Het artikel, de geschiedenis van Afrika gaat voornamelijk over de geschiedenis van Afrika Sub-Sahara, Afrika ten zuiden van de Sahara, of ook wel Zwart-Afrika genoemd. Afrika ten noorden van de Sahara en Ethiopië waren een onderdeel van de Antieke en Klassieke wereld. De geschiedenis van Sub-Sahara-Afrika werd door de Afrikanen zelf tot recent alleen mondeling overgedragen. Men was voor het vastleggen van de geschiedenis daarvan voor een groot deel afhankelijk van de Arabieren en Europeanen, die vaak geen neutrale kijk hadden op de door hen onderworpen volken. De geschiedenis van boven de Sahara wordt beschreven in de Geschiedenis van Noord-Afrika. De Sahara zelf heeft ook een rijke geschiedenis.
Prehistorie
Afrika is de bakermat van de mens. Als we de gegevens van de paleontologie en de archeologie mede in beschouwing nemen, heeft de mens in Afrika een lange geschiedenis.
Door fysisch-antropologen wordt Afrika beschouwd als de plaats waar de diersoort Mens voor het eerst ontstaan is. De verschillende mensachtigen, zoals Australopithecus afarensis, en vroege mensensoorten als Homo habilis en Homo erectus evolueerden tot de moderne mens of Homo sapiens. Van zowel Homo habilis als Homo erectus zijn diverse stenen werktuigen (bijlen, pijlpunten etc) gevonden.
Steentijd Naast de voor Eurazië gebruikelijke indeling in vroege steentijd (paleolithicum) en late steentijd (neolithicum) worden voor de Afrikaanse steentijd de volgende periodes gebruikt:
Early Stone Age (vergelijkbaar met het Euraziatische vroegpaleolithicum) - ongeveer 2,5 miljoen tot 130.000 jaar geleden Middle Stone Age (enigszins vergelijkbaar met het Euraziatische middenpaleolithicum) - 300.000 tot 50-25.000 jaar geleden Later Stone Age (enigszins vergelijkbaar met het Euraziatische laatpaleolithicum en mesolithicum) - vanaf 50.000 tot 9.000 jaar geleden, plaatselijk tot 2.000 jaar geleden
De oudste vondsten van resten van onze eigen soort Homo sapiens sapiens komen uit Afrika. Uit de Middle Stone Age komen de oudste fossielen met typische kenmerken van de vroege moderne mens. Vanaf circa 100.000 jaar (100 ka) geleden verspreidde de moderne mens zich vanuit Noordoost-Afrika via de Sinaï en het Arabisch Schiereiland over de rest van de Oude Wereld.
Tijdens de Later Stone Age bestond de bevolking van Sub-Sahara-Afrika uit jagers en verzamelaars. Tegenwoordig leeft nog een klein aantal mensen zo, met name de Bosjesmannen (!Kung,!Xam etc.) van het Kalahari-gebied. Een groot deel van Afrika bezuiden de evenaar werd ooit door Khoisan-sprekende mensen bewoond. Zij waren jagers en verzamelaars, maar sommigen (bijvoorbeeld de Khoi van het Kaapland) gingen later over op veeteelt en landbouw.
Epipaleolithicum en neoliticum in Noord-Afrika Tegen het einde van de Middle Stone Age vond er een terugmigratie vanuit West-Azië plaats. Noord-Afrika, inclusief noordelijk Oost-Afrika kwam daarmee in het invloedsbereik van het Euraziatische cultuurgebied. Men kan hier dan ook spreken over epipaleolithicum en neolithicum. Voor Sub-Sahara-Afrika gebruikt men de term Later Stone Age.
Er zijn twee vroege neolithische kerngebieden aan te wijzen. In Nubië vindt men al vroeg de eerste tekenen van landbouw, veeteelt en aardewerkproductie, waarschijnlijk door beïnvloeding vanuit het Arabisch Schiereiland. In de Nijldelta vestigden zich landbouwers uit de Levant.
Na het einde van de ijstijd waren er perioden waarin de Sahara een groen en vruchtbaar gebied was. Tijdens het Holoceen subpluviaal vestigden er zich zowel vanaf de kust van de Middellandse Zee als vanuit het zuiden mensen. Tijdens het pastoraal neolithicum begon men in dit gebied runderen, schapen en geiten te houden. Met de uitdroging van de Sahara trokken de bewoners zich samen in een aantal oasen en -vooral- in het dal van de Nijl.
Bronstijd en ijzertijd Sommige geleerden, zoals Eugenia W. Herbert, gaan ervan uit dat Sub-Sahara Afrika geen specifieke bronstijd heeft gehad en dat brons- en ijzertijd gelijktijdig ontstonden rond 900-800 v.Chr.Herbert, E. 1984. Red Gold of Africa: copper in pre-colonial history and culture. Madison: University of Wisconsin Press.
Een specifieke bronstijd vindt men slechts in Noord- en Noordoost-Afrika. In de Nijlvallei ontstond een van de vroegste georganiseerde beschavingen, het Oude Egypte. De economie van deze eerste staat dreef op de landbouw, voornamelijk het verbouwen van graan. De technieken van het bronsgieten verspreidden zich verder ten zuiden van Egypte in Kerma (Nubië).
Bantoe-expansie
De voorouders van de Bantoevolken zouden omstreeks 1000 v.Chr. begonnen zijn door te dringen in het Centraal-Afrikaanse regenwoud, waarschijnlijk langs de grote rivieren. Van daaruit zouden zij de omgeving van het Victoriameer hebben bereikt, die een secundair centrum zou worden vanwaar zij zich in de eerste eeuwen van onze tijdrekening over een groot deel van Oost-Afrika zouden verspreiden.
Oudheid thumb|Koesjitische (Soedanese) Farao op de Egyptische troon
Egypte en Koesj Egypte had al vroeg contacten diep het achterland in. Zo was Koesj een deel van Egypte en regelmatige vertrokken er expedities naar de Hoorn van Afrika, naar Poent. Tijdens de instabiele derde tussenperiode van Egypte begonnen de Koesjieten zich los te maken van Egyptische farao's en vestigden de autonome staat Koesj, met de steden Napata (aan de voet van de heilige berg Djebel Barkal) en Meroë als belangrijkste machtscentra. De Koesjitische cultuur was sterk beïnvloed door de Egyptische cultuur. Zo werden hier ook piramides gebouwd. Deze graftombes waren echter maar zo'n tien meter hoog en veel steiler dan de Egyptische piramides.
Piye, koning van Koesj, veroverde rond 740 V.Chr. geheel Egypte en stichtte de 25e dynastie van Egypte, de periode van de zwarte farao's. Met hulp van de Assyriërs kon Psammetichus I Egypte heroveren. Hij kreeg controle over gehele land in 656 v.Chr.
In de Hoorn van Afrika lag het land van Poent, dat door de oude Egyptenaren als een heilig land en "land van de goden" beschreven werd.
Na het verval van het koninkrijk Koesj in de 4e eeuw v.Chr. ontstonden van noord tot zuid de drie koninkrijken Nobatia, Makuria en Alodia. In Ethiopië ontstond het koninkrijk Aksum.
Romeinse Rijk Rond het begin van de jaartelling was de gehele noordkust van Afrika deel van het Romeinse Rijk. Zo is het continent ook aan zijn naam gekomen: Africa was de Latijnse naam voor de landstreek rond het huidige Tunesië. Noord-Afrika was een van de toonaangevende gebieden wat de cultuur betreft. Aan Romeinse periode kwam een einde door de Vandaalse verovering van Afrika in de vijfde eeuw.
Christendom Met de komst van het christendom werd dit hele gebied aanvankelijk christelijk. Hoewel de sluiting van de Isis-tempel in Elefantine door de zuiderburen niet in dank werd afgenomen, drong het nieuwe geloof al spoedig ook in Nubië door. In Ethiopië werd het rijk van Aksum gekerstend. Bij de komst van de islam bleef Nubië nog lang (tot 16e eeuw) aan het Koptische geloof vasthouden en voor Ethiopië geldt dat tot op de dag van vandaag.
Prekoloniale periode thumb|Ruïnes van Groot Zimbabwe In de vijfde en zesde eeuw ontstonden in West-Afrika het grote Ghanese rijk en Kanem-Bornu, die in de elfde eeuw werden binnengevallen door de noordelijke islamitische buren. In 1230 viel de hoofdstad van Ghana. Van de 13e tot halverwege de 16e eeuw ontstonden daarop ten zuiden van de Sahara de grote islamitische rijken van Songhai en Mali (hoofdstad Timboektoe). Mekka is voor een groot deel gebouwd van geld van deze bloeiende koninkrijken. In dezelfde periode bloeide in zuidelijk Afrika de ijzertijdcultuur van Groot-Zimbabwe. Deze cultuur had, blijkens de in de forten gevonden voorwerpen, handelsbetrekkingen met onder meer China. Vanaf het jaar 650 kwam de Arabische slavenhandel op gang.
Europese kolonisatie 15e eeuw Het ronden van Kaap Bojador in 1434 door de Portugezen kan worden beschouwd als het begin van de Europese ontdekkingsreizen. In 1441 kocht Antão Gonçalves de eerste zwarte Afrikaanse slaaf en het jaar erop kocht hij er nog eens tien. Ze werden "azenegue" genoemd. In 1445 stichtte Nuno Tristão de eerste factorij, Feitorias, op het eiland Arguin. Tegen dood van Hendrik de Zeevaarder in 1460 had men de West-Afrikaanse kust verkend tot aan Kaap Palmas, het begin van de Golf van Guinee.
In 1469 verleende koning Alfons V van Portugal het monopolie op de Golf van Guinee aan Fernão Gomes, een handelaar uit Lissabon, tegen een jaarlijkse huur van 200.000 réis. In het contract werd verder bepaald dat Gomes de ontdekkingen moest voortzetten en tot honderd leuga's (150 mijl) langs de kust verder moest varen. In die periode werden de goudmijnen van Elmina ontdekt, dit werd een drijfveer voor verdere zoektochten.
Tijdens de regeerperiode van koning Johan II van Portugal (1481-1495) ontdekte Diogo Cão de monding van de Kongostroom en rondde Bartolomeu Dias, Kaap de Goede Hoop. Tijdens die periode werden de eilanden Sao Tomé en Principe bevolkt.
Vasco da Gama was de eerste Europeaan die rond Afrika voer (1497-1498). Tijdens de historische reis in 1500 onder Pedro Álvares Cabral werd niet alleen Brazilië ontdekt, maar ook Madagaskar.
16e eeuw thumb|19e-eeuwse gravure van een slaventransport Dankzij het Verdrag van Alcáçovas had Portugal het monopolie over Zwart-Afrika. Sao Tomé en Principe werd een proefstation voor suikerrietplantages en zwarte slaven. Vanaf 1530 begon de uitbouw van Koloniaal Brazilië, daarvoor had men veel mankracht nodig, een grootschalige slavenhandel kwam op gang. Daarenboven zorgde de komst van de Europeanen in de Nieuwe Wereld voor massale sterfte bij de inheemse bevolking aan de voor hen nieuwe ziektes, zoals pokken, pest, tyfus, griep en mazelen. Ook het Spaanse Rijk had behoefte aan resistente arbeidskrachten. Luanda werd in 1575 de hoofdstad van Portugees-West-Afrika en de draaischijf van de zwarte slavenhandel. In 1580 stierf het Portugese koningshuis Aviz uit. Portugal en Spanje werden verenigd door de Iberische Unie (1580-1640). In 1595 werd het Spaanse systeem van de asiento's ingevoerd.
17e eeuw De Iberische Unie sleurde Portugal mee in de Tachtigjarige Oorlog en in 1601 brak de Nederlands-Portugese Oorlog uit. De Nederlanders slaagden erin in 1633 het eiland Arguin te veroveren, in 1637 speelden de Portugezen, Elmina kwijt en 1641 palmden de Nederlanders de slavenhandel in. In 1652 stichtte de Nederlander Jan van Riebeeck namens de Vereenigde Oostindische Compagnie de Kaapkolonie aan de Tafelbaai waar nu Kaapstad is. Zijn negentig kolonisten, waaronder acht vrouwen, legden tuinen aan om fruit en groente te kweken voor de VOC-schepen.
In de Tweede helft van de zeventiende eeuw was Portugal zijn monopolie op Zwart-Afrika kwijt en andere Europese mogendheden profiteerden van de lucratieve slavenhandel. De Nederlanders via de Slavenkust, de Engelsen via de Royal African Company en de Fransen via Senegambia. De slavenhandel zorgde voor het ontstaan van nieuwe koninkrijken zoals dat van de Ashanti, totdat de Europese kolonisatie ook deze van hun macht beroofde. Aan de noord- en oostkust van het continent eiste de Arabische slavenhandel zijn tol. Aan de oostkust van Afrika werd het eiland Zanzibar de draaischijf van deze slavenhandel.
18e eeuw Onder invloed van de Verlichting en het idee van de rechten van de mens kwam de roep om de afschaffing van de slavernij op gang. De pers maakte meer en meer gewag van de mistoestanden en slavenopstanden. Freetown werd in 1787 de eerste Afrikaanse stad van bevrijde slaven.
Centraal-Afrika was eind achttiende eeuw nog steeds terra incognita. In 1788 zette de African Association een expeditie op, om Timboektoe te vinden, een stad die volgens de overlevering enorm rijk zou zijn aan goud en andere schatten. Ook moest de expeditie de loop van de rivier de Niger in kaart brengen.