thumb|De verovering van Jeruzalem in 1099 De kruistochten of kruisvaarten waren zware militaire expedities in de middeleeuwen, georganiseerd en gefinancierd door de Latijnse katholieke kerk in samenwerking met wereldlijke Europese vorsten, met als opdracht zogenaamde heilige oorlogen te voeren die volgens de leer van deze kerk de uitvoering waren van de wil van God. (2019): The World of the Crusades. An Illustrated Guide, Yale University Press , p. 1 (2009): Crusaders and Crusading in the Twelfth Century, Routledge (ed.) (1989): A History of the Crusades, Volume 6. The Impact of the Crusades on Europe, The University of Wisconsin Press, p. 116-149 De term kruistocht of kruisvaarder werd aanvankelijk niet gebruikt, wel werd gesproken over ridders van het kruis of ridders van Christus. Paus Urbanus II, die opriep tot de eerste veldtocht, sprak over een oorlog tegen de barbaren. Veel kruisvaarders zagen zichzelf vooral als pelgrims.
Het is een vroeg voorbeeld van de Europese militaire expansiebeweging die op gang kwam nadat er in de tiende eeuw een einde was gekomen aan de invasies van Europa door Vikingen, Moren en Aziatische steppevolkeren (de Hunnen).; (2002) De Europese vorsten en krijgsheren die zich eerder tegen elkaar en de bevolking richtten, werden nu bij elkaar gebracht door de overtuiging dat de door het christendom als rechtmatig eigendom beschouwde heilige plaatsen in het Heilige Land bevrijd moesten worden van islamitische heersers, die het gebied op grond van hun overtuiging eveneens als heilig beschouwen en het sinds 638 veroverd hadden.
Ook vonden er kruistochten plaats naar het Iberisch Schiereiland in het kader van de reconquista. Andere kruistochten zijn de relatief onbekende Noordelijke Kruistochten, waarvan die door de Duitse Orde of Teutonische Ridders de belangrijkste waren. Hun actiegebied was vooral gelegen rond de Oostzee. Een groot deel van de aldaar gevestigde wereldlijke macht verloren zij in 1410 weer in de Slag bij Tannenberg.
Ook in andere religieus gemotiveerde conflicten gedurende de late middeleeuwen zette de Katholieke kerk het middel van de kruistocht in, bijvoorbeeld tegen personen die de leer van de kerk niet aanhingen, door de kerk ketters of heidenen genoemd, of groepen die de religie op een eigen manier invulling gaven als de Katharen in Frankrijk. Latere militaire operaties over land en ter zee tegen de moslims, zoals de Slag bij Lepanto in 1571, kunnen worden gezien als een voortzetting van de kruistochten.
Met de Vierde Kruistocht richtten initiatoren en leiders van de expeditie zich tegen andere christenen in de steden Zadar en Constantinopel. Hier was geen heilig doel mee verbonden.
Overdrachtelijk In overdrachtelijke zin wordt het begrip kruistocht gebruikt om een ideologisch gemotiveerd streven aan te duiden dat als doel heeft veranderingen te bewerkstelligen, al dan niet met een positieve of negatieve connotatie.
Kenmerken De kruistochten begonnen als een poging van christenen die onder het gezag van de Paus stonden, om Jeruzalem, de heiligste plaats in het christendom, op moslims en Joden te veroveren, voor wie het eveneens een heilige plaats is. Ze waren een laat antwoord op de islamitische veroveringen in de voorafgaande eeuwen. (2004): 'L'Histoire du Catholicisme', Ques sais-je ? N° 365, p. 51 Ze hadden een aantal specifieke kenmerken. Zo begonnen ze meestal met een oproep door de paus. De oproep werd daarop verspreid door middel van een pauselijke bul en preken van geestelijken. Formeel waren tot 1213 alleen kruisridders gerechtigd om op kruistocht te gaan, daarna namen ook duizenden burgers deel. De kruistochten werden onder meer gefinancierd door een specifieke belasting, zoals de cruzada of de Saladintiende, en ridders kregen als tegenprestatie vaak land in vruchtgebruik (leenstelsel). Een laatste kenmerk is dat kruisvaarders van de kerk een aflaat ontvingen.
Concept rechtvaardige oorlog De kruistocht werd neergezet als rechtvaardige oorlog (bellum justum). De rechtvaardige oorlog was een Romeins concept dat in de christelijke traditie geïntegreerd werd door Augustinus. Thomas van Aquino en Gratianus werkten zijn ideeën verder uit. Drie kenmerken stonden centraal: de oorlog moest worden uitgeroepen door een legitieme autoriteit, er moest worden gevochten voor een rechtvaardig doel en gevochten worden met een juiste intentie. De kruistocht voldeed aan al deze voorwaarden: de legitieme autoriteit was de paus, het rechtvaardige doel was de bevrijding van Jeruzalem en de intentie van de strijders was juist, omdat ze religieus gemotiveerd was.
Concepten om een oorlog te rechtvaardigen zijn gebruikelijk en worden tot op heden ingezet, samen met communicatietechnieken als negatieve beschrijvingen van tegenstanders.
Historische achtergrond De tijd voor de kruistochten De oorspronkelijke verovering van Palestina door islamitische strijdmachten had aanvankelijk nauwelijks een storende werking op de pelgrimage of bedevaart naar de heilige plaatsen van de christenen, zoals Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth. In het jaar 1009 echter liet de Fatimidische kalief van Caïro, Al-Hakim, de Heilig Grafkerk vernietigen. Zijn opvolger Al-Zahir stond het Byzantijnse Keizerrijk toe om de kerk te herbouwen en pelgrimage werd weer toegestaan. In 1056 werden onder Al-Mustansir 300 christenen verbannen uit Jeruzalem en werd het voortaan Europese christenen verboden om de Heilig Grafkerk binnen te gaan.Robert Spencer, 'The Guardian of Islamic Extremism', FrontPage Magazine, 21 september 2006
Oorzaak van de kruistochten Oorzaken in het Midden-Oosten Het beslissende verlies van het Byzantijns leger tegen de Seltsjoekse Turken in de Slag bij Manzikert in 1071 zorgde voor de eerste bedes om hulp en troepen uit het westen. Het was dus niet alleen het heroveren van Jeruzalem, maar ook het bijstaan van het Byzantijnse leger tegen de Turken, het voorkomen van gebiedsuitbreiding van de islamieten, en het vergroten van de invloed van het westen in het oosten, waar op gemikt werd. De bede om hulp die keizer Alexius I van Byzantium in 1091 naar paus Urbanus II en Robrecht I de Fries, de graaf van Vlaanderen, stuurde was overigens eerder bedoeld als een verzoek om meer huurlingen en zeker niet om wat er door de paus en vele landhongerige edelen van gemaakt werd. De keizer zat dan ook flink met de kruisvaarders in zijn maag.
Beeldvorming De geschiedschrijving is lange tijd beïnvloed door het beeld dat werd neergezet door de katholieke Kerk. Hierin was de voornaamste reden voor de kruistochten het feit dat de Seltsjoeken, nadat ze Palestina veroverd hadden, christelijke pelgrimages naar Jeruzalem en andere steden moeilijk of zelfs onmogelijk maakten. Dit was in de voorgaande tijd wel mogelijk geweest, alhoewel het gebied onder islamitisch bestuur stond. Het westen had echter de veroveringen van Jeruzalem in 614 en 637 genegeerd, net als de verwoesting van de Heilig Grafkerk door de Fatimidische kalief Al-Hakim. Er waren dan ook redenen buiten Palestina die meewogen tot de beweging die tot de kruistochten leidde.
Oorzaken in Europa In de tiende eeuw was er een einde gekomen aan de invasies van Europa door Vikingen, Moren en Aziatische steppevolkeren. De hierop volgende stabiliteit zorgde vanaf de elfde eeuw voor een expansiebeweging. Venen en moerassen werden drooggelegd, bossen gerooid en grond werd ontgonnen. Door de groeiende bevolking ontstond een drang naar gebiedsuitbreiding. Met de militaire verovering van Zuid-Italië door de Normandiërs vanaf 1029 begon een eeuwenlange kolonisatie, eerst rond de Middellandse Zee, onder andere door de repubbliche marinare, later ook in de rest van de wereld.
Nu de dreiging van buitenaf was weggevallen, richtten de krijgers die aanvankelijk de Vikingen en andere binnenvallende volken bestreden hadden, zich tegen elkaar, tegen de kerk en tegen de lokale bevolking. Als reactie hierop ontstond vanuit de kerk de godsvredebeweging. Was dit aanvankelijk een oproep aan lokale heren, later werd dit ook een oproep aan christelijke staten om onderling geweld te stoppen. Paus Urbanus II gebruikte dit argument om de onderlinge strijd te staken en zich te richten op de gemeenschappelijke vijand van het geloof.
In de vroege middeleeuwen werd met relatieve openheid gesproken over de inhoud van de christelijke leer. Dit bracht met zich mee dat er verschillende interpretaties van die leer waren, wat de eenheid van de Kerk niet ten goede kwam. Augustinus, bisschop van Hippo uit de 5de eeuw, zag ketterij — of heresie van het Griekse hairesis voor keuze — als afwijking van christenen van het ware geloof. Men begon dogma's vast te stellen om dat ware geloof te definiëren. Met de ontwikkeling van de dogmatiek werd niet alleen duidelijk wat het ware geloof inhield, het maakte ook duidelijk wat er niet mee overeenkwam. Dit kon niet meer getolereerd worden en aanhangers hiervan werden vanaf de twaalfde eeuw, net als heksen, homoseksuelen en prostituees, vervolgd in wat de Britse historicus de vervolgingssamenleving heeft genoemd. (1987): The Formation Of A Persecuting Society. Power And Deviance In Western Europe, 950-1250, Wiley
Vanaf de elfde eeuw waren zowel de Kerk als de grote Europese koninkrijken in staat om hun ideologieën en doelen beter te definiëren. Dit resulteerde in een afwijzing van corruptie en verwereldlijking binnen de Kerk, maar ook in een afwijzing van groepen die afweken van die ideologieën. Dit was niet alleen de islam, maar ook bewegingen als de bogomielen, de waldenzen en de katharen. Andere bewegingen als de franciscanen en de humiliati werden wel erkend, waarbij niet altijd duidelijk is wat de overwegingen waren om de ene groepering wel op te nemen en de andere niet.
In 1063 gaf paus Alexander II zijn zegen aan de kruistochten van de Reconquista. In 1085 namen de Spanjaarden de taifa Toledo in, en in 1092 werden de moslims van Sicilië verdreven. Ongetwijfeld voelden de kruisvaarders zich gesterkt door deze herovering van eeuwenlang door islamieten bezet gebied.
Paus Innocentius III besloot dat tegen de Katharen krachtiger moest worden opgetreden. In 1209 verzamelde hij een leger voor een kruistocht naar Occitanië. Tijdens het Vierde Lateraans Concilie werden een aantal religieuze groepen veroordeeld en andere erkend. Er werden decreten tegen de Katharen en de Waldenzen afgekondigd. Joden moesten een geel insigne gaan dragen en ook moslims moesten onderscheidende tekenen gaan dragen. Paus Gregorius IX gaf in 1232 bevel aan de nieuwe orde der dominicanen de taak van de inquisitie op zich te nemen. De Katharen waren hier het eerste slachtoffer van, maar ook de Joden — die bij Augustinus weliswaar een aparte status hadden, maar wel bescherming genoten — leprozen en homoseksuelen werden al snel het slachtoffer. Dit was de zwarte kant van economische expansie en nieuwe spiritualiteit.
Motieven om op kruistocht te gaan Bescherming van de Kerk tegen andersdenkenden. Bevrijding van Jeruzalem. De islamitische veroveringen ongedaan maken. De Oosterse Kerk herenigen met de Kerk van Rome. Uitbreiding van de wereldlijke macht naar het oosten. Tijdens de kruistochten ontvingen de deelnemers een algehele aflaat.