 44 v.Chr. werd de stad wegens de gunstige ligging door de Romeinen weer opgebouwd en groeide ze uit tot de derde stad in het Romeinse Rijk van de eerste eeuwen na Christus (na Rome zelf en Alexandrië).
De resten van het oude Carthago (Frans: Carthage, Arabisch: قرطاج) liggen ongeveer 10 km ten oosten van het huidige Tunis, de hoofdstad van Tunesië.
Geschiedenis thumb|350px|Overzichtsfoto Carthago. Foto: 8 juni 2006 (NASA)
Oorsprong De stad werd volgens de overlevering in 814 v.Chr. gesticht door de Feniciërs.Charles Krahmalkov - The Foundation Date of Carthage, 814 B.C., The Douimes Pendant Inscription, Journal of Semitic Studies 26 (1981), 177-91 Hoewel de oudste gedateerde archeologische vondsten op ongeveer 725 v.Chr. gedateerd zijn, lijkt het gegeven jaartal redelijk correct, omdat er ook aardewerkresten gevonden werden die waarschijnlijk ouder zijn. Het meest waarschijnlijk is dat de stad geleidelijk gegroeid is uit een van de lokale handelsposten van de Feniciërs, die deze op gunstige plaatsen overal langs de Middellandse Zeekusten vestigden.
Volgens de legende, zoals verhaald door de geschiedschrijver Pompeius Trogus,Marcus Junianius Justinus - Epitome, XVIII: 6 - uittreksel van Historiae Philippicae van Pompeius Trogus (Engelse vertaling) werd de stad gesticht door de gevluchte prinses Dido uit Tyrus. De legende vertelt verder dat de prinses door de Numidische koning Hiarbas werd verwelkomd. Zij vroeg hem om slechts zoveel land als ze met een enkele ossenhuid kon omgeven. Dido sneed van de huid een lange smalle reep, waarmee ze een hele heuvel afbakende. Op deze heuvel, Byrsa genaamd, bouwde ze een citadel.Een meer pragmatische reden dat de Numidiërs de Fenische nederzetting toestonden was waarschijnlijk dat de Feniciërs tijdens hun handelsreizen al eerder in contact kwamen met de Numidiërs en dat de Numidiërs beseften dat ze de Fenicische handelskennis goed konden gebruiken.
Volgens de Romeinse mythologie bracht de Trojaanse held Aeneas tijdens zijn reizen ook een bezoek aan Dido. Vergilius beschrijft in zijn heldendicht Aeneis de stad met de grote ommuurde burcht, de geplaveide wegen, de haven, het theater en in het midden van de stad het heilige bos met de reusachtige tempel van Juno Caelestis, de beschermgodin van de stad. Dido werd verliefd op Aeneas en toen deze later vertrok naar Latium in Italië pleegde Dido zelfmoord door zich neer te steken op een brandstapel die daarna werd aangestoken.Vergilius - Aeneis, zang I-IV (Nederlandse vertaling) Bij hun vestiging beperkten de Feniciërs zich aanvankelijk tot een klein gebied om oorlog met de Numidiërs te vermijden en alhoewel er een intensieve samenwerking was, bleef deze in de handel relatief beperkt, althans volgens de Berberse schrijver Mohamed Chafik.Mohammed Chafik - Elements lexicaux Berberes pouvant apporter un eclairage dans la recherche des origines prehistoriques des pyramides.
Uitbreiding Nadat het Fenicische thuisland tussen 550 en 500 v.Chr. onder invloed van Perzië kwam en Tyrus' handel beperkt werd tot het oostelijke deel van de Middellandse Zee, ontwikkelde Carthago zich snel tot de belangrijkste zeemacht in het westelijke bekken van de Middellandse Zee. Een voor een werden de westelijke Fenicische kolonies en handelsposten door Carthago overgenomen en ook vele nieuwe werden door hen gesticht. Zelfs op de Atlantische kust van Marokko, voorbij de Zuilen van Hercules, werden handelsposten gevestigd en verkenningstochten uitgevoerd. Volgens sommige archeologen bezochten Carthaagse schepen ook de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren. Volgens sommige geschiedschrijvers voer de Carthaagse ontdekkingsreiziger Hanno zelfs om Afrika heen in opdracht van een Egyptische farao.Herodotus - Historiën, IV: 42-43 (Engelse vertaling). Gearchiveerd op 1 april 2023.
Carthago eiste ten slotte zelfs het alleenrecht op over de zeehandel en de Carthaagse schepen gingen over tot het tot zinken brengen van rivalen die ze op 'hun zee' aantroffen. Carthago werd daarmee de meest geduchte tegenstander en rivaal van de eveneens handeldrijvende en koloniserende Westelijke GriekenHerodotus - Historiën, VII: 165–167 (Engelse vertaling). Gearchiveerd op 12 mei 2023. (hoofdzakelijk de Grieken uit Syracuse op Sicilië en uit Massilia in Zuid-Frankrijk) en nog later van de zich uitbreidende stadstaat Rome. Vaak verbonden de Carthagers zich met de Etruskische stadstaten om zo beter de concurrentie van de Grieken te weerstaan. Uiteindelijk leidde de rivaliteit met de Romeinse Republiek tot de drie Punische oorlogen.Polybios - Historiën, 1.7–1.60 De Carthagers werden door de Romeinen 'Puniërs' genoemd; deze naam is afgeleid van 'Feniciërs'.
De Punische oorlogen
In de drie Punische oorlogen (volgens de Romeinen Bella Punica) tussen de Romeinse Republiek en Carthago werd gevochten om de hegemonie in de westelijke helft van het Middellandse Zeegebied. In de tweede van deze oorlogen wist Carthago Rome ernstig te bedreigen, maar uiteindelijk behaalde Rome een totale overwinning. De oorlogen vonden met onderbrekingen plaats tussen 264 en 146 v.Chr.
Eerste Punische Oorlog De Eerste Punische Oorlog werd vooral ter zee uitgevochten, tussen 264 en 241 v.Chr. De Romeinen, die tot dan toe weinig maritieme ervaring hadden, veroverden hierbij de macht over de westelijke Middellandse Zee. De Carthagers moesten hun vloot tot honderd schepen verkleinen. De suprematie van de Carthaagse koopvaardij kwam hiermee ten einde. Noodgedwongen legden de Carthagers zich toen toe op de vergroting van hun landimperium: in Noord-Afrika en vooral op het Iberisch Schiereiland. Huurlingen van lokale Iberische en Numidische afkomst kwamen in opstand, maar de Carthagers konden die huurlingenoorlog met behulp van Griekse huurlingen na veel bloedvergieten neerslaan. Beide mogendheden zouden veel gebruikmaken van huurlingen in de twee volgende oorlogen, maar als de buit niet opwoog tegen de risico's, viel hun betrouwbaarheid nogal eens tegen.
Tweede Punische Oorlog De rivaliteit en het wantrouwen tussen de grootmachten van het westen van de Middellandse Zee waren na de eerste Punische Oorlog allerminst uit de wereld. Na verloop van tijd kwamen ze weer in conflict over de afbakening van hun invloedssferen, deze maal in Iberia. Vooral de Iberische stad Saguntum, het huidige Sagunto, speelde hierin een rol. Toen Rome een verbond sloot met Saguntum, dat in de Carthaagse invloedssfeer lag, was de Tweede Punische Oorlog dan ook onvermijdelijk.
De Carthaagse legerleider Hannibal Barkas besloot grondig met de Romeinen af te rekenen door hen rechtstreeks in Italië aan te vallen. Zijn plan stuitte op tegenstand van een Carthaagse politieke factie onder leiding van Hanno de Grote, die een dergelijk avontuur een slecht idee vond. Hannibal stak niettemin vanuit Iberia de Pyreneeën en de Alpen over met een groot leger, grotendeels bestaande uit Iberische Kelten en Noord-Afrikaanse Libiërs (vooral Numidiërs en Mauri). Volgens de twee eeuwen later levende Romeinse geschiedschrijver Livius deed hij dat in oktober/november 218 v.Chr. en had hij 37 krijgsolifanten bij zich. In veel geschiedenisboeken wordt gezegd dat het twintig olifanten waren. Aanvankelijk boekte Hannibal, een briljant veldheer, grote successen tegen de Romeinen, waarmee hij een blijvende plaats in het Romeinse bewustzijn veroverde. "Hannibal ante portas!" werd een standaard-uitdrukking voor een dodelijk gevaar. De Romeinse Republiek werd in de Slag bij Cannae in 216 v.Chr. tot de rand van de afgrond gedreven, niet alleen door de enorme verliezen, maar ook omdat de eigen Italiaanse bondgenoten aan Rome gingen twijfelen; bovendien sloot Philippos V van Macedonië een verbond met Carthago om in 214 v.Chr. de Eerste Macedonische Oorlog tegen Rome te beginnen. Het laatste onafhankelijke deel van Sicilië sloot ook een verbond met Hannibal.
De Romeinen bleken echter te kunnen leren, zowel van hun eigen fouten als van de tactiek van de vijand. Zij streefden niet meer naar een beslissende overwinning op Hannibal, maar schakelden over op een uitputtingsstrategie tegen Hannibal in Italië en trachtten diens verbinding met zijn uitvalsbasis in Iberia af te snijden. Vanaf 211 v.Chr. werden hiermee belangrijke successen geboekt, toen de grote Romeinse veldheer Publius Cornelius Scipio I in Iberia landde en daar een aantal overwinningen behaalde op minder briljante veldheren dan Hannibal. De trouw van Carthago's Numidische en Keltiberische bondgenoten liet te wensen over. Keltiberische stammen sloten zich zelfs aan bij de Romeinen. Commandant Hamilcar, Hannibals broer, werd de grond te heet onder de voeten in Iberia en hij trok naar Italië om Hannibal te versterken, maar werd al in Noord-Italië verslagen en gedood tijdens de belangrijke Romeinse overwinning in de Slag bij de Metaurus in 207 v.Chr. Hannibal moest het in Italië voortaan dus stellen met wat plaatselijke dubieuze bondgenoten. Na bijna vijftien jaar van belegeringen (maar nooit van de stad Rome), en te weinig overwinningen in veldslagen, moest Hannibal vanuit Italië oversteken naar zijn vaderstad, want de Romeinen hadden inmiddels de Carthagers compleet uit Iberia verdreven en waren overgestoken naar Africa. Daar bedreigden zij Carthago zelf, met steun van de toen ook naar hen overgelopen Numidiërs. Hannibal werd in 202 v.Chr. beslissend verslagen in de Slag bij Zama Regia.
De Carthagers moesten volgens een door de Romeinen opgelegd verdrag hun invloedssfeer beperken tot het tegenwoordige Noord-Tunesië en werden als het ware onder curatele van Rome gesteld. Dit werd niet door iedereen in Rome als voldoende beschouwd. Carthago herstelde zijn welvaart en voerde een lucratieve handel in landbouwproducten met Rome. Senator Marcus Porcius Cato Censorius maior bleef tientallen jaren pleiten voor de verwoesting van Carthago, tot de Derde Punische Oorlog uitbrak.
Derde Punische Oorlog Kort nadat Carthago zijn oorlogsschuld, de stad na de slag bij Zama opgelegd in 152 voor Chr. terugbetaalde, begonnen de Romeinen uit afgunst en imperialisme een nieuwe oorlog tegen de militair weerloze stad. De aanleiding voor de Derde Punische Oorlog was de gewapende reactie van Carthago op de voortdurende aanvallen op het grondgebied van de stad door de Numidiërs, die inmiddels Romes bondgenoten waren geworden. Deze zelfverdediging was echter niet conform het vredesverdrag dat Carthago op het einde van de Tweede Punische Oorlog met Rome gesloten had. Ook vreesde de Romeinse Senaat dat koning Massinissa van Numidië zich van Carthago meester zou kunnen maken en de stad als hoofdstad kiezen. Daarmee zou hij beschikken over een zeer strategisch gelegen en goed verdedigbare hoofdstad voor zijn rijk dat volop in expansie was. Rome koos voor de gemakkelijkste oplossing: geen oorlog met Massinissa, maar liever met het militair zwakke Carthago.