Ford Motor Company, beter bekend als Ford, is een Amerikaans automobielconcern dat auto's bouwt onder de eigen naam Ford en Lincoln. De auto's van Ford worden wereldwijd verkocht. In 2017 was het concern de op vier na grootste autobouwer ter wereld. OICA Production statistics by manufacturer, 2017, geraadpleegd op 6 februari 2020. Gearchiveerd op 11 maart 2020.

Activiteiten Ford is een van de grootste automobielfabrikanten ter wereld. In 2024 had het bedrijf 169.000 werknemers en zo'n 55 fabrieken en acht locaties voor onderzoek en ontwikkeling. De auto’s worden wereldwijd verkocht onder de merknamen Ford en Lincoln. Voor de verkopen beschikt Ford over ruim 8200 dealers, waarvan 7500 uitsluitend Ford voertuigen verkopen en de overige 750 verkopen Ford en Lincoln auto's of alleen Lincoln.

Vanaf 1 januari 2023 zijn de activiteiten over vijf groepen verdeeld: Ford Blue, benzine en hybride voertuigen Ford Model e, elektrische voertuigen Ford Pro, bedrijfsvoertuigen Ford Next, nieuwe mobiliteitsinitiatieven Ford Credit, financieringsafdeling voor klanten die auto’s met een lening willen kopen.

In 2025 verkocht Ford 4,4 miljoen voertuigen waarvan 2,1 miljoen in de Amerikaanse thuismarkt. In Europa zijn het Verenigd Koninkrijk en Duitsland de belangrijkste afzetmarkten voor Ford. De tweede afzetmarkt is de Volksrepubliek China met 0,4 miljoen voertuigen, een forse daling ten opzichte van 2017 toen nog 1,2 miljoen voertuigen werden verkocht. Hier werkt Ford samen met Chongqing Changan Automobile Co. in de joint venture Changan Ford Automobile Corporation. Deze 50/50 joint venture heeft vijf assemblage fabrieken met een productiecapaciteit van 1 miljoen voertuigen per jaar en verder een fabriek voor motoren en een voor versnellingsbakken.

In 2025 verkocht Ford 2,1 miljoen voertuigen in de Verenigde Staten met benzinemotoren of hybride uitvoeringen, de verkopen van elektrische voertuigen was met 80.000 stuks nog marginaal.

Per jaar geeft de onderneming zo'n 5% van de totale omzet uit aan de ontwikkeling van nieuwe modellen en productietechnieken.

Resultaten Ford heeft wereldwijd een marktaandeel van ongeveer 5%, in de Amerikaanse thuismarkt ligt dit ongeveer tweemaal zo hoog. De omzet wordt vooral gerealiseerd door de verkopen van auto's en voor een klein deel door de financieringsactiviteiten. De resultaten schommelen sterk, tot 2009 leed Ford verlies wat in 2008 een piek bereikte door de effecten van de kredietcrisis. Vanaf 2009 gaat het financieel beter. De zeer hoge winst in 2011 was mede het gevolg van een zeer grote belastingmeevaller ter waarde van US$ 11,5 miljard. Noord-Amerika is de belangrijkste afzetmarkt en hier wordt bijna de volledige winst van Ford behaald. In 2021 werd de winst geflatteerd door een grote boekwinst van bijna US$ 10 miljard als een gevolg van de beursnotering van Rivian. In 2022 werd het resultaat negatief beïnvloed door een fors afwaardering op de waarde van het belang in Rivian. Het verlies in 2025 werd mede veroorzaakt door een wijziging in het beleid met betrekking tot elektrische voertuigen. Ford besloot tot een forse afwaardering van de gedane investeringen in dit segment hetgeen leidde tot een bijzondere last van US$ 10 miljard vóór belastingen.

JaarDiverse jaarverslagen van FordAuto-verkopen(× miljoen)WereldVSOmzetNetto-resultaat(marktaandeel)(× US$ miljard)1960 Fortune 50 years of FORTUNE's list of America's largest corporations, voor de periode 1960-2000, geraadpleegd op 24 augustus 2019 5,4 0,51970 14,8 0,51980 43,5 1,21990 96,9 3,82000 163,97,220056,8 17,0%177,12,02006 16,0%156,7−12,62007 14,6%168,9−2,82008 14,2%143,6−14,82009 15,3%116,32,72010 16,4%128,16,520115,7 16,5%135,620,320125,76,9%15,2%133,65,620136,37,3%15,7%146,97,220146,37,2%14,7%144,13,220156,67,3%14,7%149,67,420166,67,2%14,6%151,84,620176,67,0%14,7%156,87,620186,06,3%14,1%160,33,720195,46,0%13,8%155,90,0520204,25,8%13,2%127,1−1,320213,95,1%12,4%136,317,920224,25,0%13,1%151,8−2,020234,4 12,4%176,24,320244,55,0%12,6%185,05,920254,44,9%13,2%187,3−8,2

Geschiedenis 200px|miniatuur|Henry Ford in 1919 Voorgeschiedenis Henry Ford werd in 1863 geboren. Hij raakte gefascineerd door machines toen hij met een stationaire stoommachine leerde werken. Na verschillende banen in die sector werd hij in 1891 ingenieur bij de Edison Illuminating Company. Twee jaar later promoveerde hij daar tot hoofdingenieur. Ford begon te experimenteren met benzinemotoren en kreeg eind 1893 een eencilindermotor aan het draaien. Die motor demonstreerde Henry op het aanrecht in de keuken aan zijn vrouw Clara. Op 4 juni 1896 voltooide hij zijn eigen quadricycle.

In 1899 richtte Ford samen met andere investeerders de Detroit Automobile Company op. Het bedrijf ging al in 1900 failliet na een geringe autoproductie. Een jaar later kwam er een doorstart met Henry Ford aan het roer. Hij hernoemde het bedrijf tot Henry Ford Company. Drie maanden later ging het bedrijf alweer failliet, waarop Ford en verschillende andere partners vertrokken. Na een nieuwe doorstart zou dat bedrijf uiteindelijk Cadillac worden. Ward Auto A History of the Ford Motor Co

200px|thumb|left|Ford Model A uit 1903

Het begin Op 16 juni 1903 richtten Henry Ford en elf investeerders in Michigan de Ford Motor Company op met een startkapitaal van US$ 28.000. Henry Ford ruilde de plannen van zijn auto en de zeventien patenten tegen 255 aandelen en werd hoofdingenieur en ondervoorzitter. NPR A Timeline of Ford Motor Company, 23 januari 2006 De autoproductie begon in een omgebouwde wagenfabriek in Detroit met tien werknemers, die een paar exemplaren per jaar produceerden. Het eerste model was de Ford Model A die US$ 750 kostte. Ford richtte zich op auto's voor de gewone man tegen betaalbare prijzen. Ford introduceerde ook de mogelijkheid extra's toe te voegen tegen meerprijzen. Zo bood hij een optioneel lederen dak aan voor US$ 50.Ford Motor Company Op 17 augustus 1904 opende Ford zijn eerste buitenlandse vestiging. Ford Motor Company of Canada begon in 1905 in een kleine nieuwe fabriek in Walkerville (Ontario) te produceren.

200px|thumb|Ford Model T uit 1919 Reeds in 1906 groeide Ford uit tot de grootste autobouwer van de Verenigde Staten. Henry Ford werd algemeen directeur en grootaandeelhouder. Op 1 oktober 1908 introduceerde het bedrijf de succesvolle Ford Model T. Het model werd eerst in de fabriek in Piquette gemaakt. In 1910 verhuisde de productie naar een veel grotere fabriek in Highland Park. De legendarische Model T zou uiteindelijk een van de succesvolste automodellen ooit worden. De productie eindigde pas in 1927 na 15.458.781 gebouwde exemplaren.

200px|thumb|left|Ford assemblagelijn in 1913

Innovatie en groei Op 7 oktober 1913 werd de fabriek in Highland Park omgeschakeld naar een bewegende assemblagelijn. Het chassis werd door werknemers op een slede door de fabriek getrokken. Later werden de sleden vervangen door karretjes op rails en mechanisch getrokken. Dit was niet de eerste lopende band, maar wel de eerste keer dat een volledige fabriek met het systeem werkte. De productietijd van een chassis daalde ermee van 12 uur en 30 minuten tot 2 uur en 40 minuten. In 1914 was de totale productietijd van een auto teruggebracht tot 1 uur en 33 minuten. De vernieuwingen werden echter niet door iedereen geapprecieerd en Ford had een hoog personeelsverloop.

Op 5 januari 1914 loste Ford het probleem van het personeelsverloop op door de lonen te verdubbelen tot US$ 5 per dag (hierover bestaan ook andere verklaringen; zie bv. Dodge), de diensten met één uur in te korten tot acht uren, en de invoer van de veertigurige werkweek. Door die maatregelen steeg de productiviteit per werknemer en daalde het personeelsverloop waardoor de kostprijs per auto daalde. Dit maakte het Ford mogelijk om zijn prijzen steeds verder te verlagen. Het bedrijf zette ook een netwerk van dealers (NL)/verdelers (V) op die gebonden waren aan zijn merk.

Tegen het einde van 1913 had Ford een marktaandeel van 50% in de VS, en in 1918 was de helft van de voertuigen op Amerikaanse wegen een Ford Model T. Een groot nadeel van de Ford T was dat je er niet vooruit een helling mee kon oprijden, vanwege de slecht geplaatste benzinetank. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende het Model T ook als basis voor een lichte vrachtwagen, de Ford Model TT, en enkele militaire voertuigen.

200px|thumb|Fords River Rougefabriek rond 1941

In 1919 kwam Edsel Ford, Henry Fords zoon en enig kind, aan het hoofd van het bedrijf. Zijn vader bleef wel bij de besluitvorming betrokken. Ondertussen verloor Ford geleidelijk terrein aan General Motors. GM en buitenlandse merken hadden modernere en luxere modellen in de aanbieding dan de uit 1908 stammende Model T van Ford. Ford had een modern productieproces maar een conservatief management dat de vraag naar duurdere luxe modellen negeerde. Terwijl Ford uitsluitend de goedkope T aanbood, had GM een auto in elke prijsklasse. Bovendien konden klanten de duurdere modellen ook op krediet kopen. Ford wees die vorm van financiering aanvankelijk af, omdat die slecht zou zijn voor de klant en uiteindelijk zelfs de hele economie kon schaden. Vanaf december 1927 werd krediet toch mogelijk bij aankoop van een Ford Model A. De tweede Model A (de eerste dateerde van 1903) werd op 2 december 1927 gelanceerd als opvolger van de Model T. De fabrieken van die laatste hadden 7 maanden stilgelegen voor de conversie. De A werd uiteindelijk een succes en tot 1932 werden zo'n 5 miljoen exemplaren gebouwd. Early Ford History, 8 juli 2012. Gearchiveerd op 15 juni 2021.

In 1922 nam Ford de Lincoln Motor Company over om toch een plek te veroveren in de markt van luxeauto's. Dat was Lincoln zelf daarvoor overigens nog niet gelukt. In 1921 was de fabriek met de eerste Lincoln met V8 motor gekomen, die het voor die tijd forse bedrag van $ 4600 moest kosten (tegen circa US$ 300 voor een Ford). Als gevolg van de economische recessie die toen heerste, kwam de verkoop niet van de grond. Henry Ford zag wat in het bedrijf en nam het voor US$ 5 miljoen over. De belangrijkste concurrent van Lincoln was Cadillac. Hiermee concurreerde het ook voor de levering van presidentiële limousines in de VS. In 1939 richtte Ford zelf het merk Mercury op om ook een middenklasse auto te kunnen leveren. De leiding over de Lincolnfabriek gaf Henry aan Edsel, zodat ze elkaar niet zo voor de voeten liepen.

200px|thumb|left|Productie van B-24 Liberators in de Willow Runfabriek

De Tweede Wereldoorlog Toen de Verenigde Staten de Europese geallieerde landen begonnen te steunen tegen nazi-Duitsland verwees president Roosevelt naar Detroit als het arsenaal van de democratie. Hiermee doelde hij op de vele autofabrieken in die stad die omgebouwd werden tot wapenfabrieken. Zowat alles, van kanonnen en tanks tot vliegtuigen, werd er gemaakt.

Als pacifist zag Henry Ford oorlog dat als tijdverlies en hij wilde ook geen winst maken door er aan mee te werken. Dat veranderde pas met de Japanse aanval op Pearl Harbor van 7 december 1941.

Op 1 maart 1941 begon Ford met de productie van Jeeps voor het Amerikaanse leger in zijn River Rougefabriek. De civiele productie bleef daarnaast nog gewoon verdergaan tot 1 februari 1942. Daarna schakelde het bedrijf volledig over op oorlogsproductie. Vanaf augustus 1943 begon Ford ook met de massaproductie van de B-24, een vliegtuig van Consolidated Aircraft, dat één exemplaar per dag kon bouwen in een vliegtuigfabriek. Ford bouwde er één per uur en op het hoogtepunt 650 per maand in twee ploegen van elk 9 uur. Speciaal hiervoor werd de Willow Runfabriek gebouwd. De oorlogsproductie liep tot 28 juni 1945 en op 3 juli van dat jaar werd de civiele productie hervat. Ford had op dat moment 287.000 Jeeps, 8685 B-24 Liberator bommenwerpers en 57.178 Pratt & Whitney R-2800 Double Wasp vliegtuigmotoren geproduceerd. (2013): Arsenal of Democracy. The American Automobile Industry in World War II, Wayne State University Press

200px|thumb|Edsel Pacer uit 1958